platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Interview

Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling: “Blijf niet langer in sectorale hokjes denken”

Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling: “Blijf niet langer in sectorale hokjes denken”

20180605_TUDelft_BK_CoVerdaas_DSC2322.jpg

24 aug 2018 - INTERVIEW “Nieuwe opgaven vragen om een andere aanpak. Voorbij is de tijd waarin we dachten te kunnen bepalen waar mensen moesten wonen. Die dikke nota’s waarin iedereen iets van zijn gading terug wilde zien, komen nooit meer terug."

Dat zegt Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. “Maar het gaat ook om veel meer dan een optelsom van allerlei individuele wensen, dat is de essentie van het vak gebiedsontwikkeling. Als hoogleraar Gebiedsontwikkeling heb ik de taak om duurzame concepten te ontwikkelen voor stedelijke gebieden, met als doel: behoud en versterking van de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van de gebouwde omgeving. Dan gaat het om prangende opgaven zoals woningbouw, de landbouwstructuur, de energietransitie en de mobiliteit. Die opgaven hangen samen met andere maatschappelijke kwesties; we kunnen ze niet los zien van elkaar.” Zo formuleert Verdaas, die in mei Friso de Zeeuw opvolgde, even aimabel als vastberaden zijn taak. 

Dit voorjaar verscheen de Nationale Woonagenda. Bent u daar blij mee?

“Ten dele zeker. Er zijn in het verleden al zo ontzettend veel rapporten geschreven over de toekomst van de woningmarkt, dat je je kunt afvragen wat deze woonagenda nog kan toevoegen. Maar het is goed dat op bestuurlijk niveau wordt aangegeven wat er nodig is. Het revolverende fonds voor gebiedstransformatie vind ik een goed element. Je hebt investeringen nodig om kwaliteit te ontwikkelen. Want die kwaliteit, daar gaat het om!”

 De minister heeft aangegeven dat zij de regierol op zich wil nemen. Maar gemeenten en provincies moeten de klus klaren.

“Terecht: wonen is een grondrecht, en je kunt stellen dat dat grondrecht nu in een aantal regio’s wordt geschonden. Voor starters is het op steeds meer plaatsen vrijwel onmogelijk om een woning te vinden.
Ik hoop wel dat de minister haar regierol op de juiste wijze invult. Het gaat erom dat provincies en gemeenten worden gestimuleerd om door te pakken. Daarvoor moet inzichtelijk worden gemaakt waar je kunt ingrijpen. De aanjaagteams kunnen daarin een doorbraak forceren, en de regionale tafels kunnen elkaar helpen voor kennisuitwisseling. Ze hebben immers een gedeelde verantwoordelijkheid.”

 Er ligt een enorme bouwopgave: een miljoen woningen tot 2030. Hoe gaan we dat doen?

“Dat kan alleen als je het sectorale denken loslaat. De rode en groene contouren moeten we zo snel mogelijk vergeten, en we moeten niet langer in hokjes blijven denken. Om publieke waarden te realiseren, moet de overheid richting geven; marktpartijen schatten de risico’s en de mogelijkheden in. Die samenwerking is cruciaal. Een van de grote vraagstukken is de kwestie van de infrastructuur. Dan heb ik het niet alleen over mobiliteit en over wegen en spoorwegen. Het gaat dan ook om de digitale infrastructuur. Die wordt steeds belangrijker. Investeerders zullen daar ook oog voor moeten hebben.”

Dat kost veel geld. De projectontwikkelaars vragen een à twee miljard euro per jaar voor de ontwikkeling van de ‘randvoorwaardelijke voorzieningen’.

“Ja, en Aedes vraagt 50 miljard voor de verduurzaming van de corporatiewoningen. En zo kun je nog wel een paar bedragen noemen. De reële vraag is: hoe doen we dat met elkaar en hoe kunnen we slim schakelen tussen de diverse modaliteiten? Al die bedragen die worden genoemd, zijn berekend vanuit de huidige situatie, maar de techniek gaat razendsnel. Nieuwe ontwikkelingen zorgen ervoor dat de kosten sterk verlaagd kunnen worden. Daarom moet je ook niet alles vastleggen. Er moet in alle plannen ruimte zijn voor nieuwe ontwikkelingen.”

Tegelijkertijd moeten we wel dóór; ook met verduurzaming van de gebouwde omgeving.

“Zeker. Er zijn al veel experimenten op buurt- en woningniveau. De financiële middelen zijn overal het grote probleem. Én onbekendheid met processen, technieken en zaken als subsidies en regelingen. Mensen haken af omdat ze de weg niet weten. De echte ‘hick-ups’ zitten bij particulieren niet in de beperkte technische mogelijkheden, maar bij onbekendheid en onzekerheid. 

Ik zie ook op dat gebied een belangrijke taak voor mijn leerstoel weggelegd: onderzoeken waar experimenten goed werken en hoe we de juiste keuzes maken. Die kunnen vervolgens worden gedeeld en opgeschaald.

Voor duurzame gebiedsontwikkeling worden grote voorinvesteringen gedaan. De baten komen vervolgens ten goede aan de bewoners; huurders en eigenaren. Je moet goed nadenken over de vraag hoe je daar de juiste balans vindt. En over de vraag hoe dat zich verhoudt met de wet- en regelgeving. Want er mag nog zo veel niet!”

Wat is de belangrijkste oorzaak van de achterblijvende woningproductie?

“Voor een belangrijk deel heeft dat natuurlijk te maken met de inhaalslag die we moeten maken na jarenlang te weinig bouwen. Daar komt het personeelstekort bij. Tijdens de crisis hebben we er helemaal niet aan gedacht dat de markt weer zou aantrekken. Terwijl dat toch logisch was als je de geschiedenis erop naslaat. Maar we zijn het ook verleerd om na te denken over het langetermijnperspectief. Welke woningen met welke kwaliteit willen we bouwen voor onze inwoners? Daar moeten veel gemeenten nog mee beginnen. Gemeenten die daar al eerder mee begonnen, hebben nu een voorsprong.”

Dan moeten we de nieuwbouwproductie ook nog combineren met de energietransitie, zoals klimaatadaptief bouwen en aardgasloze nieuwbouw.

“Het begint met het creëren van toekomstwaarde. Duurzaamheid is daarvan een aspect. Mijn advies: stel een norm. Als de norm ‘aardgasloos’ is, dan moet je daarnaartoe werken. Maak je geen illusies: er zullen altijd protesten zijn. De transitie zal zeker niet rimpelloos verlopen, maar de norm moet helder zijn. Dat er een tussenfase is waarin het allemaal niet zo helder is, moeten we accepteren. Vergelijk het met roken in de trein. Toen de norm werd dat dit niet meer mocht, waren de protesten niet van de lucht. Nu kunnen we ons niet meer voorstellen dat dit ooit mocht.”

Hebben we subsidies nodig om de energietransitie te laten slagen? En moet de energiebelasting op gas echt omhoog?

“Dat denk ik wel. Collectieve middelen zijn onmisbaar, want er moeten prikkels zijn om de transitie mogelijk te maken. We zullen dus hier en daar moeten ‘bijplussen’. Ik denk ook dat mensen best inzien dat maatregelen onontkoombaar zijn. Als je een paar keer een decimeter water in je huis hebt gehad na een hevige regenbui, begrijp je heel goed dat er wat moet gebeuren. En dat je wellicht ook wat aan je eigen tuin moet doen. 

Van het aardgas af kan best sneller, maar het resultaat wordt bepaald door de kosten, het verwachte resultaat en de efficiency van de acties. Als nieuwe technieken op grote schaal worden toegepast, kunnen de kosten sneller omlaag en kan het tempo hoger worden. Maar dan hebben we pilotprojecten nodig. Subsidies kunnen behulpzaam zijn om die processen op gang te brengen.”

Hoe optimistisch bent u dat de energietransitie gaat slagen?

“Iedereen is het erover eens dat er iets moet gebeuren: vanwege Groningen, de eindigheid van fossiele brandstoffen, het klimaat, de geopolitieke situatie, et cetera. Ik ben zeker optimistisch. Ga maar na: zeven jaar geleden werd de energietransitie in geen enkel provinciaal coalitieakkoord als een urgent vraagstuk genoemd. Drie jaar geleden kwam het onderwerp in alle akkoorden voor. Anno 2018 zijn er op tal van plaatsen pilots en experimenten. De volgende stap is dat energieneutraal de norm wordt.

Dat geldt ook voor circulair bouwen. De noodzaak van hergebruik van grondstoffen wordt steeds groter. En ook daar hebben we nu nog onvoldoende zicht op. Wat werkt mee en wat werkt tegen? We moeten trouwens niet de illusie koesteren dat we elk gebied volledig circulair kunnen ontwikkelen.”

Energiebesparing begint met isolatie. Zijn de kosten daarvan zinvol bij heel slechte woningen? Kunnen we die niet beter slopen?

“Voor sommige woningen zal dat inderdaad de beste optie zijn. Dat moet je echt lokaal bekijken. Elke keer moet je jezelf de vraag stellen: waar is verduurzaming nodig en mogelijk? Het is belangrijk dat je de bewoners meeneemt in dat vraagstuk. Dat zal niet altijd lukken. Als je ervan overtuigd bent dat je de goede maatregelen neemt, zul je soms ook tegenstemmen moeten ‘overrulen’ omdat je een groter belang wilt dienen. Aan de andere kant: als je een woonblok wilt aanpakken waar veel 75-plussers naar tevredenheid wonen, kun je misschien ook besluiten om nog een jaar of wat te wachten.”

De babyboomers van nu wonen overwegend in royale eengezinswoningen. Die komen over 15 à 20 jaar in grote hoeveelheden vrij voor gezinsvormende huishoudens. Dreigt leegstand?

“De mensen die nu en eengezinswoning zoeken, hebben er niks aan dat er over 20 jaar veel woningen vrijkomen. Daarom moet je blijven nadenken over de bevolkingssamenstelling. Het is belangrijk om flexibel te bouwen, zodat je kunt inspelen op nieuwe gebruiksvormen.”

Gaat de Omgevingswet ons helpen?

“Dat geloof ik zeker. Belangrijke elementen van de wet zijn kortere doorloopprocedures en de mogelijkheid om sneller de richting te bepalen waarmee marktpartijen aan de slag kunnen. Maar de manier waarop de wet wordt geïmplementeerd, zal bepalend zijn. Over tien jaar zullen we het weten. Dan is de overgangstermijn voorbij en weten we beter wat de Omgevingswet ons heeft gebracht. 

De Omgevingswet vormt ook de basis voor de Nationale Omgevingsvisie. Ik hoop dat die niet al te dichtgetimmerd wordt, maar juist ruimte biedt voor flexibiliteit en nieuwe ontwikkelingen.”

Hoe ziet u de rol van de wetenschap bij al die vraagstukken?

“Fundamenteel is dat we kritisch reflecteren op al die aannames waarop ons land is ingericht. Er is nauwelijks discussie over de meest fundamentele uitgangspunten onder onze inrichting: mobiliteit is slecht en ruimte is schaars, punt. Maar er valt zoveel meer over te zeggen. De semi-autonome auto komt er. Wat betekent dat voor de aanleg van infrastructuur? En voor de gebiedsontwikkeling? Tal van andere opgaven vragen om ruimte, dan kom je er niet met alleen rode en groene contouren.

Iedereen moet accepteren dat alle aspecten van ruimtegebruik samenhangen, en dat die discussie niet het einde van de groene omgeving betekent. Bespreek de motieven voor verdere verdichting, en vergelijk Nederland niet met Londen of New York. Maar stel wél de vraag of er een grens is aan verdichting en hoe je die grens bepaalt. In hoeverre doe je nog recht aan behoeften voor groen, bereikbaarheid, voorzieningen, werk en sociale interactie als je nog verder gaat verdichten? Wellicht is de kracht van Nederland juist wel dat we een soort ‘parkstad’ hebben gecreëerd!”

Prof. dr. Co Verdaas (1966)

Studie:

1990 – studeerde af als planoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen

1996 – promoveerde tot doctor in de Beleidswetenschappen 

Loopbaan:

O.a. Afdeling Ontwikkeling van de gemeente Zwolle, Radboud Universiteit, manager bij woningcorporatie SWZ in Zwolle

2003 - 2006 lid Tweede Kamer (PvdA)

2007 - 2012 lid Gedeputeerde Staten provincie Gelderland

2012 staatssecretaris van Economische Zaken in het kabinet Rutte/Asscher

Heden – Adviesbureau Over Morgen, Lid van de Raad leefomgeving en infrastructuur en van de Mijnraad, hoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft.

Cover:  Marc Blommaert

Dit interview verscheen eerder in Vastgoed Adviseur augustus 2018

Auteur

Carola Peters
Carola Peters

Tekstschrijver bij VBO Makelaar

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte