Pleintje aan het water in Alkmaar door Maekfoto (bron: Shutterstock)

Als een omgeving niet wordt gezien of gebruikt, bestaat hij niet

26 juni 2026

6 minuten

Persoonlijk Machiel van Dorst is hoogleraar Environmental Behaviour and Design aan de TU Delft en sinds 1 februari 2026 decaan van de Faculteit Bouwkunde. Hij onderzoekt de wisselwerking tussen omgeving, gedrag en stedenbouwkundig ontwerp. Volgens Van Dorst zouden mensen en hun behoeften veel meer centraal moeten staan. “Want uiteindelijk ontwerpen wij voor mensen. Inzicht in de universele menselijke behoeften is voor een sociaal duurzaam stedenbouwkundig of architectonisch ontwerp essentieel.”

U studeerde zowel Bouwkunde als Omgevingspsychologie. Waarom koos u destijds voor deze twee studies?

“Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het gedrag van mensen. Maar als jongen wilde ik ook altijd weten hoe gebouwen worden gemaakt. Met deze twee studies kon ik die interesses combineren. Er waren destijds maar weinig studenten die, net als ik, voor deze combinatie kozen. Het is nu niet eens meer mogelijk. Tijdens de opleiding Bouwkunde komen de sociale wetenschappen maar minimaal voor. Dat vind ik jammer.”

U pleit voor meer aandacht voor het sociale aspect?

“Absoluut. Want uiteindelijk ontwerpen wij vóór mensen. De omgeving is een gebruiksobject. De bekende Amerikaanse psycholoog James Gibson zei ooit: ‘Als een omgeving niet wordt gezien of gebruikt, bestaat hij niet.’ Dat is fascinerend. Het is gek dat wij de omgeving vaak niet als een gebruiksobject zien.”

Hoe komt dat?

“Vooral omdat wij vaak niet weten voor wie we ontwerpen. We hebben wellicht een profiel of een bepaald beeld. Als het bijvoorbeeld om huur gaat voor het hogere segment, kunnen wij grofweg een inschatting maken van wie daar zoal op afkomt. Maar we weten niet waaraan de bewoners werkelijk behoefte hebben. We maken iets voor het gemiddelde en hopen dat we daarbij het meeste gedrag ondersteunen. Bij stedenbouw is het nog veel complexer. Dan ontwerp je namelijk voor iedereen.”

Waarmee moeten ontwerpers bij stedenbouw in ieder geval rekening houden?

“Inzicht in de universele menselijke behoeften is voor een sociaal duurzaam stedenbouwkundig of architectonisch ontwerp essentieel. Het is voor ontwerpers belangrijk om te begrijpen dat alle mensen dezelfde basale behoeftes hebben. Gezondheid. Veiligheid. Die zijn het belangrijkst. Maar stedenbouwers en landschapsarchitecten moeten ook rekening houden met het feit dat hun doelgroep bestaat uit diverse mensen. Sommigen van hen zijn bijvoorbeeld slechtziend, anderen kind, of ouderen die problemen krijgen met het vinden van de weg en daardoor niet meer de deur uit durven en vereenzamen. Ga zo maar door.”

Dat klinkt als een lastige opgave…

“Dat is het ook. Maar het probleem is dat stedenbouwkundigen en architecten vaak niet goed naar bewoners en gebruikers luisteren. Een praktisch voorbeeld: in de architectuur zijn er bepaalde modes in hoe je bouwt. Sommige zaken zijn meer in de mode dan andere. Neem ramen in de voorgevel van het plafond tot aan de grond. Het is net alsof de straat zo bij mensen binnenkomt. Daar zit niemand op te wachten. Toch blijven architecten deze ramen in hun ontwerpen schetsen.”

U pleit voor de menselijke maat als inspiratiebron?

“Inderdaad. Hierbij zijn twee aspecten van belang. Ten eerste: leer het gedrag van mensen begrijpen. Begrijp dat zij het vervelend vinden wanneer de straat zo doorloopt in hun woonkamer. Ook is het goed om in te zien dat mensen controle willen over hun omgeving en veiligheid heel belangrijk vinden. Ten tweede: probeer manieren te vinden om toekomstige bewoners en gebruikers vanaf het begin af aan bij het ontwerp te betrekken. Dit is lastig omdat ontwerpers dan wel moeten weten wie die toekomstige bewoners en gebruikers zijn.”

Machiel van Dorst 2 -> Machiel van Dorst door TU Delft (bron: TU Delft)

‘Machiel van Dorst 2 -> Machiel van Dorst’ (bron: TU Delft)


Waarom is die betrokkenheid essentieel?

“Enerzijds krijgen mensen hierdoor het gevoel dat ze invloed en controle hebben over het ontwerp. Anderzijds begrijpen zij het ontwerp hierdoor beter en maken het zich meer eigen.”

Volgens u is een belangrijk kenmerk van een duurzame stad dat mensen een gevoel van controle over hun leven ervaren. Waarom?

“Dat heeft te maken met de basisbehoeftes van de mens. Wanneer je kijkt naar wat mensen het gelukkigst maakt, staan gezondheid en veiligheid voorop. Daarna komt interactie met de natuurlijke omgeving, oftewel het groen. Een ander belangrijk aspect is de sociale omgeving. Tot slot willen mensen controle hebben over alle voorgaande aspecten. Zij zijn gelukkiger als ze minimaal een gepercipieerde controle hebben.”

Op welke wijze kunnen ontwerpers bijdragen aan deze gepercipieerde controle?

“Geef mensen keuzes. Zorg er in een ontwerp bijvoorbeeld voor dat zij onveilige plekken - zoals een parkje in het donker - kunnen vermijden door hen een alternatief te bieden. Ook vinden mensen het prettig als zij enige controle hebben over de medegebruikers van hun omgeving. Onbekend maakt onbemind. Als ze weten wie er in hun complex, straat of buurt wonen, geeft dat een veilig(er) gevoel. Een buurt mag nooit anoniem worden. Dan nemen mensen geen verantwoordelijkheid meer. Je ziet dan al snel vervuiling, vandalisme, criminaliteit... Daarom moet in ieder ontwerp, groot of klein, rekening worden gehouden met ruimte voor verkeer en interactie.”

Winkelwagen in de struiken door Ronald Wilfred Jansen (bron: Shutterstock)

‘Winkelwagen in de struiken’ door Ronald Wilfred Jansen (bron: Shutterstock)


Wat bedoelt u precies met het hebben van controle over medegebruikers?

“Ik bedoel daarmee de controle die mensen hebben over de interactie met hun medemensen en de sociale controle die zij kunnen uitoefenen op straat.”

Hoe kunnen gebiedsontwikkelaars daar in een ontwikkeling rekening mee houden?

“Het besef dat zij iets ontwikkelen dat straks eigendom wordt van iemand anders is heel belangrijk. Het gaat erom dat bewoners een gevoel van eigenaarschap krijgen. Gebiedsontwikkelaars moeten zich beseffen dat die bewoner straks - en dat is het verschil tussen een huis en thuis - de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun omgeving. Eigenlijk dragen zij als het ware de controle over. Dat kan door in het ontwerp rekening te houden met privacy, maar juist ook met interactie, en het switchen tussen die twee.”

Kunt u dit toelichten?

“Het is goed om er in een ontwerp voor te zorgen dat er allerlei ruimtes en tussenruimtes zijn waar mensen elkaar zowel kunnen ontmoeten als vermijden. Bijvoorbeeld een portiek, een achterpad of een gemeenschappelijke binnentuin of een voortuintje. Dit zijn allemaal ruimtes die bijdragen aan het welzijn van mensen, omdat ze hen helpen bij die controle over hun sociale interactie.”

Omdat zij er zelf voor kunnen kiezen om zich terug te trekken of deel te nemen?

“Exact. Er is een heel simpele regel: er is meer sociale interactie in een straat met voortuintjes dan zonder. Dat is toch fascinerend? Dat komt omdat bewoners die tuintjes ervaren als een veilige tussenzone tussen openbaar en privé. Ze kunnen rustig hun voordeur opendoen en een praatje maken met de buren. Hierdoor voelen zij zich meer thuis in de straat. Maar als ze willen, kunnen ze ook zo weer hun huis ingaan. Het is enerzijds uitnodigend, maar tegelijkertijd vrijblijvend, ongedwongen.”

Die ongedwongenheid is belangrijk?

“Absoluut. Mensen hebben in hun woonomgeving behoefte aan sociale interactie, maar dan wel aan zwakke sociale interactie. Interactie is goed, maar het moet nooit te veel of dwingend worden. Het is voor gebiedsontwikkelaars, architecten en stedenbouwkundigen een hele uitdaging om de sociale interactie in een ontwerp goed te managen.”

Hoe kunnen zij dit goed managen?

People go where people are. Het is goed om sociale interactie te stimuleren. Laat mensen bijvoorbeeld langs ontmoetingsplekken lopen. Al is het alleen maar om even gedag te zeggen. Geef ze de mogelijkheid deel te nemen. Maar geef ze tegelijkertijd ook een uitweg. Het moet vrijblijvend blijven. Dat is écht essentieel. Als ze door zo'n ruimte heen móéten, wordt het ongemakkelijk. Dan moeten ze een smoesje bedenken of teruglopen. Als ontwerpers dit in hun ontwerp goed en doordacht uitwerken, creëren ze daarmee een basis voor sociale cohesie en samenredzaamheid.”

Wat bedoelt u met samenredzaamheid?

“Onze koning zei eens in een toespraak dat wij als mensen zelfredzaam moeten zijn. In mijn ogen is dit een fout begrip. Niemand is zelfredzaam. We zijn samenredzaam of zouden dat meer moeten zijn. Hoe je het ook wendt of keert: we hebben elkaar nodig. Zeker in buurten waar mensen een bepaalde zorgbehoefte hebben of een laag inkomen is samenredzaamheid belangrijk. Ik pleit er dan ook voor dat ontwerpers een manier vinden om omgevingen te creëren waar het normaler en logischer wordt om een hand uit te steken. Want die samenredzaamheid is wel de toekomst. Daar moeten we met elkaar echt meer voor doen.”


Dit artikel verscheen eerder in het magazine AMuse dat gebiedsontwikkelaar AM traditiegetrouw publiceert op de vastgoedbeurs PROVADA. Lees hier het hele magazine.


Cover: ‘Pleintje aan het water in Alkmaar’ door Maekfoto (bron: Shutterstock)


Denise Mosbach door Denise Mosbach (bron: LinkedIn)

Door Denise Mosbach

Journalist, schrijver, copywriter & personal trainer


Meest recent

Pleintje aan het water in Alkmaar door Maekfoto (bron: Shutterstock)

Als een omgeving niet wordt gezien of gebruikt, bestaat hij niet

Hoogleraar en decaan Machiel van Dorst onderzoekt de wisselwerking tussen omgeving, gedrag en stedenbouwkundig ontwerp. Hij vindt dat mensen en hun behoeften veel meer centraal moeten staan. “Want uiteindelijk ontwerpen wij voor mensen.”

Persoonlijk

26 juni 2026

Dit was de week van de nieuwe en verrassende verbindingen door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week van de nieuwe en verrassende verbindingen

Deze week werden er, ondanks de tropische temperaturen, nieuwe en soms verrassende verbindingen gemaakt. De gebouwde omgeving en klimaatwetenschap vonden elkaar, er is een samenspel in gezond München én er ontstond een verrassende samenwerking.

Weekoverzicht

25 juni 2026

Keilepand door Stadhouders (bron: Wikimedia Commons)

Te weinig geld, te weinig handen: geef de coöperatie een hoofdrol in onze buurten én samenleving

De coöperatie kan op een grotere schaal impact maken, betoogt Ruben Lentz. Ze wordt een serieus alternatief voor gangbare top-downpraktijken om gebieden integraal te ontwikkelen.

Analyse

25 juni 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op