platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Interactiemilieus en metropolitane clusters

Interactiemilieus en metropolitane clusters

Boekrecensie ‘De Hollandse Metropool, ontwerpen aan de kwaliteit van interactiemilieus’, Maurits de Hoog, THOTH 2012

7 feb 2013 - Een contradictio in terminis zo op het eerste gezicht: een Hollandse metropool. Aan grote steden doen wij traditioneel immers niet in ons RO-beleid. Toch constateerde men in Amsterdam enige jaren geleden dat de hoofdstad voorzichtige trekken begon te vertonen van een heuse metropool. Een ‘metropool op kousevoeten’, aldus wethouder Van Poelgeest, zonder dat er beleidsmatige inspanning voor was gepleegd. Amsterdam heeft een metropolitaan karakter gekregen zonder dat daar bewust op is ingezet, zegt prof. Maurits de Hoog in zijn inleiding op De Hollandse Metropool. Het boek is een weerslag van zijn onderzoek gedurende vier jaar hoogleraarschap aan de TU Delft. De Hoog koppelt het begrip metropool daarin los van omvang en verbindt het daarentegen met specifieke plekken, de zogenoemde metropolitane interactiemilieus, voorheen centrummilieus genoemd. Met het bestuderen van de kenmerken van deze milieus wil De Hoog planologisch en stedenbouwkundig grip krijgen op de ontwikkeling ervan.

De eerste vraag is of dat überhaupt nodig is, als je constateert dat de stad al ‘vanzelf’ metropolitane trekjes krijgt. Schijnbaar zijn er plekken die mensen aantrekken en waar investeerders op af komen, en die zodoende in een spiraal omhoog terecht komen doordat ze nóg meer mensen aantrekken etcetera. Het antwoord van De Hoog is uiteraard ja, want als je weet waar mensen op af komen dan kun je sturen en faciliteren, bijvoorbeeld door middel van infrastructuur en inrichting van de openbare ruimte, zodat de ruimtelijke kwaliteit van deze plekken omhoog gaat. Daarnaast is het de vraag of de metropool Amsterdam eigenlijk wel zo sluipenderwijs en ongestuurd tot stand is gekomen. Er is immers de afgelopen decennia fors geïnvesteerd in het programma en de aantrekkelijkheid van plekken zoals de Zuidelijke IJ-oevers en het Oosterdok. Hier zit wel degelijk een gericht (investerings)beleid achter.

Clustervorming

Ook in het nationale beleid zijn de afgelopen decennia de nodige concepten voor de ontwikkeling van metropoolfuncties ontwikkeld. De Hoog staat stil bij onder meer het mainport-concept, de sleutelprojecten en de huidige topsectoren. Voor De Hoog staan de begrippen clustervorming en interactiemilieus centraal. De metropool bestaat bij de gratie van uitwisseling van mensen, ideeën/informatie, goederen en kapitaal, plus een internationaal bereik. In de clusters vindt die interactie plaats rondom specifieke functies. De Hoog behandelt de cultuur-, congres- en kennisclusters in de vier grote steden. Uit de analyse van deze clusters op verschillende facetten zoals typologie en relaties bestaat het leeuwendeel van het boek.

Daarnaast komt de Hollandse Metropool aan de orde, dat feitelijk een verzamelnaam is voor het geheel aan metropolitane clusters in de Randstad. De Hollandse metropool is daarmee een nieuwe loot in het Randstad- en latere deltametropooldenken, waarbij de vier grote steden worden opgevat als behorende tot één stedelijk systeem. De Hoog gaat daarbij uit van onderzoek van BBSR, dat de Randstad typeert als een van de sterkste metropoolregio’s in Europa. De metropoolfuncties zijn volgens dit onderzoek verspreid over de vier grote steden plus Leiden, Delft en Schiphol. Een metropoolregio met 8,5 miljoen inwoners die in economische sterkte in Europa pal achter de metropoolregio’s van Londen en Parijs komt, dat klinkt indrukwekkend. De realiteit is echter dat de grote steden alweer afstand hebben genomen van het deltametropooldenken en de krachten nu bundelen op lokaal-regionale schaal. Inzet daarbij is complementariteit van de noordelijke en zuidelijke vleugels. Op het onlangs gehouden MRA-congres door burgemeester Eberhard van der Laan verwoord als ‘Rotterdam de goederen, Amsterdam de hoofdkantoren en de mensen’.

Perifeer

Het karakter van de beide metropoolregio’s verschilt nogal in schaal, aldus De Hoog. Waar in Amsterdam de clusters geconcentreerd zijn gebleven binnen de Ring A10, beweegt de zuidelijke metropool zich tussen Scheveningen en het Rotterdamse Zuidplein. Dit kan verklaren waarom De Hoog een cluster als de Zuidas, door sommigen gezien als hét toekomstige nieuwe centrum van Amsterdam en door minister Schultz op bovengenoemd congres als hét zakencentrum van Nederland, als ‘perifeer’ kenmerkt. Het gehele centrum rondom de Arena-boulevard met succesvolle attracties als Ziggodome en Heinekenmusichall komt niet eens voor op de kaart van De Hoog, die inderdaad de grenzen van de Ring A10 niet te buiten gaat. Wel gaat De Hoog uit van het steeds grotere belang van knopen en netwerken in de regio’s. Deze knopen zijn echter niet hetzelfde als interactiemilieus, want er kan relatief weinig gebeuren in een knoop, zoals Sloterdijk. De vraag is dan waar we in gaan investeren (de goed lopende binnenstad of toch juist in de regio?) en hoe de gedane investeringen zo goed mogelijk verzilverd kunnen worden.

Zie ook:

Auteur

Portret - Anne Luijten
Anne Luijten

Voormalig hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen