Vathorst Amersfoort door Sean Pavone (bron: Shutterstock)

Een representatief overzicht van 250 recente stedenbouwkundige plannen

9 februari 2026

8 minuten

Recensie Het gewicht is goed voor de armspieren, de inhoud voor een reflectie op het vak stedenbouw. Jaap Modder las de jubileumpublicatie ‘Stand van de Stedenbouw’ van de Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen. Het boek toont wat hem betreft “de tomeloze energie die zich in een kwart eeuw in deze vakgemeenschap heeft ontwikkeld.”

Wat is een goed plan? Op pagina 1.256 (ja echt) lees ik: “een goed plan is een samenhangend plan, sluit aan op de lange lijnen in de stad.” Okay dan. Is Barbican Centre, dat brutalistische naoorlogse icoon midden in Londen, een goed plan? Het is een voor de Britse hoofdstad atypisch stedenbouwkundig eiland in de metropool. En de Stad van de Zon? Een uitgevoerd ontwerp van Ashok Bhalotra (KuiperCompagnons) in het Noord-Hollandse Heerhugowaard; is dat een goed plan? Het sluit bepaald niet aan op de lange lijnen in de stad, maar is wel een publiek succes. Het ontwerp brak volledig met het één recht /één averecht ontwerpwerk van de voorgaande stedenbouwers aan deze provinciestad. Dus ja, wat is een goed plan?

Niemand geweigerd

Intussen moet je wel wat meenemen voordat de makers van deze koffietafel reus (vier kilo, 1.264 pagina’s) genaamd Stand van de Stedenbouw iets een goed plan vinden. Het moet aan bijna 30 eisen voldoen. Je vraagt je dan meteen af of al die, door de leden van de Bond van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen, voor dit boek ingezonden plannen voldoen aan deze criteria. Ik denk het niet. Nee, niemand werd bij de deur geweigerd, alle ingezonden plannen werden geplaatst. En dat is ook wel begrijpelijk. Dit is geen onafhankelijk en kritisch boek over de stand van de stedenbouw maar veel meer een vriendenboek, een jubileumboek zoals de redactie het zelf noemt. De BNSP viert 25 jaar vereniging en daar hoort vooral veel eensgezindheid en tevredenheid bij.

Stand van de Stedenbouw

De toelichting van de BNSP: “‘Stand van de Stedenbouw’ brengt 250 stedenbouwkundige plannen samen waaraan nu gewerkt wordt. Hierin is de woningbouwopgave leidend. Ze vormen een afspiegeling van de 1,4 miljoen woningen die nu al in planvorming zijn. Tot 2050 moeten 1,65 miljoen woningen worden toegevoegd in schaarse ruimte, crisissen en onzekerheden. De vraag is niet slechts wat en waar we bouwen, maar hoe toekomstbestendige leefomgevingen er uit gaan zien. Het boek laat zien dat goede stedenbouw onmisbaar is in het aangaan van de complexe opgaven van vandaag en morgen.

Naast de projecten bevat het 1264-pagina tellende boek essays en interviews met ontwerpers en bestuurders, actuele thema’s, de veranderende context van het vakgebied en de meest spraakmakende plannen van de afgelopen 25 jaar.

Het boek is voor iedereen die geïnteresseerd is in de ruimtelijke ordening van Nederland. Het laat zien hoe stedenbouw een vormende rol speelt in de toekomst van ons land. Het is een naslagwerk en inspiratiebron voor nieuwe leefomgevingen. Bovenal is het een pleidooi voor ruimtelijke daadkracht en een leidraad voor het gesprek over ruimtelijke kwaliteit.”

SdvS Cover door BNSP (bron: BNSP)

Auteur:
Eric van der Kooij (hoofdred.)

Uitgeverij:
BNSP

Aantal pagina’s:
1.264

Prijs
99,90

Het boek zou wellicht een stuk hanteerbaarder zijn geworden als de redactie die 250 plannen op de zelfgemaakte kritische zeef had gelegd. Nu heeft het boek de omvang van een kamerolifant. Voor de redactie was er dus niet veel meer te doen dan al die plannen thematisch te ordenen. Het levert in ieder geval een representatief overzicht op van recent stedenbouwkundig werk. In digitale vorm zou het overigens makkelijker vindbaar zijn geweest. De redactie voegde er een “eregalerij” van 25 spraakmakende plannen aan toe. Daarin komt de geregelde bezoeker van dit vakgebied evenzoveel usual suspects tegen: de Vathorsten, Houthavens, Oosterwolds en Ypenburgs van deze wereld. Geen verrassingen. En verder schreef de redactie zelf ook driftig mee. Het kon niet op, in dit volgens één van de redacteuren ”onbescheiden statement van de stedenbouw.”

Vrijpostig ontwerp

Dit jubileumboek is inderdaad onbescheiden, sterker nog: het is nauwelijks hanteerbaar. Iets minder expositiedrift had ertoe kunnen leiden dat je de stand van de Nederlandse stedenbouw ook in de trein of thuis op de bank tot je had kunnen nemen. Bijvoorbeeld met een paar afzonderlijke boekwerkjes in een cassette en/of deels op het wereldwijde web. Het ontwerp van deze paarse bijzettafel is ook wat vrijpostig. Alle essays zijn op roze en blauwe pagina’s afgedrukt. Het plezier spat ervan af. Niet voor de lezer. Het doet denken aan harde muziek in een restaurant, is dat voor de gasten of voor medewerkers?

Tess Broekmans pleit voor een betere praktijk vanuit de academia, laten we jonge ontwerpers aan de bureautafel zetten

Maar het gaat natuurlijk om de inhoud. Dan moeten we vooral naar de essays kijken en de reeks van tweegesprekken. En daarna naar nog wat andere aardige dingen: thema’s, tools en tekenarij. Laten we beginnen met de auteurs die niet tot de kring van de redactie of het bestuur van de jubilaris behoren. Bij de presentatie van het boek op 30 januari stelde Joost Schrijnen, ooit voorzitter van de voorganger van de BNSP, dat stedenbouw zich onderscheidt door dienstbaarheid en wel aan het publieke belang. Zien we daar wat van terug in deze publicatie? Zijn essay loopt over van de vele hoeveelheid keuzes voor de toekomst die hij voorziet en bijgevolg het vele geld dat daarvoor nodig is. Het woord ‘enorm’ valt in elke alinea. De opgave voor het vak ziet hij met name in ontwerpend onderzoek.

Dan Marianne Loof, tot voor kort spoorbouwmeester, over stationsgebieden. Ook hier veel grote woorden: “immens”, “complex”, “ambitie”, “moet veel meer geld bij”. Gebiedsontwikkeling rond stations is al 30 jaar een issue. Loof stelt dat de focus is verschoven van bereikbaarheid naar de woningbouwopgave maar dat te sterke verdichting er weer voor kan zorgen dat de stations minder bereikbaar zijn. Ze pleit voor duurzaam realisme, met stoere plannen komen we er niet. Dat kan de BNSP dan weer in zijn/haar zak steken. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Maurits de Hoog en Shailaja Shah pleiten op basis van een inventarisatie voor een betere verankering van het ontwerpend onderzoek in planprocessen. Vooral op regionaal en lokaal niveau zou dit instrument beter ingezet moeten worden.

Ander geluid

Tess Broekmans werkt tussen het bureau (Urhahn) in de markt en de academia (TU Delft) en ziet respectievelijk een pragmatische praktijk en een activistische omgeving. Lijkt me iets van alle tijden maar Broekmans pleit voor een betere praktijk vanuit de academia, laten we jonge ontwerpers aan de bureautafel zetten. Ze is niet onder de indruk van veel recente plannen (de plannen in dit boek?), ze lijken allemaal te veel op elkaar, te veel waan van de dag. Dit is een ander geluid over de stand van de stedenbouw. Het zou deze publicatie interessanter hebben gemaakt als dit wat verder zou zijn beargumenteerd. Joost van den Hoek komt met een fuse benadering aan tafel, Azië komt ook via de stedenbouw binnen. Vooral de energie, de snelheid en de cultuur van “underpromising and overdelivering” (bij ons net andersom). Hij is positief over de Nederlandse stedenbouw, de ruimtelijke kwaliteit wordt op democratische wijze over het land verdeeld.

SvdS Inhoudsopgave_Pagina_1 door BNSP (bron: BNSP)

Een beeld van de inhoudsopgave van de publicatie, met thematisch de projecten ingedeeld.

‘SvdS Inhoudsopgave_Pagina_1’ (bron: BNSP)


Bestuurslid Buursink gooit in zijn essay zo’n beetje alle fysieke opgaven op zijn nationale nota-kar, op zoek naar sturende concepten. Ook op zoek naar een Nederland “…dat de samenleving ruimte geeft…”. Ik denk aan het recente proefschrift van Peter Paul Witsen: als je alles met alles verbindt dan beweegt er niks meer. Bestuursleden Bossink en Schout deden een rondgang langs integrale omgevingsvisies. Opmerkelijk: in de omgevingsvisie voor Noord-Holland werd de “hoe-vraag” bewust vermeden. Tja, het probleem van deze “dynamische beleidsstukken” is dat ze vooral voor de makers ervan relevant lijken te zijn. Over de dienstbaarheid van het vak gesproken.

Sturen op tussenschaal

Twee van de makers van dit boek, Van den Boomen en Hartzema, constateren in hun essay dat de toekomst terug is in de stedenbouw en geven wat voorbeelden onder andere uit eigen studio: Land met een plan (van den Boomen ) en Stad aan de Sloe (Hartzema). Zwakke punt, aldus de auteurs, is dat dit type visies soms zo integraal is dat ze het risico dragen van irrelevantie indien één verkeerd ingeschat element in de constructie het hele gedachte bouwwerk doet instorten. Mooie les voor de integralisten derhalve. Tussen droom en daad, dat is het verhaal van Henry Huiskamp. Hoe een omgevingsvisie te verbinden met uitvoeringsplannen. Dat gat is te groot. Er moet gestuurd worden op de “tussenschaal”. Anders kunnen bestuurders, bewoners en ondernemers er niks mee. Dit roept wel de vraag op naar de rol en betekenis van het fenomeen van de integrale omgevingsvisie. Moet daar wel zoveel effort in worden gestopt als de tussenschaal de doorslag geeft bij gebiedsontwikkeling?

Redacteur Hartzema denkt daar zeker anders over. Hij pleit voor vergezichten en houtskoolschetsen waar “drommen vakgenoten achteraanlopen”. Dat bedoel ik ja. Voor wie doet de dienstbare stedenbouwer het? Heeft de auteur het hier over een in zichzelf gekeerde vakgemeenschap of is het een pleidooi voor maatschappelijke mobilisatie op een betere omgeving? Van de Boomen komt nog even langs met een pleidooi voor een betere balans tussen stedenbouw en “landschapsbouw”. Het laatste essay is van BNSP-voorzitter van der Kooij en twee vakgenoten. Over beter opdrachtgeverschap. Aanbesteding en tenders zijn te vaak de dood in de pot, raamcontracten zijn een alternatief. Maar de schaalsprong die vele middelgrote gemeenten moeten maken, vraagt ook om professionalisering van het ambtelijk apparaat. Een oud verhaal maar nog steeds actueel. Dit is andere koek dan het bejubelen van integrale visies.

Conclusie: de van buiten gemobiliseerde essay-auteurs hebben net iets meer te bieden dan de actieve clubleden, eerstgenoemden zijn wat kritischer. De BNSP’ers zijn zelfgenoegzamer en lopen in hun essays wel erg weg met de integrale omgevingsvisies. Zijn die er over 10 jaar nog in deze (integrale) vorm? En zijn die exercities er niet vooral voor het plezier van de ontwerpers zelf? Er zijn gelukkig ook andere opvattingen. Beter opdrachtgeverschap zou wel eens meer kunnen betekenen voor de toekomst van de stedenbouw.

SvdS Index_Pagina_1 door BNSP (bron: BNSP)

De index achterin de publicatie, met alle 250 projecten. Van werkgebieden tot en met kleine kernen.

‘SvdS Index_Pagina_1’ (bron: BNSP)


De tweegesprekken, ook afgedrukt op een heftige roze kleur (oh, oh die ontwerpers). Het zijn er vier met veel wijsheid van de senioren en prettig activisme van “de jeugd van tegenwoordig.” Een jonge stedenbouwer in Rotterdam hoorde een senior vertellen dat ze, het was een ze, het altemaal deed voor onze kinderen en kleinkinderen. Nou, betrek ze er dan ook bij, was haar reactie. Ze pleit voor stadsstedenbouwers in duo-verband: senior en junior. Voor de junioren is auto de stad uit, water en bodem sturend en natuur in de stad allang vanzelfsprekend. Daar moet gewoon harder aan getrokken worden. Verder in deze serie nog een interessant gesprek over supervisie (intern en extern).

Kritische discussie

Deze kiloknaller heeft nog veel meer te bieden maar de recensie ruimte schiet daarvoor tekort. Tip: check de afdeling technische tools, de komst van AI. En de tekenkunst/handschriften van onder andere Maurits de Hoog en vooral Nadia Nena Pepels (beide goed leesbaar voor leken). Deze publicatie is vooral een naslagwerk over recente plannen. De essays zouden bij elkaar gezet en met wat meer buitenstaanders aan het woord (en op wit paper svp) nog wat meer kunnen bijdragen aan een kritische discussie over de stand van het vak. De BNSP is behoorlijk tevreden met zichzelf. Dat mag ook in een jubileumboek. Deze zeven centimeter hoge stapel stedenbouw toont in ieder geval ook de tomeloze energie die zich in een kwart eeuw in deze vak gemeenschap heeft ontwikkeld. Met nu gelukkig ook een jonge buitenboordmotor in de club (Jong BNSP). Goed bezig. Intussen blijf je een beetje zoeken naar die dienstbaarheid van de stedenbouwer waar Joost Schrijnen het over had. Is dat allemaal zo vanzelfsprekend dat het niet benoemd hoeft te worden? We lezen er expliciet in ieder geval niet te veel over (de uitzondering is het verhaal over de tussenlaag van Huiskamp).

De Stand van de Stedenbouw hoort thuis op een (stevige) boekenplank bij de bureaus, de opleidingen en bij de gebiedsontwikkelaars. En je kunt er ook wat hoger op mee komen. Als je erop gaat staan voor je boekenkast.


Cover: ‘Vathorst Amersfoort’ door Sean Pavone (bron: Shutterstock)


Jaap Modder door Jaap Modder (bron: LinkedIn)

Door Jaap Modder

Brainville, urban and regional planning


Meest recent

Vathorst Amersfoort door Sean Pavone (bron: Shutterstock)

Een representatief overzicht van 250 recente stedenbouwkundige plannen

Jaap Modder las de jubileumpublicatie ‘Stand van de Stedenbouw’ van de BNSP. Het boek toont wat hem betreft “de tomeloze energie die zich in een kwart eeuw in deze vakgemeenschap heeft ontwikkeld.”

Recensie

9 februari 2026

Luchtfoto van Dharavi door Sanket Shigvan (bron: shutterstock)

Wijkvernieuwing in Mumbai en Rotterdam, dit zijn de gedeelde lessen

Wijktransitiemaker Claudia Laumans zet de wijken Dharavi en Schiehaven-Noord naast elkaar. De aanpak van beide bestaande stadsgebieden blijkt de nodige parallellen te vertonen.

Uitgelicht
Analyse

6 februari 2026

Weekoverzicht donderdag 5 februari door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week met een sleutelrol voor de provincies

Deze week speelden de provincies de hoofdrol. In de gebiedsontwikkeling Reevedelta was Overijssel de centrale kracht, volgens de Rli hebben de provincies de grondsleutel in handen en Limburg ontwikkelt de gebieden rond de intercitystations.

Weekoverzicht

5 februari 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op