Opinie Na het vernietigende oordeel van de Algemene Rekenkamer over de realisatie van de rijksdoelen is columnist Wouter Veldhuis wat somber gestemd. Alle deals pacten en convenanten in het vakgebied zijn niet zo onschuldig als ze misschien klinken, stelt hij. De Nederlandse ruimtelijke ordening snakt weer naar saai en langjarig beleid. “Steden zijn geen projecten. En met deals bouw je niet aan een robuuste toekomst.”
Problemen los je op met innovatie. Althans, dat is de gangbare gedachte. Dus toen de minister voor Wonen in 2022 het groeiende tekort aan betaalbare woningen wilde aanpakken, werd de flexwoning als slimme innovatie juichend binnengehaald. Enige scepsis van adviseurs met veel praktijkervaring ten spijt, werd er substantieel geld vrijgemaakt om de woningbouwproductie snel op gang te krijgen. Vier jaar later is het oordeel van de Algemene Rekenkamer vernietigend in haar verantwoordingsonderzoek over 2025: “De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bouwde in 4 jaar tijd 17.665 flexwoningen, terwijl haar doel was om er 15.000 per jaar te bouwen.”
Kort samengevat in mijn eigen woorden: er is heel veel geld vrijgemaakt om veel te weinig veel te dure woningen te bouwen, die niet aanpasbaar zijn. Laat staan dat deze woningen hebben bijdragen aan een toekomstvaste leefomgeving. Ter geruststelling, dit falen is symptomatisch voor de gehele Rijksoverheid, aldus de Rekenkamer in haar rapport van afgelopen week: “Veel doelen die de rijksoverheid voor de korte termijn had gesteld, zijn in 2025 niet gehaald. Veel langetermijndoelen zijn uit zicht. (…) De rekening daarvan wordt bij volgende generaties gelegd.”
Het is te gemakkelijk om de dienstdoende ministers als schuldigen aan te wijzen. Ze zijn immers allen onderdeel van een systemisch probleem; de gangbare managementfilosofie binnen de publieke sector. Al enkele decennia wordt de organisatie van de overheid gemodelleerd rondom het principe van New Public Management, dat gestoeld is op het idee dat overheden net zo efficiënt en klantgericht moeten werken als het bedrijfsleven. Zodoende is de overheid burgers steeds meer gaan behandelen als consumenten, zijn systemische verantwoordelijkheden overgedragen aan marktpartijen en is ook geprobeerd om de overheid bedrijfsmatiger te laten werken. Het feit dat de Rekenkamer in haar rapport kritiek heeft op de “bedrijfsvoering” van de overheid spreekt boekdelen.
Het klinkt misschien onschuldig, maar ‘deals’, ‘pacten’ en ‘convenanten’ spelen verschillende overheden tegen elkaar uit in zakelijke overeenkomsten met een korte houdbaarheidsdatum
Het bedrijfsmatig denken zit diep in de wijze waarop wij in Nederland al jarenlang omgaan met onze ruimtelijke ordening. Denk aan de jaarlijkse bestuurlijke bijeenkomsten rondom het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) waar het geld voor grote projecten wordt verdeeld. Elk jaar is het weer een beauty contest waarbij grote steden en regio’s zoveel mogelijk “nationale belangen” in de regionale etalage zetten om de “concurrenten” te slim af te zijn met hun proposities.
Dit leidt tot hoogst discutabele toezeggingen. Denk aan lokale toezeggingen om heel veel woningen te bouwen, om in ruil daarvoor Rijksgeld te ontvangen voor de realisatie van een groot regionaal infrastructuurproject. Zo heeft Lelystad bijvoorbeeld in 2022 een Woondeal afgesloten met het Rijk om per direct jaarlijks 1.457 woningen te bouwen, terwijl de bevolkingsgroei in de voorafgaande twintig jaar schommelde tussen de 150 en 1.400 inwoners. Als tegenprestatie hoopte de stad onder andere op een gulle bijdrage van het Rijk voor de realisatie van de Lelylijn. Op papier een fantastische deal. In de praktijk kunnen beide overheden hun afspraken niet nakomen. De woningbouwproductie blijft ver achter, simpelweg omdat er onvoldoende vraag is vanuit de markt en planprocedures meer tijd kosten. En het reservepotje voor de Lelylijn werd binnen een jaar alweer ingezet door het Kabinet om bij de Voorjaarsnota een gat in de begroting te dichten.
Kortom, het wordt hoog tijd om weer terug te gaan naar de basis. Nederland is geen Besloten Vennootschap. Steden zijn geen projecten. En met deals bouw je niet aan een robuuste toekomst. Het klinkt misschien onschuldig, maar “deals”, “pacten” en “convenanten” spelen verschillende overheden tegen elkaar uit in zakelijke overeenkomsten met een korte houdbaarheidsdatum. De ruimtelijke ordening van Nederland snakt weer naar saai langjarig beleid en een Rijksoverheid die ook in tijden van tegenslag vasthoudend is en accepteert dat er verliezen op de balans komen te staan. Het klinkt contra-intuïtief, maar juist met het marktdenken is de overheid risicomijdend geworden, terwijl de overheid juist de plicht heeft om risico’s te nemen. Met oog op een betere toekomst.
Cover: ‘Wouter Veldhuis Column Cover’ door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Arenda Oomen)





