Artikel
bouw hijskraan

De Bouwagenda als transmitter voor échte samenwerking

Interview met Majorie Jans en Hamit Karakus

Door Saskia Hinssen

4 sep 2017 - De transitie naar een circulaire economie vergt versnelling. En versnelling gedijt bij intensieve samenwerking. Dat vinden Majorie Jans, directeur van De Bouwcampus en Hamit Karakus, directeur van kennis- en netwerkorganisatie Platform31. Dat ze begin 2017 toetraden tot de coalitie van de Bouwagenda is dan ook geen toeval. Beide organisaties hebben grote ambities om écht samen te werken. Want alleen dan verwachten ze concrete doorbraken die de doelstellingen van de Bouwagenda verwezenlijken.

Welk doel streven jullie na binnen De Bouwagenda?

Majorie: “Wij willen innovatie en vernieuwing in de bouwsector versnellen door onder meer nieuwe vormen van samenwerking te stimuleren. Daarbij richten we ons vooral op de verduurzaming van onze infrastructuur, woningbouw en de gebouwde omgeving. We creëren dynamiek door alle betrokken partijen bij elkaar te brengen en concrete praktijkopgaven in co-creatie verder te brengen. De Bouwcampus wordt daarom ook wel het ‘werkatelier’ genoemd waar partijen samenkomen en creatieve ideeën vorm krijgen. Een soort werkplaats van vernieuwing dus.”

Hamit: “Voor Platform31 biedt De Bouwagenda de mogelijkheid om programma’s die al lopen rond grote maatschappelijke thema’s verder te brengen of op te schalen. Rond het thema wonen en zorg loopt bijvoorbeeld al een groot en langjarig programma dat we samen met onze netwerkpartners draaien. En rond het thema binnenstedelijk bouwen zien we interessante inhoudelijke aanknopingspunten met De Bouwagenda. Net als bij De Bouwcampus vormen maatschappelijke trends ook voor onze organisatie het vertrekpunt. Van daaruit verbinden wij onderzoek aan beleid en praktijk. Met de kennis die daaruit voortkomt verrijken wij ons partnernetwerk en vergroten we het lerend en innovatief vermogen van steden.”

Zowel De Bouwcampus als Platform31 werken aan een duurzamere inrichting van de leefomgeving: wat is volgens jullie nodig om doorbraken te forceren?

Majorie: “Om doorbraken te forceren, moeten we niet alleen op een andere manier gaan bouwen, maar ook de werkwijze en structuren van bedrijfsonderdelen of bedrijven in het geheel veranderen. Interessant is de vraag hoe snel de bouwketen zichzelf kan vernieuwen. Dat begint met het zien waarin andere partijen uitblinken. Door vaker en intensiever gebruik te maken van elkaars expertise, ontstaat ook meer inzicht in het complete systeem waarin ketenpartners gezamenlijk werken. Hierdoor ontstaan niet alleen energiezuinige oplossingen, maar zijn we ook in staat om structurele veranderingen in de hele bouwketen te realiseren. Daarnaast denk ik dat oplossingen vooral vanuit de praktijk moeten komen. Onze organisaties kunnen dit praktijkleren faciliteren met tal van activiteiten waarmee we kennis en netwerk bij elkaar kunnen brengen. Volgens mij is dat de kracht van onze organisaties: we gaan niet eerst bedenken welke procedures allemaal nodig zijn, maar kijken vanuit de praktijk welke aanpassingen wenselijk zijn. Pas daarna start het proces van opschalen.”

Hamit: “Dat denk ik ook. Om écht verschil te maken, is een groter bereik nodig en dus een groter netwerk. Willen we dat realiseren, dan ontkomen we er niet aan om nog veel intensiever samen te werken. Hoe meer partijen aanhaken op projecten die een betaalbare, betere en CO2-arme gebouwde omgeving zonder bouwafval beogen, des te succesvoller en vooral bruikbaarder de resultaten. Dit betekent overigens niet dat je alles zelf hoeft te doen. Bij Platform31 staan we hier pragmatisch in: kunnen we een onderzoeksvraag niet beantwoorden met de mensen in eigen huis, dan betrekken we kennispartners die dat wel kunnen. Om die reden werken we regelmatig samen met universiteiten en hogescholen of professionals uit onze flexibele schil. Daarnaast kijken we bij praktijkonderzoek altijd eerst of er al vergelijkend onderzoek is gedaan door andere partijen. Dat doen we ook omdat het kennislandschap op dit moment behoorlijk is versnipperd. Alleen al om die reden vind ik dat het organisaties als de onze zou sieren als we alle beschikbare kennis bundelen en vaker onze handen ineen slaan. Wat we hoe dan ook moeten voorkomen is dat er rendementsverlies optreedt, omdat organisaties dubbel werk doen.”

Welke uitdagingen zijn hierin vooral te overbruggen?

Majorie: “In een projectgedreven sector met dito businessmodellen is het de uitdaging om de zogeheten helicopterview vast te houden. Soms is het nodig dat kennisorganisaties hun vertrouwde businessmodellen of waardes uit het verleden loslaten.”

Hamit: “Dat zie je bijvoorbeeld bij onze eigen organisatie. Platform31 is vijf jaar geleden ontstaan uit een fusie van vier min of meer vergelijkbare organisaties. Belangrijkste is dat de buitenwereld de meerwaarde van onze type organisaties blijft zien. Want alleen dan wordt er optimaal gebruik gemaakt van kennis die we ontwikkelen en voorkomen we dat het wiel soms meerdere keren opnieuw wordt uitgevonden. Kortom: van elkaar weten waar we mee bezig zijn. Voor een deel is dat onze verantwoordelijkheid. Wij zouden de toegang tot onze kennis en ons netwerk makkelijker moeten maken voor anderen. Misschien wel via centraal loket voor kennis en netwerk, een Wikipedia voor stad en regio, waar partners kennis kunnen brengen én halen.”

Is dat jullie ideaalbeeld, een centraal loket voor kennis en netwerk? Wat is daar dan voor nodig?

Majorie: “Dat klinkt interessant. Als ik zo’n kennisloket koppel aan de roadmaps van De Bouwagenda, dan kan ik me zelfs voorstellen dat de aangesloten partijen rond bijvoorbeeld de verduurzaming van scholen, verplicht zijn om alle kennis hierover op deze plek te brengen en halen.”

Hamit: “Een kennisinfrastructuur waarbij professionals met een druk op de knop de meest recente onderzoeken en praktijkcasussen kunnen opvragen. Dat is een werkwijze waar ik wel enthousiast van word. Wij vinden het namelijk belangrijk én noodzakelijk dat kennis op een centrale plek beschikbaar wordt. Tegelijkertijd moeten we er wel voor zorgen dat zo’n datagestuurd loket goed functioneert en blijft functioneren. Dat is ongelofelijk kostbaar en daardoor erg lastig op te zetten. Hoewel kennisontwikkeling geld kost is het – naast het stimuleren van het bedrijfsleven – overigens wel een belangrijke taak van de overheid.”

Majorie: “En hoe houden we alle informatie levendig en actueel? Wat mij betreft zou het een loket moeten zijn waar we vooral ook kennis en ervaringen opnemen die overal in het land ontstaat en bestaat. Geen nieuw kennisinstituut maar bestaande organisaties die als een spin in het web bestaande kennis verbinden en op één plek ontsluiten. Dat we er niet alleen in opnemen wat goed gaat, maar ook de belemmeringen zichtbaar maken. Een loket dus waar zowel inhoudelijke als procesmatige informatie beschikbaar is over allerlei initiatieven in het land. Voor onze organisaties zie ik hierin wel een regierol.”

Hamit: “Wat ik nog zou willen toevoegen is de Europese dimensie. Relatief weinig partners zien momenteel het belang van kennisuitwisseling met Europese steden, terwijl daar enorm veel gebeurt. Ook andersom: Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen beschikken over de kennis en expertise die nationaal en internationaal kan bijdragen aan het oplossen van economische en maatschappelijke vraagstukken, zoals grondstoffenschaarste en klimaatverandering en vergrijzing. Door krachten te bundelen in een structurele samenwerking kan Nederland een nog grotere rol van betekenis spelen.”


Dit item verscheen eerder op Platform31.nl

Auteur:

Recente artikelen