Politieke campagne, Hilversum door Stoqliq (bron: Shutterstock)

De verwaarlozing te lijf, het verkiezingsdebat over de ruimtelijke toekomst van Nederland

6 november 2023

7 minuten

Verslag De aankondiging van het verkiezingsdebat dat vijf organisaties, die zich met ruimtelijke ordening bezighouden in Nederland vorige week in Rotterdam organiseerden was meer dan helder. Hoe krijgen we de goede ruimtelijke ordeningstraditie van weleer terug? In het debat met de kandidaat-Kamerleden van zes partijen ontbrak het niet aan goede intenties, maar heel concreet werd het niet.

‘Land van verlangen, staat van verwaarlozing’. In deze prikkelende titel van het verkiezingsdebat over (de toekomst van) de ruimtelijke ordening in Nederland is geen vraagteken te bekennen. Een statement derhalve: de programmamakers vinden dat in de afgelopen decennia de ruimtelijke ordeningstraditie te grabbel is gegooid. Met een zorgwekkende staat van verwaarlozing als gevolg. De programmamakers vinden ook “dat er dringend actie ondernomen moet worden om te investeren in beleid dat ruimte biedt voor nieuwe woningen, duurzame energievoorziening, biodiversiteit, klimaatveiligheid en -rechtvaardigheid, mobiliteit, en een gezond en schoon leefmilieu.” Daarmee is de opgave voor een komend kabinet op ruimtelijk vlak stevig neergezet.

Urgente opgaven aanpakken

Toch kan de titel ook hoopvoller – hoewel een tikkeltje pervers – geïnterpreteerd worden: juist door die verwaarlozing gaan we – of moeten we – weer gaan verlangen. En dat verlangen gaat over goede ruimtelijke ordening, naar de uitvoeringskracht uit de Vinexperiode, naar het veelgeprezen combineren van opgaven in het programma Ruimte voor de Rivier, naar regie vanuit het Rijk op hoe we de ruimte inrichten. En dat is hard nodig, zo maakt Paul Gerritsen, agent van Vereniging Deltametropool aan het begin van het verkiezingsdebat nog maar eens duidelijk. Niet alleen om te repareren wat nu niet goed gaat – denk aan lucht- en waterkwaliteit en ‘verdozing’ – maar ook om urgente en relatief nieuwe opgaven op te pakken, zoals de energietransitie, het inspelen op klimaatverandering en niet te vergeten: de alsmaar groeiende woningbouwopgave.

Het moet gaan om het geheel: om wonen en gezondheid, natuur en welzijn. Om brede welvaart
Imane Elfilali, Volt

Gerritsen blikt in zijn inleiding terug om de situatie waar we nu staan helder te krijgen. Te lang heeft het Rijk zich afzijdig gehouden. Nederland zou ‘af’ zijn, visie zou iets voor ‘bij de opticien’ zijn en het ruimtelijk beleid is aan lagere overheden en vooral aan ‘de markt’ overgelaten. In een poging om het heft weer in handen te nemen maakte het inmiddels demissionaire kabinet bij de start een slordige 90 miljard euro beschikbaar om via liefst 26 nationale programma’s de regie te hernemen. Er kwam weer een minister die zich specifiek met ruimtelijke ordening bezig kon houden. Er is een Nota Ruimte in de maak, de eerste in twintig jaar tijd waarin een visie op de ruimtelijke inrichting een plek moet krijgen. Dat geldt ook voor alle (en vaak conflicterende) claims op de ruimte. Een enorm ingewikkelde puzzel maar deze moet uiteindelijk leiden tot een toekomstbeeld voor een mooi en duurzaam Nederland.

Het tij lijkt gekeerd

Ergo: we verlangen naar een mooier Nederland dat beter bestand is tegen de uitdagingen die onder meer klimaatverandering, economische groei en toename van de bevolking met zich meebrengen. Verlangen zit vervolgens niet heel ver van dat andere V-woord vandaan: verbeelding. Het is nog niet zo heel lang geleden dat ‘verbeelding aan de macht’ een veelgebruikte manier was om politici met een visie weg te zetten als naïef en hun plannen als luchtfietserij. Maar het tij lijkt gekeerd, zeker als het aan de aanwezige kandidaten van D66, CDA, Volt, SP, GroenLinks-PvdA en Partij voor de Dieren ligt. Verlangen naar een nieuw duurzaam Nederland komt dan prominenter op de agenda. Zo pleit Imane Elfilali van Volt voor ‘een radicaal toekomstbeeld’ dat niet alleen over wonen maar ook over leven gaat. “Het moet gaan om het geheel: om wonen en gezondheid, natuur en welzijn. Om brede welvaart.”

Jaap Rozema van de Partij voor de Dieren vindt dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden over ‘welke functies we in Nederland nodig hebben en willen’. “Maar dat het duurzamer moet, is een sine qua non.” Waar alle kandidaten het over eens zijn, is dat het idee om alles aan de markt over te laten niet heeft gewerkt, zegt Salima Belhaj van D66. “De verbeelding is er uitgeramd.”

Verkiezingsdebat kandidaat kamerleden door Joost Zonneveld (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

‘Verkiezingsdebat kandidaat kamerleden’ door Joost Zonneveld (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)


Die verbeelding moet dus weer terug en die moet van het Rijk komen. Bovendien vinden de aanwezigen dat het Rijk nog wat steviger de regie moet pakken. Niet alleen richting markt, maar ook in het spel van overheden onderling. Zo noemt Postma van GroenLinks-PvdA het voorbeeld van het Vijfde Dorp in de gemeente Zuidplas. Hij snapt wel dat de gemeente 8.000 nieuwe woningen wil bouwen in tijden van woningnood. Hij begrijpt ook dat het de gemeente de nodige inkomsten oplevert, maar een nieuw dorp zes meter onder NAP? “Je zou willen dat het Rijk zegt: ‘dat doen we niet’.” Ook vindt Postma dat kwesties zoals over een enorm datacentrum in Flevoland tot het verleden moeten behoren omdat het er even op leek dat een gemeenteraad daarover het laatste woord zou hebben. Naast een visie op de ruimtelijke ordening zijn volgens hem daarom stevige kaders nodig.

Op gespannen voet

Het Rijk – en dus de politiek – moet de teugels dus steviger aanhalen. Zo wijst Postma erop dat er behoefte is aan “een volwaardig ministerie dat knopen door kan hakken”. Tegelijkertijd kan dit volgens hem echter ook op gespannen voet staan met de behoefte aan meer participatie op lokaal niveau. Inge van Dijk van het CDA ziet dit ook en noemt de commotie die lokaal is ontstaan over de bouw van twee nieuwe kerncentrales in het Zeeuwse Borssele. Het is een voorbeeld hoe plannen van bovenaf en lokaal draagvlak op gespannen voet kunnen staan. Mathijs ten Broeke van de SP doet ook een duit in het zakje door aan te geven dat in zijn standplaats Zutphen jaren geleden een groots woningbouwplan gepresenteerd werd. Het werd vervolgens na protest van de verraste bewoners afgeslankt. “Als het toen meteen goed was aangepakt, in overleg met betrokkenen in de omgeving, hadden we daar de woningen gehad die we vandaag nodig hebben.”

Rode draad: de markt is partner in de uitvoering, maar ook niet meer dan dat

Dat het Rijk de grote ruimtelijke keuzes moet maken, blijkt tijdens het debat geen onderwerp van discussie. En dat op een zorgvuldige manier omgegaan moet worden met de lokale wensen en belangen ook niet. En de markt dan? Is die helemaal uit beeld? Sander Jansen, oud-wethouder voor de VVD in Zeist en betrokken bij NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort, vraagt zich – op uitnodiging van de debatorganisatie – af hoe de politieke partijen denken gebiedsontwikkelingen ook echt tot uitvoering te brengen. Hij wijst daarbij niet alleen op de noodzaak van integrale financiering van rijksmiddelen bij (grote) gebiedsontwikkelingen. Die is nodig om mobiliteit, wonen en publieke voorzieningen beter op elkaar af te stemmen. Volgens de oud-wethouder is het samenbrengen van die sectoren nu te ingewikkeld waardoor “de uitvoering van gebiedsontwikkelingen niet bepaald goed loopt”. Naast de financiering door het Rijk vraagt Jansen zich af welke rol de aanwezige politici nu voor de markt in gedachten hebben. Hij verwijst daarbij ook naar de naderende invoering van de Omgevingswet met een sturingsfilosofie die gericht is op netwerken en samenwerken en staat voor integraal werken aan oplossingen voor grote opgaven. Om van ruimtelijke visies naar uitvoering te komen, is volgens hem samenwerking nodig tussen overheid, samenleving en de markt.

De rode draad in de reacties van de aanwezige kandidaat-Kamerleden is dat zij vinden dat de markt volgend moet zijn aan de maatschappelijke opdracht die het Rijk stelt voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. De markt is binnen die context partner in de uitvoering, maar ook niet meer dan dat. Maar hoe het ideale samenspel tussen overheid, samenleving en markt er in concrete gebiedsontwikkelingen precies uitziet, wordt tijdens het debat niet helemaal duidelijk. Beter gezegd: helemaal niet.

Niet genoeg

En dat geldt ook voor het inhoud geven aan het ‘verlangen’, want welke keuzes maken de partijen nu precies? Het Rijk moet gaan over waar er datacenters komen en waar niet, het Rijk moet ook gaan over waar woningen gebouwd worden (en waar niet) en het Rijk moet brede welvaart als uitgangspunt nemen, net als een klimaatrobuuste inrichting. Allemaal verlangens maar in hoeverre deze verlangens van verschillende partijen elkaar al dan niet bijten en consequenties hebben op andere terreinen, komt niet of nauwelijks naar voren.

Het is dan weliswaar mooi om te constateren dat er ‘verlangen’ bestaat naar een ander, beter en mooier Nederland en dat dit weer uitgesproken mag worden. Maar dat is an sich natuurlijk niet genoeg. Nog los van de uitvoeringsvraag kan het zomaar zijn dat meerdere grote afwezigen bij het debat, namelijk NSC, VVD, PVV en BBB, na 22 november een coalitie vormen – met een heel ander verlangen voor ruimtelijk Nederland.


Cover: ‘Politieke campagne, Hilversum’ door Stoqliq (bron: Shutterstock)


Portret - Joost Zonneveld

Door Joost Zonneveld

Hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

woningbouw bouwen amsterdam houthaven

Wonen is zoveel meer dan stenen stapelen alleen

Flip ten Cate fileert het huidige woningbouwdebat waarin het louter over kwantiteit, geld en bouwmethoden lijkt te gaan. Terwijl wonen zoveel meer is dan alleen bouwen. Nederland heeft een traditie hoog te houden in bouwen aan samenleven.

Opinie

23 mei 2024

Gracht in Dordrecht door Celli07 (bron: Shutterstock)

Vanuit gezondheid ontwerpen leidt tot meer woningen (en een gezondere omgeving)

Wat krijg je als de gezondheid van de huidige en toekomstige bewoners leidend is bij het ontwerpen van de stad? Niet alleen een gezondere leefomgeving, maar ook meer woningen – aldus de provincie Zuid-Holland.

Onderzoek

22 mei 2024

Centraal Station in Rotterdam door Alexandre Rotenberg (bron: Shutterstock)

De plint programmeren met data: onderbouwing in plaats van onderbuik

Aantrekkelijke plinten zijn van groot belang voor een levendige en aantrekkelijke stad, maar hoe zorg je als gebiedsontwikkelaar voor het ideale programma? Keuzes onderbouwen met data in plaats van de onderbuik laten spreken.

Uitgelicht
Analyse

22 mei 2024