Analyse Abdessamed Azarfane (Synchroon) schrijft over vertrouwen, verantwoordelijkheid en de tussenruimte van gebiedsontwikkeling. Hij keert terug naar de essentiële ‘waarom’-vraag. In een praktijk vol hardwerkende professionals, doet iedereen zijn of haar ding. Dat is evenwel niet genoeg. “Het collectieve resultaat blijkt geen simpele optelsom van individuele prestaties.”
Onlangs mocht ik voor Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling een lezing verzorgen over vertrouwen in gebiedsontwikkeling. Wat mij na afloop misschien nog wel het meest bijbleef, waren niet zozeer de positieve reacties uit de zaal. Het was vooral de collectieve herkenning die eruit sprak. Ontwikkelaars, ontwerpers, ambtenaren, adviseurs, corporaties: iedereen herkende iets van het ongemak dat ik probeerde te benoemen en waar ook zij in de dagelijkse praktijk tegenaan liepen. Dat vond ik opmerkelijk. Niet omdat vertrouwen een nieuw onderwerp is. We spreken er regelmatig over, in projecten, samenwerkingen, publicaties en congressen. Vertrouwen is al snel een terugkerend woord, zeker in een vak waarin opgaven complexer worden, doorlooptijden langer zijn en belangen vaker botsen. Maar misschien is dat precies wat mij aan het denken zette. Als het begrip zo vaak terugkomt en tegelijkertijd zo breed herkend wordt als gemis, raken we dan wel de kern van het vraagstuk?
De gesprekken na afloop vormden voor mij de aanleiding om mijn lezing uit te werken in dit essay. Niet als verslag van wat ik heb verteld, maar als poging om scherper te krijgen wat eronder ligt. Want misschien gaat het in gebiedsontwikkeling niet alleen over de vraag hoe we vertrouwen organiseren. Misschien gaat het eerst over de vraag waarom het geheel zo moeilijk ontstaat, terwijl alle onderdelen voor succesvolle gebiedsontwikkeling aanwezig lijken te zijn.
In gebiedsontwikkeling zijn we heel goed bezig geweest met het organiseren van het delen. We hebben rollen scherp gemaakt, verantwoordelijkheden afgebakend, processen ingericht, risico’s verdeeld en bevoegdheden vastgelegd. We hebben zelfs een geweldige Reiswijzer Gebiedsontwikkeling die ons wegwijs maakt in dit complexe speelveld. Iedereen weet steeds beter waar haar of zijn verantwoordelijkheid begint en eindigt. Dat heeft ons veel gebracht. Een vakgebied dat werkt met complexe opgaven, grote investeringen, publieke belangen en langjarige onzekerheden kan niet zonder heldere afspraken, zorgvuldige procedures en professionele rolverdeling. En toch bekruipt mij regelmatig het gevoel dat er iets ontbreekt. Alsof we het speelveld steeds verder optimaliseren, terwijl de samenwerking zelf niet vanzelfsprekend beter wordt. Alsof we rationeel alles steeds beter uit elkaar halen, maar daardoor minder goed in staat zijn om het weer bij elkaar te brengen.
Geen duidelijke eigenaar
Onze manier van werken suggereert dat we gebiedsontwikkeling nog te vaak benaderen als een optelsom. Beleid plus ontwikkeling. Ontwikkeling plus ontwerp. Ontwerp plus realisatie. Realisatie plus exploitatie. En dat alles aangevuld met businesscases, procedures, regelgeving, belangen, bezwaren, afspraken en kaders. Als iedere schakel zijn werk doet, zou het gewenste resultaat vanzelf moeten ontstaan. Dat klinkt logisch. Maar de praktijk laat iets anders zien.

‘Gebiedsontwikkeling als optelsom’ (bron: Abdessamed Azarfane)
Hoewel iedereen verantwoordelijk is voor een deel van het proces, lijkt de verantwoordelijkheid voor het geheel vaak geen duidelijke eigenaar te kennen. Dat is geen verwijt aan de betrokken individuele professionals. In vrijwel ieder project tref ik mensen die met overtuiging en vakmanschap hun werk doen. Ontwikkelaars sturen op haalbaarheid in relatie tot kwaliteit. Ontwerpers op ruimtelijke kwaliteit in relatie tot maakbaarheid. Gemeenten op publieke belangen in relatie tot (politieke) doelstellingen. Bouwers op uitvoerbaarheid en kwaliteit. Woningcorporaties op beschikbaarheid, betaalbaarheid en leefbaarheid in de buurten voor de lange termijn. Al die verantwoordelijkheden zijn legitiem en noodzakelijk.
Juist daar ontstaat de paradox. Wanneer iedereen zijn eigen deel optimaliseert, ontstaat het geheel nog niet vanzelf. Het collectieve resultaat blijkt geen simpele optelsom van individuele prestaties. Er is iets nodig dat tussen die prestaties in ligt. Iets dat niet vanzelf ontstaat vanuit een contract, planning of projectstructuur.

‘Verschillende belangen’ (bron: Abdessamed Azarfane)
Sterker nog, soms gaan de verschillende belangen zich gedragen alsof ze elkaars natuurlijke tegenpolen zijn. Dan ontstaat een gesprek waarin de ontwikkelaar de ontwerper verwijt geen oog te hebben voor de businesscase, terwijl de ontwerper ervaart dat financieel-economische logica de ruimtelijke kwaliteit verdringt. Een gesprek waarin beleid en uitvoering elkaar vooral ontmoeten in procedures, risico’s en verantwoordelijkheden. En waarin publieke en private partijen allebei zeggen het grotere belang te dienen, maar elkaar in de praktijk vooral langs hun eigen logica beoordelen.
Veel van deze beelden zijn diep in onze sector verankerd. De ontwikkelaar als iemand die vooral met geld bezig is. De ontwerper als ‘zweefkees,’ gevangen in zijn droombeeld van de wereld. De ambtenaar als beroepsbrombeer die vooral vertraagt. De bouwer als ‘kampioen versobert.’ We weten dat deze beelden te plat zijn. We lachen er soms om, herkennen ze als karikatuur en nemen er afstand van. Maar ondertussen beïnvloeden ze wel hoe wij naar elkaar kijken, vaak nog voordat het inhoudelijke gesprek begonnen is.
Het zijn oude verhalen in een nieuw systeem. En misschien zijn die verhalen niet de oorzaak van het probleem, maar wel een symptoom ervan. Ze laten zien dat het ons lang niet altijd lukt om elkaars rol te begrijpen vanuit het grotere geheel. We beoordelen elkaar dan niet vanuit de gezamenlijke opgave, maar vanuit de spanning die de ander oproept in onze eigen verantwoordelijkheid. Daarmee komt vertrouwen op een ingewikkelde plek terecht. We behandelen vertrouwen vaak alsof het een uitkomst is; iets dat verdiend moet worden nadat processen goed zijn verlopen, risico’s zijn beheerst en afspraken zijn nagekomen. Eerst organiseren we het proces. Daarna verdelen we verantwoordelijkheden. Vervolgens leggen we vast wie waarvoor aansprakelijk is. En als dat allemaal goed gaat, dan ontstaat er vertrouwen.
De terugvalreflex
Maar gebiedsontwikkeling verloopt zelden precies volgens plan. Marktomstandigheden veranderen. Bestuurlijke prioriteiten verschuiven. Nieuwe inzichten ontstaan. Een zorgvuldig opgebouwde businesscase blijkt opnieuw bekeken te moeten worden. De omgeving reageert anders dan verwacht. Een programma dat gisteren logisch was, blijkt morgen te wringen. Juist op die momenten wordt zichtbaar of samenwerking werkelijk bestaat.
Want wanneer de werkelijkheid afwijkt van het plan, is de reflex vaak om terug te vallen op datgene wat wél is vastgelegd: contracten, procedures, bevoegdheden, aansprakelijkheden en formele verantwoordelijkheden. Die zijn zeker nodig. Zonder afspraken, mandaat en spelregels wordt gebiedsontwikkeling stuurloos. Maar afspraken alléén kunnen een gezamenlijke opgave niet door de onzekerheid heen dragen.
Misschien moeten we vertrouwen daarom niet langer vooral zien als resultaat van samenwerking, maar als voorwaarde ervoor. Niet als iets dat pas ontstaat nadat alle risico’s zijn afgedekt, maar als iets wat nodig is om samen met onzekerheid om te kunnen gaan. Vertrouwen betekent dan niet dat de verschillen verdwijnen of dat zakelijkheid onbelangrijk wordt. Het betekent wel dat partijen elkaar blijven vasthouden wanneer het proces beweegt, de belangen verschuiven en de antwoorden nog niet vastliggen.
Vertrouwen zonder structuur wordt vrijblijvend, maar structuur zonder vertrouwen wordt defensief
Gaandeweg merk ik dat mijn aandacht steeds minder uitgaat naar de afzonderlijke partijen in gebiedsontwikkeling en steeds meer naar wat er tússen hen gebeurt. Er is veel tijd besteed aan het organiseren van rollen, verantwoordelijkheden en belangen, maar opvallend weinig aan de ruimte daartussen. Terwijl juist daar samenwerkingen vastlopen of onverwacht tot bloei komen. Dat zie je vaak op de momenten dat de werkelijkheid zich niet laat vangen in de afspraken die eerder zijn gemaakt: wanneer een ontwerp moet veranderen, een businesscase onder druk komt te staan of nieuwe inzichten om aanpassing vragen. Op papier blijft iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen deel, maar in de praktijk ontstaat dan een vraagstuk dat geen duidelijke eigenaar kent. Juist op dat soort momenten wordt zichtbaar of partijen tegenover elkaar blijven staan, of zich gezamenlijk eigenaar voelen van de opgave.
Tussenruimte van vertrouwen
Misschien is dat wel de meest onderschatte ruimte in ons vak. De ruimte tussen belangen, tussen organisaties, tussen disciplines en soms zelfs tussen overtuigingen. Niet de plek waar formele verantwoordelijkheden verdwijnen, maar de plek waar zij met elkaar in verbinding moeten worden gebracht. Waar mensen elkaar niet alleen ontmoeten als vertegenwoordiger van een organisatie, maar als deelnemers aan dezelfde opgave. Ik ben die ruimte gaan zien als de ‘tussenruimte van vertrouwen.’ Niet als een zachte laag om het harde proces heen, maar als de plek waar het harde en het zachte elkaar raken. Waar procedures en verbeeldingskracht elkaar nodig hebben. Waar mandaat en kwetsbaarheid samenkomen. Waar duidelijke afspraken niet tegenover vertrouwen staan, maar er juist betekenis door krijgen. Want vertrouwen zonder structuur wordt vrijblijvend, maar structuur zonder vertrouwen wordt defensief.

‘Tussenruimte van vertrouwen’ (bron: Abdessamed Azarfane)
In die tussenruimte ontstaat iets wat geen enkele partij zelfstandig kan organiseren: een gedeeld verlangen. Niet als abstract ideaal, maar als werkbare oriëntatie op het grotere geheel. Het verlangen om niet alleen het eigen belang goed te dienen, maar ook bij te dragen aan een uitkomst die meer is dan de som van de afzonderlijke posities. Dat vraagt iets van alle betrokkenen. Niet dat zij hun eigen belang loslaten, maar bereid zijn het eigen belang steeds opnieuw te verbinden met de gezamenlijke opgave. Niet dat zij hun professionele verantwoordelijkheid relativeren, maar erkennen dat die verantwoordelijkheid pas betekenis krijgt in samenhang met die van anderen. En niet dat zij vertrouwen blind vooropstellen, maar begrijpen dat gebiedsontwikkeling zonder vertrouwen uiteindelijk blijft steken in controle, afbakening en wederzijdse voorzichtigheid.
Misschien is dat uiteindelijk waar gebiedsontwikkeling werkelijk over gaat. Niet over woningen alleen. Niet over businesscases. Niet over procedures. En ook niet over vertrouwen als los begrip. Het gaat over onze bereidheid om steeds opnieuw verbinding te zoeken tussen al die afzonderlijke belangen, verantwoordelijkheden en perspectieven.
Het geheel waar we allemaal aan zeggen te werken, ontstaat niet binnen onze eigen organisaties, disciplines of belangen
Een betekenisvolle leefomgeving ontstaat niet doordat de delen netjes zijn georganiseerd. Zij ontstaat wanneer mensen bereid zijn zich te bewegen in de ruimte tussen die delen. Daar waar het schuurt. Daar waar belangen niet vanzelf samenvallen. Daar waar niemand het geheel alleen kan dragen, maar iedereen er wel verantwoordelijkheid voor heeft. De grote opgaven van deze tijd worden steeds complexer. Meer woningen, duurzamere wijken, gezondere leefomgevingen en een zorgvuldiger gebruik van de schaarse ruimte. We zullen daarvoor onze processen, systemen en organisaties blijven verbeteren. Maar misschien ligt een minstens zo belangrijke opgave ergens anders. Niet in het verder optimaliseren van onze eigen positie, maar in het versterken van de ruimte ertussen. Want uiteindelijk ontstaat het geheel waar we allemaal aan zeggen te werken niet binnen onze eigen organisaties, disciplines of belangen. Het ontstaat precies daar waar zij elkaar uiteindelijk ontmoeten.
Cover: ‘Ridderzaal Binnenhof en Hofvijver’ door saiko3p (bron: Shutterstock)







