De wijk Velve-Lindenhof in Enschede door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

Erfgoed en leefbaarheid (slot): een bredere blik op de wijkaanpak

19 februari 2026

13 minuten

Analyse In opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed sprak Teun van den Ende de afgelopen maanden in zes steden met bewoners over hun wijk. De hoofdvraag van het onderzoek kwam voort uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid: Hoe dragen investeringen in de kwaliteit van de openbare ruimte en het aanwezige cultureel erfgoed bij aan de leefbaarheid, veiligheid en gemeenschapszin voor bewoners in kwetsbare wijken? In dit vijfde en laatste artikel wordt de balans opgemaakt van dit verkennende onderzoek.

De relatie tussen wijken met leefbaarheidsproblemen en cultureel erfgoed is nog relatief weinig onderzocht, maar helemaal onontgonnen terrein is het zeker niet. Inspirerende voorbeelden zijn bijvoorbeeld de Atlas Westelijke Tuinsteden — De geplande en de geleefde stad uit 2008, opgevolgd in 2016 door Nieuw-West: parkstad of stadswijk — De vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden Amsterdam. Via een sociologische onderzoeksmethode probeerden de onderzoekers (Ivan Nio, Arnold Reijndorp en Wouter Veldhuis, red.) in deze publicaties inzicht te krijgen in de dagelijkse sociaal-ruimtelijke praktijken van de bewoners. Dit resulteert in een zeer boeiende analyse die zowel de ‘geplande’ als de ‘geleefde’ stad omschrijft.

Gebiedsontwikkeling.nu publiceerde de afgelopen maanden in een serie artikelen de belangrijkste ervaringen en inzichten van het onderzoek van erfgoedexpert Teun van den Ende. Hij ging in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heel Nederland door om het antwoord te vinden op de vraag: welke rol speelt het cultureel erfgoed in de leefbaarheid van een wijk? De RCE wilde weten of cultureel erfgoed een positieve bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid in wijken en zo ja: op welke manieren. Het onderzoek werd bewust breed ingestoken en gaat zowel over woningen en publieke gebouwen als over de openbare ruimte en de stedenbouwkundige opzet.

Van den Ende richtte zich daarmee niet enkel op monumenten en beschermde (delen van) wijken maar schetst een beeld van de wijk vanuit het perspectief van de bewoners. Hoe verandert het gebruik van de wijk door de tijd heen? Aan welke plekken in hun wijk hechten bewoners waarde en in hoeverre komt die waarde overeen met de al dan niet ‘erkende’ erfgoedwaarden? En verandert er ook iets als eigenaren gebouwen slopen of renoveren en de gemeente de openbare ruimte aanpakt? Dit is het vijfde en laatste verhaal. Lees hier het eerste, inleidende verhaal uit de serie. In het tweede artikel stonden wijken in Utrecht en Emmen centraal, het derde verhaal ging over Amsterdam en Rotterdam en in het vierde verhaal bezocht Van den Ende Enschede en Dordrecht.

De eerstgenoemde publicatie over de Westelijke Tuinsteden verscheen niet toevallig in de periode dat het Rijk een ‘wijkenbeleid’ voerde. Een veertigtal wijken verspreid over Nederland kreeg destijds geld van de Rijksoverheid om samenhangende problemen op het gebied van wonen, werken, scholing en veiligheid aan te pakken. Naar toenmalig PvdA-minister Ella Vogelaar werden deze wijken Vogelaarwijken genoemd. Ook eerder, in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw, werd vanuit de Rijksoverheid beleid gevoerd om in specifieke stadswijken de leefbaarheid te verbeteren. Deze beleidstraditie stopte in 2012, waarna het Rijk tien jaar lang geen beleid voerde om wijken te verbeteren. Sinds 2022 ondersteunt het Rijk opnieuw langjarig stedelijke gebieden met leefbaarheidsproblemen, via het Nationaal Programma voor Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Alleen in Rotterdam-Zuid bleef het Rijk ook tussen 2012-2022 actief via het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), dat tot en met 2030 doorloopt.

Van betekenis

Gezien de lange traditie om de wijkaanpak vanuit de Rijksoverheid te stimuleren, is het interessant de relatie tussen erfgoed en leefbaarheid vanuit een langetermijnperspectief te bekijken. Daarom is gekeken naar de lijst met wijken die sinds de jaren 80 op enig moment deel hebben uitgemaakt van het leefbaarheidsbeleid van de Rijksoverheid. Daarbinnen zijn vervolgens drie groepen onderscheiden:

- Wijken die ooit te boek stonden als ‘probleemwijk’ maar dat nu niet meer zijn en over veel ‘erkend erfgoed’ beschikken, dat wil zeggen: Rijks- of gemeentelijke monumenten, een beschermd stadsgezicht of een aanwijzing als wederopbouwgebied van nationaal belang.

- Wijken die ooit te boek stonden als probleemwijk, maar dat nu niet meer zijn zonder dat ze over veel erkend erfgoed beschikken.

- Langdurige probleemwijken, al dan niet met veel erkend erfgoed.

Uit elk van de groepen zijn twee wijken geselecteerd voor een verkennend onderzoek. Tot de eerste groep behoorden De Baarsjes in Amsterdam en Emmerhout/Angelslo in Emmen, tot de tweede groep Kanaleneiland in Utrecht en Velve-Lindenhof in Enschede en tot de derde groep Rotterdam-Zuid en Wielwijk in Dordrecht. In deze zes wijken ging Van den Ende in gesprek met bewoners en beleidsmakers. Hij ging op zoek naar hoe mensen in een wijk samenleven en hoe en waarom bepaalde plekken of gebouwen in hun wijk van betekenis zijn.

Wat opviel in de gesprekken is dat het vooral ging over plekken en gebouwen met sociale betekenis voor de buurt

In stadswijken die te maken hebben met problemen op gebied van leefbaarheid speelt cultureel erfgoed doorgaans een minimale rol in het dagelijks leven de bewoners. Althans, in de gangbare betekenis van de term. De term ‘cultureel erfgoed’ viel nauwelijks in de gesprekken ter plaatse. Wel vroeg Van den Ende bewoners waar zij waarde aan hechten en wat die plekken, inclusief wat zich er afspeelt, zeggen over het karakter van hun buurt of wijk.

Door in dit onderzoek de term ‘cultureel erfgoed’ vanuit de dagelijkse leefwereld te bekijken (“alles waarvan mensen vinden dat het bewaard moet worden voor volgende generaties”), ontstaan andere associaties. Als ijkpunt geldt dan de waarde van een gebouw of plek voor de samenleving, in aanvulling op de cultuurhistorische of architectonische waarde. De waardering kan te maken hebben met de aanblik van het gebouw of een buitenruimte, maar belangrijker is wat zich daar afspeelt, zo stelt de Australische onderzoeker Laurajane Smith. In haar boek The uses of heritage uit 2006, schrijft zij: “Heritage is not a ‘thing’, it is not a ‘site’, building or other material object. While these things are often important, they are not in themselves heritage. Rather, heritage is what goes on at these sites.”

Sociale huurwoningen gebouwd op plek waar gesloopt is in Velve-Lindenhof door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘Sociale huurwoningen gebouwd op plek waar gesloopt is in Velve-Lindenhof’ (bron: Teun van den Ende)


Smith bepleit in haar boek een herdefiniëring van het proces van culturele waardering, aanvullend op die van (overheids-)experts. In Europees verband krijgt deze verbreding van perspectief op erfgoed onder meer vorm via het Verdrag van Faro (2005). Nederland ratificeerde dit verdrag pas in 2024 maar werkt al langer aan een erfgoedzorg die van en voor iedereen is. Zo bracht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in 2022 een studie uit naar de betekenis van erfgoed voor de kwaliteit van de leefomgeving. Hierin werden acht leefomgevingswaarden benoemd waar erfgoed van betekenis kan zijn:

- Representatiewaarde: erfgoed geeft uitdrukking aan wat mensen herkennen en belangrijk vinden

- Esthetische waarde: erfgoed geeft een zintuiglijke ervaring, het maakt indruk.

- Collectiewaarde: erfgoed voegt iets toe aan een verzameling of collectie.

- Identiteitswaarde: erfgoed geeft eigenheid en authenticiteit aan een plek of gebied.

- Sociale waarde: erfgoed heeft betekenis voor het sociale weefsel van een wijk of gebied.

- Verervingswaarde: erfgoed is door eerdere generaties aan ons doorgegeven.

- Ontdekkingswaarde: erfgoed kan onbekende ervaringen en inzichten opleveren.

- Accommodatiewaarde: erfgoed is geschikt om bepaalde functies te huisvesten.

Andere soorten waarden

Wat opviel in de gesprekken is dat het vooral ging over plekken en gebouwen met sociale betekenis voor de buurt. Zoals in het gesprek met Karim Enahachi in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Hij zag, toen buurthuizen en voorzieningen tijdens de coronapandemie moesten sluiten, dat veel buurtgenoten niet meer vanzelfsprekend aan eten wisten te komen. Vanuit de moskee in Kanaleneiland-Noord startte hij met het verzamelen en rondbrengen van voedselpakketten. Daar blijkt, ruim vijf jaar later, nog altijd veel behoefte aan te zijn. Enahachi coördineert de uitgifte nu samen met vele vrijwilligers vanuit een buurtkamer, die door woningcorporatie Portaal is heringericht om ook mantelzorg te kunnen verlenen. Dat de woningcorporatie dit doet, toont aan dat professionals oog hebben voor de sociale opgaven in de wijk, aldus Hans-Peter Lassche, bewoner en kenner van Kanaleneiland.

Kanaleneiland Utrecht door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘Kanaleneiland Utrecht’ (bron: Teun van den Ende)


Plekken van betekenis in een wijk kunnen heel alledaags zijn. Zoals de speeltuinen in Kanaleneiland en Wielwijk, waar verschillende generaties elkaar ontmoeten. Of de dagelijkse routes die mensen lopen met hun hond of voor een boodschap in de buurtsupermarkt. Deze plekken weerspiegelen iets van de sociale netwerken van de bewoners en de rituelen of routines die zij binnen hun wijk hebben opgebouwd. Het zijn aspecten van wat Jouke van der Werf ‘terloops erfgoed’ noemt: waarden die door burgers gekoesterd worden zonder dat deze als erfgoed bestempeld worden.

Ook de accommodatiewaarde van erfgoed kwam naar voren in de zes wijken. Monumentale gebouwen als kerken, moskeeën en scholen huisvesten sociaal-maatschappelijke functies voor de buurt, zoals de cultuurwerkplaatsen in Rotterdam Zuid, het bedrijfsverzamelgebouw MidWest in De Baarsjes of de hierboven genoemde moskee in Kanaleneiland. Voor een beoogd wijkcentrum in Emmerhout zijn een voormalige school en een kerk in beeld als locatie.

Emmerhout, Emmen door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘Emmerhout, Emmen’ (bron: Teun van den Ende)


De leefomgevingswaarden van erfgoed die vaak door erfgoeddeskundigen worden gebruikt, zoals de esthetische, collectie-, verervings- en ontdekkingswaarde, kwamen niet of nauwelijks aan de orde in de gesprekken. Een uitzondering was De Baarsjes in Amsterdam. Hier is juist de monumentaliteit gebruikt om panden weer tot leven te wekken, zoals blijkt uit het initiatief MidWest. De initiatiefnemers toverden een leegstaande school, gebouwd in de Amsterdamse Schoolstijl, om tot een bedrijfsverzamelgebouw, waarvan de begane grond voor ontmoetingen is ingericht. Een van hun eerste acties was om de status van gemeentelijk monument binnen te halen, met succes. De programmering van MidWest richt zich op een zo groot mogelijke variëteit aan bewoners. Of het ook slaagt hen te bereiken, is afhankelijk van hoe streng je ernaar kijkt: afgaand op het type bezoekers weet vooral de hogere sociale klasse MidWest te vinden, maar zeker niet uitsluitend. De architectuur spreekt sommigen aan, aldus bedrijfsleider Anita Groenink, maar ze hoort van andere buurtbewoners ook dat zij het gebouw vanwege de gesloten baksteengevel niet durven binnen te gaan.

Belang van een goed ontwerp

Net zoals het begrip erfgoed breed opgevat kan worden, geldt dat ook voor het begrip leefbaarheid. In navolging van de Leefbaarometer, een analyse-instrument van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, is leefbaarheid gedefinieerd als “de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de mens aan worden gesteld.” Het ontwerp van een wijk, zowel in stedenbouwkundige als architectonische zin, is hierbij van groot belang. Mensen moeten in een wijk willen wonen, anders ontstaat een aanzienlijk risico dat er zich op termijn een groep kansarmen concentreert die geen andere opties heeft.

Wellicht wordt het tijd dat we vanuit een bredere blik op erfgoed ook met meer waardering naar de stadsvernieuwing gaan kijken en hieruit lessen proberen te trekken voor de hedendaagse wijkaanpak

“Veel sociologen zien lichte contacten (elkaar waarnemen en herkennen, elkaar groeten, korte gesprekjes) als het hoogst haalbare in sociaal diverse wijken,” schrijft stadssocioloog Ivan Nio in zijn bijdrage aan de bundel Fysiek volgt sociaal (2025). De inzet van ontwerpers

zou volgens hem gericht moeten zijn op het bevorderen van lichte interacties: “Een goed ontwerp biedt zowel gelegenheid voor ontmoeting als voor vermijding.” Het is interessant om te zien hoe deze menselijke behoefte aan balans tussen ontmoeting en vermijding, tussen publieke en private ruimte, tussen nabijheid en afstand in de zes onderzochte wijken op verschillende manieren is uitgewerkt in de stedenbouwkundige en architectonische opzet.

School Zwartewaalstraat Tarwewijk door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘School Zwartewaalstraat Tarwewijk’ (bron: Teun van den Ende)


De vooroorlogse wijken in Amsterdam en Rotterdam kenmerken zich door traditionele gesloten bouwblokken met een sterke scheiding tussen publieke en private ruimte en veel collectieve gebouwen, zoals winkels, scholen, kerken, buurthuizen en cafés. Ze zijn gebouwd voor arbeiders en middenstanders die lopend naar hun werk gingen. Naoorlogse wijken als Kanaleneiland en Wielwijk kennen een heel andere opzet, met vooral open bouwblokken met (hoogbouw)flats, eengezinswoningen en ouderenhuisvesting, veel openbare ruimte en voorzieningen die conform de ‘wijkgedachte’ zijn geconcentreerd in buurtcentra. De auto kreeg ruim baan in deze wijken, die bedoeld waren om mensen in alle fasen van hun leven te kunnen huisvesten. In de Emmense ‘bloemkoolwijken’ tenslotte is het concept van de woonerven leidend: publieke en private ruimte vloeien hier gemakkelijk in elkaar over. Het ideaal van een eigen huis met tuin is hier voor veel mensen gerealiseerd: landelijk of dorps wonen in de stad. De auto is nog wel aanwezig maar is minder dominant: alleen langzaam verkeer kan vlot van de ene buurt naar de andere komen. De voorzieningen als winkelcentra, scholen en kerken zijn vooral geconcentreerd langs de hoofdwegen.

De uitdaging voor ontwerpers bij de wijkaanpak is om bij fysieke ingrepen op een goede manier voort te bouwen op de stedenbouwkundige opzet en deze indien mogelijk te verbeteren. In de onderzochte wijken valt op dat vooral in de naoorlogse wijken sloop/ nieuwbouw heeft plaatsgevonden, terwijl in de vooroorlogse wijken in Amsterdam en Rotterdam meer restauratie en renovatie zijn uitgevoerd en ook meer woningbouwcomplexen en gebouwensembles als erfgoed zijn erkend. Dit kan worden opgevat als een aanwijzing dat kwalitatief goede stedenbouw en architectuur zich op de lange termijn bewijst. Andersom is het de vraag of het feit dat er in de naoorlogse wijken meer fysiek is ingegrepen wijst op slecht functionerende stedenbouwkundige concepten en ideeën – of eerder op een gebrek aan waardering voor die concepten en ideeën.

Druk op de woningmarkt en gentrificatie

Een duidelijk verschil tussen de wijken is er ook wat betreft hun ligging in de stad en de daarmee samenhangende druk op de woningmarkt. In de Amsterdamse Baarsjes en het Utrechtse Kanaleneiland is de druk op de woningmarkt dusdanig hoog dat deze voormalige ‘probleemwijken’ inmiddels een proces van gentrificatie doormaken. De ligging nabij het stedelijke centrum met zijn vele voorzieningen maakt dat deze wijken in toenemende mate bewoond worden door kapitaalkrachtige mensen. In Rotterdam is de druk op de woningmarkt eveneens groot, maar in de onderzochte wijken op Zuid heeft dat nog niet geleid tot een significante instroom van kansrijke groepen, zoals dat wel het geval is in naastgelegen wijken als Katendrecht en de Kop van Zuid.

Hoewel een proces van gentrificatie een wijk op papier er weer bovenop kan helpen, is wel de vraag in hoeverre de gemeenschapszin in de wijk er echt op vooruit gaat en bevolkingsgroepen met elkaar mengen. Zo vertelde gemeenteambtenaar Marco de Ridder dat “mensen in de Baarsjes eerder langs elkaar dan met elkaar leven.” En in Kanaleneiland blijken de “nieuwkomers” hun kinderen veelal buiten de wijk op school te doen.

Typische rijwoningen De Baarsjes Amsterdamse School door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘Typische rijwoningen De Baarsjes Amsterdamse School’ (bron: Teun van den Ende)


Ondanks hun onderlinge verschillen wat betreft ouderdom, stedenbouwkundige opzet en ligging, blijkt dat alle zes wijken in de loop der tijd diverser zijn geworden qua bevolkingssamenstelling. Enerzijds is dit het gevolg van algemene maatschappelijke ontwikkelingen als migratie, huishoudensverdunning, vergrijzing en gentrificatie. Anderzijds is de veranderende bevolkingssamenstelling soms een gevolg van beleid. Vooral het bewust inzetten op een diverser woningaanbod leidt tot een andere bevolkingssamenstelling.

De gevolgen zijn bijvoorbeeld zichtbaar in Wielwijk, waar sociale huurwoningen plaatsmaken voor middeldure koop- en huurwoningen. Het beleid is ingezet in de periode van de genoemde minister Vogelaar, toen de gemeente Dordrecht aanspraak kon maken op financiering van het Rijk. Maar die steun viel vanaf 2012 weg. Door bouwgrond uit te geven aan projectontwikkelaars kon de gemeente toch inkomsten genereren. Hiermee zijn in de wijk verkeerskundige ingrepen gedaan: het verkeer werd om het wijkhart geleid en er werd ruimte gemaakt voor een parklint. Dat heeft niet alleen de groenstructuur van de wijk verbeterd maar ook de veiligheid voor fietsers, wandelaars en spelende kinderen. Dat de vernieuwing van Wielwijk een lange adem vergt, blijkt uit het feit dat de leefbaarheid in de wijk nog steeds relatief laag is. De wijk maakt dan ook nog steeds deel uit van het NPLV.

De invloed van erfgoed op leefbaarheid

Wat valt er na dit verkennende onderzoek in zes wijken te zeggen over de invloed van erfgoed op de leefbaarheid? Om te beginnen kan nuchter vastgesteld worden dat bij veel aspecten van leefbaarheid erfgoed geen rol speelt. Grote problemen als werkloosheid, armoede of schooluitval los je er niet mee op. Maar geheel onbelangrijk is de rol van erfgoed evenmin. Vanuit een brede opvatting kan erfgoed van belang zijn voor bepaalde aspecten van leefbaarheid, zoals het bouwen aan gemeenschapszin en een gevoel van eigenaarschap onder de bewoners, het behouden en verbeteren van hun dagelijkse routes en routines en het faciliteren van sociaal ondernemerschap in de wijk.

Park in Velve-Lindenhof met buurthuis Lumen op afstand zichtbaar door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘Park in Velve-Lindenhof met buurthuis Lumen op afstand zichtbaar’ (bron: Teun van den Ende)


Een goed voorbeeld van het bouwen aan gemeenschapszin en een gevoel van eigenaarschap voor de wijk, is de wijkvernieuwing in Velve-Lindenhof in Enschede. In deze wijk zijn 337 verouderde sociale huurwoningen vervangen, is de openbare ruimte heringericht en vergroend en is een nieuw wijkcentrum gebouwd. In het proces van sloop en vervangende nieuwbouw is de grootste weerstand onder bewoners overwonnen door hun wensen in het proces mee te nemen. Een belangrijke factor hierin was de belofte van de woningcorporatie om voor iedereen die wilde blijven in een radius van 50 meter van de oude woning een nieuwe woning aan te bieden, voor maximaal 50 euro extra huur.

Vanuit een brede opvatting kan erfgoed van belang zijn voor bepaalde aspecten van leefbaarheid, zoals het bouwen aan gemeenschapszin en een gevoel van eigenaarschap onder de bewoners

Uit de gesprekken met een aantal betrokken bewoners blijkt vooral waardering voor de aanpak, omdat het karakter van de wijk, ondanks de grootschalige sloop, behouden is gebleven. De mensen wilden bijvoorbeeld geen voortuin, maar waren wel gewend om bij mooi weer met z’n allen voor het huis te zitten. Daarom werd met de woningcorporatie afgesproken dat de huizen werden voorzien van een betegelde privéstrook om buiten te kunnen zitten. Buiten die strook begint de openbare ruimte, met voor elk huis een bloeiende boom die men zelf mocht kiezen. Door mensen te laten nadenken over de keuze voor het type boom ging bijna iedereen er over nadenken. Zo werd de vergroening onderdeel van het gesprek in de wijk.

Dat het belang van erfgoed zich zeker niet tot de sociale aspecten van leefbaarheid beperkt, kwam hierboven al ter sprake. Het belang van een goed ontwerp en de uitdaging om bij wijkvernieuwing duurzaam voort te bouwen op de oorspronkelijke stedenbouwkundige en architectonische motieven van de ontwerpers dwingt tot zorgvuldig nadenken over de cultuurhistorische waarden van wijken. Hoe kunnen we vanuit de ‘gedachte ruimte’ en de ‘beleefde ruimte’ ook de fysieke ruimte zodanig aanpassen dat deze weer beantwoordt aan de wensen en eisen van hedendaagse en toekomstige bewoners?

Wielwijk Dordrecht door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

‘Wielwijk Dordrecht’ (bron: Teun van den Ende)


Wat dat betreft is er veel te leren van de stadsvernieuwing uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, de periode die net buiten dit onderzoek viel. Op allerlei manieren is destijds geprobeerd verloederde delen van oude binnensteden en 19e eeuwse wijken te verbeteren, onder meer via weefselverbetering, het toevoegen van sociaal-maatschappelijke functies, het renoveren en restaureren van woningen, herontwikkeling en herbestemming en een verbetering van de bestaande infrastructuur. En dat ook vaak nog eens in samenspraak met de bewoners. Hoewel over de fysieke resultaten van al dit ‘sleutelen aan de bestaande stad’ natuurlijk valt te twisten, is het duidelijk dat de investeringen veelal wel hebben geleid tot meer leefbare wijken en buurten, voor alle sociale lagen van de bevolking. Wellicht wordt het tijd dat we vanuit een bredere blik op erfgoed ook met meer waardering naar de stadsvernieuwing gaan kijken en hieruit lessen proberen te trekken voor de hedendaagse wijkaanpak.


Cover: ‘De wijk Velve-Lindenhof in Enschede’ (bron: Teun van den Ende)


Portret - Teun van den Ende

Door Teun van den Ende

Zelfstandig schrijver / onderzoeker en onderzoeksjournalist Bouwende Stad bij Vers Beton

Marcel Ijsselstijn door Marcel Ijsselstijn (bron: LinkedIn)

Door Marcel Ijsselstijn

Onderzoeker Stedenbouw & Cultuurlandschap bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


Meest recent

De wijk Velve-Lindenhof in Enschede door Teun van den Ende (bron: Teun van den Ende)

Erfgoed en leefbaarheid (slot): een bredere blik op de wijkaanpak

In opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed sprak Teun van den Ende de afgelopen maanden in zes steden met bewoners over hun wijk. In dit vijfde en laatste artikel uit de serie wordt de balans van het onderzoek opgemaakt.

Uitgelicht
Analyse

19 februari 2026

Van Randeraat door Kees de Graaf (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Van tender naar Tinder, van GREX naar MEX

Op het jaarcongres van PT, Straatman Koster advocaten en DHK Tax & Legal kwam de vraag aan de orde die velen bezighoudt: hoe komen we van het beleid naar de uitvoering? Fellenoord 2040 en Suikerzijde dienden als casus.

Verslag

18 februari 2026

Agnes Franzen.jpg door Frederique van Andel (bron: Frederique van Andel)

Financiële macht verschuift, dit raakt ook gebiedsontwikkeling

Van privaat bankgeld tot geopolitieke machtsverschuivingen: de financiële wereld verandert radicaal. Volgens Agnes Franzen heeft die machtsverschuiving ook gevolgen voor ons vakgebied. Hoe gaan we met deze veranderingen om in gebiedsontwikkeling?

Opinie

17 februari 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op