platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Onderzoek

Hoe meet je (het effect van) een circulaire herontwikkeling?

Hoe meet je (het effect van) een circulaire herontwikkeling?

werkspoorkwartier werkspoor kathedraal

Onderzoek naar de investeringen in het Werkspoorkwartier

14 nov 2018 - Bedrijventerrein Werkspoorkwartier in Utrecht wordt ‘circulair herontwikkeld’. Maar wat dat is en welk effect dat op het gebied heeft, blijkt lastig in kaart te brengen, merken onderzoekers van de Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht.

De circulaire stad. Vele steden in Nederland streven dat na, zoals Buiksloterham in Amsterdam. In Utrecht ligt de focus op het circulair maken van Werkspoorkwartier. Maar wat betekent dat eigenlijk, een circulaire stad? En draagt een wijkgerichte aanpak daaraan bij?

Best eenvoudig
Utrecht wil het binnenstedelijk bedrijventerrein Werkspoorkwartier herontwikkelen. Uit de ontwikkelingsvisie voor dit gebied van 2012 wordt duidelijk dat het kwartier wordt gezien als een vestigingsplaats voor de creatieve industrie. Sinds 2017 proberen lokale ondernemers dit gebied te ontwikkelen tot een ‘creatief circulair maakgebied’, onder meer via eigen investeringen en subsidie vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

Maar wat is dat, een creatief circulair maakgebied? Eigenlijk is het best eenvoudig: een plek voor ondernemers die wat maken en dat op een duurzame wijze willen doen. Dat betekent dat er niet alleen duurzame of circulaire initiatieven moeten komen, maar dat deze manier van werken ook voordelen en werkgelegenheid biedt voor het hele gebied, de omliggende buurten en zelfs de hele stad.

100 definities
Uit een monitoringrapportage van Buro BOOT blijkt dat het eerste doel, initiëren van duurzame projecten, al aardig lukt (1). Het eerste circulaire project, de Werkspoorkathedraal, startte voordat de gemeente over de brug kwam met investeringen in Werkspoorkwartier. Het circulaire karakter houdt bij dit project in dat bij de renovatie van het pand de fundering en schil zijn blijven staan. Verder was de bouwopdracht evenwel nog grotendeels traditioneel. Dit project leidde tot meer activiteiten in het gebied.

Een voorbeeld van een project in het Werkspoorkwartier waarin circulair bouwen verder is uitgewerkt, is het Hof van Cartesius. Dat is een paviljoen met werkplekken voor creatieve en duurzame ondernemers, dat voor ruim 80 procent circulair is gebouwd. Circulair houdt in dit geval in dat afgedankte materialen opnieuw zijn gebruikt. De drijvende krachten achter het Hof van Cartesius waren er sterk in om met materialen uit de sloop hun plan te realiseren (2). Dit lukte doordat de creatieven op basis van voorhanden zijnde materialen en middelen nagingen hoe het ontwerp geschikt te maken was. Deze bottom-up-aanpak is anders dan die van gevestigde bedrijven, die doorgaans volgens bestaande kaders een keuze maken en geen alternatieve mogelijkheden afwegen.

Het tweede doel, creëren van voordelen voor de omgeving, is veel lastiger te beoordelen. Want hoe meet je of een gebied circulair is herontwikkeld? Dat begint natuurlijk met de vraag: wat is circulair? En wat is circulair bouwen? Zonder moeite zijn er 100 definities te vinden van wat een circulaire economie is. Wat we precies verstaan onder circulair bouwen, is dus niet eenvoudig vast te stellen. Bovendien zegt een formele definitie niets over wat de betrokkenen in het Werkspoorkwartier zien als circulair bouwen. En dat zij daadwerkelijk gebouwen realiseren, betekent nog niet per se dat deze ook circulair zijn.

Modelleren is moeilijk
Om een meetmethodiek te maken voor het circulaire karakter van de herontwikkeling van het Werkspoorkwartier, voegen het Copernicus Institute for Sustainable Development (Universiteit Utrecht) en het lectoraat Building Future Cities (Hogeschool Utrecht) hun expertises samen. Dat leidt tot twee onderzoekslijnen. Ten eerste ontwikkelen we een Circularity Matrix om de mate van circulariteit van interventies (zoals renovaties of nieuwbouw) te beoordelen. Dit doen we door de verschillende lagen(3) van een gebouw te plaatsen op de zogenaamde 10r-schaal. Daarmee kunnen we de circulaire potentie beoordelen en zo zien wat de beste toepassing is voor de verschillende materialen. Op dit moment passen studenten van beide onderwijsinstellingen dit model toe op vijf gebouwen in het Werkspoorkwartier.

Ten tweede willen we via onderzoek meer inzicht krijgen in de resultaten van de circulaire ontwikkeling van het gebied en de (potentiële) invloed hiervan op de ontwikkeling van de stad. Dat is lastig, alleen al omdat modelleren moeilijker is. Wat nodig is, is een analyse van (strategische) samenwerking van de betrokken organisaties en bedrijven, om zo een beeld te krijgen van de kwaliteit van het netwerk en daarmee van de effectiviteit van de gestelde doelen en de synergie in het ecosysteem. Daarbij beogen we tevens om dit project te vergelijken met andere (circulaire) gebiedsontwikkelingen in Nederland en Europa.

De vraagstukken, zoals die van het circulaire aspect van het Werkspoorkwartier, laten zien dat monitoring en evaluatie nodig zijn, willen we meer begrijpen van wat (overheids)investeringen opleveren. Wat draagt de herontwikkeling bijvoorbeeld bij aan de ambitie van de gemeente Utrecht om bij te dragen aan de Sustainable Development Goals, waar circulariteit en stedelijke ontwikkeling een belangrijk onderdeel van zijn? Kunnen we vragen zoals deze beantwoorden, dan kunnen we ook meer zeggen over of Utrecht zichzelf terecht een Global Goal City noemt. 

Cover: ”re-Cycle festival in de Werkspoorkathedr” (CC BY 2.0) by Sebastiaan ter Burg

Het Werkspoorkwartier is begin november uitgeroepen tot winnaar van de ABN AMRO Circular Economy Awards. Volgens de jury is het Werkspoorkwartier namelijk de beste circulaire werklocatie van Nederland.

[1] BOOT. (2018). Benchmark Circulair Werkspoorkwartier 2018. Boot: Veenendaal.
[2] Vanuit de Hogeschool Utrecht werken we momenteel in het project Werkspoorkwartier – Creatief Circulair Maakgebied samen met het Hof van Cartesius. In dat verband voeren we verschillende gesprekken waarin onder andere de voortgang aan bod komt.
[3] We onderscheiden de zogenaamde Shearing Layers: stuff, space plan, services, skin, structure en site. Brand. (1994). How Building Learn. New York: Viking.

Auteurs

evert jan velzing
Evert-Jan Velzing

Onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht

Bekijk alle artikelen
Jesus Carreon
Jesús Rosales Carreón

Onderzoeker bij het Copernicus Instituut voor duurzame ontwikkeling, Universiteit Utrecht

Bekijk alle artikelen
Ruben Vrijhoef
Ruben Vrijhoef

senior onderzoeker afdeling MBE, TU Delft

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte