platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Veranderingen WMO en gevolgen voor maatschappelijk en zorgvastgoed

Veranderingen WMO en gevolgen voor maatschappelijk en zorgvastgoed

Van ruimtelijke naar sociale structuurvisie

16 dec 2013 - De gemeenten krijgen er met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een nieuwe rol bij. Dit in combinatie met de vergrijzing maakt dat het thema zorg steeds belangrijker wordt in gebiedsontwikkeling. Gebiedsontwikkeling.nu start daarom met een serie over dit onderwerp. Onderstaand een verslag uit het veld van de netwerkbijeenkomst van Care4living in Voorburg. De avond had als thema de veranderingen die de nieuwe WMO met zich meebrengt voor zorgvastgoed en tussen de regels door zagen we iets van de nieuwe rol die ontwerpbureaus oppakken. Care4living is een kennisplatform voor en door (semi) professionals in de zorg en vastgoed en aanverwante sectoren. rphs+ was gastheer voor deze netwerkbijeenkomst. RPHS+ richt zich niet alleen op architectuur en stedenbouw maar ook op strategie en bouwtechniek management.

Gemeente Leidschendam-Voorburg

Gregor Rensen, wethouder van Leidschendam-Voorburg, zet uiteen waar een wethouder zoals voor komt te staan met de invoering van de nieuwe WMO en wat de ruimtelijke consequenties zijn voor vastgoed. Decentralisatie betekent dat er veel naar de gemeente toe komt, zoals extramurale zorg, kosten voor jeugdzorg, de sociale werkvoorziening en de Wajong. Al met al gaat het om een ombuiging van zo’n 40 miljard euro. En tegelijk worden wel forse efficiencykortingen verwacht van zo’n vijftien tot twintig procent. Aanleiding voor deze wijzingen zijn de stijging van de kosten voor de zorg, mondiger burgers en het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen, mede dankzij technologische ontwikkelingen. Op de achtergrond speelt de discussie over de kwaliteit van en het vertrouwen in grote instanties ook een rol.

De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt daarom niet alleen met een ‘ruimtelijke structuurvisie’ maar ook met een ‘sociale structuurvisie’, om vorm te geven aan de overgang van de verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij. Dat betekent concreet het organiseren van zorg rondom mensen – met maatwerk – en het beroep doen op sociale netwerken en vrijwilligers. De zorg zal kleinschalig, integraal en wijkgericht worden, met meer aandacht voor preventie.

Belangrijkste consequenties voor gemeenten zijn, onder meer, dat ze de regieverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg krijgen, nieuwe expertise nodig hebben, hun dienstverlening moeten aanpassen (naar zo veel mogelijk digitaal) en wijkgerichte voorzieningen moeten aanbieden. Dat leidt tot ruimtelijke opgaven en kansen voor steden, wijken en dorpen. Grote vraag zal vaak zijn hoe om te gaan met bestaand vastgoed.
Gezien de veel beperktere functie van het verzorgingshuis, zullen geen algemene recreatieve of restauratieve ruimtes meer nodig zijn en die komen dus vrij. Wijkondersteunende functies en extramurale zorgfuncties zullen verdwijnen. “Willen en kunnen gemeenten en misschien ook corporaties straks een bijdrage leveren om wijkgerichte voorzieningen te handhaven?”, vraagt Rensen zich af.

Ook de woningbouw zal zich moeten aanpassen en zich richten op toegankelijke, kleinschalige woningen en het geschikt maken van bestaande wooncomplexen voor wonen met zorg. Woonprojecten moeten bovendien nabij wijkvoorzieningen en openbaar vervoer worden gerealiseerd.
Groot vraagstuk is en blijft volgens Rensen de financiering. Welke rol kunnen maatschappelijke beleggers, corporaties, gemeente en particuliere bedrijven daarbij spelen en hoe maken we het eigen vermogen van toekomstige cliënten beschikbaar?

Cordaan, Amsterdam

Ariana van Dijk van Cordaan (een thuiszorgorganisatie met 19.000 cliënten, 8.500 medewerkers en nog eens 2.200 vrijwilligers) vertelt wat de verschuiving van de AWBZ naar de nieuwe WMO betekent voor haar organisatie. In wezen komt de gevraagde scheiding tussen wonen en zorg neer op het afbouwen van intramurale zorg. Ook heeft het gevolgen voor de financiering van de zorg. Zelf zegt ze daarover dat ze “hetzelfde moeten doen voor minder geld”.
Van Dijk bevestigt het eerder geschetste beeld van ouderen die langer thuis wonen, organisaties die klantgerichter moeten werken en de verschuiving naar kleinschaligheid. Ze ziet ook een toenemende ketensamenwerking met andere welzijns- en zorgpartijen. De invoering van de nieuwe WMO betekent voor Cordaan bovendien een beduidend hoger vastgoedrisico ten opzicht van de oude situatie.

Cordaan werkt daarom aan een nieuwe vastgoedstrategie, waarbij de intramurale zorg wordt teruggebracht van 2.000 naar 1.400 plaatsen. Hierin is alleen nog plek voor de zware zorg, met daar omheen een flexibele schil en meer zelfstandig wonen. Het woonbeleid dat momenteel wordt vormgegeven moet daarop worden aangepast (denk daarbij ook aan het leegstandsrisico voor Cordaan) en het bijbehorende renovatieprogramma moet nog worden uitgewerkt.

rphs+

Magerette Neep van rphs+ adviesbureau is gastvrouw deze avond en constateert dat de zorg al jaren in verandering is en dat de nieuwe WMO daar nog een keertje bovenop komt. Haar verhaal richt zich op de vertaling van bovenstaand geschetste ontwikkelingen. De centrale vraag voor haar is hoe je de voorzieningen in stand houdt.

Door de klant centraal te stellen, is haar antwoord. En door voorzieningen in de directe omgeving aan te bieden en desnoods aan huis te leveren, om mensen langer zelfstandig te laten wonen. De kwaliteit van de fysieke omgeving kan volgens Neep ook een bijdrage leveren aan het welzijn van mensen in het algemeen en ouderen in het bijzonder. De voorzieningen moeten daarom afscheid nemen van hun institutionele verschijningsvorm en in een meer huiselijke ambiance worden ingericht. “Wie pakt de handschoen op bij een terugtrekkende overheid en meer op hun kerntaken richtende corporaties?”, vraagt zij zich af.

Het rphs+ is betrokken bij vele centrumplannen waarbij zorgvastgoed vaak een belangrijke rol speelt (denk aan wijkcentra met zorgvoorzieningen) en ziet voor zichzelf een rol om te participeren in ontwikkelingen. Ook geeft Neep een aantal praktische tips om de voorzieningen te kunnen handhaven. Bijvoorbeeld door hun oppervlakte te beperken en dubbelgebruik mogelijk te maken. Door niet in 9-tot-5-programmering te denken, maar ook buiten reguliere kantoortijden gebruik te maken van ruimten. Ze pleit voor ‘multiflexibele’ huisvesting voor maatschappelijk en zorgvastgoed, gebouwen met overmaat en een robuust karakter.

De avond wordt afgesloten door een plenaire discussie onder leiding van Tromp Bakker, die als belangrijke conclusies meegeeft dat ‘ontschotting’ moet plaatsvinden tussen het wonen, de zorg en de zorgverzekeraar en dat moet worden gekeken naar andere manieren van financieren. Zijn laatste praktische tip van de bijeenkomst, hou de verzorgingshuizen in de lucht, door ze te transformeren naar het concept ‘serviceflats voor de kleine beurs’.

Zie ook:

Auteur

Portret - Jeroen Mensink
Jeroen Mensink

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | architect/eigenaar bij JAM* architecten

Bekijk alle artikelen