platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Filantropie in gebiedsontwikkeling: een kans met een schaduw

Filantropie in gebiedsontwikkeling: een kans met een schaduw

Filantropie go krant wintereditie 2020

3 feb 2020 - Het is even wennen: filantropen die gebiedsontwikkelingen (bij)sturen en zo de normale processen passeren. In Rotterdam leidde dat tot de nodige botsingen. Betrokkenen en experts werpen hun licht op de mogelijkheden én gevaren van particulier geld.

De laatste jaren is de invloed van filantropie in de gebiedsontwikkeling sterk toegenomen. Maar door onduidelijkheid over rolverdeling en verantwoordelijkheden leidt dit vaak tot conflict tussen de partijen. Een voorbeeld is de Rotterdamse miljardairsfamilie Van der Vorm en haar filantropische stichting Droom en Daad. Sinds 2017 discussieert de stichting met gemeente Rotterdam over de uitvoering van haar initiatief om het gemeentelijke park bij de Euromast in de oorspronkelijk negentiende-eeuwse staat te herstellen. In mei 2019 bereikte de discussie een hoogtepunt toen Droom en Daad een verklaring, ondertekend door zo’n 35 belangenpartijen, aanbood aan de wethouder Bert Wijbenga. Hier roept zij de gemeente op actie te ondernemen, een gebeurtenis waar de media gretig bovenop doken. 

‘Waar filantropie zich mengt in gebiedsontwikkeling, rijst de vraag over rolverdeling en rekenschap. Want wie betaalt en wie bepaalt?’

Enkele maanden daarvoor botste de stichting ook al met de gemeente. Vanwege schenkingen aan de verbouwing van museum Boijmans van Beuningen eiste Droom en Daad een plek op in de Raad van Toezicht. De gemeente weigerde, waarop de stichting een potentiële gift van tientallen miljoenen euro terugtrok. Droom en Daad werkt daarnaast herontwikkelingsplannen uit voor (oud-)gemeentelijke panden in heel de stad: Katoenveem (Merwe-Vierhavengebied, west), RDM Veerhuis (Heijplaat, zuid) en Fenixloods II (Katendrecht, zuid). De aankoop van de Fenixloods zorgden ervoor dat de discussie over filantropie voor gebiedsontwikkeling in een stroomversnelling kwam. Na kritiek uit de gemeenteraad in september 2018 over de vermeende ‘ondoorzichtige deal’ met de stichting, organiseerde het gemeentebestuur 2019 een bijeenkomst met filantropische instellingen om te spreken over een filantropiekader of -convenant voor Rotterdam. 

De Verre Bergen, de tweede stichting van de familie Van der Vorm, roert zich eveneens in de Rotterdamse gebiedsontwikkeling. De stichting kocht in 2016 tweehonderd woningen voor Syrische vluchtelinggezinnen, draagt bij aan de bouw van het nieuwe depot van museum Boijmans, en is bezig met de oprichting van een eigen basisschool in Rotterdam-Zuid. 

Onbenut overschot

Oftewel: waar filantropie zich mengt in gebiedsontwikkeling, rijst de vraag over rolverdeling en rekenschap. Want wie betaalt en wie bepaalt? In de verkenning Filantropie op de grens van overheid en markt van oktober 2019 waarschuwt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voor rolvervaging tussen filantropie en lokale overheid wanneer zij samenwerken in de publieke sector. Met klem adviseert hij overheden een expliciete beleidsvisie op filantropie te maken. De verkenning biedt hier bouwstenen voor, zoals ‘erken vrije keuze als wezenskenmerk van filantropie’ en ‘beschouw filantropie niet als substituut voor overheidsvoorzieningen’.

Ja, de Raad ziet dat filantropie kan inspringen waar de overheid steken laat vallen, vertelt Marianne de Visser uit, voorzitter van de filantropieprojectgroep van de WRR. Bijvoorbeeld bij het initiatief van kerken om vertrekplichtige asielzoekers op te vangen. “Maar als een terugtrekkende overheid publieke taken overlaat aan de filantropie, kunnen tekorten dreigen aan voorzieningen waarvoor weinig maatschappelijk draagvlak is, zoals de begeleiding van ex-gedetineerden. En bij onderwerpen die tot de verbeelding spreken, kan juist een onbenut overschot aan voorzieningen ontstaan.”

Groot succes

“Door de terugtrekkende overheid neemt de invloed van filantropie ook in gebiedsontwikkeling toe”, stelt Erwin Heurkens, onderzoeker gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. “Gebiedsontwikkeling is altijd een proces geweest met meerdere publiek-private partijen, zoals gemeentes en ontwikkelaars. Maar tijdens de recessie deden ontwikkelaars een stapje terug. De gemeente maakte daarom ruimte vrij voor tijdelijke partnerschappen met nieuwe partijen, zoals filantropen.” Volgens Heurkens zitten we nu in een transitiefase tussen twee governancemodellen in. “Van een meer hiërarchisch-opererende, toetsende, en regulerende overheid die plannen van marktpartijen langs hun eigen ruimtelijke beleidskaders strak toetst met weinig interactie tussen publiek en privaat, naar een overheid die meer uitnodigend werkt, om markt- en burgerinitiatieven te stimuleren.”

Voor directeur van Droom en Daad, Wim Pijbes, is de rolverdeling niettemin helder. “Als wij geld geven, willen wij ook meedenken over het resultaat. Wij ondernemen, en dus stellen wij ons meer op als een betrokken investeerder. Het moet zich terugbetalen in een goed resultaat voor de samenleving. Neem het Highline Park in New York: deels met privaat geld gefinancierd, groot succes.”

Civil society

Droom en Daad is geen conventionele geldschieter. Ze neemt bijvoorbeeld geen aanvragen in behandeling, maar kiest eigenhandig projecten en partners uit. “De stichting investeert, initieert, stimuleert en realiseert”, heet dat op haar website. Droom en Daad noemt zichzelf venture philanthropists: “Ondernemende filantropen zetten zich met meer dan alleen geld in voor het slagen van een project. Ze stellen ook hun tijd, ervaring en netwerk ter beschikking om het gemeenschappelijke doel te halen.” 

Er zitten echter schaduwkanten aan venture philanthrophy, benadrukt de WRR in zijn verkenning De bedrijfsmatige, ondernemende aanpak van bijvoorbeeld Droom en Daad kan indruisen tegen het grondmotief van de filantropie, namelijk handelen vanuit liefde, belangeloosheid en empathie. WRR-raadslid De Visser: “Onze belangrijkste boodschap is dat overheid en filantropie gepaste afstand tot elkaar moeten houden. Dat geldt ook voor de relatie van filantropie met de ‘markt’.”

‘Pijnpunt is het uitblijven van de stem voor wie filantropie bedoeld is: het volk. One man, one vote wordt one euro, one vote.’

Filantropie-onderzoeker Lucas Meijs (Erasmus Universiteit Rotterdam) onderstreept dit. “We moeten heel erg oppassen voor het privatiseren van de democratie door het uit handen geven van publieke zaken. Deze worden anders steeds meer privé beslist in board rooms of op bijeenkomsten van welgestelde families. Pijnpunt is het uitblijven van de stem voor wie filantropie bedoeld is: het volk. One man, one vote wordt one euro, one vote.”

Ondanks deze waarschuwingen meent Meijs dat directeur Pijbes legitiem handelde in het conflict over het Park. “Twee routes kon hij bewandelen: via de politiek of het geld. De eerste vinden we als democratische burgers acceptabel, de tweede – die hij heeft gekozen – blijkbaar niet.” Pijbes rechtvaardigde zijn plan door het ogenschijnlijk verval van het Park te benadrukken in de media en een lijst van verbeterpunten (inclusief klassieke verlichting en klinkerbestrating) aan het gemeentebestuur te presenteren. Dat stelde de gemeente voor een vrijwel voldongen feit. Meijs: “De overheid heeft aanvankelijk te star gereageerd door vast te houden aan het idee dat het Park gemeentelijk bezit is. In feite is het een commons waar iedereen zich mee mag bemoeien. Pijbes heeft campagne gevoerd zonder zetel, in de publieke sfeer. Typisch voorbeeld van een gezonde civil society.”

Spannend

Zeggenschap. Dat is volgens Pijbes het knelpunt met de gemeente. Het eigendom blijft van de gemeente, maar wie heeft zeggenschap over het beheer, het gebruik? “Nu we beide 2,5 miljoen euro willen investeren, zijn we in onderhandeling over het beheermodel. Wij beogen beheer door betrokken burgers, naar Amerikaans voorbeeld.” Hoe zit het dan met het afleggen van rekenschap? “We werken samen met 35 belangenorganisaties, wiens oordeel wij minstens zo belangrijk vinden als dat van het stadhuis.” 

Volgens Pijbes gaat de discussie nu totaal voorbij aan de goede bedoelingen van gevers. “We moeten ongelofelijk uitkijken toekomstige geldschieters geen schrik aan te jagen en waken voor te veel bureaucratische begrippen als ‘beleid’, ‘richtlijnen’ en ‘afwegingskaders’”, waarschuwt hij. Meijs is het daar niet mee eens. Hij pleit juist voor “een echt expliciete beleidsvisie op een zelfstandige civil society die mee en tegen de overheid kan werken.” Daarvoor is volgens hem een professionaliseringslag nodig bij de overheid: meer kennis over filantropie, betere relaties met filantropen en meer geld voor cofinancieringen. Onderzoeker Heurkens ziet geen noodzaak van expliciete formuleringen. “Wel doordacht maatwerk over de publiek-private rolverdeling, en een ondersteunend instrumentarium bij gebiedsontwikkelingsprojecten, in samenwerking met private en maatschappelijke partijen.”

Als laatste: hoe ziet de toekomst eruit voor filantropie in gebiedsontwikkeling? Meijs: “Filantropie kan ervoor zorgen dat de leefbaarheid groter wordt, dat erfgoed blijft bestaan, dat lage inkomens nog in de stad kunnen wonen, dat architectuur modern, experimenteel kan zijn. Daarbij kan het om geld gaan, maar ook om ‘ongehoorzame’ burgers die iets doen met braakliggende terreinen. De risico’s worden groter zodra filantropie ingrijpt in het sociale domein, waarbij het belang van burgers niet gehoord wordt. Een school inhoudelijk opzetten bijvoorbeeld, daar wordt het spannend.”

Cover: Mei-Li Nieuwland

Dit artikel verscheen in onze wintereditie 2020 van gebiedsontwikkeling.krant. Lees hier de andere artikelen en bekijk de gehele krant!