Ben van der Meer door Corné Sparidaens (bron: Ben van der Meer)

De invloed van de energietransitie op de ruimtelijke inrichting

27 januari 2026

7 minuten

Analyse De energievoorziening van de toekomst heeft een grote invloed op de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dat wordt nu snel zichtbaar met onder meer de vele duizenden transformatorhuisjes die een plek krijgen – veelal in de openbare ruimte. Ben van der Meer, stadsbouwmeester in Groningen, vertelt hoe hij als kritische vriend dat proces vormgeeft. “Kunnen die huisjes niet wat mooier? Nee, dat kan dus niet meer.”

Van der Meer volgde begin 2024 samen met Michiel van Driessen Nathalie de Vries op als stadsbouwmeester van Groningen. “Tal van bijzondere landschapstypes komen hier bij elkaar, van de beekdalen tot en met de wierden. Daarmee komen veel aspecten en ambities in beeld: van de woningbouwopgave tot en met het principe van water en bodem sturend. Dat maakt het werken hier tot een interessante uitdaging.” Waar de grote landschappen het ene einde vormen van het continuüm van schaalniveaus, bevindt zich aan het andere einde een minstens even interessante opgave, ook voor Groningen: de inpassing van de nieuwe generatie energie-infrastructuur in de dagelijkse leefomgeving.

Hoe verloopt dat proces in de schaarse stedelijke ruimte, waar al zoveel andere claims om de voorrang strijden? “Dat is nog niet zo eenvoudig. Bijzonder genoeg is het voor deze gemeente niet ongewoon om de ruimtelijke kwaliteit voor een heel gebied goed te sturen, omdat Groningen een traditie heeft van actieve grondverwerving. Dat garandeert een stevige publieke invloed op de ontwikkelingen. Daarmee kan de gemeente bijvoorbeeld een gebiedsontwikkeling als De Suikerzijde – op het voormalige Suikerunie-terrein – heel effectief aansturen. Door het eigenaarschap is de gemeente in staat zich, samen met andere partijen en overheden, ervoor in te zetten dat daar bijvoorbeeld een nieuw treinstation wordt gebouwd. Op die manier loopt bijvoorbeeld de organisatie van mobiliteit vanaf het begin gelijk op met de gebiedstransformatie en de toevoeging van nieuwe stedelijke programma’s.”

Van goede wil

Hoe anders gaat dat bij die andere, veel kleinere stations: die voor de stroomvoorziening. Is Van der Meer ook tevreden met die transformatie? “Nee, we zijn daar heel ontevreden over. Op zich is de kwantitatieve opgave helder: er komen in Groningen 770 trafo’s bij en 14 middenstations. Ook is er sprake van een goede wil van de betrokken partijen om dit met elkaar tot een goed einde te brengen.” Maar tussen droom en daad staat vervolgens het nodige in de weg, aldus Van der Meer. Met name de snelheid waarmee de operatie moet worden gerealiseerd, speelt volgens hem een belangrijke rol.

Zo blijken er vaak aan de energiekant reeds allerlei beslissingen te zijn genomen, terwijl men aan de ruimtekant nog niet betrokken is

“Daarnaast speelt de schaarste aan deskundige mensen voor de uitvoering, zo is ons verteld. Deze schaarste leidt er in operationeel opzicht toe dat de netbeheerder ernaar streeft dat er zoveel mogelijk eenvormig en daardoor herhaalbaar moet worden gemaakt. Die eenvormigheid is essentieel om het tempo in de uitvoering te halen dat men nodig acht.’ Bovenal is er, anders dan vroeger, sprake van een mismatch tussen de werelden van het ruimtelijk domein en die van de energievoorziening. “Inhoudelijk komen die werelden lastig bij elkaar. Daarbij speelt de schaarste aan tijd een grote rol en daardoor een gebrek aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Zo blijken er vaak aan de energiekant reeds allerlei beslissingen te zijn genomen, terwijl men aan de ruimtekant nog niet betrokken is en daardoor de noodzakelijke samenwerking ontbreekt. Een inhoudelijke blik op de energieplannen komt dan altijd te laat, met veel frustratie tot gevolg.”

Machine rolt door

Van der Meer wijst erop dat de netbeheerders landelijk al 50.000 (!) nieuwe trafohuisjes hebben besteld. “Dat cruciale inkoopmoment is gepasseerd en toen zaten ontwerpers blijkbaar niet aan tafel. Het gevolg: zeer technisch ogende, uniforme en eigenlijk ronduit lelijke energiegebouwtjes voor heel Nederland – en dus ook Groningen. Bij de serie stadsgesprekken die in september in Groningen over de nieuwe omgevingsvisie werden gehouden, hoorden we het veel terug van inwoners. Zij vroegen: kunnen die huisjes niet wat mooier? Nee, dat kan dus niet meer. Niet omdat wij dat niet willen organiseren of ontwerpen, maar omdat ze al zijn besteld. Bovendien is er voor transformatorhuisjes geen vergunning nodig (voor de middenstations is dat wel het geval, red.), dus is sturing door de commissie ruimtelijke kwaliteit uitgesloten.”

Transformatorstation in een woonwijk door Canetti (bron: Shutterstock)

‘Transformatorstation in een woonwijk’ door Canetti (bron: Shutterstock)


“De netbeheerder geeft nog wel aan waar ze ongeveer komen in onze gemeente en vervolgens zet de onderaannemer ze op hun plek – dat is de aanbestedingsmachine die momenteel volop doorrolt. Dan zie je soms een kast neergezet worden op een plek waarvan wij vinden dat dit niet de goede oplossing is. Maar dan is er in het proces geen ruimte meer voor een goed gesprek en het delen van onze kritische blik, laat staan voor maatwerk per locatie.” En dat terwijl het wel degelijk kan, energiegebouwen met ruimtelijke kwaliteit realiseren. “Vanuit de historie kennen we daar prachtige voorbeelden van. Ze zijn zelfs aangewezen als rijksmonumenten, zoals een aan de zuidkant van de stad Groningen die gebouwd werd door gemeente-architect Siebe Jan Bouma. Recent is er ook een fraai relaishuis in Loppersum opgeleverd voor ProRail, met baksteenstrips. Heel simpel, maar iedereen blij – ook de omgeving die erbij werd betrokken. Maar ProRail heeft een andere opgave dan, in ons geval, Enexis.”

De netbeheerder bepaalt

In de stedelijke praktijk waarin de druk hoog is – ook maatschappelijk – om veel en snel te bouwen, blijkt het lastig om een dergelijke kwaliteit ook te realiseren, aldus Van der Meer: “Bij De Suikerzijde werd in het stedenbouwkundig plan opgenomen dat de energievoorziening inpandig – dus in de gebouwen zelf – zou worden opgelost. Technisch is dat ook goed mogelijk, maar het past blijkbaar niet in de aanpak van Enexis. We zien nu dat de netbeheerder dan toch kiest voor een uitpandige oplossing op wijkniveau, hetgeen afwijkt van het bindend stedenbouwkundig plan. Dan kun je dus nog zoveel afstemmen met stedenbouwkundige plannen, samenwerkingstafels of handreikingen: het gaat gebeuren zoals de netbeheerder het wil, zo lijkt het.” Voeg daarbij nog de algehele staat van het Nederlandse energienetwerk – ook in Groningen is sprake van netcongestie en kunnen huishoudens bijvoorbeeld niet van het gas af, ook al willen ze dat graag – en het is volgens Van der Meer duidelijk dat voor dit vraagstuk geen simpele antwoorden voor bestaan.

Om toch een poging te doen voor een mogelijke oplossingsrichting, wat zou er kunnen helpen? De Groningse stadsbouwmeester pleit – al hardop nadenkend – voor een aanpak op drie sporen, ieder met een eigen snelheid. “Het eerste, meest onrustige, spoor is het onderbrengen van de stroomvoorzieningen die nu gerealiseerd worden in een soort crisisaanpak. Ik denk echter dat we niet veel invloed meer op kunnen uitoefenen op wat er al op de planning staat, ook al blijven we ons best doen. Spoor twee betreft een iets rustiger en meer planbaar spoor, voor de generatie stroomhuisjes die de komende jaren er nog aan komt c.q. nog aanbesteed gaat worden. Daar moeten we nú ontwerpkracht op gaan inzetten. Ik denk bijvoorbeeld aan ontwerpwedstrijden met architecten en industriële vormgevers, die de standaard met en in opdracht van de netbeheerder ontwerpen.”

Werelden verbinden

Het derde en tevens meest rustige en best planbare spoor bestaat in de visie van Van der Meer uit het bij elkaar brengen van uiteenlopende, en op tijd samenwerkende, disciplines, voor de opgave ná 2028. “Juist daar moet je nú al over nadenken, maar dat kan in iets meer rust gebeuren. Ik heb niet voor niets al eens gepleit voor het aanstellen van een landelijke energie-bouwmeester. Iemand die de verbinding kan maken tussen al die verschillende werelden die met deze opgave te maken hebben. Een expert die weet hoe je energieplanologie koppelt aan ruimtelijke inrichting. En iemand ook die, als het nodig is, op tijd bijvoorbeeld de bestuurders van zowel energie als de ruimtelijke ordening gevraagd en ongevraagd advies kan geven, nog voordat alle cruciale beslissingen zijn genomen. Iemand met mandaat, die kan reflecteren, adviseren en inspireren.”

Trafo in Groningen door Kees de Graaf (bron: Kees de Graaf)

‘Trafo in Groningen’ (bron: Kees de Graaf)


Hij vat deze rol samen in het begrip critical friend: “Die term leerde ik van Wouter Veldhuis (voormalig Rijksadviseur en columnist op dit platform, red.). Een kritische vriend mag op jou commentaar geven, zonder dat het direct ontaardt in vijandelijkheden. Die rol past ons als bouwmeesters van nature goed. Dus een energiebouwmeester doet dat dan ook. Hoe kunnen we het op een volgende plek, op een volgend moment, beter doen? Dat zou mijn oproep aan de netbeheerders zijn: laten we die dialoog op tijd met elkaar oppakken, voor de aanpak van straks.”


Dit artikel, als weergave van het gesprek van Ben van der Meer met Esther Ledeboer van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, verscheen eerder op de website van de federatie.


Cover: ‘Ben van der Meer’ door Corné Sparidaens (bron: Ben van der Meer)


Federatie Ruimtelijke Kwaliteit door Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (bron: LinkedIn)

Door Federatie Ruimtelijke Kwaliteit

Bevorderen de schoonheid van onze gebouwde omgeving.


Meest recent

Ben van der Meer door Corné Sparidaens (bron: Ben van der Meer)

De invloed van de energietransitie op de ruimtelijke inrichting

De energievoorziening van de toekomst heeft een grote invloed op de ruimtelijke inrichting van Nederland. Ben van der Meer, stadsbouwmeester in Groningen, vertelt hoe hij als ‘kritische vriend’ dat proces in goede banen leidt.

Analyse

27 januari 2026

Strijp S hoogbouw in Eindhoven door Lea Rae (bron: Shutterstock)

Lange lijnen in tijd en ruimte, BNSP brengt de stand van de stedenbouw in beeld

Hoe staat de stedenbouw ervoor? Op 30 januari verschijnt het vuistdikke jubileumboek van de BNSP, ruim 1.200 pagina’s met projecten van de leden. Voorzitter Eric van der Kooij vertelt over hoe de vereniging aan de weg timmert.

Interview

26 januari 2026

Vrouw wandelend in boslandschap van Hoekelum in Ede door INTREEGUE Photography (bron: Shutterstock)

Tussenbalans Regio Deals: van projectenmachine naar blijvende publieke waarde

Ralph Kohlmann destilleert de nodige lessen uit de aanpak van de Regio Deals, zowel voor de betrokkenen als voor de Rijksoverheid. Met bijzondere aandacht voor de driehoek van maatschappelijke waarde, capaciteit & organisatie en legitimiteit.

Uitgelicht
Analyse

26 januari 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op