platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ladder voor duurzame verstedelijking

28 mei 2015 - De Ladder voor Duurzame Verstedelijking (LDV) roept veel tegengestelde reacties op. Het beeld varieert van ‘papieren typen’ tot ‘handig instrument dat zorgvuldigheid bevordert’. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is, zo motiveert de regering, ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.

trede 3

In de praktijk betekent dat bij elk significant (uitbreidings)plan voor woningen, winkels, kantoren, bedrijventerreinen, e.d. drie treden van de ladder moeten worden doorlopen. Trede 1 stelt de vraag of er een regionale ruimtevraag is, waarin elders in de regio nog niet voorzien is. De vraag is behoefte minus het aanbod in plannen en het bestaande aanbod (lees: leegstand). Is de behoeftevraag positief beantwoord dan is er trede 2: is (een deel van) de regionale behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden? Daarbij gaat het zowel om kwalitatief aanbod als aanbod in kwantitatieve zin. Dat laatste is bijvoorbeeld van belang bij het onderscheid naar verschillende typen woon- of bedrijfshuisvestingsmilieus. Als uit de match van vraag en aanbod blijkt dat (een deel van) de behoefte niet binnen het stedelijk gebied te vinden is dan wordt de initiatiefnemer in verzocht een locatie te zoeken die multimodaal ontsloten is. Bij personenvervoer per auto en openbaar vervoer en bij goederenvervoer om vervoer per weg, rail en binnenvaart.

De afgelopen pakweg 2 jaar wordt de ladder in toenemende mate toegepast, waarbij ook de Raad van State er – als hoogste bestuursrechter – een heel pakket werk bij heeft gekregen. Wat zijn de bevindingen tot nog toe?

De LDV is geen echte ladder, het is meer een reeks van 3 stoplichten. De ladder eindigt ook niet met een concreet resultaat, het is meer een verantwoordingsplicht. Anders gezegd: de verplichting om de LDV toe te passen is juridisch gezien hard, maar de inhoud is zachter. Veel critici vinden dat bezwaarlijk, maar ik zie maar moeilijk hoe zo’n resultaatgerichte ladder wel te ontwikkelen. Het gaat uiteindelijk om een zorgvuldige ruimtelijke afweging inzake een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Uit de jurisprudentie blijkt dat de Raad van State die zorgvuldigheid serieus neemt. Met andere woorden, initiatiefnemers kunnen zich bij de onderbouwing van hun plannen en het doorlopen van de ladder er niet met een paar alinea’s van afmaken. Een voordeel van de ladder is ook de regionale insteek. Actuele regionale ruimtebehoeften zijn nodig om extra ruimtelijke claims te honoreren. Daar waar afwegingen moeten worden gemaakt blijft er ruimte voor discussie, dat verandert deze ladder echt niet. Dat begint al met discussie over ‘wat is regionaal’, ‘wat is stedelijk’, ‘wat is substantieel (5 of 50 woningen)’, ‘wat is multimodaal (auto én fiets)’ en eindigt (zeker bij treden 2 en 3) bij de vragen: wat is financieel haalbaar en wie bepaalt dat? Als geld immers geen rol speelt is elke transformatie van bestaand aanbod mogelijk en is ook elke woningbouwlocatie of bedrijventerrein multimodaal te ontsluiten. Al met al bevordert de LDV zorgvuldigheid van de ruimtelijke ordening en dwingt de initiatiefnemer/gemeente hun plannen goed te onderbouwen. Dat is winst. De keerzijde is een toename van de administratieve last en van het aantal juridische procedures. Belangrijkste – nu nog niet te beantwoorden – vraag is of door de ladder de flexibiliteit in stedelijke ontwikkeling aan banden wordt gelegd.

Reacties: rene.buck@bciglobal.com, Buck Consultants International

Lees verder:

Blijf op de hoogte