Zonneveld met windmolens en regenboog door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)

“Laat het landschap geen restpost zijn in de energietransitie”

27 januari 2022

9 minuten

Opinie
De energietransitie zal ons landschap hoe dan ook veranderen. Volgens Noël van Dooren, provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit in Zuid-Holland is er echter wel meer aandacht nodig voor ruimtelijke inpassing in het landschap. “Als we ons nu meer inspannen om goede oplossingen te verkennen, is dat straks gewoon de kennis die we direct kunnen toepassen.”

Rond het dorp waar ik een stukje land bewerk, zijn de afgelopen paar jaar meerdere zonnevelden verschenen, en zijn er diverse in ontwerp. Ontwikkelaars melden zich bij boeren. Die krijgen voor het ‘uitlenen‘ van hun land aan een zonneveld 25 jaar lang (de geschatte levensduur) een veel hogere pacht dan voor agrarisch gebruik. Aantrekkelijk, voor menig landeigenaar.

Het lijkt soms alsof de uitwerking van de energietransitie in ons landschap een soort collateral damage is

De gemeente voelt de druk om mee te werken aan het halen van ‘Parijs’ en maakt deel uit van een RES-regio. In die RES-regio zijn samen met andere partijen gebieden aangeduid waar de komst van windturbines of zonnevelden aanvaardbaar is. In veel gemeenten is ondertussen ook een energiecoöperatie werkzaam, die als partner van de ontwikkelaar invulling kan geven aan ‘lokaal eigenaarschap’. En dan is er een ontwikkelaar die het eens wordt met een boer en een lokale energiecoöperatie. Op veel plaatsen komt momenteel in Nederland op zo’n manier de energietransitie van onderop tot stand.

En hoe ziet de provincie dat? Bij de RES 1.0, waarin de regio’s hun bod aan het Rijk bekend maakten, op weg naar 35 Terawatt duurzame energie op land, zaten de provincies als gelijkwaardige partij aan tafel. Nu moeten de uitkomsten van dat RES-proces doorontwikkeld worden in een RES 2.0. Dit betekent dat de opwek van duurzame energie ingebed moet worden in omgevingsbeleid en tot uitgevoerde projecten moet leiden. In feite is er een parallel proces aan de gang van het uitvinden van de vervolgstappen in het RES-proces en concrete invulling die van onderop komt.

Kwaliteit achterin de rij

Als betrokkene in mijn eerder genoemde dorp stel ik vragen over de kwaliteit van gerealiseerde of geplande initiatieven. Dat doe ik, omdat ik tot mijn schrik zie hoe zonnevelden te vaak als een bijna industriële, liefdeloze activiteit in het landschap landen. Dat is een lastig spanningsveld, want ik voel mij enorm geroepen om klimaatverandering tegen te gaan – energie uit wind en zon is daarvoor essentieel. Maar ik spring ook op de bres voor landschap. En dan valt me op dat de partijen die aan de energietransitie werken, dat niet altijd waarderen. Er moet tempo gemaakt worden ‘op weg naar Parijs’.

Zonneveld Klarenbeek, in 2021 gerealiseerd door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)

‘Zonneveld Klarenbeek, in 2021 gerealiseerd’ door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)


Iets soortgelijks merk ik als provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit (PARK) in Zuid-Holland. Mijn rol is om Gedeputeerde Staten (GS) ‘gevraagd en ongevraagd’ advies te geven. Je doet dat voor een vaste termijn. In die termijn zoek je naar die opgaven die in jouw ogen het meest staan te springen om aandacht, vanuit ruimte en landschap. Wat mij betreft is de inpassing van duurzame energie, dus de RES, zo’n opgave.

Meteen na mijn aanstelling in september 2020 raakte ik betrokken bij een advies over het Groene Hart (pdf). Het bestuurlijk platform van dat gebied – tegenwoordig een NOVI-gebied, dus met bijzondere aandacht van het Rijk – maakte zich zorgen over het feit dat het Groene Hart over maar liefst zeven RES-regio’s verdeeld is. Sommige regio’s, zoals Midden-Holland (Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Zuidplas, Krimpenerwaard) pakken een groot stuk Groene Hart, andere regio’s (bijvoorbeeld Noord-Holland Zuid) een klein stuk (de zuidelijke punt Haarlemmermeer).

Is het zinvol om een snelweg te zien als een ‘energieweg’ waar we opwekking bundelen?

Die zorg van het bestuurlijk platform gold vooral de kwaliteit van het landschap en de samenhang binnen het Groene Hart. Samen met mijn collega-PARK’s uit Noord-Holland en Utrecht (want het Groene Hart ligt in drie provincies) kwam ik tot de conclusie dat die zorg terecht is. En dat is ook weinig verbazingwekkend. RES-regio’s moeten met een aantal gemeenten uitvinden wat ze aanvaardbaar vinden, en waar ruimte te bieden. De motieven om dat proces te doorlopen verschillen uiteraard enorm per regio, maar er is natuurlijk altijd spanning: niemand heeft graag een windturbine voor zijn of haar deur.

Wij constateerden dan ook als PARK’s dat landschap en ruimtelijke kwaliteit achterin de rij staan. Dat betekent dat er vaak gebrekkige aansluiting is tussen voorstellen in verschillende regio’s (of provincies). Het betekent ook dat de samenhang met andere opgaven (denk aan bodemdaling, woningbouw of biodiversiteit) vaak niet echt goed in beeld is. Dat er vanuit ‘systeemefficiëntie’ bepaald geen optimale oplossing ontstaat. En dat het ontbreekt aan een kwaliteitsidee: duurzame energie verandert ons landschap, maar hoe kunnen we daar ook trots op zijn?

Niet zomaar laten landen

Als vervolgstap heb ik een quick scan laten uitvoeren naar de zeven RES-sen in Zuid-Holland: hoe is het gesteld met de aandacht voor landschap? Ik wilde daarmee GS adviseren omdat in Zuid-Holland een grote aanpassingsronde van het omgevingsbeleid aan de orde is. Daarbij moet dan ook duurzame energie ingebed worden. Mijn advies Meer dan zon en wind alleen is sinds oktober openbaar. We constateerden opnieuw, dat landschap en ruimtelijke kwaliteit geen hoge prioriteit hebben. Niemand is kwaadwillend, er wordt enorm hard gewerkt in de RES-regio’s, maar het lijkt soms alsof de uitwerking in ons landschap een soort collateral damage is. Ik verzet me daartegen: ik denk dat dat niet zo mag zijn, en ook niet zo hoeft te zijn.

Mijn advies aan Gedeputeerde Staten was dan ook, bij die inbedding in het omgevingsbeleid een minder neutrale rol in te nemen dan de provincie tot nog toe had, en wel degelijk een integrale afweging te maken. Die zou kunnen betekenen dat de provincie bepaalde voorstellen uit de RES niet overneemt, of vraagt om betere uitwerking.

Zon en wind gecombineerd, Van Pallandtpolder Goeree Overflakkee door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)

‘Zon en wind gecombineerd, Van Pallandtpolder Goeree Overflakkee’ door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)


Ik vind dat zelf niet zo’n schokkend advies. Vanuit mijn professionele achtergrond als landschapsarchitect is het onvoorstelbaar dat een nieuwe opgave ‘gewoon omdat het moet’ zo maar in het landschap kan landen. Ik vind dat er altijd een dialoog gevoerd moet worden met het gebied, met andere opgaven en met de mensen aldaar.

Je zou willen dat er nieuwsgierigheid is om die opgave kwaliteit mee te geven, te laten passen bij een specifiek gebied, zo uit te werken dat we er trots op zijn. En het is bijna altijd zo, dat een overheid het kader stelt waardoor partijen die aan zo’n nieuwe opgave werken, ook af en toe teruggestuurd worden. Daarmee wordt het resultaat ook ‘afrekenbaar’: tenslotte zijn Rijk, provincie en gemeente politiek verantwoordelijk, anders dan de RES-regio.

Laat de duurzame opwekking van energie aansluiten bij een breder idee over een gebied, zodat het een het ander helpt

Voor de RES-regio’s, en ook voor de provincie, ligt zo’n advies toch bepaald gevoeliger. De reacties variëren van ontstemd tot gereserveerd. Dat is niet erg; het hoort bij mijn rol dat een advies met gemengde gevoelens ontvangen wordt. Maar het houdt mij natuurlijk wel bezig hoe zo’n advies toch kan doorwerken, want uiteindelijk wil ik er aan bijdragen dat én ‘Parijs’ gehaald wordt én een technisch efficiënt systeem tot stand komt én de partijen in een gebied er goed bij betrokken zijn én een kwalitatief goede oplossing gevonden wordt.

Ik signaleer dat het op drie vlakken mis kan gaan. Dat zijn respectievelijk het systeem en de strategisch ruimtelijke keuzes die er bij horen, het landschap van Nederland en onze dagelijkse leefomgeving.

Systeem

Op systeemniveau is het van groot belang dat we deze enorme opgave goed organiseren. Er gaat waanzinnig veel geld in zitten en er zijn in Nederland andere grote opgaven die samenhangen met de opgave van duurzame energie. Ik zie het als een rijkstaak om het netwerk op hoofdlijnen in de toekomstige kaart van Nederland te passen, maar vervolgens moeten regionale oplossingen daar goed op aansluiten. Het gaat om de samenhang tussen verschillende energiesystemen, van waterstof, warmte, elektriciteit; om opslag, conversie, vraag aan aanbod. Dat zijn niet alleen technische vraagstukken voor ingenieurs, het zijn ook zaken die de ontwikkeling van gebieden zullen aansturen - knooppunten in een energienetwerk zijn magneten voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Het gaat dus om strategisch-ruimtelijke keuzes, die niet los te zien zijn van vraagstukken zoals 1 miljoen nieuwe woningen, of de transitie van de landbouw. Het is vrijwel onmogelijk van de RES-regio’s te verlangen dat zij die grote-schaalvraagstukken voortdurend kunnen verbinden met de toch al pittige zaken die in de regio moeten worden opgelost.

Landschap

Op landschapsniveau gaat het om vragen als: kan deze opgave van formaat bijdragen aan de identiteit van ons landschap, en hoe dan? Streven we naar samenhang en concentratie; accepteren we of willen we decentrale oplossingen, van bescheidener formaat maar wel overal aanwezig? Dergelijke vragen stellen de RES-regio’s zichzelf ook, maar logischerwijze doen ze dat op de schaal van de RES-regio.

Zonneveld Elzenbos, Brummen, in 2021 gerealiseerd door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)

‘Zonneveld Elzenbos, Brummen, in 2021 gerealiseerd’ door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)


Een interessant voorbeeld is de snelweg A15. Die loopt dwars door Nederland, raakt diverse RES-regio’s (en provincies), maar elke regio vormt een eigen idee over de mogelijke rol van zo’n snelweg voor wind- en zonopstellingen. Wat vinden we er als Nederland van? Is het zinvol om de A15 (of een andere snelweg) te zien als een ‘energieweg’ waar we opwekking bundelen tot een samenhangend geheel? Ontwikkel je daarmee wellicht ook een nieuwe structuur in het landschap die een zekere schoonheid kan bereiken? Die, niet onbelangrijk, kan voorkomen dat we overal iets doen?

Een vergelijkbare vraag speelde rond het Groene Hart: als je kijkt naar de kaart van Nederland zie je grotere eenheden als de Veluwe, het IJsselmeer, het Groene Hart. Als we al jaren moeite doen om dergelijke gebieden vanuit een beeld van het geheel aan te pakken, dan geldt dat casu quo ook voor deze opgave. Daarmee is niet gezegd dat hier niets kan, maar wel dat je ingrepen moet afwegen tegen de kwaliteiten van het grotere geheel – zoals het Groene Hart. Overigens heeft het Groene Hart als een typisch ruimtelijk-ordeningsbegrip in landschappelijk opzicht vele gezichten, dus een goede analyse daarvan biedt ook kansen voor het goed inbedden van duurzame energie.

Directe leefomgeving

Wanneer het gaat om de directe leefomgeving, dan constateer ik dat we nog behoorlijk wat werk te verzetten hebben. Ja, er zullen op allerlei plekken in het landschap zonnevelden en windturbines bij komen. En dat vraagt dus om gepaste zorg! Op mijn wensenlijst als PARK staat bijvoorbeeld het organiseren van een ontwerpwedstrijd voor zonnevelden en windturbines. Want het is opvallend dat bij de plaatsing van windturbines of zonnevelden er heel achteloos wordt omgegaan wordt met de technische bijkomstigheden als een toegangsweg, een hek, beveiligingscamera’s, transformatorhuisjes. Juist die elementen zijn op ooghoogte zo enorm bepalend. En dus moet er aan ontworpen worden.

Wat zijn mooie, gewaagde, innovatieve oplossingen, die op een specifieke plek in het landschap ter zake doen? Het gaat ook om het maaiveld -dat is vaak grasland- en het beheer ervan. Als we het goed doen, kan een positieve bijkomstigheid zijn dat de natuur er op vooruit gaat. Maar dan graag ook met een breder idee over de omgeving: hoe kan goed aangesloten worden op bestaande ecologische structuren, zodat het een het ander helpt.

Ik merk vaker dat deze ideeën over de RES weerstand oproepen. ‘Ben jij dan niet voor Parijs’? Er is een duidelijke angst dat wat ik hier zeg, de zaak vertraagt. Feit is, dat de RES-regio’s samen duidelijk meer hebben aangeboden dan de gevraagde 35 Terawatt. Dat is mooi, want dan is er nog keuze, en keuze betekent dat er bewegingsruimte is, juist om iets te doen aan de vragen die ik hier stel.

Wat vertraging betreft, denk ik dat we nog behoorlijk lang bezig zijn met duurzame energie. Wanneer we nu door haast gedreven tot te veel matige oplossingen komen, zal dat zeker tegen gaan werken. Op zoek gaan naar meer kwaliteit hoeft niet vertragend te werken, maar inderdaad, het kan meer tijd vragen. Op langere termijn zal het, naar mijn inschatting, vertraging juist voorkomen. Boven alles geldt: het is nu eenmaal mijn rol om aandacht voor landschap te vragen. Als we ons nu meer inspannen om goede oplossingen te verkennen, is dat straks gewoon de kennis die we direct kunnen toepassen.

Want ik zie niet in waarom we landschap als een restpost zouden zien bij de ontwikkeling van duurzame energie. Het vraagt aandacht, ja, maar het kan prima samengaan met een kordate aanpak van het klimaatprobleem.

De Leerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft en Nationaal Programma RES organiseren vandaag een kennisbijeenkomst over het thema Regionale Energie Strategieën en Gebiedsontwikkeling. Meer informatie vindt u hier. Binnenkort verschijnt hierover ook een verslag op Gebiedsontwikkeling.nu


Cover: ‘Zonneveld met windmolens en regenboog’ door Noël van Dooren (bron: Noël van Dooren)

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.


Noël van Dooren door Noël van Dooren (bron: LinkedIn)

Door Noël van Dooren

Noël van Dooren is landschapsarchitect, onderzoeker bij Aeres Hogeschool en provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit Zuid-Holland


Meest recent

Noord-Veluwe schapen door R. de Bruijn_Photography (bron: Shutterstock)

Uit de stikstofcrisis? Het uitdaagrecht kan helpen

Het Right to Challenge leent zich voor meer dan sympathieke buurtprojecten. Met het uitdaagrecht is ook een uitweg mogelijk uit de stikstofcrisis. Thijs Harmsen schetst het perspectief.

Uitgelicht
Analyse

7 oktober 2022

Stadswerk Arkplein door Erik Boschman (bron: Stadswerk072)

De stad vergroenen? Houd je als bestuurder koest, realiseer korte lijnen en praat met bewoners

Korte organisatorische lijnen, veel contact met bewoners en weinig bemoeienis vanuit het stadsbestuur. Met deze prijswinnende strategie heeft Alkmaar de afgelopen drie jaar al 30.000 m2 steen veranderd in groen.

Uitgelicht
Analyse

7 oktober 2022

Weekoverzicht Cover door Ineke Lammers (bron: gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week waarin duidelijk werd dat we het met elkaar moeten doen

Aandacht voor new town Nieuwegein, conflicterende ruimteclaims in Amsterdam en de energietransitie. De conclusie na de afgelopen week Gebiedsontwikkeling.nu: ‘we zullen het met elkaar moeten doen’.

Nieuws

6 oktober 2022