Grote Markt Groningen door Peter de Kan (bron: Gemeente Groningen)

De stad veilig, toegankelijk en mooi maken in het donker: een goed verlichtingsplan helpt

18 juni 2026

9 minuten

Analyse Hoe kan verlichting bijdragen aan een veilige, leesbare en overzichtelijke openbare ruimte, op die momenten dat het ontbreekt aan natuurlijk daglicht? Steden worden ook in de avond en nacht gebruikt, dan is het zaak om het publieke domein goed zichtbaar te maken. Voor de binnenstad van Groningen liet de gemeente een apart verlichtingsplan opstellen, dat en passant de architectuur meer laat spreken. Gemeentelijk stedenbouwkundige Jaco Kalfsbeek en lichtontwerper Ritsert Huijsman van Studio DL lichten de aanpak toe, die zich ook leent voor andere gebieden.

De aanloop naar het opstellen van het plan voor de verlichting van de Groningse binnenstad vond al enige jaren geleden plaats, zo reconstrueert Jaco Kalfsbeek: “Ik ben zelf bij de gemeente in 2016 begonnen en toen hebben we al vrij snel de inrichtingsleidraad voor de binnenstad gemaakt, samen met LOLA Landscape Architects. Met als belangrijkste vraag: hoe gaan we hier in Groningen verder met de inrichting van de openbare ruimte? We wisten dat er een heel goede basis lag, met het plan van architectenbureau Mecanoo uit de vorige eeuw, het plan Ruimte voor Ruimte. Maar we zagen ook dat de stad inmiddels anders en veel intensiever wordt gebruikt, dus dat vroeg om een nieuwe ronde van bezinning. Met de nieuwe leidraad hebben we onder meer een typologie van openbare ruimtes gemaakt, om veel gerichter en meer situationeel naar de inrichting te kunnen kijken.”

Geen specifiek beleid

De tweede aanleiding voor het verlichtingsplan lag volgens Kalfsbeek in de constatering dat hiervoor geen “binnenstadsbreed beleid” aanwezig was: “Bij verschillende projecten liepen we daar tegenaan. Dan waren we bezig met een concrete opgave en dan werden er vragen gesteld over bijvoorbeeld: hoe gaan we met fietsers en fietsroutes om? Bij de herinrichting van de Grote Markt speelde dat bijvoorbeeld nadrukkelijk. Maar ook rondom thema’s als toegankelijkheid en speelplekken – en bij verlichting, zo merkten we. Daarvoor was geen specifiek beleid voor de binnenstad.”
Een derde reden voor een apart verlichtingsplan lag in de aanleg en het beheer van verlichting, inclusief de financiering ervan: “Onze afdeling stadsbeheer worstelde er al langer mee: het beleid was altijd ingegeven door het principe “sober en doelmatig.” Er was dus weinig geld voor een specifieke verlichting van straten en pleinen, terwijl er wel ook een verduurzamingsslag aankwam, die vroeg om betere verlichtingstechniek. Help ons daarmee, was het verzoek. Die drie lijnen kwamen een aantal jaren geleden samen.”

Licht kan helpen om de identiteit van de stad uit te dragen – Jaco Kalfsbeek, gemeente Groningen

Voor Kalfsbeek zelf begon het denken over het verlichten van de binnenstad met de vraag: welk lichtbeeld is hier passend? “Ik begon mijn loopbaan in Amsterdam en daar werkte ik onder meer aan de Kalverstraat. Daar hebben we als gemeente gezegd: we vervangen niet alleen de bestaande verlichting, maar onderzoeken ook hoe licht kan helpen om de identiteit van de stad uit te dragen. Ik had in Florence gezien hoe de straten vrij hoog werden aangelicht, waardoor tegelijkertijd de straatwanden meer uitkwamen en de gevels van gebouwen meer konden spreken. Dat principe heb ik toen ook bij de Kalverstraat ingebracht.” Waar in de hoofdstad met nog vrij primitieve verlichtingsarmaturen moest worden gewerkt, konden in Groningen inmiddels meer state of the art-technieken worden ingezet. Kalfsbeek: “Ik had voor elkaar gekregen dat we een nadere uitwerking van de Leidraad Openbare Ruimte konden gaan maken, specifiek voor de verlichting. Toen hoorde ik van een collega dat ze met Studio DL bezig waren voor de inrichting van het plein bij het nieuwe Forum-gebouw – om zowel de architectuur daarvan als de openbare ruimte goed te verlichten. Zo is het balletje gaan rollen.”

Binnenstad beleven

Voor Studio DL was de opgave niet nieuw, zo maakt Ritsert Huijsman duidelijk: “We maken al langer verlichtingsplannen voor binnensteden, in Deventer en Zutphen bijvoorbeeld. Ook daar speelde de ambitie om niet alleen de openbare ruimte goed te verlichten in functioneel opzicht, maar ook de beleving van de binnenstad – inclusief de architectuur van de gebouwen – te verbeteren. Bij de Nieuwe Markt, het plein bij en rondom het Forum-gebouw, konden we nieuwe LED-technologie inzetten waarbij deze nauwelijks zichtbaar was. Heel compacte armaturen waarmee we erin slaagden om alle kanten van het gebouw goed aan te lichten. Eenvoudig is Forum namelijk niet, met veel overhellende vlakken en de plek van het gebouw midden op het plein. En bijvoorbeeld ook een ingang van de parkeergarage aan een wat smallere achterstraat: als je niet oppast, heb je daar een plek die als negatiever kan worden ervaren.”

Jaco Kalfsbeek, Portret door Gemeente Groningen (bron: Gemeente Groningen)

‘Jaco Kalfsbeek, Portret’ (bron: Gemeente Groningen)


Ritsert Huijsman, Portret door DL Studio (bron: DL Studio)

‘Ritsert Huijsman, Portret’ (bron: DL Studio)


Met hulp van onder meer omgevingspsychologen viel uiteindelijk de keuze op een vrij neutrale, basic verlichting van plein en gebouw. Huijsman: “We hebben er vrij zacht licht opgezet, om de potentieel dreigende werking van zo’n groot gebouw te ondervangen. En zonder dat er veel kunstlicht verloren ging. Daarmee was dit eigenlijk wel een mooie testcase voor de bredere binnenstadsaanpak waar Jaco naar op zoek was. De dialoog tussen de gemeente en ons bureau kwam op gang, met als belangrijkste uitkomst de vraag: hoe konden we de principes van de gemeentelijke Leidraad voor de openbare ruimte vertalen naar de nacht?” Volgens de lichtontwerper zit daar namelijk wel een belangrijk vraagstuk: “De default-instelling voor veel landschapsontwerpers die bezig zijn met de inrichting van de openbare ruimte is toch vaak om iets vorm te geven alsof het overdag is. Vanuit de geschiedenis gezien is dat wellicht logisch, omdat licht altijd een heel technische voorziening was. Veel vrijheden en mogelijkheden had je daar dus ook niet in. Maar nu, met LED, kun je de openbare ruimte heel anders ontwerpen – ook voor de nacht. Want laten we niet vergeten: in Nederland is het gewoon een groot deel van de tijd donker. En ook dan moet de openbare ruimte fijn zijn.”

Gebouwen met kleur

Op een bredere manier naar verlichting kijken, dat gebeurde tot die tijd niet in Groningen, geeft Kalfsbeek aan: “Er waren wel plekken die speciale armaturen hadden gekregen, zoals de Grote Markt met die enorme verlichtingsmasten. Of de Poelestraat waar de pergola’s midden op het plein werden aangelicht. Verder werd in de meer belangrijke straten met overspanningsverlichting gewerkt; grote kofferarmaturen die een gelig verspreiden waardoor ook alle kleuronderscheid in de binnenstad verdween. Een collega van Ritsert, afkomstig uit Duitsland, wees ons erop dat de gebouwen in Groningen zoveel kleur bevatten, zoals het specifieke Gronings geel. Maar als je daar dat natriumlicht overheen laat stralen, wordt het allemaal een grote soep. Alle kleuren en details gaan verloren.”

De nieuwe insteek voor het verlichtingsplan van de Groningse binnenstad bestond uit het maken van onderscheid in drie soorten verlichting: roadlight, living light en city light. Deze drie principes zijn uitgewerkt voor acht typen “stadsruimtes”, variërend van straten tot en met kleinere (gangen, stegen) en juist grotere ruimtes (stadsentrees). Geholpen door de nieuwe lichttechnologie kan het licht per ruimte precies daar gebracht worden, waar het nodig is. Huijsman: “In het verleden konden we een weg ook al goed verlichten, voor de primaire wayfinding van de gebruikers, maar op het strooilicht dat óók ontstond viel niet te sturen. Het was overal en nergens. Inmiddels kunnen we dat veel beter in de hand houden. In het buitengebied wil je het niet hebben, maar in een woonwijk kan het al helpen wanneer mensen iets meer zien van de omgeving. En kom je in een levendig stuk van de stad zoals de binnenstad, dan voeg je daar een derde laag aan toe: het duidelijk maken van de identiteit van de stad. Met de aanlichting van de torens, de stadsentrees, de belangrijke pleinen.”

Zacht verlichte gevel

Excursies naar onder meer Lyon maakten Kalfsbeek en de andere betrokkenen duidelijk dat er veel meer onderscheid mogelijk is in de hoeveelheid verlichting in de stad. “Ik zag in Lyon een plein dat relatief donker was gehouden en waarbij alleen de gevels en de fontein waren verlicht. Dat principe nam ik mee naar de Grote Markt, waar enorme lichtmasten waren geplaatst die alles fel maar egaal verlichtten. Maar daaromheen was het vaak aarts donker.” Huijsman vult aan: “Waar krijg je een fijn gevoel van in de openbare ruimte? Als deze helder is ingekaderd, met bijvoorbeeld zacht verlichte gevels – dan hoeft de “vloer” van een plein niet eens zo fel verlicht te zijn. In die zin gaat het ons meer om het “verticale licht” – wat zie je van de verticale bebouwingselementen – en minder om het horizontale licht. Dat is een andere manier van denken, veel ruimtelijker. Gericht op waarneming, perceptie en leesbaarheid van de stad, het begrijpen van de structuren. Dat gaat verder dan hoeveel licht er is op de grond.” Bij de herinrichting van de Grote Markt leidde dat ertoe dat het nieuwe bomenplein bijvoorbeeld meer licht heeft gekregen en de aangrenzende pleinruimte juist minder.

Nachtbeeld door Gemeente Groningen (bron: Gemeente Groningen)

‘Nachtbeeld’ (bron: Gemeente Groningen)


Thema’s als sociale veiligheid hangen hier nauw mee samen, zo geeft Kalfsbeek aan: “Wij hebben ook plekken in de binnenstad waar de veiligheid echt in het geding is, zoals in het gebied van de Gele Loper, tussen Vismarkt en hoofdstation. De eerste reflectie van veel mensen is dan: zet er meer licht op! Maar daar wordt het juist niet beter van; omdat het eromheen dan donkerder wordt, voelen mensen zich eerder onveilig.” Huijsman legt uit: “Je bent als mens best goed in staat om met lage lichtniveaus veel te zien, als het maar gelijkmatig is. Maar zodra je grote contrasten hebt, dan zie je bijvoorbeeld in een felverlichte straat alles goed maar het steegje lijkt dan pikzwart ten opzichte van die hoofdstraat.”

Discussie met ondernemers

Rondom de beleving van de openbare ruimte speelt niet alleen de publieke verlichting maar ook die van particulieren. Wat doen zij met de verlichting van hun panden? Kalfsbeek hierover: “We hebben hier discussie over met de ondernemers en die is nog niet beslecht. Sommige mensen begrijpen dat overdaad aan licht niet bevorderlijk is, maar er zijn ook ondernemers die een compleet oranje gevel bij een WK juist gezellig vinden. Datzelfde geldt voor etalageverlichting, als je die ook wat zou kunnen dimmen komt de rijkdom van het lichtplan voor de openbare ruimte veel beter tot uiting.” Huijsman wijst in dit verband op de Duitse stad Münster, waar wel degelijk regelgeving bestaat voor onder meer reclameverlichting: “Hoe zichtbaar die mag zijn, hoe intens het licht mag zijn en welke kleur het mag hebben. Natuurlijk gaat dat, als je vanuit de ondernemer denkt, misschien een beetje ten koste van hoe hard deze zich kan onderscheiden van iemand anders. Tegelijkertijd maakt het misschien – in het geval van Groningen – de hele Grote Markt wel aantrekkelijker. Volgens mij is dat voor elke ondernemer daar goed. In Den Haag hebben we dat ook meegemaakt: we hebben daar een plan gemaakt voor het Lange Voorhout, alle gevels worden daar nu mooi zacht aangelicht. Alleen hotel Des Indes wilde niet meedoen en handhaafde het keiharde licht uit schijnwerpers op het pand. Tot ze na een paar maanden ook zagen: we vallen een beetje uit de toon. Nu krijgen ze evenveel licht als de buren en valt de bijzondere eigen kleur van het pand ineens ook veel meer op.”

Licht moet je goed inpassen in het stedelijk landschap
Ritsert Huijsman

Afsluitend wijst Jaco Kalfsbeek op de noodzaak om in de gemeentelijke begroting voldoende middelen voor goede verlichting te reserveren: “Zeker bij bijzondere stadsruimtes kom je er niet met een standaard budget. Bij de Grote Markt konden we daar geld voor benutten uit het grotere projectbudget maar dat heb je bij gewone straten niet ter beschikking. En ook daar willen we werken met betere – en dus duurdere – armaturen. Dus daar ligt nog wel een uitdaging.” Ritsert Huijsman pleit ervoor om onder meer in de uitvraag van gebiedstenders meer aandacht te vragen voor de nacht-situatie: “Er wordt altijd gevraagd naar een dagbeeld bij de inrichting van de openbare ruimte, misschien wel zonder dat men zich daar bewust van is. Wellicht ook wel met het idee dat het vanzelf wel goed komt. Maar dat is niet automatisch zo. Licht moet je goed inpassen in het stedelijk landschap en dat moet je tijdig integreren in het proces van de andere ontwerpers.”


Verder lezen: het Verlichtingsplan voor de openbare ruimte van de binnenstad van Groningen is hier te vinden.


Cover: ‘Grote Markt Groningen’ door Peter de Kan (bron: Gemeente Groningen)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Grote Markt Groningen door Peter de Kan (bron: Gemeente Groningen)

De stad veilig, toegankelijk en mooi maken in het donker: een goed verlichtingsplan helpt

Hoe kan verlichting bijdragen aan een veilige, leesbare en overzichtelijke openbare ruimte? Voor de binnenstad van Groningen liet de gemeente een verlichtingsplan opstellen, dat tevens de architectuur meer laat spreken.

Analyse

18 juni 2026

De aftrap van Coalitie Creatieve Ruimte Rotterdam.jpg door Houcem Bellakoud (bron: CCRR)

Rotterdam zoekt met een bijzondere samenwerking naar ruimte voor makers

De ruimte voor makers in de stad komt steeds verder onder druk te staan. In Rotterdam moet de Coalitie Creatieve Ruimte Rotterdam het tij keren. Oprichter Annejet Gosselink vertelt hoe deze bijzondere samenwerking tot stand kwam.

Uitgelicht
Interview

17 juni 2026

Mo*Town Track 8 door Aiste Rakauskaite (bron: nai010 uitgevers)

De waarden van grote woongebouwen te boek gesteld, over de noodzaak van een systeembreuk

Een nieuwe publicatie richt de blik op de waarden van goed ontworpen grote woongebouwen. Zij hebben meer betekenis dan louter fraaie architectuur: sociaal, ecologisch en financieel. Maar helemaal vanzelf komen ze niet tot stand.

Recensie

16 juni 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op