Artikel
verlaten krimp leegstand\

Is krimp een kans? In Limburg wellicht!

Door Jos Gadet

31 okt 2017 - Bij steeds maar dalende transportkosten wordt menselijk kapitaal de belangrijkste productiefactor. Of omdat het goedkoop is, of omdat het gespecialiseerd is. Dat brengt grote geografische verschuivingen met zich mee. Bijvoorbeeld: in internationaal opzicht wordt de welvaartskloof minder, maar vanuit nationaal perspectief wordt die juist groter.

Ook in Nederland zien we deze ontwikkeling. Het economisch succes zoals dat te zien is in het stedelijke westen gaat voorbij aan de drie problematische perifere regio’s in ons land: het Noorden, het Zuidwesten en het Zuidoosten.

Bedrijven willen zich vestigen waar een groot potentieel aan werknemers is, gevolgd door een rijkdom aan toeleveranciers en een uitstekende infrastructuur. Arbeidskrachten verkiezen plekken waar veel en goede banen worden aangeboden. ‘Neither will go where the other isn’t”, zo concludeert The Economist deze week maar weer eens.

Wat betreft het aanbod van goede banen komt de periferie er bekaaid vanaf. Op de alom bekende kaarten van economisch-geograaf Gerard Marlet verbleekt de periferie letterlijk als het gaat om beschikbare banen in de Nederlandse regio.

Is de situatie in de periferie dan uitzichtloos? The Economist is pessimistisch, al wijzen de auteurs erop dat dit niet voor alle gebieden hoeft te gelden. Zij geven een schaars aantal voorbeelden van plekken waar gelijk optrekken van de private en publieke sector enig succes heeft geboekt. Maar over één ding zijn ze glashelder: publieke subsidiering is een heilloze weg.

Terug naar Nederland. Bekijken we de bereikbaarheid van banen in ons land in de veronderstelling dat er geen grenzen zouden zijn, dan verkleurt Zuidoost-Nederland ten positieve!! Maar kennelijk is die grens ondanks vrij verkeer van mensen en goederen zó hard dat dit comparatief voordeel niet wordt uitgemunt. Het, in tegenstelling tot de twee andere perifere delen, verstedelijkte Hinterland van Limburg biedt (nog) geen economisch nut.

De redenen hiervoor zijn van administratieve en infrastructurele aard. De verschillen in belastingstelsel werken blijkbaar remmend, evenals het niet zonder meer erkennen van diploma’s uit andere landen. Tevens speelt de taalbarrière een grote rol. De tijd dat Limburgers goed Duits en Frans spraken is allang voorbij.

Wat ook niet meehelpt zijn de belabberde openbaar vervoerverbindingen tussen Limburg, Duitsland en België. De verbinding tussen Heerlen en Aken is recent zelfs opgeheven. Je moet nu van de ene op de andere boemeltrein overstappen om boomtown Aken vanuit het Limburgse te bereiken. De hogesnelheidslijn tussen Berlijn en Parijs via Keulen en Luik scheert aan Limburg voorbij. Uit gesprekken met Limburgse collega’s blijkt dat de NS niet comfortabel op deze lijn wilde aantakken, omdat daarmee de concurrentiepositie van de HSL Amsterdam – Parijs ondermijnd zou worden. Tsja!

maastricht airport
Maastricht-Aachen Airport, Foto: De Limburger

Limburgers voelen zich nogal eens in de steek gelaten door Den Haag. Dat is een soms wel erg afschuivende houding, maar kent (ook historisch) enige grond. Actueel is de affaire Maastricht-Aachen Airport (MAA). Den Haag komt vooralsnog niet over de brug voor het afgeven van een vergunning voor het gebruik van een reeds bestaande landingsbaan van 2750 meter. Nu mag alleen de lengte van 2500 meter gebruikt worden. Dat is voor sommige luchtvervoersmaatschappijen een probleem. En: dat kost honderden banen (De Limburger, 21 oktober 2017)! Over 250 meter asfalt moet Limburg soebatten met het Rijk, waar in Lelystad zowat alle regels en inspraakprocedures met voeten worden getreden. Daar krijg zelfs ik als geboren Limburger hartkloppingen van.

Anders dan in de overige perifere regio’s in Nederland biedt krimp in het Zuidoosten een kans. Het dwingt de regio namelijk te kijken naar de mogelijkheden die er liggen. Die zijn niet gering: een sterk stedelijke achterland (Aken, Keulen, Luik, Düsseldorf), tientallen meters verwijdering van Europese hogesnelheidslijnen, het bezit van een vliegveld, een sterke universiteit, een innovatieve multinational (DSM) met multipliereffecten, een mondiale speler in de innovatieve agro-economie (Venlo), Maastricht, te commodificeren mijnhistorie, en prachtig cultuurhistorisch landschap. Als losse elementen vallen ze in het niets. Maar als de (publieke) Euregio met particuliere investeerders de kansen samensmeedt wordt het geheel veel meer dan de som der delen.

Dat is overigens nog niet zo makkelijk. Op een lunchbijeenkomst georganiseerd door de Provincie Limburg op de recente Expo Real in München (een soort Provada in het kwadraat), liet een aantal Nederlandse investeerders zich van hun slechtste kant zien. Nog nooit gehoord van de Brightland Campussen in Limburg, maar wel hameren op het slechte imago van Limburg. “Doe iets aan jullie imago! In de Bijlmer hebben we dat wel gedaan, dat heet nu Zuid-Oost en is booming”. Ik viel van mijn stoel van onthutsing over zoveel onbenul. Een Nederlandse vertegenwoordiger van een Amerikaanse investeerder deelde een zowel linkse als rechtse directe uit: “Amerikaanse investeerders hebben lak aan imago. Die kijken naar feiten en dus ook agglomeratiekracht. Die is in deze Europese regio in potentie aanwezig. In de VS bestaan geen remmende grenzen tussen de verschillende staten. Als ik ze vertel dat dit hier wel anders is, maken ze niet zelden rechtsomkeert”.

In het geval van de ‘krimpregio’ Limburg (overigens groeien de inwonertallen van Maastricht, Venlo en zelfs Heerlen, zij het licht, weer), vormen grenzen het belangrijkste obstakel voor economische groei. Daardoor worden het perifere regio’s. Dan ontstaat krimp. En daardoor onvrede, en vlucht in nationalistisch populisme (!!). Volgens The Economist hoeven de kiezers niets te verwachten van de populistische maatregelen van Trump, AfD, Brexiteers, Baudet. Hun maatregelen versterken alleen maar de economische malaise in de places left behind.

Het zijn roerige economische tijden. Wat betreft places left behind gaat het, zoals The Economist mooi beschrijft, om the economics of geography! Zowel bedrijven, gemeenten, en provincies zijn (gezamenlijk) aan zet de voordelen van plaats te benutten! Maar ook de nationale overheid. Valt van het nieuwe kabinet iets te verwachten? Welke minister of staatssecretaris gaat er over de ruimtelijke inrichting? Of zoals een geograaf twitterde: “Heel VROM is foetsie. RO was al een tijdje opgeheven. Volkshuisvesting, Wonen en Milieu verdwijnen nu ook van naambordjes”.

Krimp biedt kansen. Maar ze zullen daar in Limburg zelf de grenzen moeten slechten.

Auteur:

Portret - Jos Gadet
Jos Gadet

Hoofdplanoloog Ruimte en Economie gemeente Amsterdam

Recente artikelen