platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

‘De klap komt later’. Over het vertraagde effect van COVID-19 op institutioneel racisme en segregatie.

‘De klap komt later’. Over het vertraagde effect van COVID-19 op institutioneel racisme en segregatie.

Black Lives Matter protest - Pixabay

17 jun 2020 - De protesten na de dood van George Floyd hebben het debat over racisme en segregatie in Amerikaanse steden doen oplaaien. Reinout Kleinhans, Universitair Hoofddocent Stedelijke Vernieuwing aan de TU Delft, vraagt zich af in hoeverre de ongelijkheid in Amerikaanse steden van toepassing is op de Europese situatie. En: “Hoewel de coronacrisis de discussie over segregatie en institutioneel racisme nu aanwakkert, moeten we vrezen dat sommige effecten van COVID-19 op segregatie pas op langere termijn zichtbaar worden.”

Dat Amerikaanse steden sterk gesegregeerd zijn, wisten we al lang. De recente anti-racismeprotesten en rellen onderstrepen op pijnlijke wijze hoe COVID-19 de alsmaar groeiende sociaaleconomische ongelijkheid, segregatie en elite-gedreven stedelijke ontwikkeling uitvergroot. Momenteel gaat de aandacht vooral uit naar de acute economische schade van de crisis. Hoe staat het met segregatie in Europese steden? En op welke wijze beïnvloedt COVID-19 op langere termijn de segregatie?

Verschillen nemen toe

In de New York Times schreef journaliste Emily Badger een artikel over de veranderende geografie van sociale ongelijkheid en protesten in Amerikaanse steden. Daarin constateert ze dat veel factoren die ten grondslag liggen aan demonstraties en rellen, niet wezenlijk veranderd zijn in de afgelopen 60 jaar. Structurele armoede, inkomenssegregatie en criminaliteit waren van oudsher zichtbaar in de arme zwarte buurten waarin de overheid maar weinig investeert. De laatste decennia zijn de verschillen nog pregnanter geworden door toenemende marktinvesteringen in binnensteden. Booming downtowns worden steeds meer het ‘speelveld’ van hoog opgeleide professionals met een hoog inkomen en een dito bestedingspatroon. Dit heeft geleid tot een forse groei van het wealth work, oftewel laagopgeleide en laagbetaalde banen die bestaan bij de gratie van de rijkdom van de stedelijke upperclass.

Juist in deze banen (schoonmakers, barista’s, conciërges) zijn laagopgeleide zwarte Amerikanen oververtegenwoordigd en vallen door Covid-19 de grootste klappen. Badger haalt in haar artikel Lester Spence aan, een politicoloog van de Johns Hopkins University. Spence stelt dat in de grote steden de politie het middel is om de arme onderklasse onder controle houden. Dit om te voorkomen dat ze een bedreiging vormen voor de ‘elite-gedreven’ economische ontwikkeling. George Floyd was zijn baan als beveiliger bij een nachtclub net kwijtgeraakt toen hij door politiegeweld om het leven kwam.

Elite-gedreven ontwikkeling

De daaropvolgende golf van protesten, die aanvankelijk ook gepaard gingen met rellen, is inmiddels overgeslagen naar veel Europese steden. Waar de politieke discussie in Nederland vooral gaat over het besmettingsgevaar van demonstraties, horen we onder de demonstranten vooral #BlackLivesMatter en de term ‘institutioneel racisme’. Vooral die laatste term is interessant. Die verwijst in dit verband vooral naar ineffectiviteit van de Amerikaanse politie om met diversiteit om te gaan, maar ook naar de ‘elite-gedreven’ stedelijke economische ontwikkeling die zwarte Amerikanen consequent uitsluit.

Zo bezien zou je segregatie kunnen beschouwen als een probleem dat door de meest welvarende bevolkingsgroepen veroorzaakt wordt.

Dat de protesten de Atlantische Oceaan overgestoken zijn, roept de vraag op of de situatie in Europese steden net zo uit de hand zou kunnen lopen als in Amerika. Een niet denkbeeldig scenario, gezien de rellen in Londen, Parijs en Stockholm in de afgelopen 15 jaar. De gilets jaunes, de gele hesjes, die symbool staan voor de tegenstelling tussen gewone burgers die met moeite de eindjes aan elkaar knopen en multinationals die belastingvrijstellingen genieten, zijn nog lang niet in de klerenkast verdwenen.

Segregatie in Europese steden

Laten we allereerst kijken naar de mate van structurele ongelijkheid en sociaalruimtelijke segregatie in Europese steden. Een aanknopingspunt hiervoor is een internationaal vergelijkende studie, waarvan de Delftse hoogleraar Maarten van Ham een van de auteurs is. Op basis van onderzoek in 13 Europese hoofdsteden concluderen de auteurs in 2016 dat de mate van sociaaleconomische segregatie nog relatief bescheiden is in vergelijking tot andere delen van de wereld.

Het slechte nieuws is dat de segregatie wel in een gestaag tempo toeneemt. Een direct gevolg van globalisering, fundamentele veranderingen in economische structuur en arbeidsmarkt (onder andere flexwerk), neoliberale politiek en slinkende investeringen in de sociale huursector. Bijgevolg wordt de ruimtelijke scheiding tussen arm en rijk steeds groter. De auteurs wijzen er fijntjes op dat rijke Europeanen meer geconcentreerd en gesegregeerd wonen dan de lage inkomensgroepen. Zo bezien zou je segregatie kunnen beschouwen als een probleem dat door de meest welvarende bevolkingsgroepen veroorzaakt wordt. Dit perspectief vinden we terug bij de Occupy beweging en We are the 99 percent.

Institutioneel racisme

En toen kwam de coronacrisis. Aanvankelijk werd COVID-19 nog neergezet als een great equalizer omdat iedereen, ongeacht achtergrond of sociale positie, ziek kan worden. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat juist de gemarginaliseerde groepen onevenredig hard getroffen worden. Helaas proberen vooraanstaande politici daar een politiek slaatje uit te slaan. Als je de dood van George Floyd in de context van de ‘elite-gedreven’ stedelijke ontwikkeling plaatst, wekt het geen verbazing dat de term ‘institutioneel racisme’ momenteel zo veel gebezigd wordt. In de basis zijn instituties niet meer dan afspraken en beperkingen die door (groepen) mensen ontworpen zijn en sterk van invloed op hun sociaal, economisch en politiek gedrag. Als de inrichting van economie, werkgelegenheid, huisvesting en scholing leidt tot onbedoelde of bedoelde uitkomsten die bevolkingsgroepen met een migratie-achtergrond benadelen, dan is er sprake van institutioneel racisme.

“Sturen op inkomen in woonruimteverdeling betekent vaak impliciet sturen op instroom naar migratie-achtergrond.”

Helaas is ook segregatie een vorm van institutioneel racisme die voor de laagste inkomensgroepen met een migratie-achtergrond desastreus uit kan pakken in combinatie met COVID-19. Het probleem van instituties is dat ze gepaard gaan met ingesleten gedragspatronen, impliciete veronderstellingen of vooroordelen en weinig ‘rek in de regels’. Sturen op inkomen in woonruimteverdeling betekent vaak impliciet sturen op instroom naar migratie-achtergrond. Als instituties eenmaal gevestigd zijn, is het lastig om de koers te verleggen. Mensen zijn gewoontedieren. Als individu is stoppen met roken al moeilijk genoeg. Het veranderen van ingesleten denk- en werkwijzen binnen instituties hangt sterk af van de mate waarin alle betrokken willen meebewegen.

Lange termijn effect

In Europa proberen overheden, woningcorporaties, ontwikkelaars en andere partijen al decennia lang segregatie en kansarmoede te bestrijden door middel van vooral fysieke stedelijke vernieuwing. Helaas laat onderzoek keer op keer zien dat er weinig verandert of dat sociale mobiliteit van bewoners niet wordt beïnvloed. Het laat zien hoe ingesleten denkpatronen elke keer weer leiden tot de claim dat we kansarmoede kunnen bestrijden met stevige investeringen in woongebieden en dat sociale menging hierbij gaat helpen. Uiteindelijk is toenemende segregatie toch vooral de ruimtelijke uitsortering van de ‘winnaars’ en ‘verliezers’ van globalisering, een flexibeler wordende arbeidsmarkt en hardnekkige neoliberale economische mechanismen. Daardoor kan lokaal gerichte stedelijke vernieuwing, naast kwaliteitsverbetering van woongebieden, meestal weinig anders uitrichten dan het verminderen van concentraties van kansarmoede en het faciliteren van wooncarrières voor sociale stijgers.

Hoewel de coronacrisis de discussie over segregatie en institutioneel racisme nu aanwakkert, moeten we vrezen dat sommige effecten van COVID-19 op segregatie pas op langere termijn zichtbaar worden. Ten eerste steken overheden nu gigantische bedragen in het behoud van werkgelegenheid en het overeind houden van bedrijven. Hoe noodzakelijk ook, het risico is dat dit straks investeringscapaciteit wegtrekt uit domeinen die de onderliggers vormen van segregatie of de uitwassen daarvan kunnen bestrijden, zoals onderwijs, huisvesting en veiligheid. Onder gemeenten en woningcorporaties zien we dat die capaciteit al voor COVID-19 zwaar onder druk stond.

“Als we segregatie echt willen aanpakken, moeten we de economie heel anders inrichten.”

Ten tweede zijn er grote zorgen over toenemende onderwijsachterstanden van kinderen uit kansarme gezinnen, veelal met een migratie-achtergrond. Zo rapporteerden veel basisscholen dat ze tijdens de lockdown veel kinderen uit het oog verloren omdat hun ouders niet reageerden op contactverzoeken. Te vrezen valt dat deze kinderen door gebrek aan effectieve (ouderlijke) ondersteuning, rustige werkplekken en computerfaciliteiten weinig of inadequaat online onderwijs hebben gehad, waardoor hun achterstand verder is opgelopen. Via de vicieuze cirkel van segregatie zou dit kunnen uitmonden in een gebrek aan een startkwalificatie of lagere opleiding, een slechtere positie op de arbeidsmarkt, een laag inkomen en dientengevolge ook minder kansen op de woningmarkt. Langs deze weg leidt COVID-19 tot een versterking van de segregatie en worden moeizaam verworven baten van integrale stedelijke vernieuwing, zoals het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, mogelijk deels teniet gedaan. Ondertussen helpt het niet dat bepaalde vormen van impliciet institutioneel racisme, zoals vroegtijdige basisschoolinschrijvingen door welvarende ouders, de al toenemende segregatie in het onderwijs in stand houden.

Ten slotte nog een opmerking over de door velen diep gekoesterde wens dat het dagelijkse leven zo snel mogelijk ‘normaliseert’. Terwijl deze wens vanuit menselijk oogpunt goed te begrijpen is, herbergt ze een groot risico op terugvallen in ingesleten denk- en werkwijzen. Met als consequentie dat we over vijf of tien jaar zullen constateren dat de sociale kloof in Europese steden alleen maar groter is geworden.

Als we segregatie echt willen aanpakken, moeten we de economie heel anders inrichten. Zo maakt Thomas Piketty vrienden en vijanden met zijn pleidooi voor veel hogere belastingen op vermogen. In het door mannen gedomineerde bolwerk van de economie stellen Mariana Mazzucato, Carlota Perez, Stephanie Kelton, Esther Duflo en Kate Raworth de status quo nu fundamenteel ter discussie. Zij staan voor smart green growth, een sterkere, ondernemende overheid, herwaardering van de publieke sector, regulering om de uitwassen van het neoliberalisme, zoals belastingontduiking, in te dammen, en een andere benadering van de begrippen waarde, schulden en (begrotings)tekorten. Aan Winston Churchill danken we de gevleugelde uitspraak ‘never waste a good crisis’. De ironie wil dat juist zijn standbeeld door demonstranten beklad werd met de term racist. Toch lijkt door COVID-19 nu het moment aangebroken om dingen anders te doen. Ik hoop op veel moed en weinig gemakzucht. 

Cover: Pixabay

Auteur

Reinout Kleinhans
Reinout Kleinhans

Universitair Hoofddocent Stedelijke Vernieuwing, Faculteit Bouwkunde, TU Delft

Bekijk alle artikelen