Interview
Noord-Holland luchtfoto

Joke Geldhof: ‘Tot 2025 genoeg woningbouwlocaties beschikbaar’

Door Bart Reuser

10 okt 2017 - De komende jaren moet het bouwtempo flink worden opgevoerd om in de groeiende woonvraag te kunnen voorzien, maar wie neemt de regie? Met deze vraag wendt Bart Reuser zich tot prominenten in de woonsector. Deze week: Joke Geldhof, gedeputeerde Ruimtelijke Ordening en Wonen van de provincie Noord-Holland.

1. Wat is uw visie op de grote woningbouwopgave en dan met name de rol van binnenstedelijk bouwen daarin?

‘Volgens de  huishoudensprognose is er in Noord-Holland tot 2040 behoefte aan 212.000 nieuwe woningen. Dat betekent  ongeveer 9.500 woningen per jaar. De behoefte is nogal ongelijk verdeeld over de provincie. Het overgrote deel – 190.000 woningen – komt voor rekening van Amsterdam en de directe omgeving van Amsterdam. De trek naar de stad is hier debet aan. Er zal dus gebouwd moeten worden op plekken die al relatief dichtbebouwd zijn. De vraag is daarbij hoe je enerzijds kunt verdichten zonder dat de stad haar aantrekkelijkheid verliest, bijvoorbeeld door het opgeven van groene ruimten aan de flanken van de stad. Een mooie complexe opgave vind ik dat, zeker in combinatie met verduurzaming.’

2. Zijn we dan ook op de goede weg?

De afgelopen 2 jaar bouwden de gemeenten al 10.000 woningen per jaar, waarvan een steeds groter deel binnenstedelijk, momenteel zelfs boven de 75%, dat noem ik wel de goede weg. Maar we hebben wel wat in te halen. In 2011 bouwde bijna niemand nog, behalve corporaties. Om de mogelijkheden voor nieuwe woningbouw goed in beeld te brengen, hebben we met samen met de MRA (Metropoolregio Amsterdam) een  actieagenda opgesteld. Een van de allereerste acties was een inventarisatie van woningbouwlocaties, Dat stemde behoorlijk optimistisch. Er bleek nog veel meer plancapaciteit dan sommige mensen beweren. Tot 2025 zijn er genoeg locaties beschikbaar. Het aantal harde plannen waar geen planologische belemmeringen meer gelden om nu te gaan bouwen, is enorm toegenomen. Om dat nog inzichtelijker te maken is er nu  een “planviewer” in de maak waarmee “zachte” van “harde” plannen kunnen worden onderscheiden, zodat gemeenten, bouwers, corporaties én de provincie effectiever in de grote vraag kunnen voorzien.’

3. Zegt u eigenlijk; geen vuiltje aan de lucht?

‘Wij vragen ons bij sommige locaties ook wel eens af: Waarom gaat die schop dan toch niet de grond in? Is het eigendom van de grond te verspreid? Moet er aanvullend bodemonderzoek plaatsvinden? Of ontbreekt domweg creativiteit? Natuurlijk is er binnenstedelijk meer maatwerk nodig, maar je kan tegenwoordig zo veel met 3d-techniek, van huizen in een dag bouwen tot scantechnieken van bestaande panden. In samenwerking met Bouwend Nederland onderzoeken we hoe we dat kunnen versnellen. Die analyse vindt nu plaats.’
‘Een van de problemen die we wel signaleren is dat veel gemeenten tijdens de crisis hebben bezuinigd op de ambtelijke capaciteit. Daarmee is veel kennis en ervaring organisaties uitgestroomd. De ambtelijke machine moet uitgebreid worden om nu en in de toekomst de bouwproductie op gang te houden en nieuwe plannen voor na 2025 te ontwikkelen. Vanuit de MRA wordt inmiddels gekeken naar een poel van mensen die je kan inzetten. Een eerste begin is daarmee gemaakt en dat gaat goed.’

4. Het oogt nog behoorlijk vrijblijvend. Heeft u dan niet het gevoel dat er gebrek is aan regie, geld of prioriteit?

‘RO is niet voor niks een verantwoordelijkheid van de provincies. Het is een kerntaak, ik vind ook dat het de juiste schaal is. Een provincie is groter dan zijn hoofdstad. Geld is vaak niet het probleem maar partijen waarderen kosten geheel anders. Als het een uitleglocatie is, dan maak je geen gebruik van de bestaande voorzieningen en dus moeten die er eerst komen. denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanleg van wegen of openbaar vervoer. Veel van die kosten worden afgewenteld op de samenleving en niet op het project zelf. Dat zouden we moeten voorkomen.’

5. En hoe zit het met de samenwerking tussen gemeenten? Dat gaat niet vanzelf.

Samenwerking tussen gemeenten was in het begin echt wennen, dat komt van ver. Gemeenten hebben tijdenlang los van elkaar gefunctioneerd. Dat heeft tijd nodig gehad en men ziet dat nu ook. Kijk maar naar de initiatieven die zijn ontstaan zoals het Pact van West-Friesland en “De kop werkt” in de Kop van Noord Holland heeft. Er zijn gemeenten geweest die niks willen veranderen, dat denken is niet meer anno 2017. We moeten als partijen, zowel overheid als marktpartijen samenwerken om de woningmarkt goed te kunnen bedienen.’

6. Welke rol ziet u voor uzelf weggelegd om uw visie te verwezenlijken?

‘Wij leveren de kennis, dit heb je gebouwd, hier ligt de vraag, dit is de potentie om woningen te realiseren rondom OV-knooppunten en gemeenten moeten er voor zorgen dat je op de goede manier, en als regio de goede invulling gaat geven. Regionale actieprogramma’s helpen daar in, in de geest van de Omgevingswet. De regio’s werken nu aan een kwalitatieve woningbouwprogrammering. Daar mag nog wel een tandje bij.’

7. Kunt u 3  punten noemen die onderdeel moeten uitmaken van een agenda voor stedelijk bouwen?  En wie moet dat regisseren?

‘De gemeenten moeten het doen maar wat regie betreft zie ik een belangrijke rol voor de provincie weggelegd. Voor de agenda vind ik het van belang dat we:

  • Innovatieve en creatieve oplossingen blijven stimuleren zodat we slim stedelijk bouwen
  • Gemeenten stimuleren samen te werken in een goede kwalitatieve woningbouwprogrammering
  • De middeninkomens goed blijven bedienen’

8. Tot slot, willen we dit verder brengen, met wie moet ik in het vervolg van deze reeks echt gaan praten?

‘Ik zou je een wethouder van een van de gemeenten aanraden, zoals Laurens Ivens in Amsterdam of misschien nog van Zaandam’.


 Dit interview verscheen eerder op Stadszaken.nl. 

Auteur:

Bart Reuser
Bart Reuser

Founding partner NEXT Architects

Recente artikelen