Analyse Het adagium van netbeheerders – “u vraagt, wij draaien” – is aan vervanging toe. Want de samenleving vraagt te veel stroom en ook al draaien netbeheerders op volle toeren, de netcongestie haalt hen aan alle kanten in. Dat moet slimmer. En dat kan ook. Noord-Holland werkt aan een energiesysteem dat de ruggengraat van economie en woningbouw moet worden.
De zomerkrant is gepubliceerd!
Dit is een artikel uit de Gebiedsontwikkeling.nu Zomerkrant. In deze jubileumeditie van de Gebiedsontwikkeling.krant staat het twintigjarig jubileum van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling centraal. Bekijk hier alvast de complete digitale versie!
“In zijn algemeenheid wil je dat grote verbruikers zo dicht mogelijk bij energiebronnen staan of daar waar energie getransporteerd wordt,” stelt energieplanoloog Max Goessens van Alliander, het moederbedrijf van netbeheerder Liander. “Anders ben je onnodig enorme kabels aan het trekken.” Goessens werkt sinds een half jaar op de nog jonge afdeling energieplanologie. “Ik ben adviseur in Noord-Holland en ga vooral met provincies en regio’s in gesprek over hoe het energiesysteem van de toekomst eruit moet zien.” Duidelijk is dat dat energiesysteem vraagt om een forse koerswijziging. “We zitten nu heel erg in een modus van bouwen, bouwen, bouwen. Heel snel moeten er kabels de grond in en masten geplaatst, om maar te voldoen aan de groeiende elektriciteitsvraag,” vertelt Goessens.
“Enerzijds is dat supergoed, want in de energietransitie gaan we elektrificeren, wat meer vraagt van ons stroomnet. Toch vrees dat we oogkleppen ophebben. We zijn alleen bezig met: hier zijn aanvragen, daar moet aanbod naar toe. We zijn minder bezig met: is het wel logisch dat die vraag hier is en willen wij die vraag hier wel?” Intussen leiden toenemende vraag en aanbod op steeds meer plaatsen tot netcongestie: het krappe stroomnet raakt verstopt. Toch zit hier een voordeel aan: we kunnen van de nood een deugd maken. Of, zoals Cruijff het formuleerde: elk nadeel heb z'n voordeel. Goessens: “Het voordeel van congestie is dat we in een situatie zitten waarin simpelweg niet meer alles kan. Dat zet de deur open naar een dialoog: er moeten keuzes gemaakt worden.”
Mentale omslag
De provincie drukt als planologische hoofdrolspeler een duidelijke stempel op die keuzes. En de dialoog daarover voert Goessens onder andere met Nadav Haran, strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de provincie Noord-Holland. Haran: “De werelden van de infrastructuur van energieleveranciers en van de ruimtelijke ontwikkeling lagen tot voor kort erg ver van elkaar. Wij dachten: we gaan hier nieuwe woningbouw plegen en dan komt er energie naartoe. We gaan een nieuw bedrijventerrein aanleggen en de energie komt er wel. Zonder te vragen: is dat zo? Nou, blijkbaar is dat niet meer automatisch zo, gezien de congestie en de lange wachttijd voor ondernemingen. En gezien ook de behoefte aan geld en ruimte voor de nieuwe energie-infrastructuur.” Daarom is beter afstemmen tussen de werelden van het energienetwerk en van de economische ruimtelijke ontwikkeling nodig. Dat vraagt, aldus Haran, om “een culturele en mentale omslag.”
Het energienetwerk gaat mede bepalen waar de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden
Haran legt uit: “Bij elk nieuw infrastructuurproject dat dwars door het landschap of de natuur loopt, zijn er mensen die zeggen: ‘Dit moet. De netcongestie is zo urgent, alles moet opzij voor de vrije loop van de infrastructuur voor energie.’ En anderen die zeggen: ‘Ho ho, we zitten in een klein land met zoveel claims. Als we voor volgende generaties kwalitatief goede gebieden willen garanderen met ruimte voor natuur, moeten we kritisch zijn over nut en noodzaak van deze nieuwe infrastructuur en deze goed inpassen in de omgeving. En dat vraagt allesbehalve snelheid.’”
We zitten, kortom, in een transitieperiode. Waar nu nog het energieaanbod de vraag volgt, zal op termijn het omgekeerde het geval zijn, aldus Haran. “Het energienetwerk zal medebepalend zijn waar de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden.’ In haar laatste energievisie uit 2024, die een kaartje met twaalf energieknooppunten bevat, sorteert de provincie daarop voor. De knooppunten zullen landen in de omgevingsvisie, die nu in de maak is. “Deze energieknooppunten,” zo legt Haran uit, “zijn locaties waar het energieaanbod zodanig groot en gevarieerd is, dat wij toekomstige economische ontwikkelingen, maar ook woningbouw, daaraan willen koppelen in de komende decennia.”
Waterstof dominant
Bedrijven en woonwijken die zich in de toekomst nestelen in de buurt van energieknooppunten, mogen ervan uitgaan dat er voldoende energie is, aldus Haran. “Dat geldt ook voor toekomstige zware economische ontwikkelingen.” Voor het zover is, zal de provincie nog wel haar huiswerk moeten doen. “We willen per energieknooppunt het profiel verkennen: hoeveel energie is hier tot 2050 beschikbaar, welke soort energie is dat en hoe sluit dit aan bij de ruimtelijke economische plannen die we hebben? Als dat niet aansluit, moeten we kijken welke interventies nodig zijn zodat ze wél matchen en de vraag van energie goed aansluit bij het aanbod van de komende jaren.” In sommige knooppunten zal waterstof dominant zijn. “Dat nodigt een bepaald type bedrijvigheid uit dat meer van waterstof kan profiteren.”
Datacenters houden er natuurlijk helemaal geen rekening mee of dat voor het elektriciteitsnet kan
Op dit moment zijn alleen de grote lijnen duidelijk. Veel staat nog in de kinderschoenen, waarschuwt Haran. “Het zijn concepten die we langzamerhand handen en voeten geven en we leren al doende.” Zo hoopt de provincie mismatches tussen energie en ruimtelijke plannen bloot te leggen door een model uit de wereld van de mobiliteit aan te passen voor de context van energie. Ook bij mobiliteit is namelijk sprake van knooppunten. ‘Een openbaar vervoer-knooppunt is bijvoorbeeld een treinstation. Het model brengt in kaart hoe belangrijk die knooppunten zijn voor bereikbaarheid. Een knooppunt heeft een hoge bereikbaarheidswaarde als er veel intercity’s, metro’s, fietsvoorzieningen et cetera bij elkaar komen.” Na de zomer, verwacht Haran, ligt er een tool die aangeeft in welke mate de energieknooppunten en de ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar aansluiten.
Opkomst van datacenters
Volgens planoloog Goessens is het belangrijk dat de wereld van de ruimtelijke ordening het energiesysteem meeweegt als ontwerpvariabele. Op dezelfde manier als het principe van ‘water en bodem sturend’ nu wordt meegewogen. “Alleen zo kun je bepalen,” aldus Goessens, “wat de robuuste plekken zijn om economische groei naartoe te brengen, simpelweg omdat het systeem daar nog kan groeien?” Zorgelijk is in dat opzicht de komst van een aantal grote datacenters, die vooral op zoek zijn naar een gunstige plek. “Die houden er natuurlijk helemaal geen rekening mee of dat voor het elektriciteitsnet kan. En omdat we op dit moment simpelweg een aansluitplicht hebben, zullen we dat soort partijen gewoon moeten aansluiten.”
Sommige gebieden kunnen daardoor snel stuiten op de grenzen van hun capaciteit, wat zeer grote investeringen van TenneT en Liander nodig maakt. “Daar heb je maatschappelijk goede keuzes in te maken: hoe programmeer ik mijn ruimte? Welke activiteiten geef ik voorrang? Dat kunnen wij onvoldoende zelf doen, door de wet. Maar een provincie of gemeente kan wel sturen. Dat zijn exact het soort gesprekken die wij voeren met deze partijen, maar ook met het Rijk. Wij hebben de cijfers en kunnen aangeven welke ontwikkelingen we verwachten. Je kunt niet zomaar even een nieuw station erbij bouwen om te voorkomen dat je in een zware staat van congestie blijft. Dat is een enorme opgave tegen hoge maatschappelijke kosten. Daarom moet je slim programmeren en keuzes maken.”
Over de auteur
Harry Perrée is zelfstandig journalist en schrijft onder meer voor Binnenlands Bestuur.
Cover: ‘Windturbines in Noord-Holland’ door Hulshof pictures (bron: Shutterstock)







