platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Column

Het jaar van de Ruimte: zonde van het belastinggeld

Het jaar van de Ruimte: zonde van het belastinggeld

2015.12.7_Het jaar van de Ruimte: zonde van het belastinggeld_C

Wij maken Nederland? Of: Wij maken er niks van?

7 dec 2015 - Het jaar 2015 is ooit uitgeroepen als het Jaar van de Ruimte. Dat zou nuttig kunnen zijn als dat aanleiding zou zijn tot o.a. reflectie op vragen als: wat zijn de dominant invloeden op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling? Hoe schuiven daarin de panelen tussen overheid en markt/andere initiatiefnemers en wat zijn de verschuivingen in de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende overheden. Maar die reflectie is niet terug te vinden bij de organisatoren van het Jaar van de Ruimte. Hun evaluatie lijkt meer op een discoshow waarin aan elke hype-topper van de afgelopen periode 10 seconden aandacht wordt besteed. Vluchtig dus; zonder enige diepgang; met veel modieus woordgebruik; maar helemaal naast die zaken die op de ochtend na de disco echt belangrijk blijken. Wat een gemiste kans, wat een vrijblijvendheid en nog wel met zoveel subsidiegeld.

Wie de geschiedenis van de laatste 50 jaar “ruimtelijke ordening” in ogenschouw neemt, (zie Rooilijn nr. 1, 2014) moet concluderen dat er forse verschuivingen hebben plaatsgevonden m.b.t. de vraag wie is verantwoordelijk voor wat. De rijksoverheid beperkt zich bij de ruimtelijke inrichting van ons land tot zaken die “des rijks” zijn: ruimte voor de rivier, nationale eyecatchers als Schiphol en Natura 2000 en nog wat zaken waarbij een echt nationaal belang in het geding is.
Voor het overige zijn provincies en vooral gemeenten aan zet. Bij een debat over het Jaar van de Ruimte zou je dus ook verwachten dat vragen als “wie gaat waarover en gaat dat nu goed’ aan de orde zouden zijn. Maar neen, de organisatoren van “het jaar van de ruimte” kiezen voor een oppervlakkig pamflet waarin the talk of the town de boventoon voert, voor issues die passen in het hedendaagse jargon van weinigzeggende moderniteiten. Maar met oneindig pretenties, want de ondertitel luidt: ‘Wij maken de ruimte’. Ze, dat wil zeggen de schrijvers over de resultaten van het Jaar van de Ruimte, (zeg maar Platform 31, daartoe in staat gesteld met veel rijksoverheidsgeld) hebben de ervaringen van het Jaar van de Ruimte samengevat in 7 “onvermijdelijke opgaven”. Dat klinkt dwingend.

Om een beeld te krijgen van hoe de ‘onvermijdelijke opgaven’ worden beargumenteerd, doen we een zin-voor-zin tekstanalyse van de eerste onvermijdelijke opgave.

Die eerste opgave luidt: ‘versterk het stedennetwerk’. De openingszin bij deze opgave is meteen al zeer raadselachtig: “Het Nederlandse netwerk van steden wordt sterker door het vergroten van de onderlinge verschillen.” Wat daarmee wordt bedoeld blijft volstrekt onduidelijk. Gaat het om verschillenvergroting binnen zo’n netwerk of tussen netwerken? En hoezo maken de verschillen het netwerk sterker? De tweede zin maakt het allemaal nog vager: “Daartoe (dus blijkbaar om de verschillen te vergroten) dienen sterke en goed bestuurde stedelijk regio’s, te beginnen met de regio Amsterdam, door verschuivingen van belastinginkomsten meer handelingsruimte te kringen”. Meer lokale belasting: akkoord, om meer dan een reden. Maar dat verschillen tussen steden of stedelijke regio’s moeten worden vergroot door een groter belastinggebied is toch wel een heel duister streven. En waarom het Nederlandse netwerk van steden daardoor sterker wordt, blijft ook helemaal in het luchtledige hangen. Maar het houdt niet op; de volgende zin luidt: “Het Rijk dient flexibilisering van de woningmarkt in de steden met spoed na te streven”. Enig idee wat hier bedoeld kan zijn? Welke flexibilisering? Waarom alleen de steden? Met spoed na te streven: enig idee van het benodigde instrumentarium? Zin vier: “Even urgent is een investeringsimpuls gericht op zowel het versnellen van de binnenstedelijk verplaatsingen, als op betere verbindingen naar de stedelijke regio’s in de buurlanden.” Een investeringsimpuls: van wie? Van de rijksoverheid? Of te betalen uit het ruimere lokale belastinggebied? Een impuls van investeerders? Het blijft allemaal in het vage. Een volgende zinsnede: “Amsterdam is het vlaggenschip en de kracht ligt in het metropolitane stedennetwerk dat nu al bestaat”. Vlaggenschip waarvan? Van een sterke economische ontwikkeling? En andere stedelijke regio’s dan? In sommige opzichten is de economische ontwikkeling van Brabantse regio’s spectaculairder dan Amsterdam. Waarom die grachtengordel voorkeur? Het Amsterdamse metropolitaanse stedenwerk dat er nu al is zou “kracht” hebben? Hoezo kracht? Ze vechten elkaar bij tijd en wijle de tent uit. Mag Schiphol de woningbouw beperken of moet Schiphol inperken: een onderwerp dat aanleiding voor diepgaande meningsverschillen. Hoezo “kracht die al bestaat”?
En de slotzin van dit abracadabra: “Die netwerkvorm biedt de beste mogelijkheden om als Nederlandse metropool soepel in te spelen op de grote en moeilijke voorspelbare veranderingen die in de 21ste eeuw op Noordwest Europa afkomen”. Wat wordt bedoeld met “die netwerkvorm”? De huidige Stadsregio Amsterdam? De Metropoolregio? De net afgeschafte WGR+ regio? En wat hoort daar dan wel en niet bij? En waarom zou die netwerkvorm de beste mogelijkheden bieden? Mag er ook enige argumentatie zijn voor deze stelling? En als de veranderingen al “moeilijk voorspelbaar” zijn, hoe weten we dan dat de metropool daarop het beste antwoord is? Of is eigenlijk bedoeld dat Nederland één stad zou zijn, zoals de mensen achter de Agenda Stad beweren (waarmee ze dan denken in het buitenland toch als grote stad mee te tellen)?

De onduidelijkheid die blijkt uit de formulering va de eerste ‘onvermijdelijke opgave’ is er eveneens bij de overige zes opgaven. Het is een combinatie van open deuren (‘zet water in als kwaliteitsimpuls’) en nog meer open deuren: ‘zorg voor een gezonde leefomgeving’. Het woord ‘wonen’ komt in het document niet voor.

Nog een citaat uit de 7e onvermijdelijke opgave, over het begrip bouwcultuur: “Structurele leegstand laat zien laat zien dat er iets fundamenteel mis is met de bouwcultuur in Nederland. Lang heeft de nieuwbouw voorzien in een groeiende behoefte aan woon- en werkruimte. Daar is de bouwcultuur nog steeds op gericht, met fixatie op uitbreiding en functiescheiding. Dat past niet meer bij het Nederland van de toekomst, bij het flexibele stedennetwerk.” De concrete werkelijkheid die tegenover deze modieuze teksten moet worden gezet is deze: er zijn voor de komende tijd één miljoen woningen nodig voor de uitbreiding van het aantal huishoudens en daarnaast zijn er nog 600.000 woningen nodig voor vervanging. Ook als we inschatten dat we misschien honderd duizend daarvan realiseren in het ombatterijen van bestaande gebouwen, dan nog is er een mega opgave nieuwbouw. Omkatten van stedelijke bedrijventerreinen zal daarbij aan de orde zijn maar hoe dan ook een bouwcultuur van veel nieuwbouw! Wie is er nu eigenlijk gefixeerd?
We redden het echt niet als we, door alles als één netwerk te zien, leegstaande boerderijen beschouwen als vervanging van nieuwbouw. Wie dat wel doet, en het Manifest doet dat, werkt regelrecht naar nieuwe woningnood.

Al met al een volstrekt gemiste kans en jammer van het vele belastinggeld dat er mee gemoeid is.

Zie ook:

Auteur

Portret - Jos Feijtel
Jos Feijtel

Jos Feijtel Advies, Interim-management wonen, Ex-burgemeester, ex-corporatiedirecteur en ex-wethouder

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte