“Energie is ruimte” - Afbeelding 1

“Energie is ruimte”

16 oktober 2011

6 minuten

Verslag
Welke bijdrage kan architectuur, stedenbouw en planologie leveren aan de transitie naar duurzaam energiegebruik? Zo luidt de onderzoeksvraag van een serie lezingen en debatten georganiseerd door het NAi. Tijdens de eerste bijeenkomst op 29 september jl. verkenden drie sprekers allereerst de omvang en de aard van de energietransitie en de beleidsmatige aspecten hiervan. Moderator Machiel van Dorst (TU Delft) stelde in het vooruitzicht dat de avond geen kant-en-klare oplossingen zou opleveren. Duidelijk is dat energie op verschillende schaalniveaus speelt, zowel op het microniveau van de zonnecel als in mondiale systemen en stromen. Hoe ingrijpend worden de gevolgen van de transitie? Gaan we straks voor eigen consumptie vis houden in de kruipruimte van onze woning, vroeg Van Dorst zich af naar aanleiding van een op beamerscherm getoonde architectonische planimpressie.

Verslag eerste bijeenkomst NAi-lezingenserie over de ruimtelijke vraagstukken van de energietransitie

Eerste spreker was Elaine Alwayn, kwartiermakend directeur-generaal Water en Bodem van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zij bevestigde de grote ruimtelijke implicaties van de energietransitie. Terwijl de energievraag in Nederland nog tot 2020 groeit, is er om meerdere redenen behoefte aan de toename van niet-fossiele energie. Naast verlaging van CO2-uitstoot omwille van het klimaat, wil de overheid minder afhankelijk worden van het buitenland. Enkele van de nieuwe energiebronnen leggen (te) veel beslag op de ruimte, stelde Alwayn vast. Voor volledige energievoorziening uit biomassa zou twee keer het areaal van Nederland nodig zijn. Bij veel oplossingen komt het NIMBY-fenomeen om de hoek kijken: geen CO2-opslag onder mijn wijk en geen windmolens in mijn achtertuin. De Rotterdamse nieuwbouwwijk Nesselande wordt doorsneden door een 380 kV-leiding opgehangen aan de bekende hoogspanningsmasten. De leiding was er voordat de wijk werd gebouwd. Door de Haarlemmermeer is een nieuwe hoogspanningsleiding gepland, maar de maatschappelijke weerstand organiseert zich.

“Energie is ruimte” - Afbeelding 1

“Energie is ruimte” - Afbeelding 1


Het Rietveldpark in Nesselande. Foto: Lola landscape architects

Ideale, kreukvrije oplossingen bestaan niet, aldus Alwayn. Ondergrondse 380 kV-leidingen bijvoorbeeld zijn slechts technisch mogelijk over een maximale lengte van 20 km. Een groot windenergiepark op de Noordzee zou voor de distributie over land 20 hoogspanningsleidingen extra vergen. Wie wil die over zijn grondgebied hebben? Een belangenconflict tussen de energie- en de ruimtevraag bestaat ook op beleidsniveau van het Rijk, constateerde Alwayn onnadrukkelijk maar niet minder treffend: energie valt primair onder verantwoordelijkheid van Economische Zaken, ruimte onder I&M. Een integrale benadering van het vraagstuk is nochtans noodzakelijk. Tot slot heradresseerde Alwayn de kwestie: “Wij hebben het idee dat het ruimtelijk ontwerp kan helpen bij de energietransitie. Interessante ideeën zijn welkom.”

Uiterst zware opgave

“Waarom gaat ons energiesysteem veranderen? Vanwege een Europese afspraak.” Tweede spreker Anton van Hoorn, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving, schudde het duurzame-energiedebat even duchtig op. Nog altijd zit er mondiaal meer olie in de grond dan er is verbruikt; met steenkool kunnen we nog 200 jaar vooruit, met gas nog wel 70 jaar en voor kernenergie bestaat een schier onuitputtelijke voorraad van de alternatieve splijtstof thorium. Kortom, aan de fysieke noodzaak voor de transitie valt best te tornen. De Europese doelstellingen daarentegen zijn veeleisend. Volgens het European Climate and Energy Package moet in 2020 een 20-20-20 reductie ten opzichte van 1990 gerealiseerd zijn: 20% minder broeikasgas, 20% meer duurzame energie en 20% energiebesparing. Mede omdat de energievraag nog even doorgroeit, noemde Van Hoorn dit een uiterst zware opgave. “Daar moet heel veel R&D aan te pas komen.” Om te slagen zouden we de Noordzee vol moeten bouwen met windturbines. Vooralsnog gaat Nederland met windmolens kleinschalig te werk, mede vanwege het NIMBY-effect. Het plan voor CO2-opslag onder Barendrecht sneuvelde door “irrationele” publieke weerstand, illustreerde Van Hoorn. Vergeleken daarmee kwam het windmolenpark bij Urk bijna ongeschonden uit de strijd. Tegenstand van de Urkers haalde slechts een streep door 7 van de geplande 93 turbines. Conclusie van de onderzoeker: het is moeilijk en onaantrekkelijk om landelijke energiedoelstellingen op deze manier regionaal en lokaal op te dringen. Een kansrijkere strategie zou zijn om energiemaatregelen te verpakken in positieve, meeromvattende plannen in de vorm van een gebiedsontwikkeling waarin de burgers iets winnen.

Wat energiemaatregelen in de gebouwde omgeving betreft, zoals na-isoleren, restwarmte benutten, warmtepompen, PV-panelen, zonneboilers, urbane windmolentjes, waarschuwde Van Hoorn voor overdrijving ten koste van vormgeving en esthetiek. “Van alles op het dak plakken ziet er niet uit.” Vooral het Bouwbesluit dat de EPC-norm stapje voor stapje laat opschuiven is blind voor dit aspect. Wat maatregelen voor de bestaande voorraad betreft, was Van Hoorn sceptisch over de uitvoerbaarheid en de efficiency. “Moet je op wijk- of blokniveau 10.000 euro in een bestaande woning investeren om die naar energielabel B op te trekken? In een krimpende woningmarkt?” Hoe dan ook, stelde Van Hoorn, zal de doelstelling van 2% energiebesparing per jaar in de bebouwde omgeving niet gehaald worden. Overigens, had hij al opgemerkt, valt de grote winst in de reductie van broeikasgassen te halen in de landbouw en de industrie. Op beleidsniveau zag Van Hoorn het als nadelig dat het Rijk tegenover de EU probleemeigenaar is van de energiedoelstellingen, terwijl de provincies en de gemeenten geen verplichtingen hebben. Daar komt nog bij dat het Rijk het ruimtelijk beleid juist grotendeels heeft gedecentraliseerd.

Opschalen

Wat betekent de energietransitie voor bijvoorbeeld Rotterdam? De stad heeft zich vrijwillig onderworpen aan de 20%-reductiedoelstelling. Ondanks het enorme havencomplex en bijbehorende petrochemische industrie. Nico Tillie, adviseur energiestrategieën en transitiemanagement en werkzaam voor de gemeente Rotterdam, nam als derde en laatste spreker achter het katheder plaats. In zijn betoog wees hij op het eerste energieleverende gebouw in de duurzame wijk Vauban in Freiburg. “We weten al een tijdje wat er met slim en goed ontwerpen mogelijk is. De kwestie is hoe we het gebouw opschalen naar de wijk of het gebied.” Tillie noemde de Energie Potentie Kaarten van hoogleraar Andy van de Dobbelsteen. Die brengen de “oogstbare” energiebesparingen en nieuwe energievormen in Nederland in kaart. Aan industriële restwarmte beschikt Rotterdam met zijn havenindustrieel complex over een potentieel van 2000 mW. Dat is voldoende voor 1 miljoen huishoudens. Maar stadsverwarming op die schaal zou een enorme investering aan installaties en leidingen vergen. Met het risico dat een groot restwarmte leverend bedrijf failliet kan gaan. De stad start daarom bescheiden met de benutting van 120 mW restwarmte, goed voor 55.000 huishoudens.

Rotterdam heeft de energieopgave gekoppeld aan de leefbaarheidopgave; duurzaamheid wordt gerelateerd aan quality of life. Hiervoor worden objectieve meetinstrumenten en certificeringen (LEED, GPR, DPL) gebruikt. Deze benadering betekent bijvoorbeeld dat het verdichten van het centrum (energiegunstig) moet samengaan met verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte en het openbaar groen (leefbaarheid). Niet zozeer kwantiteit maar kwaliteit is voor laatste bepalend. Zo bewijzen steden die hoog scoren op de internationale lijst van attractieve steden. Interessant is de innovatie aanbestedingsvorm voor de Rotterdamse gebiedsontwikkeling Hart van Zuid: de prijs staat vast, wiens plan het beste scoort op onder meer leefbaarheid en duurzaamheid krijgt de opdracht.

Mainstream

In de slotdiscussie pleitte Tillie voor community-based planning, zoals dat in de VS te vinden is, tegenover de Nederlandse pseudo-inspraak. Van Hoorn signaleerde hoe de huidige windparken burgers afschrikken door de vormgeving. Hij herhaalde zijn punt dat energiemaatregelen en -projecten onderdeel zouden moeten zijn van fraaie vergezichten die burgers enthousiasmeren. Aan architecten en stedenbouwkundigen de taak die vergezichten te schetsen.
Vauban in Freiburg, het GWL-terrein in Amsterdam en EVA-Lanxsmeer in Culemborg zijn mooie voorbeelden van duurzame, innovatie wijken of wijkjes. Maar hoe wordt de eco-wijk mainstream, vroeg een toehoorder zich af. “Dat is ook voor mij de vraag”, antwoordde Tillie. Vooral wanneer, op het niveau van een grote gebiedsontwikkeling, oplossingen voor verkeer en voorzieningen in de plannen moeten worden betrokken. Tillie meende dat binnen het vak stedenbouw kennis van energiestrategieën en -oplossingen nu pas begint door te komen. Op dat schaalniveau is nog een flinke slag te maken.

Donderdag 29 september 2011 | NAi, Rotterdam Organisatie: NAi, Rotterdam

Zie ook:


Portret - Kees Hagendijk

Door Kees Hagendijk

Zelfstandig journalist


Meest recent

GO zomertour door CrispyPork / Ineke Lammers (Shutterstock bewerkt door GO.nu)

GO Zomertour 2022 #6: Wynwood in Miami

Aflevering 6 in de GO-Zomertour. De transformatie van een grauw industrieterrein en de gevaarlijkste plek van Miami naar kunstwalhalla en toeristentrekpleister kan zowel een inspiratiebron als een leerschool zijn voor Nederlandse gebiedsontwikkelaars

Uitgelicht
Casus

17 augustus 2022

Luchtfoto van het Central Park in New York door Ingus Kruklitis (Shutterstock)

Als kapitaal de stad overneemt

Wat gebeurt er als de vastgoedsector de macht in de stad overneemt? Dat proces beschrijft Samuel Stein en zijn bevindingen zijn beoordeeld door Frank van Oort en Teodora Dogaru. Het beeld is niet opwekkend.

Recensie

17 augustus 2022

Benchakitti Forest Park, Bangkok door gothiclolita (Shutterstock)

“Verdichting kan zelfs leiden tot kwalitatief hoogwaardigere openbare ruimte”

Gebiedsontwikkelaars moeten zich niet blindstaren op vierkante meters, maar uitgaan van publieke waarden die ze willen realiseren en welk programma daarbij past. Dat is het advies van Ellen van Bueren, hoogleraar aan de TU Delft.

Persoonlijk

16 augustus 2022