platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Fundamentals van gebiedsontwikkeling

Fundamentals van gebiedsontwikkeling

26 jun 2014 - Wie deze zomer wil reflecteren op het verleden of een blik wil op de toekomst van de ontwerpende disciplines kan terecht op de twee Internationale Architectuur Biennales. Beide richten zich op de vraag: hoe verder na de eeuw van de verzorgingsstaat? In Venetië staan de ‘Fundamentals van Architectuur’, zoals in beeld gebracht door Rem Koolhaas, centraal. De tentoonstellingen in Rotterdam hebben als overkoepelende titel ‘Urban by Nature’, met hoogleraar Dirk Sijmons als curator en de insteek van de stad als fundamenteel metabolisme waar een veelheid van stromen door heen gaat en samenkomt.

Het begrip ‘Fundamentals’ voert terug naar de oervader van de bouwkunst, de Romeinse militair Vitrivius, die met zijn tiendelige De Architectura de beginselen van de bouwkunst beschreef. Met als centrale insteek de drieslag van functionaliteit, schoonheid en degelijkheid. Ook Koolhaas brengt naast de overzichtscatalogus een serie boeken uit die ieder een fundamenteel element centraal stellen, van wand en deur tot gevel en trap. Koolhaas toont daarmee de fysiek tastbare elementen van architectuur als haar basis. Een belangrijke onderliggende vraag in deze hoofdtentoonstelling is wat het effect van technologische ontwikkelingen is op de esthetiek en beleving. In de landenpaviljoens staat de erfenis van het modernisme centraal. Waar Koolhaas kiest voor een cultureel retroperspectief, blikt Sijmons vooruit. Hij heet ons welkom in het Antropoceen. Het tijdvak waarin de mens als een natuurkracht op de aarde ingrijpt. De tentoonstelling richt zich op de stofwisseling of het metabolisme van het stadslandschap. De centrale stelling is dat steden niet kunnen overleven zonder de instandhouding van duurzame verbindingen met het achterland waar ze energie, water, voedsel, biomassa en materialen vandaan halen en hun afval lozen. Met als onderliggende vraag voor de stedenbouw: willen we het bestaande systeem efficiënter maken of een nieuw systeem bouwen?

Wederkerigheid als basisprincipe

Hoe verhouden deze terugblik en vooruitblik zich tot gebiedsontwikkeling? Zeker vanuit de ontwerpende disciplines is een belangrijke onderliggende vraag bij gebiedsontwikkeling hoe bij (her)ontwikkeling van een gebied de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde versterkt kan worden. De term gebiedsontwikkeling is in de negentiger jaren voort gekomen uit de verschuiving in de ruimtelijke ordening naar een meer ontwikkelingsgerichte overheid. Een manier van werken waarbij overheden, private partijen en andere betrokkenen in een gebied tot integratie komen van planvorming en ruimtelijke investeringen met als uiteindelijke resultaat de uitvoering van ruimtelijke projecten. De ‘fundamentals van gebiedsontwikkeling’ hebben als overkoepelend principe waardecreatie als wederkerigheid en profijt voor alle betrokkenen. Een poging tot fileren van de basiswaarden van gebiedsontwikkeling in zeven punten:

1- Integraliteit: functies in samenhang ontwikkelen
2- Een dragend idee en herkenbaar verhaal: een gebiedsconcept dat aansluit bij het DNA van het gebied
3- Heldere rolverdeling: een overheid die kaders stelt en initiatieven van markt en civil society actief faciliteert
4- Het opsporen van economische drivers
5- Omgaan met risico’s en kansen
6- Een gefaseerde ontwikkelstrategie
7- De kunst van verbinden: van functies, disciplines, partijen, belangen en geldstromen.

Fundamentals in de architectuur

Het retroperspectief van Koolhaas legt de veranderingen in de fysiek tastbare architectonische elementen bloot en toont de erfenis van het modernisme. Koolhaas toont de vloer, het kozijn en het toilet als ‘fundamentals’ in de Architectuur. Het retroperspectief dat door diverse gastcuratoren voor de hoofdtentoonstelling is gemaakt van de verschillende Fundamentals laten onder meer zien wat het effect van technologische ontwikkelingen is op deze elementen. Zo staat naast het eerste moderne Romeinse toilet een Japans versie, met de mogelijkheid op basis van de input een gezondheidsanalyse te maken van de gebruiker. Een ander voorbeeld is een film van een warehouse van Amazon, waarin de medewerkers slechts beperkt door het gebouw bewegen, maar hun werk krijgen aangereikt via onder de vloer aangestuurde Robots. Koolhaas brengt hier als verkenner de technologische vernieuwing als sluipmoordenaar van de architectonische belevingswaarde in beeld.

Naast deze hoofdtentoonstelling wordt er in veel landenpaviljoens teruggeblikt op de erfenis van de modernistische Avantgarde uit de 20e eeuw. Avantgarde - in het Frans voorhoede - betekent oorspronkelijk een groep soldaten die op verkenning werd uitgestuurd. De landenpaviljoens tonen in retroperspectief persoonlijke verhalen tegen de achtergrond van het modernisme en institutionele systemen. In een debat in het Duitse paviljoen stond de vraag naar de relatie tussen de macht van instituties het volk en de rol van architectuur in deze tijd centraal. Zuid-Korea zet persoonlijke ervaringen uit het dagelijkse leven met het communistische systeem tegenover de werking van het hedendaagse systeem. En in het paviljoen waar Kenia en Noorwegen samenkomen wordt een modern ontwerp van een visvriesfabriek getoond, mogelijk gemaakt via een Noors hulpprogramma. Nooit in gebruik genomen, vanwege water tekort en een gebrek aan benodigde kennis bij de lokale bewoners om het te laten werken. De hulpverlenende landen erkennen dat hun hulp gefaald heeft. Het debat ‘eindigt’ dan ook met de vraag: hoe verder. Het Russische paviljoen, in de media door velen als de beste inzending genoemd, blikt als een van de weinig ook vooruit. Onder het motto Fair Enough, is een bouwmarkt ingericht waar mogelijk hergebruik van architectonisch erfgoed wordt getoond.

Stofstromen, nieuwe agenda voor de stedenbouw

In het Antropocene wereldbeeld van Sijmons is er geen weg terug. ‘Als we de reële en klemmende vraagstukken van de stedelijke planeet van de 21ste eeuw willen aanpakken, hebben we niets aan een moralistische boodschap die erop neerkomt dat wij mensen te ver zijn gegaan en dat we dus terug moeten.’ Het Antropoceen, een term gemunt door Nobelprijswinnaar Paul Crutzen, geeft een radicaal andere blik op de wereld dan de voorgaande tijdperken. Kennis, ideeën, beelden zorgen ervoor dat we nooit meer terugkunnen naar een staat van ontwetendheid. We moeten vooruit. Sijmons richt zich op een nieuwe stedenbouwkundige agenda. Hij toont het stadslandschap als complex, uitgestrekt en interactief systeem van stofstromen dat onophoudelijk werkt om in de behoeften van zijn bewoners te voorzien. Vanuit het concept metabolisme worden in deze tentoonstelling vier stofstromen onderscheiden, die niet direct ruimtelijk zijn, namelijk lucht, zoet water, afval en mensen, maar die volgens Sijmons wel raken aan de hedendaagse stedenbouwkundige opgaven.

Steden verduurzamen

Op 19 juni vond in het kader van het IABR het congres ‘Global Challenges – Urban Futures’ plaats. Hier werd duidelijk dat mondiale kaders net zo hard nodig zijn als kleinschalige veranderingen. Mark Swilling ((Stellenbosch University, UNEP IRP) gaf aan dat de heterogeniteit van veel Afrikaanse steden hun kracht is die, stapje voor stapje en via een weg van kleinschalige veranderingen (‘radical incrementalism’) tot een wezenlijke omslag kan leiden. Joyeeta Gupta (Universiteit van Amsterdam) uitte juist zijn twijfels of steden in staat zijn mondiale milieuproblemen op te lossen. Zijn stelling is dat steden alleen kunnen verduurzamen als er op een hoger schaalniveau, het liefst mondiaal, regels en wetten zijn die de kaders scheppen waarbinnen landen en steden gewenste transities kunnen doorvoeren en de grote verschillen tussen arm en rijk kunnen worden overbrugd. Geleidelijke transformatie en radicale vernieuwing gaan hand in hand.

Hoe nu verder?

Rudy Stroink vroeg zich vorig jaar af waar de Avantgarde blijft, hij zocht vernieuwingsdrang bij de jonge generatie ontwerpers. Ook bij de vorige week uitgereikte Archiprix constateerde de jury dat een fundamenteel verlangen naar vernieuwing ontbreekt. De tendens bij de jonge generatie ontwerpers is voort te bouwen op bestaande kwaliteiten. Koolhaas laat zien dat dit alleen kan in samenwerking met andere disciplines. Het Japanse toilet is hiervan een mooi voorbeeld, het bestaande transformeert onder invloed van technologische mogelijkheden. De Robot van Amazon staat meer voor een ontwrichtend effect. Het is een voorbeeld van een ‘disruptive’ (verstorend) initiatief dat een complete markt wegvaagt. Ze komen vanuit het niets en zijn opeens overal. Airbnb deed iets vergelijkbaars met de hotelbranche en Uber met de taximarkt. Stad voor stad gooien ze de markt overhoop, aldus NRC.

Hoe zit het met de verstorende initiatieven in Gebiedsontwikkeling? Vooralsnog lijkt het erop dat ook hier geleidelijke transformatie en radicale vernieuwing hand in hand gaan. Een mooi voorbeeld is de energieopgave. Tijdens het voorjaarscongres van de praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling benadrukte Chris Kuijpers (Ministerie I & M) dat de wereld van energie en klimaat de aanpak van gebiedsontwikkeling hard nodig heeft. De verdriedubbeling van aantal windmolens op land die in het SER Energieakkoord is vastgelegd gaat een enorm ruimtebeslag leggen op het landschap en zal in veel gevallen alleen in verbinding met andere opgaven gerealiseerd kunnen worden. De verbinding met de lokale gemeenschap en opgaven is cruciaal. Kuijpers riep op tot een innige toenadering tussen de wereld van energie en klimaat enerzijds en de ruimtelijke wereld anderzijds. De beide Biennales bieden hiervoor de nodige kritische reflectie én inspiratie.

Zie ook:

Auteurs

Portret - Anne Luijten
Anne Luijten

Voormalig hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
agnes franzen pp
Agnes Franzen

Strategisch adviseur SKG/TU Delft |medeoprichter/hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (2010-2017)

Bekijk alle artikelen