Opinie BPD-Gebiedseconoom Jeroen de Jong wijst op een hardnekkige reflex in het vak van gebiedsontwikkeling. We ontwerpen eerst een plan, rekenen het rond, en gaan daarna op zoek naar manieren om de schade te beperken. Water hier, een parkje daar, misschien nog wat biodiversiteit als het past. Alles netjes onder het kopje ‘mitigatie.’ Maar steeds vaker knaagt bij hem de vraag of we niet precies de verkeerde volgorde hanteren.
Toen ik onlangs een internationaal rapport las over nature-based solutions, viel het kwartje opnieuw. Niet omdat het iets totaal nieuws vertelde, maar omdat het zo scherp blootlegt wat wij eigenlijk allemaal al weten, maar nog niet consequent doen. Natuur is geen randvoorwaarde. Geen sluitpost. Geen morele verplichting waar je na de businesscase nog even naar kijkt. Het is een ontwerpinstrument. Misschien wel hét ontwerpinstrument van deze tijd.
Wat mij vooral trof, is hoe natuur daarin wordt benaderd als een productief systeem. Niet als decor, maar als drager van functies: waterberging, bodemstabiliteit, klimaatadaptatie, luchtkwaliteit, economische activiteit. Alles wat wij in Nederland ook op onze bordjes hebben liggen, maar nog te vaak in losse beleidsthema’s verdelen, in plaats van het integraal te ontwerpen. In mijn eigen werk zie ik hoe die versnippering ons tegenwerkt. We hebben een woningbouwopgave, een wateropgave, een natuurherstelopgave en een klimaatopgave. En ergens hopen we dat die allemaal in hetzelfde gebied passen. Maar zolang we blijven redeneren vanuit functies en programma, blijven we schuiven en stapelen. Met als resultaat dat de echte systeemwaarde vaak buiten beeld blijft.
De businesscase als rem
Nature-based solutions keren dat om. Ze beginnen niet bij het programma, maar bij het systeem. Bij het landschap. Bij waterlopen, bodemstructuren, ecologische verbindingen. En pas daarna komt de vraag wat je daar wel – en misschien ook niet – kunt bouwen. Dat klinkt misschien als een open deur, zeker nu het principe ‘water en bodem sturend’ overal op tafel ligt. Maar de consequentie daarvan nemen we nog niet volledig serieus. Want als water en bodem echt sturend zijn, moeten ze dat ook zijn in onze businesscase. Ze moeten bepalen wat kan, wanneer iets kan en tegen welke kosten of opbrengsten.
Gebiedsontwikkeling is dan niet langer het realiseren van een plan, maar het ontwerpen van een systeem
En daar zit precies de spanning. Onze rekenmodellen zijn daar nog niet op ingericht. De grondexploitatie is gebouwd op korte termijn, op direct realiseerbare waarde en op strak afgebakende plangebieden. Terwijl de waarde van natuur zich juist uitstrekt over tijd en ruimte. Minder wateroverlast over twintig jaar. Lagere hittestress. Minder bodemdaling. Meer biodiversiteit, meer gezondheid, meer aantrekkelijkheid. Dat betekent niet dat die waarde er niet is. Het betekent alleen dat wij hem nog onvoldoende zichtbaar maken.
Misschien is dat wel de grootste opgave: niet het bedenken van nieuwe oplossingen, maar het herwaarderen van wat we al doen. Het zichtbaar maken van de waarde van natuur, niet alleen als idealistisch doel, maar als integraal onderdeel van risico, kwaliteit en toekomstbestendigheid. Want laten we eerlijk zijn: we rekenen nu ook niet alles exact door. We maken aannames over markt, prijzen en risico’s. Waarom zouden we natuur daar buiten houden?
Van plan naar systeem
Wat mij aanspreekt in de denklijn van nature-based solutions, is dat het ons dwingt om anders te kijken naar onze rol. Gebiedsontwikkeling is dan niet langer het realiseren van een plan, maar het ontwerpen van een systeem. Een systeem waarin natuur, economie en samenleving niet naast elkaar bestaan, maar met elkaar verbonden zijn. Dat vraagt ook iets van hoe we samenwerken. Niet als afvinkbare participatie, maar als echte co-creatie. Niet alleen praten over draagvlak, maar nadenken over wie profiteert en hoe waarde wordt gedeeld. Want als natuur een drager van waarde wordt, moet die waarde ook breder landen dan alleen in de grondprijs.
Ik merk dat dat schuurt. Met bestaande modellen, met tempo, met afspraken die we gewend zijn te maken. Maar tegelijkertijd voelt het onvermijdelijk. De opgaven waar we voor staan zijn simpelweg te groot om nog in aparte kolommen te blijven denken. Misschien moeten we het onszelf weer iets eenvoudiger maken. Stoppen met het voortdurend oplossen van de schade die we zelf veroorzaken, en beginnen met het ontwerpen van systemen die die schade überhaupt niet meer laten ontstaan.
Dat klinkt idealistisch. Maar als je goed kijkt, is het vooral heel pragmatisch. Omdat het uiteindelijk goedkoper is, robuuster, en eerlijker verdeeld over de tijd. En misschien wel het belangrijkste: het levert gebieden op waar je niet alleen kunt wonen, maar waar het ook op lange termijn goed leven blijft.
Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.
Deze bijdrage publiceerde Jeroen de Jong eerder op zijn LinkedIn-pagina. Hij is daar ook een eigen nieuwsbrief/column over gebiedseconomie begonnen: de Waarde van Vandaag.
Cover: ‘Verticale groene appartementen in Milaan’ door R.M. Nunes (bron: Shutterstock)







