platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Interview

De psychologie van de duurzaamheid

De psychologie van de duurzaamheid

Interview met Linda Steg

9 jul 2013 - Het huis van de toekomst draait op energie van zon en wind. Maar wat vinden de bewoners er van als wasmachine en vaatwasser pas gaan draaien als het waait of de koperen ploert achter de wolken vandaan komt? Hoogleraar omgevingspsychologie Linda Steg zoekt het antwoord op die vraag. "Mensen moeten die technologie wel in huis willen hebben."

Zon en wind krijgen een belangrijke rol in onze huishouding. Steenkool, olie en in mindere mate gas wijken geleidelijk als voornaamste energiebronnen, omdat de voorraden ervan slinken en bij verbranding hun uitstoot het milieu schaadt.
Die overgang vraagt huishoudens om een bedachtzamer omgang met energie. Zon en wind zijn er niet altijd. Misschien mag de wasmachine pas draaien juist als het hard waait of de zon uitbundig straalt. Wellicht neemt zelfs een ’slim’ systeem de regie over onze huishoudelijke apparatuur.

Beide opties grijpen stevig in op onze leefwijze. Linda Steg, hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en verbonden aan de Energy Academy Europe, bestudeert hoe de mensen tot duurzaam gedrag zijn te bewegen. “Hoe het energiesysteem zich precies uitkristalliseert, weten we nog niet”, zegt zij. “De experts zijn het er wel over eens dat het er heel anders uit komt te zien in de nabije toekomst.We schakelen niet alleen over op duurzame bronnen, maar die worden waarschijnlijk ook veel meer decentraal ingezet. Dat leidt tot een heel ander systeem. Ik denk dat mensen daar nog weinig bij stil staan. Ze zijn gewend dat als je de stekker in het stopcontact doet, er stroom uitkomt. Dat is zo vanzelfsprekend. Maar we praten over heel andere omstandigheden. Er is echter nog nauwelijks ervaring mee opgedaan.”
Terwijl het onderzoek naar de rol van de mensen in het toekomstige energiesysteem nog in de kinderschoenen staat, wordt de technologische kant uiten- te-na bestudeerd. Zo wordt op veel plaatsen geëxperimenteerd met smart grids. Een dergelijk energiesysteem verzorgt de distributie van gas, elektriciteit en warmte van de producent naar de gebruiker. Daarbij is doorgaans sprake van lokale energieopwekking met windmolens en zonnepanelen. Het netwerk heeft een meet- en regelsysteem dat vraag en aanbod afstemt. Een toonbeeld van dit vernuft is Powermatching City, een experiment met een kleine wijk in Hoogkerk.

Steg benadrukt het nut van zulke projecten, maar beziet ze ook met een vleugje scepsis. “Dat het met technologie allemaal vanzelf gaat, is te gemakkelijk gedacht”, zegt de hoogleraar. “Mensen moeten die technologie wel in huis willen hebben. Van een koelkast kan ik me voorstellen dat het ze niet veel uitmaakt dat die een uurtje later aanslaat, als hij maar koel blijft. Maar dat je kleren in de wasmachine doet zonder te weten wanneer ze schoon zijn, dat is een ander verhaal. Je ontneemt mensen de controle over een deel van hun leven. Accepteren ze dat wel? Welke eisen stellen ze aan dit soort systemen? Big Brother is watching you.”

“De meeste experimenten met smart grids zijn kleinschalig. De deelnemers zijn waarschijnlijk sterk gemotiveerde, vaak deskundige mensen. Dat is een ander verhaal dan wanneer je er een hele populatie aan wilt hebben. De volgorde is verkeerd. Eerst wordt de technologie ontwikkeld en vervolgens wordt die aan de man gebracht. Eigenlijk moet je bij de ontwikkeling van de techniek direct rekening houden met de eisen van de gebruikers. Je kunt wel een heel duurzaam systeem in milieutermen hebben – bijvoorbeeld met heel kleine huizen en veel minder autogebruik – maar als mensen daar doodongelukkig van worden, is het niet duurzaam in brede zin.”

Helpt een financiële prikkel voor gedragsverandering?
“Niet altijd, de effecten van geldprikkels worden overschat. Je moet ook de normatieve route volgen. Je moet mensen uitleggen dat ze iets kunnen doen dat goed is, dat het milieu helpt. Uit onderzoek blijkt dat je per gedragsverandering misschien een paar dubbeltjes bespaart. Daar moet je allemaal dingen voor doen en laten. Als mensen een kosten-batenanalyse maken, zeggen ze al gauw: voor die paar euro ga ik niet zo moeilijk doen. Terwijl bij milieuoverwegingen een kleine besparing al gauw een goed gevoel geeft, ongeveer net zo als wanneer je een dakloze wat geld geeft. Er wordt vaak gesteld dat je niet met je vingertje moet wijzen. Maar dat is een uiterste. Er zijn ook andere mogelijkheden om burgers bewust te maken van de effecten van hun gedrag. Als we naar een meer lokale energievoorziening gaan, wordt dat besef vanzelf ook groter, denk ik. Mensen die zonnepanelen op het dak hebben, kijken doorgaans ook echt naar hun meters wat er gebeurt. Die krijgen een heel andere houding ten opzichte van energieverbruik. Tenminste, dat is een hypothese. Het moet nog worden aangetoond.”

Hoe kun je een inschatting maken van de reacties op grootschalige invoering?
“Wij testen nu in een psychologisch lab een aantal basisprincipes. Wat vinden mensen belangrijk? Vinden ze het fijn dat zo’n slim systeem hen ontzorgt, of ervaren ze het als hinderlijke controle? Daarnaast moet je grootschaliger veldstudies doen. Dat je een hele wijk ervaring laat opdoen, zonder een groep te selecteren. Daarom willen we in het lab al wat voorbereidend werk doen. Zodat we bij een veldstudie al weten wat voor techniek enige kans van slagen heeft. We gaan nu op grotere schaal onderzoek doen in Utrecht en Amersfoort, in het project Smart grid: Rendement voor iedereen.”

Een schoon, doelmatig en betaalbaar energiesysteem brengt niet alleen veranderingen in de huishouding, maar ook in de omgeving. De energiesector klaagt over het wantrouwen bij mensen die zich verzetten tegen allerlei installaties, bijvoorbeeld de ondergrondse opslag van CO2 of van windmolens. Waar komt dat vandaan?
“Ik vermoed dat ze vaak te laat zijn betrokken bij de plannen. Dat geeft het gevoel iets opgedrongen te krijgen. Zo van: Wij worden opgescheept met de risico’s, maar krijgen er niets voor terug. De energiesector moet uitgaan van tweerichtingsverkeer. Ze moeten bereid zijn hun ideeën goed uit te leggen, serieus te luisteren naar de reacties en hun plannen zo nodig aan te passen. Je moet mensen niets door de strot duwen.”

Infrastructuur voor de energievoorziening is toch onvermijdelijk?
“Voor duurzaamheid gaan we steeds uit van het huidig energieverbruik. Misschien zeggen mensen wel: als de productie van energie gepaard gaat met zo veel geld, moeite en risico’s, gaan we liever minder verbruiken.We gaan de huizen beter isoleren en minder warm douchen. Er zit veel meer flexibiliteit in de mogelijkheden dan meestal wordt aangenomen. Overigens wordt het verzet vaak overschat. Vooral tegenstanders mobiliseren zich, voorstanders veel minder. En de media storten zich altijd op de tegenstanders.”

Denkt u dat door de aardbevingen in Noord-Groningen het wantrouwen tegen de energiesector groeit?

“Ik vind dat veel inwoners heel genuanceerd reageren. Zo van: we weten dat het gas nodig is, maar er moet wel iets gebeuren. Je moet de mensen het gevoel geven dat er naar hen wordt geluisterd en dat je actie onderneemt om hun zorgen weg te nemen. Gebeurt dat niet, dan gaan alle signalen op rood. Het is van minister Kamp niet slim geweest dat hij zei: we gaan hoe dan ook voorlopig door met gaswinning. Dan neem je de betrokkenen niet serieus. Hij had de ruimte moeten open laten om wel te minderen. In december, na al die onderzoeken die hij heeft aangekondigd, weten we nog niets zeker. Hooguit worden de marges van de zekerheid wat kleiner. Wat je moet onderzoeken is: wat maakt mensen zo bezorgd en hoe kan ik zorgen dat ze beter in hun vel komen te zitten?”

Je praat bij de gaswinning over miljarden inkomsten voor het Rijk. “Het is ook een probleem. De minister moet een afweging maken, maar de indruk bestaat dat hij dat al had gedaan voor hij naar Groningen kwam. Met die zak geld met 100 miljoen is de rust niet terug. Alleen afkopen is waarschijnlijk niet voldoende. Het doet denken aan renovatieprojecten in oude wijken. Bewoners wordt dan gevraagd hun woning tijdelijk te verlaten voor een opknapbeurt. Dan komen ze in opstand terwijl ze hun huis helemaal vernieuwd terugkrijgen. Maar ze zijn aan hun plek gehecht. Ze hebben daar hun roots en vangnet. Die gevoelens kun je niet zo maar afkopen. Ik kan me voorstellen dat mensen in Noord-Groningen denken: elke keer weer schade, elke keer weer vergoeding, elke keer weer werklui over de vloer - dat is niet echt een prettig perspectief.”

De psychologie van de duurzaamheid - Afbeelding 1

Paspoort

Naam: prof. dr. E.M. (Linda) Steg
Geboortedatum/plaats: 21-2-1965, Ravenswoud
Opleiding: pedagogiek, RUG en promotie in de psychologische, pedagogische en sociologische wetenschappen
Functie: hoogleraar omgevingspsychologie
Carrière: promovendus RUG, onderzoeker Sociaal en Cultureel Planbureau, onderzoeker RUG, universitair docent RUG, hoogleraar RUG
Bijzonderheden: verbonden aan het Groningen Energy and Sustainability Program

Auteur

John Geijp

Redacteur Economie bij Dagblad van het Noorden

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte