Bus 22, Amsterdam door Dutchmen Photography (bron: shutterstock)

In Amsterdam gaan bussen en trams de luchtkwaliteit meten

5 juli 2024

3 minuten

Onderzoek Het is een creatief idee: rust voertuigen die toch al door de stad rijden uit met sensoren die de luchtkwaliteit meten. Dat geeft een meer compleet beeld dan ‘stationaire’ meetapparatuur. In Amerika werd het concept getest op taxi’s, nu volgt Amsterdam met bussen en trams.

De kwaliteit van de lucht heeft een grote invloed op de leefbaarheid in steden. Veel discours is er de laatste tijd over het wonen pal langs snelwegen, in Nederland maar ook in steden als Berlijn. Verder weg op deze aardbol is smog een echte killer, zoals in India. Die kant willen we in Nederland uiteraard niet op. Oplossingen zoals de Groene Loper in Maastricht laten aantoonbare gezondheidswinst zien voor de omwonenden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat steden onderzoeken hoe ze de luchtkwaliteit voor hun inwoners kunnen verbeteren. Zeker nu er de komende jaren een forse verdichtingsopgave op veel plekken gaat plaatsvinden, wat ook tot meer mobiliteit zal leiden – en dan niet alleen fietsend en wandelend.

Creatieve oplossing

Om meer te weten te komen over hoe het op dit moment gesteld is met de vervuiling in bijvoorbeeld Amsterdam, kwamen het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) en het Amerikaanse MIT met een creatieve oplossing: gebruik de trams en bussen die zich toch al de hele dag door de stad bewegen als ‘drive-by’-meetinstrument. Op die manier ontstaat een stadsdekkend en live beeld van hoe de luchtkwaliteit zich gedurende de dag, de week en het jaar ontwikkelt. De fossiel gemotoriseerde mobiliteit zal niet alleen gebruik maken van de hoofdinfrastructuur. Ook in de buurten en wijken zal de verkeersdruk toenemen – en daarmee de productie van fijnstof en andere schadelijke substanties.

De real-time data brengen straks de buurten in beeld waar sprake is van een (te) hoge vervuilingsgraad

Het oorspronkelijke idee om voertuigen als rijdende sensoren te gebruiken, is niet nieuw. MIT bevestigde eerder meetapparatuur aan de bekende gele New Yorkse taxi’s, binnen het Urban Sensing- en City Veins-project. Deze aanpak had zeker voordelen: met de taxi’s kon een groot stedelijk gebied worden bestreken en de kosten waren lager dan met vaste meetpalen. Een belangrijk nadeel was echter dat taxi’s vooral op weg zijn naar de toeristen-hotspots en daarmee andere stadsdelen links laten liggen. Zoals de sociaal zwakkere woonwijken waar weinig taxiverkeer plaatsvindt.

Hele grondgebied

De AMS- en MIT-onderzoekers van het gezamenlijke Clocking Emissions-project verzonnen een list: bevestig de sensoren aan trams en bussen van het hoofdstedelijke openbaar vervoerbedrijf GVB. Dit netwerk omvat 15 tramlijnen en 43 buslijnen (32 overdag en 11 ’s nachts). De afgelopen periode is gebruikt om het model voor de pilot te bouwen, waarbij zo goed mogelijk het hele stedelijke grondgebied van Amsterdam is afgedekt. Naast de luchtkwaliteit zullen de sensors ook de hoeveelheid lawaai, de conditie van de bomen in de straten (met infraroodtechnieken) en de staat van de wegen meten. De pilot moet dit najaar of uiterlijk voorjaar 2025 gaan draaien.

Amsterdam door Bagas Arkananta (bron: shutterstock)

‘Amsterdam’ door Bagas Arkananta (bron: shutterstock)


Volgens de onderzoekers kunnen de uitkomsten straks een ‘revolutie’ betekenen in stedelijke planning en beleidsontwikkeling. De real-time data brengen straks de buurten in beeld waar sprake is van een (te) hoge vervuilingsgraad. Daar kan vervolgens met passende maatregelen op worden gereageerd. Niet alleen beleidsmakers kunnen ermee aan de slag, ook bewoners krijgen een veel scherper beeld van hoe hun omgeving ervoor staat in termen van luchtkwaliteit. En kunnen op basis daarvan in actie komen – indien nodig.

De gemeente kan de data gebruiken om haar beheer- en onderhoudsplannen voor de openbare ruimte mee te voeden

Uiteraard vereist dat wel een toegankelijk dashboard waarop de meetresultaten gepubliceerd worden; de onderzoekers reppen daar nog niet over maar het ligt voor de hand dat de gemeente Amsterdam hier een voortrekkersrol in pakt. Het AMS levert de data in ieder geval straks open-source op, zo wijst navraag uit.

Gebiedsontwikkelaars kunnen de gegevens gebruiken om bij hun ontwikkelingslocaties in beeld te brengen hoe het is gesteld met de vervuiling en of zij daarop kunnen inspelen, bijvoorbeeld door meer fijnstof-afvangend groen in de plannen op te nemen. En niet in de laatste plaats kan de gemeente de data gebruiken om haar beheer- en onderhoudsplannen voor de openbare ruimte mee te voeden.

Dit CBS-nieuwsitem laat zien hoe taxi’s in New York worden ingezet om de luchtkwaliteit te meten.


Een samenvattend artikel over de pilot verscheen op de website van het AMS. Het onderliggende paper is hier te lezen.


Cover: ‘Bus 22, Amsterdam’ door Dutchmen Photography (bron: shutterstock)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Kantoren rondom tuin in Warschau, Polen door Grand Warszawski (bron: Shutterstock)

Hittestress en de Europese stad: maak meer gebruik van innovatie en co-creatie

In Europese steden wordt veel te weinig gedaan om hittestress te beperken. Dat concludeert adviesbureau Sweco. De onderzoekers bevelen aan de nadelige effecten van hitte in steden te verzachten door onder meer innovatie en co-creatie.

Onderzoek

15 juli 2024

Typische Nederlandse polder door Wut_Moppie (bron: shutterstock)

Gebiedsgericht werken in het landelijk gebied, deze bouwstenen helpen op weg

Gebiedsgericht werken in het landelijk gebied is kansrijk maar dan moet er wel aan verschillende randvoorwaarden worden voldaan. Marijn van Asseldonk van Het PON & Telos zet er zes op een rij.

Analyse

15 juli 2024

Eerste woning in Sidhadorp, Lelystad door Rob Bogaerts / Anefo (bron: Wikimedia Commons)

Van de groeikernen via Vinex naar de Novex, Michelle Provoost zoekt naar lessen

Vinex blijft de gemoederen bezig houden, nu ook in een historisch perspectief en een vergelijking met de groeikernen. INTI-directeur Michelle Provoost pleitte in de PBL-Academielezing voor meer continuïteit in beleid.

Verslag

12 juli 2024