platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

Hitte in de delta: de impact van klimaat en energietransitie

Hitte in de delta: de impact van klimaat en energietransitie

11 dec 2014 - Zeespiegelstijging, extremen in regelval en droogte. Humanitaire rampen lijken slechts een kwestie van tijd. De transitie naar schone, hernieuwbare energie is urgent. We weten het allemaal en tegelijk blijft het voor velen een abstractie. Wat kunnen burgers ermee, hoe wordt het concreet? Door gewoon iets te beginnen: een lokaal energiebedrijf zoals TexelEnergie bijvoorbeeld. Maar alleen daarmee blijft het te klein. Doet de overheid zelf voldoende? Wel een Deltaprogramma voor het water, waarom niet ook een voor energie? Wat betekent dan de verschuiving van het ruimtelijk beleid van het Rijk naar de provincies, gemeenten en waterschappen? En wat kan het ruimtelijk ontwerp bijdragen?

Met Hitte in de delta organiseerde Architectuur Lokaal de zesde editie van het congres voor nieuwe lokale bestuurders. De programmatische ondertitel Opdrachtgeverschap en ontwerp in een veranderend klimaat doelde tegelijk op de fysische en de figuurlijke betekenis van het woord klimaat. De aarde warmt op, wat noopt tot een transitie naar schone, hernieuwbare energie. Het Rijk decentraliseert taken en bevoegdheden in het ruimtelijk domein, terwijl burgers en bedrijven worden uitgenodigd te participeren en of zelf initiatieven te nemen.

In vier thema’s doet Gebiedsontwikkeling.nu verslag van de manifestatie die op 28 november werd gehouden in de Tolhuistuin in Amsterdam voor lokale bestuurders en professionals.

Thema 1: Publiek opdrachtgeverschap

Amsterdam heeft de eerste wethouder Duurzaamheid aangesteld. Dat maakt een integrale aanpak binnen de gemeentelijke organisatie mogelijk en gaat nodeloos ingewikkelde regelgeving tegen. De hoofdstad streeft naar een circulaire economie maar scoort vooralsnog een magere 19% op afvalstoffenscheiding. Gedeputeerde Yves de Boer van Noord-Brabant roept op tot besturen 3.0, waarbij de samenleving beter is betrokken. De provincie wil de stilgevallen innovatie-agenda stimuleren door middel van een Innovatiefonds. Wethouder Choho van Amsterdam prijst de focus van het Rijk op de grote steden, maar vraagt om bijbehorende bevoegdheden.

Thema 2: Verandering in maakbaar Nederland

Hoe maakbaar is Nederland onder de nieuwe Omgevingswet? Welke handvaten biedt de wet de ontwerper? Het ontwerp heeft in ieder geval de potentie om de onderliggende vraagstukken in een gebied transparanter te maken. “Het ontwerp maakt inzichtelijk en gaat de dialoog met de samenleving aan.” Maar voor vraagstukken die het lokale overstijgen biedt de wet nog weinig aanknopingspunten. Leidt decentralisatie tot het recht van de sterkste?

Thema 3: De energieopgave

Voor welke ruimtelijke opgave stelt de energietransitie ons land? Op welke manier kunnen nieuwe energiebronnen worden ingepast in het landschap? Het landschap wordt een strijdveld. Een oplossing is om energie weer dichter bij huis te winnen, bijvoorbeeld door het gebruik van restwarmte en door middel van een energiecoöperatie. Maar is dit niet te kleinschalig en versnipperd? Uiteindelijk zijn grote investeerders zoals institutionele beleggers en pensioenfondsen net zo noodzakelijk. “Met alleen lokale initiatieven kom je er niet.”

Thema 4: Het klimaatdebat

De extremen in droogte, hitte en neerslag gaan toenemen. Dat zal in 2050 leiden tot maar liefst 71 miljard aan economische schade. De noodzaak is groot om waterveiligheid en stedelijke ontwikkeling met elkaar te verbinden. Daarbij moeten besluit, proces en geld aan elkaar vast worden gekoppeld. Maar een handelingsperspectief voor burgers mag daarbij niet ontbreken. “We moeten het probleem tastbaar maken.” Deltacommissaris Kuijken zet in op een adaptieve strategie en meerlaagse veiligheid. In ieder geval is duidelijk dat er miljarden moeten worden geïnvesteerd. “Zonder wetgeving of financiële prikkels zal het Klimaatakkoord mislukken.”

Hitte in de delta: de impact van klimaat en energietransitie - Afbeelding 1

Thema 1: Publiek opdrachtgeverschap

Abdeluheb Choho

Het hoofdprogramma van het congres had als thema Klimaat & Energie. In het eerste programmablok stond centraal hoe de lagere overheden in het veranderde klimaat te werk gaat. Wie wil wat en wie kan wat? Welke belemmeringen zijn er? , wethouder Amsterdam (D66), kon melden dat de hoofdstad voor het eerst een wethouder Duurzaamheid in het college had. “Duurzaamheid is binnen de gemeente niet langer versnipperd. We hebben een integrale agenda over alle sectoren van het gemeentelijke apparaat.” Al binnen een paar maanden verwachtte de wethouder nodeloos ingewikkelde regels voor zonnepanelen op een dak van tafel te kunnen vegen. Grijze daken moeten groen. Er wordt gewerkt aan de infrastructuur voor het benutten van restwarmte. In de Houthavens is de toon gezet met verregaande verduurzaming. Er is veel gaande. Yves de Boer, gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant (VVD), introduceerde een alternatief voor het zijns inziens versleten begrip duurzaamheid: volhoudbaarheid. Volgens hem hebben de provincies (met onder meer een taakstelling voor 6000 mW windenergie) en de gemeenten al aardig wat bereikt. “Maar er is nog wel een schok nodig en die zal er binnen twee jaar zijn. Wanneer we tot onze knieën in het water staan.”

Tanja Klip

“Poep en plas is het nieuwe goud”, aldus dijkgraaf . Het waterschap Vallei en Veluwe heeft een installatie in gebruik genomen die uit het rioolwater grondstoffen herwint, zoals fosfaat, alginaat en cellulose. De waterschappen werken onderling goed samen, stelde Knip. Het publieke opdrachtgeverschap geven de waterschappen bovendien gestalte door de samenwerking met universiteiten, onderzoeksbureaus en bedrijven. Samen met deze partijen worden innovaties ontwikkeld geïnspireerd op het concept Energie- en grondstoffenfabriek. Een kansrijk idee wordt steeds bij twee waterschappen tegelijk uitgeprobeerd. Zij delen vervolgens de kennis met de andere waterschappen. In Apeldoorn loopt een proef met biogaswinning door middel van vacuümpotten. Niet alleen plas en poep, ook groente- en fruitafval zou uiteindelijk in de pot gedeponeerd kunnen worden.

Besturen 3.0

Choho onderschreef het streven naar een circulaire economie. Al loopt Amsterdam met afvalscheiding ver achter (score van slechts 19%). Om tot een dunner rioolsysteem te komen, zoals moderator Felix Rottenberg (voorzitter Architectuur Lokaal) het noemde, moet je volgens de Amsterdamse wethouder beginnen bij nieuwbouw. “Regel het in het Bouwbesluit en daag de markt uit.” Opmerkelijk is dan juist wel dat de Apeldoornse proef met vacuümpotten in bestaande bouw plaatsvindt. De Boer wilde juist af van de gedachte dat de overheid alles moet regelen. “Dat is besturen 2.0, we willen naar besturen 3.0. De samenleving organiseert zich niet dankzij maar ondanks de overheid.” Rottenberg: “Dat is het liberale geluid, dat begrijp ik.” De Boer: “Goed, maar ik constateer dat de innovatieagenda is stil gevallen. Wat nu nog gebeurt is vooral involutie, verfijning. In Brabant willen we weer echte stappen zetten via een innovatiefonds.”

‘Buitenkant lijn is in’

Goed dat het Rijk de steden tot zwaartepunt van beleid heeft benoemd, aldus Choho, alleen ontbreekt het nog aan de bijpassende bevoegdheden en financiën. De Boer vond dat het Rijk de juiste draai maakte met de Omgevingswet. “In minister Schultz van Hagen prijs ik de lijn van adaptief programmeren: gewoon alvast beginnen terwijl de rekensom nog niet helemaal af is.” Knip beoordeelde de rijksregelgeving in haar algemeenheid als niet-belemmerend. Ze ondervond één speciale hindernis: uit rioolslib gewonnen grondstoffen blijven formeel ‘afval’. Boosdoener was EU-wetgeving, wist Isabelle Diks, wethouder van Leeuwarden, vanuit de zaal te vertellen: “Hetzelfde speelt bij recycling van oude matrassen. De schuimvulling mag niet hergebruikt worden voor een nieuwe matras. Recycling is vaak een dure omweg. Het is soms slimmer de regels te veranderen.”

De Boer kon daar vanuit het Noord-Brabantse over meepraten: “Mest vergisten, de fosfaat eruit halen en als kunstmest aan de Franse wijngaarden verkopen, dat kunnen we volhouden totdat de Fransen hun eigen geiten en koeien ontdekken. Dit is geen echte innovatie. Tanja Klip zei het al: we moeten af van het begrip afval. En wat de regels betreft moet de insteek veel meer zijn: buitenkant lijn is in. In Brabant zijn er ondernemers die hun nek uitsteken met een installatie die vezels uit mest haalt. Zij lopen nu tegen de regels aan en dreigen hun investering te verliezen.” Knip was milder in haar oordeel: “Met Green Deals kun je projecten uitzonderen van de regels. Als waterschappen sloten we een Green Deal voor afvalstoffen.”

Hitte in de delta: de impact van klimaat en energietransitie - Afbeelding 2
Foto: Marc Ryckaert

Thema 2: Verandering in maakbaar Nederland

Cilly Jansen

Het tweede programmadeel had de titel Veranderingen in maakbaar Nederland. In opdracht van IenM en onder supervisie van Architectuur Lokaal is Atelier ZZ belast met de opdracht in het kader van de aanstaande Omgevingswet het beschikbare instrumentarium voor de ruimte te toetsen op ‘ontwerpkracht’ en aanbevelingen te doen. In 2013 inventariseerde en analyseerde een Ontwikkel/Ontwerpteam (OOT) van Atelier ZZ vastgelopen projecten en gebiedsontwikkelingen. Een belangrijke conclusie van dit onderzoek, is aldus projectleider , directeur van Architectuur Lokaal: “Niet per se wet- en regelgeving is de oorzaak van vastlopen van projecten, maar financiën en draagvlak zijn daar evenzeer debet aan.”

Dilemma’s in het veen

Een tweede Ontwikkel/Ontwerpteam boog zich dit jaar over de onderzoeksvraag naar de meerwaarde van ontwerp aan de hand van een landschapsproject in het Friese Veenweidegebied. Het OOT-team nam hiervoor zijn intrek in Veenweide Atelier Friesland. Via vertoning van de film Dilemma´s in het veen (zie video bovenaan) van Victor Vroegindeweij kregen de congresgangers de problematiek uitgelegd.

Het probleem: de veengrond waarop het gras voor de koeien zo goed gedijt is aan het wegslijten, het oxideert en krimpt. Dit natuurlijke en onvermijdelijke proces wordt versneld door de lage waterstand in de polders die de boeren prefereren omwille van optimale groei en bewerkbaarheid van het grasland. Natuurorganisaties willen de afbraak van de veengrond afremmen en bepleiten daarom een hogere waterstand. Te zien was hoe het OOT-team zich informeerde bij een bezoek aan een melkveebedrijf. Boer en boerin spraken over de noodzaak van groei van hun melkveestapel om economisch te kunnen overleven. Vertegenwoordigers van natuurorganisaties klaagden over de te grote invloed van de agrarische lobby op de lokale politiek.

De lagere overheden moeten als gevolg van de decentralisatie die met de Omgevingswet intreedt zelf de oplossingen gaan bedenken. “Hoe werkt dat lokaal uit?”, was de vraag in deze casus. In de visie van het OOT-team zijn er twee uiterste scenario´s: of het veenweidegebied wordt een economisch landschap voor de melkveehouderij, of een cultuurhistorisch landschap ten behoeve van recreatie en toerisme. Bij de eerste keuze doet zich het gegeven voor dat de boeren een essentieel bedrijfsmiddel, de vruchtbare veengrond, versneld opgebruiken. In die zin is het geen houdbare keuze. Hoe ziet dan de middenweg eruit? Die begint misschien met het inzicht dat een boer niet per se met een zware trekker zijn land op hoeft. Dan kan het waterpeil hoger.

Jan Vente

OOT-teamleider Wouter Vanstiphout, hoogleraar Ontwerp en Politiek (TU Delft) en mededirecteur van Crimson Architectural Historians, stelde dat via het landschapsontwerp het vraagstuk scherp en transparant was gemaakt. Onder leiding van Michelle Provoost, lid van het OOT-team en mededirecteur van Crimson, discussieerde een panel over de casus en de juiste handvatten die de Omgevingswet al of niet biedt. Voor teamlid Paula Kemp, advocaat bij Banning Advocaten, was duidelijk dat toelatingsplanologie niet toereikend is, er is behoefte aan ontwikkelplanologie. Verder verwachtte ze niet dat straks onder de Omgevingswet opeens veel meer mag, wel dat korte metten wordt gemaakt met veel “rete-ingewikkelde” regels. Maar wethouder (SGP/CU) van Bergambacht, tevens voorzitter Platform Slappe Bodem, lag helemaal niet wakker van de nieuwe wet: “Je werkt met de regels die er liggen. En je leert wel om wetgeving heen te werken.”

Nanne de Ru

Teamlid , architect PowerHouse Company, was wel bezorgd, over vraagstukken die het lokale ontstijgen. “Daar is nog geen heldere structuur voor gemaakt. Het is belangrijk om op de grote schaal te blijven bedenken en ontwerpen.” Vanstiphout merkte echter op: “De centrale planning is de afgelopen eeuw te geïnstitutionaliseerd geraakt, afgedreven van de concrete vraagstukken. Op het lokale niveau daarentegen kun je niet meer vluchten in abstracties, in nota´s. Met het ontwerp breng je dingen visueel bij elkaar, ook technische zaken als waterpeil en mest. Zo maak je dingen open, zichtbaar en bespreekbaar.” Wethouder Frans Veltman (CDA) van Friese Meren vond dat de film de tegenstelling in het Veenweidegebied te zwaar aanzette. De belangen overlappen weldegelijk ook: behoud van het landschap, schoner water in de sloten. Vanstiphout bespeurde hierin “de Nederlandse praktijk van de laatste 20 à 30 jaar: kiezen vanuit gezamenlijke belangen, een compromis sluiten.” Veltman reageerde: “Heldere keuzes presenteren is prima, maar wat is praktisch haalbaar? Dat er overlap in belangen is, zit niet in de film. Ik weet dat het boerenbedrijf naast dat van de familie die in de film voorkomt een flinke recreatiepoot heeft opgezet. Je kunt er een veenbad nemen en dergelijke dingen meer.” Oftewel: sommige individuele boeren hebben de middenweg al gevonden.

Vente wees op het belang om financiële scenario´s op te nemen in het ontwerp: “Nu de financiën in de knel komen moeten wij een natuurontwikkeling die vijftien jaar geleden is gepland herontwerpen. Dan kom je toch weer bij een compromis uit. Ontwerpen dus graag met een financiële component, met het verdienmodel erbij.” Hij hoopte verder dat het Rijk zich niet helemaal uit de ruimtelijke ordening terugtrekt. “Met de problematiek van de slappe bodem zijn grote economische belangen gemoeid.”

Recht van de sterkste

Vanstiphout hernam zijn kritiek en stelde dat “ons polderlandschap niet is ontstaan door het poldermodel, maar door een paar grote belanghebbenden. Daarom moeten we nu niet middelen tussen boeren- en natuurorganisaties, maar de kwestie op een hoger plan brengen: bij de burger, zodat die kan kiezen.” Veltman bleef die zienswijze bestrijden: “Via het middelen zijn innovaties op gang gebracht, er is een proef gestart met een methode om de oxidatie van het veen te vertragen.” In de zaal sprak een toehoorder de vrees uit dat “de decentralisatie leidt tot het recht van de sterkste.” Vanstiphout vond zijn punt bevestigd: “Er is een duidelijk gevaar dat de grote belangenorganisaties het onderling bedisselen.”
Henk Ovink, door IenM als topadviseur uitgeleend aan een Amerikaanse task force voor wederopbouw na orkaan Sandy, had in Amerika een duidelijke les geleerd: “Een ontwerpproces zonder besluitvorming en zonder geld, dan ben je lost.” Kemp viel bij: “ Van tevoren het geld en de besluitvorming regelen hoort erbij, dat is ontwikkelingsplanologie. Met alleen maar een grondexploitatie, zit je weer in de toelatingsplanologie. Dan krijg je inderdaad het recht van de sterkste.”

Carel de Reus

Dit tweede blok werd besloten met de overhandiging van het door Atelier ZZ opgestelde adviesrapport Zwarte Zwanen: ontwerp in het omgevingsbeleid aan Hermen Borst, hoofd Ruimtelijk Ontwerp bij IenM. Bij de overhandiging noemde , voorzitter Atelier ZZ, enkele bevindingen: “Het ontwerp analyseert het probleem, maakt keuzes inzichtelijk en gaat de dialoog met de samenleving aan. Het ontwerp wordt ingebed in het proces, dat een duidelijke opdrachtgever heeft in de provincie, de gemeente, het waterschap of combinaties daarvan. Ik hoop dat dit rapport kan bijdragen aan het goed organiseren van het opdrachtgeverschap.”

Hitte in de delta: de impact van klimaat en energietransitie - Afbeelding 3

Thema 3: De energieopgave

Nikol Dietz

In het derde programmadeel beet , mededirecteur H+N+S Landschapsarchitecten, het spits af. Ze deelde inzichten van de recente publicatie Landschap en Energie van Dirk Sijmons, waaraan ze een bijdrage leverde. Het potentieel aan hernieuwbare energie – zonne-, geothermische, getijden- en windenergie – is ongelooflijk groot. En aan energiebesparing is nog enorm veel te halen. Onze energiehuishouding is zonder meer inefficiënt. In elektriciteitscentrales gaat de helft aan energie verloren in de vorm van restwarmte.

Voor welke ruimtelijke opgave stelt de energietransitie ons land? Om te voorzien in de totale energiebehoefte – elektriciteit, warmte en brandstof – is een gebied ter grootte van de gemeente Wieringermeer nodig. Dat is inclusief transport (leidingstelsel) en opslag. “Theoretisch is er ruimte genoeg, maar de inpassing is het probleem. In werkelijkheid is het landschap veel gelaagder en spelen tal van belangen naast elkaar. Het landschap is het toernooiveld, want de energiebronnen komen nu boven de grond. De windmolens worden steeds groter. Dat roept discussie op.” Dietz riep op te denken vanuit de kansen. “Zeg niet waar energieprojecten niet kunnen, want dan blijven altijd maar een paar gebiedjes over. We moeten de energie weer dichtbij huis vandaan halen. Dat is in het achterliggende eeuwen ook altijd zo geweest, denk aan de turfwinning.” In het genoemde boek zijn ontwerpstudies verricht naar de energietransitie in vier regio´s. Inspirerende ideeën zijn er genoeg, bijvoorbeeld trucks die op de snelwegen in het Rotterdamse havengebied als trolleybussen aanhaken op een bovenleiding. Voor Dietz ligt de waarde van het ontwerp in het zichtbaar maken van kansen.

Heathub

Hierna presenteerde Eric Frijters (lector Future urban regions Nederlandse Academies van Bouwkunst en medeoprichter platform Fabric) zijn fascinerende ontwerp Heathub. Dit voor de stad Groningen bedoelde ontwerp is gebaseerd op hergebruik van restwarmte. Frijters spreekt van een warmtetoren, opgetrokken uit gestapelde cilinders. De warmtetoren voorziet de omringende wijk van warmte. Omdat de vloeistof in het systeem zo koud mogelijk terug geleverd moet worden, is een tropisch verwarmd buitenterras aan de voet van de warmtetoren geen decadente verspilling maar een functionele attractie. Verwarmde wegen, fietspaden en atletiekbanen, het ligt binnen handbereik. De Heathub zou, naast de Martinitoren, een nieuw icoon voor Groningen zijn. Dat restwarmte een grote vlucht gaat nemen, zag Frijters bevestigd in het gegeven dat in Scandinavië het lozen van warmte straks verboden is. Rotterdam en haven lozen momenteel nog 167 PJoule/a warmte. In Groningen echter had hij voor zijn ontwerp nog geen bondgenoot getroffen in de lokale overheid: “Maak je een concept concreet, dan worden zichtlijnen opeens toch weer belangrijker.”

Energiecoöporatie

Met Brendan de Graaf kwam een tweede vernieuwer aan het woord. Hij is directeur van TexelEnergie, voor zover bekend de eerste energiecoöperatie van ons land, met op dit moment 4800 aansluitingen. Eind 2007 door twaalf Texelaars opgericht. De Graaf, toen eigenaar van een installatiebedrijf, was daar bij. Hij zegt nu: “We hadden geen ingewikkelde ambitie, geen wilde plannen: we wilden een lokaal energiebedrijf oprichten.” In de beginperiode werd groene energie ingekocht en verkocht. Na een tijdje is TexelEnergie zelf ook een gedeelte gaan produceren, met als installaties zonnedaken en een biomassakachel. “Het bleek dat van Texel grote hoeveelheden snoeihout werden afgevoerd. Dat verbranden we nu zelf in de biomassakachel.” De Graaf zei dat groene energie zonder twijfel urgent is, maar dat je burgers vooral aanspreekt met een positieve insteek. “Laat de zeespiegelstijging er buiten. Wij hebben bijvoorbeeld energiebesparing opgezet als een wedstrijd tussen de dorpen. Je ziet dan dat men niet zozeer bezig is met besparen om het besparen, maar om het in ieder geval beter te doen dan het buurdorp.”

Lokale initiatieven: kersjes op de taart?

Tijdens een paneldiscussie met de drie sprekers, schoven ook twee wethouders aan. Rik van der Linden (CU), wethouder van Dordrecht, merkte op: “Ik ben geschrokken van het cijfer aan warmteverlies in Rotterdam. Bij ons in de stad graven we aan een netwerk van 17 km voor 1 à 2 PJ/a. Maar ik begrijp uit het verhaal over de Heathub hoe belangrijk het is om een icoon te kunnen laten zien. Want ja, de urgentie is wel groot, maar de mensen in de stad klagen gauw: Ligt de stad nou al weer open!”” Frijters: “Een icoon helpt om het stadsdebat op gang te brengen. Een ontwerp kun je gebruiken om mensen uit te dagen en angst weg te nemen voor een abstract concept. Je kunt nieuwe rijkdom laten zien, zoals een badhuis in de warmtetoren.” Van der Linden: “Wat me erg aansprak in het verhaal van Texel is, dat het niet alleen de grote investeerders in windmolens zijn die het doen.”

Isabelle Diks

, wethouder Leeuwarden (GroenLinks), plaatste echter een vraagteken bij lokale initiatieven: “We hebben in Friesland 77 kleine energiecorporaties. Stuk voor stuk prachtig, maar ze zijn te weinig met elkaar verbonden. Dit is niet de methode om Nederland van energie te voorzien.” Veelbelovend is volgens haar bodemenergie: “We moeten naar de NAM 2.0: de Nederlandse Aardwarmte Maatschappij.” Diks is hierover in overleg met ministeries. Ze denkt aan een fonds van € 3 à 5 miljard, te vullen door grote pensioenfondsen en institutionele beleggers. “De dorp- en buurtinitiatieven zijn de kersjes op de taart.” Dietz trad dit punt bij: “Met lokale projecten kom je er niet, want buffering is essentieel en daarvoor is een netwerk nodig.”

Samen met coöperatie Windunie en Stichting Urgenda richtte TexelEnergie de organisatie Duurzame Energie Unie op die alle lokale energiebedrijven onder een koepel brengt. Zo kleinschalig zijn al die kleine initiatieven niet meer, stelde De Graaf: “Tezamen produceren we meer windenergie dan een grote speler als Nuon. Dit is hartstikke serieus”.

Hitte in de delta: de impact van klimaat en energietransitie - Afbeelding 4

Thema 4: Het klimaatdebat

Peter Kuipers Munneke

In het vierde en laatste programmaonderdeel trapte , NOS-weerman en polair meteoroloog (IMAU), af met een kort college over klimaatsverandering. Het wordt gemiddeld warmer en natter, maar bovenal nemen de extremen in hitte, droogte én neerslag toe. Over een periode van 100 jaar gemeten, is de gemiddelde temperatuur in Nederland met 1,5 ºC gestegen. Voor een belangrijk deel veroorzaakt door CO2 als gevolg van fossiele brandstoffen. Aan de Nederlandse kust is de gemiddelde neerslag met 15% gestegen. De sleutel daarvoor is de verdamping van de oceanen. Neerslagpieken stellen de afwateringsystemen ernstig op de proef. “De spreiding, niet het gemiddelde, vormt het probleem. Met elke dag gemiddeld weer zou er niets aan de hand zijn.” Wanneer we op de huidige voet voort zouden gaan, is de voorspelling voor de komende honderd jaar dat de gemiddelde neerslag in de winter tussen de 10-65% stijgt en in de zomer met 20-30% daalt. Bovenal alarmerend is de voorspelde zeespiegelstijging met 52-102 cm.

Jan Brouwer

, lid van ambassadeursteam Klimaatbestendige Stad en kwaliteitsteam Ruimte voor de Rivier, noemde het getal van € 71 miljard totale schade in 2050 als gevolg van de klimaatverandering. Onder meer paalrot zal een zware kostenpost vormen. Bij het manifest Klimaatbestendige Stad zijn tachtig stakeholders betrokken die willen bouwen aan de stad van de toekomst. Er zijn 30 acties van ruimtelijke adaptatie opgezet. Er is het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie. Als inspirerend voorbeeld noemde Brouwer het Ruimte voor de Rivier-project Nijmegen met de aanleg van een nevengeul, de vorming van een nieuw eiland en de herontdekking van de rivier door de stad. Het project koppelt op voorbeeldige wijze waterveiligheid en stedelijke ontwikkeling.

Besluit, proces en geld

Orkaan Sandy teisterde in 2012 de Amerikaanse oostkust, verwoeste 650.000 woningen en veroorzaakte het faillissement van duizenden bedrijven. De schade beliep ruim 40 miljard dollar. Het congres stelde 60 miljard dollar beschikbaar voor herstel van de schade en nieuwe waterwerken. De Amerikaanse minster van Housing and Urban Development, Shaun Donovan, bracht een werkbezoek aan Nederland en Henk Ovink leidde hem langs de Deltawerken en recente waterbouwkundige vernuftigheden als de balgstuw bij Kampen. “Wij hebben in het verleden onze Sandy´s gehad. We managen het water al eeuwen. We hebben 3.500 polders. We hebben weer een nieuw Deltaprogramma en de unieke functie van de Deltacommissaris. Als je in buitenland vertelt dat de Tweede Kamer voorstellen en bijbehorende investeringen bespreekt voor 2050, weten ze niet wat ze horen. Het water is onze cultuur, maar de kennis sijpelt weg.” Die verbluffende waarschuwing kwam van de OESO. Ovink deelde iets van zijn ervaring met het door hem geleide programma Rebuild by Design in de door Sandy getroffen regio. Bewoners, bedrijven en overheid zijn in het proces betrokken. Door middel van een ontwerpwedstrijd zijn zes plannen geselecteerd à $ 1 miljard per plan. “Het geld en het proces stonden bij voorbaat vast, het was onomstotelijk zo besloten. Dat is de les: besluit, proces en geld moeten keihard aan elkaar vast zitten.”

Peilstok

Willem Jan Goossen, programmamanager Ruimtelijke Adaptatie, IenM, lichtte toe hoe de Peilstok 2014, die aanstonds werd uitgereikt, is voortgekomen uit het manifest Klimaatbestendige Stad en zich richt op “iconen van waterrobuust en klimaatbestendig ontwerpen”. Pier Vellinga, hoogleraar Climate Change en voorzitter van Kennis voor Klimaat, stelde de zes genomineerde projecten voor en maakte vervolgens de winnaar bekend: Rainproof Betondorp. Bij dit project is benodigd groot onderhoud aan het riool omgebogen en gebundeld met de aanleg van een nieuwe, fraai ontworpen en gematerialiseerde buitenruimte die water bergt en geleidelijk afvoert. “Het project is kopieerbaar, het betreft bestaande bouw en het is nog goedkoper ook dan traditionele rioolvernieuwing”, noemde Vellinga als de pluspunten. Een eervolle vermelding ging naar het project Tegel eruit, plant erin, want zo eenvoudig kan watermanagement ook zijn.

Draagvlak en inverdieneffecten

Onder leiding van Isabelle Diks gingen twee wethouders en een hoogleraar met elkaar in debat over hoe klimaatverandering op lokaal niveau wordt opgepakt. Paulus Jansen, wethouder Utrecht (SP), merkte op “dat we het grote probleem, klein en tastbaar moeten houden. We moeten een handelingsperspectief bieden aan onze burgers.” Pex Langenberg, wethouder Rotterdam (D66), beaamde dit: “Het Rotterdam Climate Initiative ging een beetje over de hoofden van de Rotterdammers heen. We willen nu een vertaling maken naar de burgers met noties als aandacht voor hittestress bij ouderen en droge voeten houden. Met hergebruik van restwarmte uit de haven zijn we al goed op weg.” Marleen Hermans, hoogleraar Publiek opdrachtgeverschap in de bouw (TU Delft), zei dat de grote vertaalslag naar de gebouwde omgeving nog moet plaatsvinden.” Om energiebesparing te realiseren, zoek als overheid naar haalbare oplossingen met bedrijven. De Esco´s in Rotterdam zijn een fantastisch voorbeeld. We moeten af van de totaal gescheiden budgetstromen tussen de bouw en de exploitatie van een gebouw.” Jansen: “Combineer energiebesparing met lagere woonlasten. Je moet draagvlak vinden met inverdieneffecten.” Langenberg: “We hebben de corporaties nodig. In de prestatiecontracten met hen mag duurzaamheid niet ontbreken.”

Diks vroeg: “Tien huizen hier en tien huizen daar van zonnepanelen voorzien, moeten we niet opschalen?” Pier Vellinga: “We doen 300 woningen per jaar, hoor ik wel eens trots zeggen. Maar als je 30.000 woningen hebt, dan ben je in 2114 klaar. Een rijke provincie zou een miljard moeten investeren. Een woning energieneutraal maken kost € 40.000 à 50.000. Voor de totale energetische vernieuwing is miljarden nodig.” Jansen: “Zonder wetgeving of financiële prikkels zal het Klimaatakkoord mislukken.”

Deltacommissaris

Tot slot van de dag sprak Felix Rottenberg met deltacommissaris Wim Kuijken. De functie is bestuurlijk uniek. “Er zijn in het verleden wel vaker regeringscommissarissen geweest, maar niet eerder een wiens beleidsveld zich uitstrekt over meerdere departementen.” Wettelijk is vastgelegd dat de deltacommissaris het voorstel voor het deltaprogramma schrijft en – zonder ministeriële tussenkomst – aan het kabinet voorlegt. Ook de financiering ligt wettelijk vast in het Deltafonds: er is € 20 miljard beschikbaar voor een periode van 30 jaar. Was er in de afgelopen periode al een moment van kordaat ingrijpen in het kader van het Deltaprogramma, vroeg Rottenberg. Dat was er. Kuijken: “Bij de Hondsbossche Zeewering kon men lokaal maar geen besluit nemen over versterking. Ik zei tegen minister Eurlings: ‘Jij moet nu de beslissing nemen. Je wilt toch niet dat het misgaat en dat je moet uitleggen waarom je niet ingreep?’ Eurlings besloot toen: Het wordt zand! Met een taakstellend budget van € 250 miljoen is het een prachtige plan geworden dat momenteel wordt uitgevoerd.”

Adaptieve strategie versus hoge dijken

Wat betekent integraliteit in het Deltaprogramma, vroeg Rottenberg. Kuijken legde uit: “Waterveiligheid en zoetwatervoorziening zijn de doelen. Keuzes daarbij maak je zo integraal mogelijk, je probeert die doelen te combineren. Neem Nijmegen, dat is dijkverlegging, stadsontwikkeling en waterberging ineen.” Een handig instrument om weerstand te overwinnen of doelen mee te koppelen, is het Omwisselbesluit: “Als het anders kan, mag het ook.” Uiteraard mits aan dezelfde strenge eisen en randvoorwaarden voldaan wordt. “Ik geloof erg in de adaptieve strategie”, zei Kuijken. Hij is zelf geen ingenieur, maar econoom. “Een ingenieur van IenM zei me: je moet één ding goed onthouden: water stroomt altijd van boven naar beneden.” Vakingenieurs pleiten voor hoge dijken en robuuste stuwen, wist hij. Die zijn wat minder van de adaptatie. Maar in een cultuurhistorisch waardevol plaatsje als Marken kun je niet aankomen met hoge dijken. De oplossing daar is meerlaagse veiligheid, met een shelter achter de huidige dijk.

Ondanks de roemrijke traditie, is de zorg reëel dat de kennis van watermanagement weg loopt, vond de deltacommissaris. Al zag hij ook goede ontwikkelingen: “Delft is met watermanagement bezig en het grote MIT is ervoor bij de UvA geland. We hebben het jeugdwaterschapsbestuur gekregen.” Vanstiphout had nog iets op zijn lever: “Lekt de kennis niet weg juist bij het Rijk? Zie hoe bij Rijkswaterstaat veel ingenieurs vervangen zijn door managers. Typerend vind ik ook de ironie van zojuist: O, de ingenieurs willen alleen maar hoge dijken, maar als manager hoef je alleen maar te weten dat water altijd naar beneden stroomt.” Kuijken pareerde: “Dat verhaal over Rijkswaterstaat vind ik te gemakkelijk. Managers zijn nodig en zijn er altijd geweest, ook bij de oude Deltadienst. En nog steeds zijn het de ingenieurs die het allemaal bedenken en berekenen. Rijkswaterstaat heeft trouwens een samenwerkingsverband met de TU Delft.” Niettemin, de waarschuwing van de OESO aan Nederland mag niet aan dovemansoren gericht zijn, vond Ovink: “Met awareness en opleiding is het slecht gesteld.” Zijn idee: “Water moet op school een verplicht vak worden, al vanaf het basisonderwijs.”

Zie ook:

Auteur

Portret - Kees Hagendijk
Kees Hagendijk

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu en zelfstandig journalist

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte