platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Het risico-denken moet óm

Het risico-denken moet óm

Van slachtoffers naar economische schade

22 mrt 2013 - Nederland staat wereldwijd bekend om het bedwingen van het water. Nederland en Nederlandse bedrijven lopen voorop als het gaat om kennis en technologie op het gebied van waterbeheersing. Zelf zijn wij inmiddels onder meer door Ruimte voor de Rivier gewend geraakt aan een nieuwe manier van omgaan met water. Het is niet meer het verhogen van de dijken dat soelaas moet bieden, maar juist het toestaan van water, ook in bewoonde gebieden. In het buitenland is deze benadering nog erg innovatief. Preventie staat vrijwel overal ter wereld in de kinderschoenen en veiligheid wordt vooral bereikt door de toepassing van zoveel mogelijk beton. Maar ook de broodnodige internationale samenwerking komt maar mondjesmaat van de grond. Waterdeskundigen Tracy Metz en Sybe Schaap gingen in gesprek over Nederland en het buitenland. De impact van rampen als New Orleans, Fukushima en Sandy laat zien dat het denken over risico 180 graden om moet.

Handreikingen uit het interview met Tracy Metz en Sybe Schaap
- Het is niet alleen de techniek maar vooral ook de organisatie van (samenwerkings)processen die cruciaal is voor de waterveiligheid in delta’s wereldwijd.
- Het buitenland kan met name leren van onze Ruimte voor de Rivier-aanpak, in plaats van de klassieke deltawerken die iconisch zijn geworden voor onze wateraanpak.
- Onze aandacht voor preventie is uniek in de wereld. De wateropgave blijft een collectieve opgave, waar de overheid de lead in moet hebben.
- Bij de inrichting van gebieden moet ook worden gekeken naar de economische schade bij een overstroming.
- Nederlandse bedrijven moeten zich aanpassen aan de eisen van de internationale markt en weten ondanks de kennis nog onvoldoende door te dringen tot projecten.
- Educatie en het verhaal vertellen slaat aan bij het publiek en is nodig om meer besef voor risico bij te brengen.

Het boek Zoet&Zout van Tracy Metz is inmiddels vrijwel door de derde druk heen. De auteur won er bovendien de Gouden Tulp mee, de prijs voor het meest informatieve boek. De typisch Nederlandse manier van omgaan met het water staat erin centraal. Het is geen techneuten-boek, zegt Metz als verklaring voor het succes van haar boek. ‘Het is heel herkenbaar voor mensen. Ze denken, hee dit gaat over mij!’ Ook in het buitenland is Sweet&Salt goed ontvangen, met name in de VS waar Metz inmiddels een veelgevraagd spreker is aan onder meer universiteiten. De kennis en technologie waarmee Nederland sinds eeuwen met water omgaat, zijn al lang een bron van verbazing voor de rest van de wereld, zegt Metz in haar voorwoord. Met de gevolgen van de klimaatverandering wordt er met nóg grotere belangstelling gekeken naar de oplossingen in ons land. Nederland is wel degelijk al een exporteur van expertise over water, volgens Metz gaat het om een omzet van 2 miljard euro per jaar.

Daarbij gaat het met name om onze kennis, in de vorm van consultancy, aldus Sybe Schaap, voorzitter van het Netherlands Water Partnership en voormalig dijkgraaf. Net als Metz reist hij veel en ziet hij de verschillende aanpakken als het gaat om waterproblematiek in de verschillende delen van de wereld. Het is ondanks onze brede kennis, gekoppeld aan uitvoering toch moeilijk voor het Nederlandse bedrijfsleven om substantieel aan de bak te komen in het buitenland, zegt hij. Schaap: ‘Het zijn vooral consultancy-opdrachten. Maar zodra iets werkt moet je er weer opnieuw voor vechten. Nederlandse bedrijven worden geen onderdeel van het project in de uitvoeringsfase. Dat komt voornamelijk doordat het een overheidsgedomineerde markt is. En die zet er toch de eigen bedrijven op. Er zijn twee grote Nederlandse ingenieursbureaus die een flink deel van hun omzet uit het buitenland halen, Arcadis en Fugro. Daarna wordt het heel stil. De baggeraars doen het overigens wel heel goed. In onze thuismarkt zit enorm veel kennis, maar het veroveren van een buitenlandse markt vraagt ook om zaken als het aanpassen van je organisatiestructuren.’

Het risico-denken moet óm - Afbeelding 1
Foto: Paul Floro/USACE

Internationale urgentie

En dat, zegt Metz, terwijl het werk in Nederland zelf juist minder wordt als het gaat om projecten. De grote werken zijn geweest. De urgentie om naar het buitenland te kijken wordt dus steeds groter. ‘Ze móeten wel naar het buitenland.’ Een groot deel van de opgave gaat niet zozeer over de technologie, maar over de organisatie van oplossingen. Zo vindt Schaap Ruimte voor de Rivier een mooier voorbeeld voor het buitenland dan de klassieke ‘harde’ deltawerken. ‘Ruimte voor de rivier verbindt water met ruimtelijke inrichting. Overal ter wereld is de herinrichting van de delta’s aan de orde. Een enorm moeilijk proces, hoe organiseer je dat?’ Hoe het vooral níet moet hebben Schaap en Metz gezien in Louisiana, waar de Mississippi volkomen ingesnoerd is. Metz: ‘Het is echt ongelofelijk. De rivier is bijna niet meer te zien. Ergens diep beneden stroomt dan de rivier in een gigantische betonnen trog. Ook in New Orleans zelf is bijna nergens meer water zichtbaar. De rivier gaat schuil achter muren. In het deel van de waterkering waar Arcadis bij was betrokken is wel 4 of 5 voetbalvelden aan beton ingegaan. Daar wordt ook over gepocht. Het lijkt een vorm van populisme, van het aan de bevolking verkopen van deze maatregelen.’

De Amerikaanse cultuur in omgaan met waterveiligheid verschilt dan ook hemelsbreed van de onze. Naast een in onze ogen enorme overdimensionering in de robuustheid van de werken zelf, is er zeer weinig tot geen enkele aandacht voor onderhoud en beheer. Metz: ‘De mentaliteit is dat ze wel zien zodra iets kapot gaat. Ze zijn volkomen verbouwereerd als ze horen wat wij aan preventie besteden. Zij doen aan reparatie achteraf, waar wij onze middelen en effort in preventie steken.’ Die attitude geldt voor de gehele infrastructuur van de VS, vult Schaap aan. ‘Die is inmiddels vrijwel overal verrot. Je kunt niet meer op de snelwegen rijden vanwege de betonrot.’ Of kijk nu naar hoe er wordt omgegaan met de gevolgen van de orkaan Sandy in New York. Schaap: ‘De schade wordt nu geschat op 50 miljard. Maar als je alle economische schade die is geleden erbij optelt, bedraagt de schade vele, vele malen meer.’ Dan kom je uit op bedragen ‘waar geen woorden voor zijn’, aldus Metz. Het geeft aan hoe bizar en gevaarlijk het denken in termen van reparatie achteraf in plaats van in preventie.

Autoriteit

Een lichtpuntje zag Metz in de staat New York waar nu een budget van 400 miljoen beschikbaar is om mensen uit te kopen die wonen op een plek waar het overstromingsrisico hoog is. ‘Het zijn de eerste voorzichtige preventiemaatregelen in de States.’ Zonder een stevige autoriteit voor waterveiligheid lukt het niet, aldus Schaap. ‘Mensen hebben zelf geen beeld van hoe het anders moet. Als je niet ingrijpt wordt alles ook na een ramp gewoon weer volgebouwd.’ Metz wijst naar het perverse mechanisme van het verzekeringswezen dat deze praktijk in stand houdt. ‘Met het uitgekeerde verzekeringsgeld mag je alleen op dezelfde plek weer herbouwen. Je kunt het geld dus niet meenemen en elders opnieuw beginnen.’ Veel plekken worden nu overigens onverzekerbaar. Maar ook dat deert de bewoners niet. Schaap: ‘Het is een risico dat ze incalculeren. Vandaar mijn pleidooi voor een autoriteit, waar publieke partijen een zware rol in zouden moeten krijgen. Je moet mensen tegen zichzelf beschermen. Mensen hebben geen risicobesef. Als er geen snelheidscontroles waren zouden we ook over de weg scheuren. Zo werkt de mens.’

Metz gelooft wél in de rol van educatie en voorlichting. Ze wijst naar haar boek, dat zoiets abstracts als de waterproblematiek voor mensen persoonlijk maakt. ‘Mensen moeten snappen dat het over hén gaat. Ik vind hier een belangrijke rol liggen voor de waterschappen, voor een publieke outreach. Als je het verhaal niet vertelt, gebeurt er niets bij de mensen.’ Schaap is sceptischer als het gaat om het totstandbrengen van een mentaliteitsverandering onder het publiek. ‘Ik heb het inmiddels opgegeven. Alleen de Zeeuwen wisten het, de enige groep die de urgentie daadwerkelijk aan den lijve heeft ondervonden.’ Een rapport van Alterra over hoe mensen denken over hoogwaterbescherming stemt ook Metz niet vrolijk. ‘Mensen vinden eigenlijk niks, ze weten het niet. Ze weten ook niet hoe het zit met hun eigen huis en de risico’s die ze lopen. Maar dat sterkt mij juist in de overtuiging dat we het verhaal moeten vertellen, om het bewustzijn te vergroten. Educatie speelt hierbij een belangrijke rol. Kinderen pakken het gauw op. Maar als overheid moet je ook een verhaal hebben voor als er iets gebeurt. Dat mensen weten wat ze moeten doen.’ Hamburg noemt Metz een goed voorbeeld van hoe in een compleet nieuw stadsdeel, de herontwikkeling van de haven, is omgegaan met water in de stad. Zo mag je niet wonen in de onderste lagen van de gebouwen en is de voorlichting helder en simpel. Mensen weten wat ze moeten doen bij overstromingsrisico. ‘Daarmee beperk je de schade.’

Ontwrichting

De staat van onze gebouwde omgeving maakt het ook mogelijk om anders om te gaan met schade en risico, meent Schaap. ‘Die brakke huisjes in Zeeland gingen destijds gelijk om. Nu kun je prima op de tweede verdieping gaan zitten en gebeurt er verder niks.’ De grote rampen van nu zijn dan ook niet meer de rampen die ontelbare mensenlevens eisen, maar rampen die een enorme economische en ecologische ontwrichting met zich meebrengen. ‘Omdat de economie geglobaliseerd is, heeft een ramp als die in Fukushima wereldwijde gevolgen voor de economie. Die ramp ontwrichtte de Franse auto-industrie doordat onderdelen niet meer geleverd konden worden. Er ontstaat met andere woorden een heel ander risico-patroon. Risicogebieden zijn niet alleen meer de plekken waar mensen wonen. We moeten heel anders naar risico gaan kijken. Een ramp waarbij infrastructuur verloren gaat kan vele miljarden aan economische schade aanrichten.’

Daarom moet je per gebied differentiëren met veiligheidsnormen, vindt Schaap. In de Noordoostpolder mag het een tandje minder dan in de Randstad. Maar ook bij de inrichting van gebieden moet hier al rekening mee worden gehouden. ‘We moeten we veel meer aan de economische schade bij een overstroming denken.’ Daarmee moeten we bovendien veel meer in internationale termen van waterveiligheid gaan denken. Onze economie, de Rotterdamse haven bijvoorbeeld, is immers voor een groot deel afhankelijk van Duitsland. Als het Ruhrgebied onderloopt, zakt onze economie mee weg. Sybe Schaap: ‘De waterveiligheid van Duitsland is dus ook óns belang. In mijn visie moet het hele risico-denken om. Het gaat niet meer in eerste instantie om mensenlevens. We staan helaas nog niet eens aan het begin van die omslag. Kijk maar eens naar wat wij voor bedragen wij investeren in tunnelveiligheid. Heel veel geld voor een zeer beperkt risico op een casuality. Doodzonde, zeker als je bedenkt dat je hetzelfde effect kunt bereiken door simpelweg de snelheid in de tunnel te beperken tot 70 kilometer per uur. In Nederland zit in het veiligheidsdenken totaal geen integraliteit.’ Daar komt nog een bij dat bij de inrichting van gebieden op overstromingsrisico soms ‘onlogische’ maatregelen moeten worden genomen, die mensen niet goed begrijpen. Metz: ‘De natuur moet je voor je karretje spannen. Maar leg mensen maar eens uit dat gebieden veiliger zijn als de dijken lager zijn. Dat is voor Nederlanders een heel raar idee.’

Eigen dijk eerst

Als goed voorbeeld van de wil tot internationale samenwerking wijst Schaap naar Vietnam, die de Rijncommissie binnen haalde om te adviseren over de Mekongrivier. Helaas toont ook deze case de noodzaak tot die samenwerking op een schrijnende manier aan. Het is grootmacht China die dwars ligt en weigert mee te werken. Schaap: ‘Het is verwoestend wat de Chinezen met de rivieren doen. Ze dammen de hele Mekong af. Vietnam bevindt zich aan het einde van de trechter, en is voor haar landbouwvoorziening afhankelijk van irrigatie uit de rivier. In Vietnam zijn ze meer bevreesd voor de Chinezen dan voor het klimaat.’ De Nijl-landen zijn inmiddels wél afspraken over het gebruik van het water overeengekomen. De samenwerking is fragiel, maar cruciaal. Maar ook hier vormt China een bedreiging. ‘China koopt half Ethiopië op voor haar voedselvoorziening. Het is gewoonweg plunderen wat ze doet, puur vanuit een idee van kortetermijnwinst. De situatie in China is meer dan erg. Kijk maar naar de luchtvervuiling in de steden, naar de rivieren, die onderweg leeg worden getrokken en de zee niet eens meer bereiken. Dat heeft voor grote gebieden een grondwaterdaling tot gevolg.’

Problemen worden zo afgewenteld. Funest is de praktijk van compartimenteren, waarschuwen Metz en Schaap. Metz verwoordt het als ‘eigen dijk eerst’, en het gebeurt overal op de wereld. In Thailand bijvoorbeeld, waar grote bedrijven bij elkaar zitten en dan zelf wel zorgen voor een dijk om hun gebied. Maar daarmee wordt het inundatiegebied kleiner en worden elders de problemen groter. Waterveiligheid moet dus een collectief goed zijn, waarvoor de overheid verantwoordelijkheid neemt in plaats van burgers en bedrijven zelf. Metz: ‘Daarom hebben wij destijds met de Deltacommissie ook niet het idee van terpen gepropageerd. Ja, op de terp zit je goed, maar de rest heeft het slechter. Het voor jezelf oplossen is geen echte oplossing. Waterveiligheid is onmiskenbaar een collectieve opgave.’ Een dwingende ruimtelijke ordening, zoals we die in Nederland kennen, werkt daarbij in het voordeel. Bijvoorbeeld met de mogelijkheid dat er gebieden worden aangewezen waar niet mag worden gebouwd.

Vooruitdenken in plaats van repareren

De opgave wereldwijd is nu om vooruit te denken, in plaats van steeds achteraf de gevolgen van overstromingsrampen op te lossen. Zoals Ruimte voor de Rivier vooruitdenken was. Het wachten op rampen kan niet meer, de schades zijn te omvangrijk en daarmee bovendien onverzekerbaar. Het bijzondere dat de Deltacommissie heeft bereikt is dat er naast de Deltawet en de Deltacommissaris een Deltafonds is ingesteld. En dat zonder dat er een ramp is gebeurd, zegt Tracy Metz. ‘En de politiek blijft ook nog van dat fonds af, dat is echt opmerkelijk. Ja, Nederland doet het relatief goed, maar er zijn nog opgaven genoeg. Onderhoud bijvoorbeeld. Ik ben dan ook bevreesd voor het voornemen om de waterschappen onder te brengen bij de provincies. Ik ben bang dat zaken als onderhoud dan volledig ondergesneeuwd raken.’ En dan krijg je op den duur Amerikaanse toestanden, beaamt Sybe Schaap. ‘Het gebrek aan onderhoud is een sluipmoordenaar, stapje voor stapje kom je dichter bij de afgrond.’ Het is puur ingegeven door kortetermijndenken, een houding die niet past als het gaat om waterveiligheid, wereldwijd. Binnenkort vertrekt Tracy Metz weer naar de VS voor een nieuwe serie lezingen. Het grote enthousiasme voor het onderwerp noemt ze een lichtpuntje en hopelijk draagt het bij aan een kentering in het denken over risico, preventie en waterveiligheid. ‘Het onderwerp leeft enorm. Dat is het goede nieuws. Er zijn wel degelijk politici die oren hebben naar de Nederlandse manier van omgaan met het water. Maar je stuit als je iets concreets wilt bereiken op het diep gewortelde wantrouwen tegen de overheid in de Amerikaanse samenleving. Het leven met water is voor Amerikanen nog heel ver weg.’

Tracy Metz is journalist en auteur van ‘Zoet&Zout’.
Sybe Schaap is Eerste Kamerlid, voorzitter Netherlands Water Partnership en voormalig voorzitter Unie van Waterschappen

Fotograaf: William Verbeek

Zie ook:

Auteurs

Portret - Anne Luijten
Anne Luijten

Voormalig hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen
agnes franzen pp
Agnes Franzen

Strategisch adviseur SKG/TU Delft en medeoprichter/hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (2010-2017)

Bekijk alle artikelen