platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Groningen “The Nordic City”; Energietransitie als motor voor ruimtelijke en economische ontwikkeling

Groningen “The Nordic City”; Energietransitie als motor voor ruimtelijke en economische ontwikkeling

a2

2 jun 2016 - Hoe kan de energietransitie een wenkend perspectief opleveren voor de regionale economie en de ruimtelijke kwaliteit van stad en regio? Hoe zien het aardbevingsgebied en de stad Groningen eruit in 2035, als we volledig zijn overgestapt op het gebruik van duurzame energie? De resultaten zijn verbeeld in het concept “The Nordic City”; een project waar tientallen mensen gedurende zo’n jaar intensief aan hebben gewerkt. Bestuurders, onderzoekers en ontwerpers hebben de handen ineengeslagen en presenteerden hun bevindingen op de IABR.

“De energietransitie zou wel eens het belangrijkste dossier kunnen worden van het volgende kabinet. De energie opgaven zijn bekend maar we stuiten steeds op de onderliggende vraag: Hoe gaan we dat doen? Als ontwerpkracht slim gekoppeld wordt aan beleid- en besluitvorming kan men aan de slag. Dit is precies wat Atelier Groningen heeft gedaan; integrale vergezichten zijn gekoppeld aan wat nu al in Groningen gebeurt en dat blijkt verrassend veel te zijn. Het laat zien hoe sectorale opgaven gestapeld kunnen worden, zodat ideeën, energie en investeringen voor elkaar gaan werken. Dit komt samen in het concept van “The Nordic City”; de kansen die de energietransitie de stad en regio Groningen biedt.”, aldus George Brugmans, algemeen directeur IABR

Lessons learned

-       Kaders en vooruitzichten moeten door de overheid geschetst worden om duidelijkheid te creëren zodat investeringen gedaan kunnen worden en een business case kan ontstaan.

-       De energietransitie kan enkel succesvol worden als cross-overs met andere sectoren zoals ICT, bouw en chemie plaatsvinden. Hierbij zijn tevens beleid, innovatie en trends nodig.

-       Creëer voor langlopende projecten een platform in atelierachtige werkwijze zodat alle betrokken partijen elkaar weten te vinden, informatie kunnen uitwisselen en stokjes kunnen doorgeven.

-       Ontwikkelstrategie voor de “Nordic approach”: groot(s) waar het moet, klein waar het kan. Geef initiatieven van individuen en collectieven een kans.

-       Verbindt het vraagstuk van de duurzame energietransitie met economische, maatschappelijke en ruimtelijke opgaven waar een gebied nu al mee te maken heeft.

-       Formuleer randvoorwaarden zodat de energietransitie een meerwaarde heeft voor landschappelijke en stedelijke kwaliteiten.

Nienke Homan, gedeputeerde Energie en Energietransitie, provincie Groningen

“The Next Economy” roept veel vragen op: Wat betekent het? Hoe ziet het eruit? Wanneer begint het? Hoe we in het verleden met onze grondstoffen zijn omgegaan, maar ook hoe we sociaal-maatschappelijk zaken hebben georganiseerd, zo wordt het niet meer. Hoe wordt de nieuwe stap gezet? Zowel bestuurders als burgers zijn daar verantwoordelijk voor. In Groningen zien we kansen. De uitdaging voor ons is om dit met elkaar te verbinden. De gaswinning leidt tot problemen, net als de verdeeldheid tussen arm en rijk of de natuur versus stedelijke ontwikkelingen. Bestuurders zijn verantwoordelijk om dit goed uit te voeren. Zij moeten lef tonen en stappen durven zetten. De ontstane beelden geven ruimte voor kritiek: waar zijn we het wel en niet mee eens? Zo kan gezamenlijk verder gewerkt worden een aan toekomstvisie.

Alexander Wirtz, Quintel Intelligence, Amsterdam

De energiekant van de toekomst is onderzocht: Hoe kan het energiesysteem anders? Er is een nieuw energetisch toekomstperspectief geschetst voor de regio. Zij kenmerkt zich door een sterke toename van hernieuwbare energie en een sterke afname van de energetische CO2-uitstoot. Het gaat om 12 gemeentes, inclusief Groningen. Hierbij is uitgegaan van de lokale situatie in combinatie met het energietransitiemodel, dat door Quintel is ontwikkeld. Het model heeft als doel om de energiediscussie te faciliteren over hoe een energietoekomst bereikt kan worden. De tool is online te vinden op https://energytransitionmodel.com en wordt landelijk gebruikt bij projecten als de Klimaatzaak van Urgenda en het Energieakkoord. Naast technische kantelingen moet het gedrag van individuele mensen veranderen. De taak van de overheid is om kaders en vooruitzichten te schetsen. Als zij geen duidelijkheid schetst, kunnen geen investeringen gedaan worden en kan geen business case bestaan. De transitie moet van alle kanten komen, op alle lagen. De wens moet zijn om dramatisch te veranderen.

Momenteel komt de energie van de regio vooral uit gaswinning. Hierbij is de noodzaak ontstaan om woningen te verstevigen. Dit kan als kans gezien worden. Daarnaast leiden de nationale plannen tot realisatie van heel veel windvermogen in met name de windrijke regio van Groningen. Ten derde heeft deze regio iets unieks: de combinatie van de Eemshaven (veel interconnectiecapaciteit van data, stroom en gas die aan land komt) en de industrie in Delfzijl (groot energieverbruik). Ten vierde de dominante stad Groningen: meer dan 50% van de inwoners woont daar en de meeste banen zijn daar geconcentreerd. In de stad is de kennisinfrastructuur van wereldniveau als het op energie aankomt. Daarnaast ligt de beste landbouwgrond en meest hoogtechnologische landbouw van de wereld in deze regio. Dit levert interessante kansen op voor samenwerking met de industrie. Tot slot is deze regio zeer ambitieus om snel energieneutraal te zijn; in 2035 ligt de CO2-uitstoot idealiter 95% lager dan in 1990 en is het aandeel hernieuwbaar geproduceerde energie gestegen tot 88%.

Iedere geavanceerde samenleving heeft drie vormen van energie nodig: stroom, warmte en transport (mobiliteit van personen en goederen). In het nieuw ontworpen systeem is bijna alle energie hernieuwbaar, grotendeels gemaakt met wind. Een paar oude centrales kunnen voor back-up zorgen en die verbranden over het algemeen biomassa. Interessant hieraan is, dat het stroomsysteem niet meer vraag maar aanbod gestuurd zal zijn. In dit systeem draait het om de vraag: Wat te doen met de energieoverschotten van wind en zon?

Warmte wordt ook hernieuwbaar geproduceerd. Alleen in de industrie van Delfzijl zal het nog nodig zijn om biomassa te verbranden omdat zij een hoge temperatuur warmtevraag heeft. Als de warmtevraag groot blijft, is het in de toekomst wellicht mogelijk om de stroomoverschotten om te zetten in waterstof voor warmte zodat minder biomassa nodig is voor de hoge temperaturen. Wat betreft de gebouwde omgeving: de warmtevraag is sterk verminderd omdat veel meer en beter is geïsoleerd. Dat kan in deze regio sneller door de combinatie gebouwen verstevigen (schadeherstel) en isoleren (verduurzamen). In 2035 wil men een energiebesparing van woningen van circa 4 PJ gerealiseerd hebben; de energievraag kan voor de huishoudens dalen van 6 PJ naar 2 PJ. Vroeger werd de warmtevraag voor de gebouwde omgeving ingevuld door aardgas. De Gemeente Groningen is momenteel bezig om dit in 2035 te vervangen door warmtenetten (geothermie) en warmtepompen. Daarbij kunnen stroomoverschotten worden omgezet in warmte. Het verwarmen van woningen zal in de toekomst elektrisch gebeuren. Uitzonderingen kunnen monumentale panden zijn, die kunnen op groengas verwarmd worden.

Tot slot zal het transport door stroom en een klein beetje biodiesel plaatsvinden. Het transportdeel van mensen en goederen zal in de toekomst bijna geheel elektrisch zijn. Daarnaast is veel potentieel voor zelfrijdende auto’s. In totaal zullen minder auto’s nodig zijn, waardoor zich nieuwe kansen voordoen om steden en landschap anders in te richten. Ook bieden zelfrijdende auto’s buffercapaciteit voor de stroomoverschotten.

Jeroen de Willigen, stadsbouwmeester Groningen

In “Groningen energieneutraal” worden de opgaven van de energietransitie gekoppeld aan drie andere stedelijke opgaven en ontwikkelingen: (1) Hoe ontwikkelt Groningen zich als kennisstad? (2) Na Amsterdam en Utrecht is Groningen de snelst groeiende stad van Nederland: verdichten? (3) Hoe wordt de mobiliteit opgelost? Groningen is opgeknipt door een aantal infrastructurele banen en een aantal industriegebieden, waardoor niet alle wijken een onderdeel van de stad vormen. Tevens worden groen en landschap van de stad afgesneden. Veel kansen worden nu niet benut. Groningen gaat ervan uit, dat ze de regio en de Noordzee nodig zal hebben om aan de energievraag te voldoen. Veel kan zelf gedaan worden, door gebouwen te isoleren en het aanbrengen van zonnepanelen. Zoals Quintel eerder vermeldde, in de toekomst zullen minder auto’s rondrijden zodat meer ruimte in de stad beschikbaar komt voor energievoorzieningen en groen in plaats van parkeerplaatsen en de autoboulevard.

a3

De stad wil af van fossiele energie en heeft voor de gebouwde omgeving een plan bedacht: alle gebouwen worden eerst geïsoleerd en daarna is per wijk een “energiemilieu” opgesteld; zie afbeelding 2. De energiemilieus worden gekenmerkt door een mix van energiemaatregelen; de te behalen isolatiegraad, hoe warmte wordt geleverd en hoe elektriciteit wordt opgewekt. 

a4

Om de stad zal een ring worden aangelegd, zodat van elkaars energie gebruik gemaakt kan worden; zie afbeelding 3. Deze ring zal woonwijken, kantoren en het energiesysteem van de regio (wind, biomassa) aan elkaar koppelen. Tevens zal de ring de balancering in de stad zelf mogelijk maken zodat energieopslag in elektrische auto’s en buffertanks kan plaatsvinden. Hiervoor moet het elektriciteitsnetwerk worden verzwaard. Dit zijn grote stedelijke ingrepen. De ring wordt het nieuwe energiesysteem van de stad en het hoofdwarmtenet zal hier langs komen te liggen. De ring is geïnspireerd op de ringstraat in Wenen uit de 19e eeuw, die als verbinder fungeerde tussen de nieuwe stadswijken en het groen.

Ruut van Paridon, Van Paridon x de Groot, Landschapsarchitecten en Erik Roerdink, DAAD architecten

Men heeft ruimtelijk onderzoek naar de verbinding van de energietransitie met de kwaliteiten van het landschap gedaan. Hoe kan de energietransitie worden verzoend met de kwaliteiten van het Groningse landschap? Kwaliteiten zijn: open ruimtes, rust, stilte, historische erven, borgen en kernen. Wildgroei aan willekeurig geplaatste zonnepanelen en windmolens wordt tegen gegaan om aantasting van het landschap en de historische bebouwing te voorkomen. Zorg voor regie en begeleiding hierin. Drie ruimtelijke concepten met de kwaliteit en eigenheid van het Groningse landschap als uitgangspunt;

1.     Eems-Dollard als energiebaai: windmolens gecombineerd met het industriële landschap levert schoonheid en vitaliteit op. De windopgave is hier prima. Hierdoor ontstaat het energielandschap van de toekomst: een windbaai. Daarbij kan het herstellen van het ecosysteem van het estuarium gekoppeld worden aan de energieopgave en de kwaliteitsversterking van het gebied (windmolens als uitkijkpunt, hotelkamer, vogelhut of aanlegsteiger). Concentratie van windmolenparken en grote open ruimtes (bv. estuarium voor kweken zeewier als bouwmateriaal of eten).

2.     Bio-based Noorden: kenniscluster (stad), windenergie zeehaven, groene chemie en landbouwgebied (op zee, producten als basis voor bio-raffinage bv. Grassa). Bio-based bouwen met lokale bouwproducten versterkt de kwaliteit en eigenheid van de Groningse dorpen en erven.

a5 3.     Duurzame en veilige dorpen (uitwerking Onderdendam). Integrale oplossing zoeken voor schadeherstel aardbevingen (versterken) en verduurzamen gebouwen. Kracht: licht, kleinschalig, eigenwijs, zelf doen en collectief. Verschillende bouwperioden, kwaliteiten en oplossingen voor verduurzaming en versterking leiden tot zeven dorpstrategieën; Koesteren historische ensemble (geen zonnepanelen), uitbouwen linten dorpen, vernieuwing van de wijken, grote gebouwen voor gezamenlijke energieopwekking (nieuwe collectiviteit), verbindend dorpsnetwerk (bosjes), lokale biomassa en landschapsbeheer. Afbeelding 4 geeft een impressie van de visualisatie.

Samenvattend, de ontwikkelstrategie voor de “Nordic approach” is: groot(s) waar het moet, klein waar het kan. Geef burgerinitiatieven een kans.

Annemarie Rook, Adviseur E&E Advies Groningen

Voor de energie en economie in 2035 werd de volgende vraag gesteld: Wat is de impact van de energietransitie naar een nagenoeg fossielvrije samenleving op de economie van het projectgebied? Hiervoor is een investering van 7 miljard euro nodig: 1 miljard voor zon PV; 1 miljard voor biomassa; 2,1 miljard in wind (land en zee); 1,9 miljard in energiebesparing (isoleren) en 1,5 miljard in warmteprojecten (geothermie). Deze investeringen leveren een tijdelijke piek in bedrijvigheid en werkgelegenheid op, zoals het installeren van warmtepompen, etc. Een tweede piek zal na circa 20 jaar ontstaan als installaties vervangen moeten worden. Daarnaast ontstaat een structurele stijging van 3% voor het onderhoud van de installaties en ontwikkeling van software. Het blijft echter een arbeidsextensieve sector om energie betaalbaar te houden. Omdat energie gelinkt is aan andere sectoren, zullen hier ook veranderingen (“cross-overs”) plaatsvinden, zoals kennis, ICT, bouw, landbouw en chemie. Zonder deze cross-overs kan de energietransitie niet plaatsvinden. Hierbij zijn ook beleid, innovatie en trends nodig.

Voor de economische kansen in 2035 is gekeken naar de kenmerken die het gebied nu heeft, het beleid en de sterke sectoren zoals de industrie, landbouw en ICT. Hierdoor ontstaan vier nieuwe economische kansen en tevens ruimtelijke opgaven, vanuit energietransitie en economische herontwikkeling:

1.     Bio-based economy voor het Noorden; transformatie chemie door koppeling met landbouw (landbouw tevens producent groene grondstoffen)

2.     Groningen, slimme energiestad; samenhangend cluster gericht op innovatie in opslag en distributie (decentrale elektriciteitsproductie, intelligente netten, hybride vervoerssysteem)

3.     Energy Port: energieknooppunt voor Noord-West Europa (Groningen – Eemshaven – Delfzijl: handelsplaats voor energiedragers)

4.     Duurzame en veilige dorpen: aardbevingsbestendige en energieneutrale dorpen en wijken (koppeling van schadeherstel, versterking en verduurzaming)

Peter Vanden Abeele, Maat ontwerpers, Gent (België)

Het gaat niet alleen om een energietransitie of een economische herontwikkeling, het gaat om het regionaal doorontwikkelen van een gebied. Hiervoor is een visie nodig. Zo gaan we van een koolstofeconomie naar een duurzame elektrische economie, waarbij een koppeling van duurzame bronnen nodig is. Daarnaast is ook de opslag en het omzetten van energie belangrijk. Hoe kunnen de vraagstukken gekoppeld worden aan de economische ontwikkelingen? Vijf stellingen:

1.     Uitzoomen om de regio Groningen in een groter verband te kaderen, als een speler die zich positioneert tussen andere stadsregio’s.

2.     Omgaan met de algemene demografische veranderingen in de regio.

3.     Het opschalen van de opgaven voor energie, en voor wind in het bijzonder, van een lokale naar een internationale schaal (Noord-Duitsland en Denemarken).

4.     Intensivering van biomassa om minder afhankelijk te worden van import en transport op globale schaal.

5.     Inzetten op onderlinge allianties tussen grote maatschappijen en kleine lokale initiatieven in de energieproductie om geïntegreerde en duurzame netwerken uit te bouwen.

Kortom, het opschalen van de ambities en investeringen maakt energie “The Next Economy” voor Groningen en fungeert als regionaal ruimtelijk ontwikkelingsmodel. 

De tentoonstelling over “The Nordic City” reist van 16 mei tot en met 30 september 2016 rond door de provincie Groningen om inwoners te betrekken bij de dialoog over de mogelijkheden van duurzaam energiegebruik in de provincie. Projectatelier Groningen is een samenwerking van de IABR, de provincie Groningen, de gemeente Groningen, Eemsdelta Regio en de Regio Groningen-Assen. De tentoonstelling is te zien op deze locaties.

Ateliermeester Jandirk Hoekstra, H+N+S Landschapsarchitecten

Wat de projectgroep heeft geprobeerd, is om de energietransitie op de economie te betrekken en te kijken of dit ruimtelijk ook tot kwaliteiten kan leiden. Dit bleek een doeltreffende formule; “The Nordic City” is een krachtige stad omgeven door zelfbewuste dorpen in een landschap vol met potentie. Klein en groot, dus initiatieven van individuen en collectieven, sluiten aan op -als het om energie gaat- de productie door de grote producenten. Daarnaast is de vergroening van het Delfzijl-complex met het idee van de bio-based economy zichtbaar, het gaat een innige band aan met het landbouwlandschap. Als het proces goed verloopt, wordt dit de strategie voor het wervende vestigings- en woonmilieu van de toekomst voor alle dorpen.

Hoe gaat dit plan, waar een jaar intensief aan is gewerkt, realiteit worden? Wat opviel aan dit project is dat het zich onderscheidt door het begrip samenhang. Om dit allemaal voor elkaar te krijgen, is goed samengewerkt middels een atelierachtige werkwijze. Zo is een platform gecreëerd voor onderzoekteams, ontwerpbureaus, publieke partijen, ondernemers, etc, kortom, een plek waar een groep van 35 mensen elkaar weet te vinden.

Roeland van der Schaaf, wethouder Ruimtelijke Ordening, gemeente Groningen

Afgelopen jaar is veel gebeurd waarvoor waardering en complimenten zijn toe te kennen. Het proces kende een aantal cruciale momenten:

-       Zo’n 1,5 jaar geleden heerste veel ellende omtrent de aardbevingsdiscussie. Deze regio heeft een goed verhaal nodig hoe verder gekeken kan worden. De IABR kan daar een bijdrage aan leveren. Het kostte wel moeite om deze stap te zetten; de dagelijkse bezigheden waren anders.

-       Afgelopen tijd zijn veel verschillende presentaties getoond, die alle kanten op gingen. De laatste week kwam het gelukkig goed: het verhaal vormde één geheel.

Er verscheen een presentatievoorstel om de provincie en regio in te gaan na de IABR. Dit leverde nervositeit op: zitten bestuurders hier wel op te wachten? Dit bleek zeker het geval, want deze regio heeft perspectief nodig na alle ellende. Samenwerking tussen de disciplines economie, energie, ecologie, bouwen, ruimtelijke ordening en architectuur leidt tot een bindend verhaal. Ook binnen provincies, stad en andere gemeentes in de regio. De energietransitie die nodig is, is niet alleen een technische exercitie: het is net zo hard een sociale als een integrale opgave. Belangrijk is, dat het verhaal tevens bij de bevolking landt voor het creëren van draagvlak. We willen de regio graag positief neerzetten voor werk, innovatie en een grote leefbaarheid.

Auteur

Portret - Tine van Langelaar
Tine van Langelaar

Onderzoeksmedewerker bij Staatsbosbeheer

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte