Analyse De zeespiegel stijgt en de kering in Scheveningen moet waarschijnlijk vóór 2100 op de schop. Daarom onderzoekt de gemeente Den Haag nu al welke oplossing op de lange termijn de meeste maatschappelijke waarde biedt om de stad en het achterland veilig te houden. De centrale vraag: wordt het een dijk tussen strand en stad of een brede duinenrij voor de kust – als ‘nature-based solution’? Rebel en Arcadis zetten de kosten en baten van beide opties tegen elkaar af.
Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel naar verwachting met tientallen centimeters, tot mogelijk 1,2 meter in 2100. De gemeente Den Haag bereidt zich daarom nu al voor op die toekomst en onderzoekt welke oplossingen mogelijk zijn (zie ook de Haagse Verkenning Zeespiegelstijging). Dat is nodig: een groot deel van de kust wordt beschermd door een brede duinenrij, maar in Scheveningen is die natuurlijke kustverdediging onderbroken. Alhier wordt de kust voornamelijk beschermd door een dijk die is geïntegreerd in de boulevard. Voor de huidige omstandigheden biedt deze voldoende bescherming, maar door de stijgende zeespiegel is dat op termijn waarschijnlijk niet meer toereikend. Daarnaast liggen Scheveningen Bad (met onder meer het Kurhaus) en Scheveningen Haven (waar zich naast bedrijven ook woningen bevinden) buitendijks. Daardoor zijn deze gebieden kwetsbaarder voor overstromingen. Hoewel dat nu nog nauwelijks tot serieuze problemen leidt, neemt het risico in de toekomst verder toe – door de stijgende zeespiegel en extremere weersomstandigheden.
Techniek versus natuur
Den Haag heeft vanwege deze urgentie twee beleidsscenario’s geformuleerd. Het eerste is ‘Den Haag Stad aan Zee,’ met het verhogen van de dijken in Scheveningen en het beschermen van Scheveningen Haven met onder andere een stormvloedkering. Het tweede scenario is ‘Den Haag Stad achter de Duinen,’ met de aanleg van een nieuw duinlandschap voor de kust van Scheveningen Dorp en Bad als natuurlijke kustverdediging, gecombineerd met de bescherming van Scheveningen Haven, onder meer door een stormvloedkering. De afweging van beide scenario's betekent een vergelijking tussen een traditionele technische oplossing en een nature-based solution. De twee oplossingen bieden bescherming tegen de gevolgen van zeespiegelstijging, maar verschillen aanzienlijk in kosten en maatschappelijke impact. De vraag is dan ook: welke oplossing levert per saldo de meeste maatschappelijke waarde op?

Scheveningen en Den Haag met de bestaande primaire kering.
‘Zeekering Scheveningen’ (bron: Rebel/Arcadis)
Rebel en Arcadis voerden eenverkennende maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uit. Uit de analyse komt naar voren dat de nature-based solution – de aanleg van een nieuw duinlandschap – een goedkopere én robuustere manier is om Den Haag te beschermen tegen de zeespiegelstijging dan het versterken van de dijken. Bovendien leveren duinen hogere maatschappelijke baten op voor de stad. Ook als de zeespiegel minder snel of sneller stijgt dan verwacht, blijft dit de beste keuze. Tegelijk vormt de aangroei van duinen in een stedelijke setting een minder beproefd proces, dat gepaard gaat met onzekerheden. Hieronder leggen we nader uit hoe we tot onze conclusies en inzichten zijn gekomen.
Extra maatregelen
Als de zeespiegel in 2200 met 3 meter is gestegen, moet de primaire kering worden verstevigd om het achterland veilig te houden. We gaan ervanuit dat dit sowieso gebeurt, ook in de aanpak van business as usual. Wat minder vanzelfsprekend is, is dat gebieden die nu buitendijks liggen, en dus onbeschermd zijn, alsnog worden beschermd. Bij Scheveningen gaat het om de gebieden Haven en Bad. De scenario’s ‘Stad aan Zee’ en ‘Stad achter de Duinen’ gaan wel uit van extra maatregelen om deze gebieden te beschermen, door de primaire kering voor Haven en Bad door te trekken en de Haven af te sluiten met een stormvloedkering en later een sluis.
Met een duinlandschap als kustverdediging hoeft de bestaande dijk niet te worden verhoogd en verbreed
Deze maatregelen voorkomen hier een aanzienlijke schade. Door de stijgende zeespiegel krijgen deze gebieden anders steeds vaker met overstromingen te maken. In absolute bedragen kan de schade oplopen tot bijna 20 miljard (!) euro als de zeespiegel tot 2200 met 3 meter stijgt, wat feitelijk zou betekenen dat grote delen van deze gebieden in onbruik raken. Door deze gebieden binnendijks te brengen, kan naar verwachting circa 670 miljoen euro aan schade (in contante waarde) worden voorkomen in het hoge zeespiegelstijgingsscenario.
In het scenario Stad aan Zee wordt ongeveer 370 miljoen euro extra uitgegeven. Dit is een extra bedrag ten opzichte van de kosten om de bestaande primaire kering te verhogen in het businesss as usual-model. Een belangrijk deel van de extra kosten gaat naar het beschermen van Scheveningen Haven en Bad, door de dijk te verleggen en een stormvloedkering aan te leggen. De investering betaalt zich ruimschoots terug door 670 miljoen euro aan mogelijke schade te voorkomen. Als er wordt ingezet op de duinen, kost dat naar schatting 285 miljoen euro extra. De duinen zorgen samen met de stormvloedkering eveneens voor een adequate bescherming van héél Scheveningen. In vergelijking met het scenario Stad aan Zee, vormen de duinen dus een goedkopere maatregel.
Geen uitkoop en sloop
Door te kiezen voor een duinlandschap als kustverdediging hoeft de bestaande dijk niet te worden verhoogd en verbreed. Dat is een belangrijk voordeel, omdat de dijk midden in een dichtbebouwd gebied ligt. Een dijkversterking op deze plek zou daarom waarschijnlijk leiden tot de uitkoop en sloop van woningen. Door deze ingreep te vermijden, wordt naar verwachting zo’n 45 miljoen euro aan kosten voor compensatie en nieuwe huisvesting van bewoners bespaard – nog afgezien van de sociaal-emotionele impact van uitkoop en sloop.

Uitkomst van de MKBA: inzetten op een Stad achter de Duinen levert de maatschappij de meeste waarde op.
‘Waarde maatschappij’ (bron: Rebel/Arcadis)
Maar spelen nog meer factoren een rol in de afweging van de scenario’s. Zo is er weinig natuur in Scheveningen voorhanden. Dat komt omdat bomen hier slecht groeien door de ‘zoutspray.’ Een duinenrij verandert die situatie, waardoor er een gebied van 130 hectare kan worden beplant. Dat levert niet alleen een aantrekkelijkere leefomgeving op, maar ook maatschappelijke baten. Zo zorgen bomen voor verkoeling tijdens warme periodes en stijgt de waarde van het omliggend vastgoed. Per saldo wegen deze baten ruimschoots op tegen de kosten van de aanplant, met een netto maatschappelijke waarde van circa € 100 miljoen.
Verlies van uitzicht
De duinen geven Scheveningen wel een heel ander karakter. Met een geschatte hoogte van circa 11 meter en een breedte van ongeveer 200 meter kijken woningen en horecagelegenheden aan de boulevard straks uit over de duinen in plaats van direct over zee. Zónder de duinen zal het uitzicht echter ook veranderen. Bij een zeespiegelstijging van drie meter moet de bestaande dijk naar verwachting richting 2200 moeten worden verhoogd tot zo’n 15 meter. Dan verdwijnt het vrije uitzicht op zee voor veel woningen. Gezien de hoogte van de dijk treft dat meer woningen dan bij de duinen. Het verlies van uitzicht heeft in alle situaties negatieve impact op de vastgoedwaarde van de woningen. Uit de berekeningen blijkt dat de duinen naar verwachting de minste negatieve impact hebben: 10 miljoen euro minder dan business as usual en 15 miljoen minder dan Stad aan Zee. In business as usual gaan we ervan uit dat de dijk die er nu ligt wel verhoogd wordt, maar niet volledig voorlangs wordt getrokken (zoals in Stad aan Zee).

‘Kwalitatieve effecten scenario’s’ (bron: Rebel/Arcadis)
Uiteindelijk zijn niet alle baten doorgerekend en op geld gezet. De genoemde effecten zijn wel in beeld gebracht, via bovenstaande afbeelding. De eerste kolom laat zien wat de verwachte impact is bij business as usual, de tweede kolom bij Stad aan Zee en de derde kolom bij Stad achter de Duinen. Hoewel het om een kwalitatieve beoordeling gaat, wijst ook deze analyse in dezelfde richting: het scenario Stad achter de Duinen scoort per saldo het beste.
Duinen zijn meer flexibel
Hoe snel de zeespiegel zal stijgen, blijft onzeker. Daarom is in deze studie niet alleen gekeken naar een hoog zeespiegelstijgingsscenario, maar ook naar scenario’s waarin de stijging minder of juist sterker uitvalt. Duinen lijken de beste manier om met die onzekerheid om te gaan. Anders dan een dijkverhoging, die een grote en grotendeels onomkeerbare investering vraagt, kunnen duinen stapsgewijs worden aangelegd en meegroeien met de zeespiegel. Als de zeespiegelstijging mee blijkt te vallen, zijn er geen onnodig hoge kosten gemaakt. Maar ook als het harder gaat dan verwacht, zijn duinen flexibeler. De duinenrij kan uiteindelijk tot in ieder geval vijf meter zeespiegelstijging aan, terwijl dijken opnieuw moeten worden opengebroken. Bij een snellere of tragere zeespiegelstijging blijft het scenario Stad achter de duinen de meest aantrekkelijke optie.
Cover: ‘Herdenkingsnaald aan de boulevard van Scheveningen’ door Henk van Blijderveen (bron: Shutterstock)





