platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Waarom bouwen in diepe polders niet altijd meer een goed idee is

Waarom bouwen in diepe polders niet altijd meer een goed idee is

fields and meadows along dyke Hollandsche IJssel river with blue sky and whit clouds. The polder behind the dyke is named zuidplaspolder and the lowest area in the Netherlands with 21ft below sea

Wie een dropje eet, doet niets verkeerds. Maar wie de hele zak opeet, wordt onvermijdelijk dik. Op dezelfde manier zorgt een enkel bouwproject in een diepe polder niet voor problemen, maar ongebreideld bouwen in de diepe, kwetsbare delen van Nederland wel. Alex Hekman van Sweco bepleit daarom meer regie om rekening te houden met natuurlijke grenzen én de toekomst.

Een paar weken geleden werd het Masterplan voor het vijfde dorp in de Zuidplaspolder vastgesteld. Dit plan roept veel reacties op. Initiatiefnemers zouden door te bouwen in diepe polders geen rekening houden met de lange termijn.

In de reacties wordt alleen niet altijd helemaal duidelijk wat daarvan het probleem is. Is het de zeespiegelstijging, waardoor we in de toekomst geen acht maar negen of tien meter water moeten keren? De Nederlandse watersector heeft wereldwijd wel voor grotere uitdagingen gestaan. Of is het die ene wijk extra in polders die toch al zijn volgebouwd? Als we netjes rekening houden met voldoende waterberging zijn we toch klimaatrobuust?

Tegelijk kan iedereen wel op zijn klompen aanvoelen dat er ergens een grens is. Als we in dit land met een stijgende zeespiegel en dalende bodem blijven bouwen op de laagste en meest kwetsbare plekken, dan moet dat toch een keer misgaan?

Twee afwegingen

Het verschil zit in het schaalniveau en de termijn waarmee we naar effecten van deze bouwlocaties kijken. In de Nederlandse gebiedsontwikkeling ligt de focus sterk op het lokale perspectief. Gedreven door de hooggespannen woningnood helpen onze slimheid en innovatiekracht ons om overal alles mogelijk te maken. Er is geen bodem zo slap, geen grondwaterstand zo hoog, geen polder zo zout, of we hebben een oplossing om er droog en klimaatrobuust te kunnen wonen.

Maar de ingrijpende langetermijnontwikkelingen van bodemdaling en zeespiegelstijging vragen steeds meer om een perspectief op systeemniveau en lange termijn. Wat lokaal en op korte termijn duurzaam is, kan op systeemniveau en op lange termijn de verkeerde kant uit werken. Het is zaak al die kleinere projecten als geheel te bekijken.

Vanuit dit perspectief is het belangrijk om twee afwegingen toe te voegen.

1: Reserveer ruimte voor de toekomst

In ons white paper ‘Ruimte voor de Toekomst’ brengen we in beeld dat tot 2050 ongeveer 900 miljard euro wordt geïnvesteerd in woningbouw, infra, energietransitie, klimaatbestendigheid en natuur. Deze investeringen vragen meer dan 100.000 hectare ruimte en bepalen daarmee voor een belangrijk deel hoe Nederland er na 2050 uit komt te zien.

Door nu ruimte te reserveren houden we opties voor toekomstige maatregelen open.

Tegelijk zijn er in de lage delen van Nederland in de toekomst maatregelen nodig om waterstandsverhogingen op te vangen (denk aan overstroomlocaties en dijkverbredingen) en voor aanpassingen aan infrastructuur en bebouwing op of langs het water. Om voldoende ruimte te houden voor deze maatregelen is het belangrijk om niet alle beschikbare ruimte vol te bouwen. Ook is het belangrijk om niet op de diepste plekken te bouwen, zodat deze beschikbaar blijven om overtollig water tijdelijk te kunnen bergen. Het sleutelwoord daarbij is flexibiliteit. Door nu ruimte te reserveren houden we opties voor toekomstige maatregelen open.

2: Respecteer de grenzen van het bodem- en watersysteem

In de tweede plaats is het belangrijk dat we in onze ruimtelijke ordening opnieuw de grenzen van het bodem- en watersysteem leren respecteren. Op veel plekken in Nederland worden de gebruiksmogelijkheden van het bodem- en watersysteem ‘opgebruikt’. De ontwatering van diepe polders leidt er toe dat de hoger gelegen omgeving verdroogt en we steeds meer zoet water nodig hebben om de oprukkende verzilting buiten de deur te houden. Dat kan niet oneindig doorgaan, vooral niet omdat deze effecten worden versterkt door klimaatverandering en bodemdaling, en zoet water bovendien schaarser wordt.

Stedelijke ontwikkeling biedt in principe een mooie kans om deze negatieve trends in diepe polders te keren. Stedelijk gebied hoeft minder diep ontwaterd te worden dan landbouw en is minder afhankelijk van zoet water. Bovendien biedt het mogelijkheden voor extra waterberging. Realiseren van deze ambitie vereist (veelal) het verhogen van (grond)waterpeilen.

We zien in de praktijk echter vaak dat deze ambitie de uitvoering niet of maar ten dele haalt. Wat start met hoge ambities voor drijvend wonen of kruipruimteloos bouwen, eindigt vaak met traditionele methodes omdat we de extra kosten voor de wijze van bouwen of bouwrijp maken niet accepteren, of omdat bestaande functies in de weg zitten. Met alle gevolgen van dien.

Onze collectieve blinde blek roept de vraagt op wie verantwoordelijk is voor het systeem

Belangrijk is daarom dat we vanaf nu effecten op systeemniveau voorkomen door als harde uitgangspunten mee te nemen dat ontwikkelingen op de lange termijn niet mogen leiden tot (grond)waterstandsdaling, en moeten bijdragen aan het verminderen of stoppen van bodemdaling, verzilting en de afhankelijkheid van wateraanvoer.

Schaaleffect

Voor beide afwegingen geldt dat het effect van een enkele wijk op het systeem meestal klein is. Maar vanwege de schaal van de woningbouwopgave is de som van de effecten onacceptabel groot. Het is als het eten van een zak dropjes. Voor ieder dropje afzonderlijk kan je redeneren dat je er niet dik van wordt, maar na het leegeten van de hele zak gaat die redenering toch mank.

We zullen op zoek moeten naar een stand still-beginsel waarbij ook de som van de ontwikkelingen niet meer van het bodem- en watersysteem vraagt dan het in natuurlijke vorm biedt. Sterker nog, we moeten onze innovatiekracht en de geplande 900 miljard euro aan investeringen gebruiken om deze trends juist te keren, en klimaatbestendiger te worden dan we nu zijn.

Te dik

Rekening houden met deze langetermijneffecten op systeemniveau is nog niet geborgd in ons ruimtelijke ordeningsbeleid en in onze waterhuishoudkundige normen. Ook in het Masterplan en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het nieuwe dorp in de Zuidplaspolder worden deze effecten niet afdoende geadresseerd. Daar is deze locatie niet de enige in. Het is onze collectieve blinde blek. Dat roept de vraagt op wie verantwoordelijk is voor het systeem.

Uitgangspunten om langetermijnsysteemeffecten te voorkomen kunnen we goed een plek geven door de watertoets te rehabiliteren. Maar daarmee zijn we er nog niet. De gevolgen kunnen verstrekkend zijn omdat ze een werkelijke transitie vereisen naar het principe ‘functie volgt peil’. Dit betekent dat we echt niet meer overal kunnen bouwen omdat we de ruimte voor de toekomst moeten reserveren. Of dat we extra kosten moeten maken om de mogelijkheden niet uit te putten die het bodem- en watersysteem ons biedt.

Dit alles maakt eens te meer duidelijk hoe nodig het is dat er regie nodig is op systeemniveau en op de lange termijn. Dat vraagt om heldere kaders op Rijksniveau om flexibiliteit voor de toekomst en grenzen van het bodem- en watersysteem te bewaken, aangevuld met een uitwerking op regionaal niveau over hoe we ons landgebruik hierop afstemmen. Komt die regie er niet, dan eten we zakken vol dropjes leeg, om ons later vertwijfeld af te vragen hoe het toch komt dat we te dik zijn geworden.

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.

Cover: 'fields and meadows along dyke Hollandsche IJssel river with blue sky and whit clouds. The polder behind the dyke is named zuidplaspolder and the lowest area in the Netherlands with 21ft below sea' door Andre Muller (bron: Shutterstock)

Auteur

Alex Hekman
Alex Hekman

Business director Water bij Sweco

Bekijk alle artikelen