Leidsche Rijn Centrum 13 juni 2023 door Gemeente Utrecht (bron: Gemeente Utrecht)

Leidsche Rijn Centrum, het nieuwe stadshart van Utrecht

20 juli 2023

9 minuten

Casus De intercity van Leiden naar Utrecht stopt wel in het dorp Bodegraven, maar (nog) niet in het stedelijke Leidsche Rijn. De ontwikkeling van een nieuw stadshart in de grootste Vinex-wijk van Nederland gaat zo letterlijk aan velen voorbij. Voor de Utrechtse regio wint Leidsche Rijn Centrum daarentegen snel aan populariteit. Niet alleen om te winkelen, maar ook om te verblijven. Met kunst en cultuur als verbindende factor.

“Leidsche Rijn is allesbehalve een slaapstad”, zegt wethouder Eelco Eerenberg. Vinexwijken lopen vaak tegen dat vooroordeel aan. Ten onrechte, meent hij, zeker in dit geval: “Het is veel meer dan een woonwijk. Er zijn hier ook veel kantoren, bedrijven, winkels, een bioscoop en theater, horecagelegenheden, scholen en andere maatschappelijke en commerciële voorzieningen.” Hij wijst verder op de nabijheid van het Castellum Hoge Woerd, een theater-museum-kinderboerderij-erfgoedlocatie ineen, gebouwd op de fundamenten van een Romeins fort. En op het Máximapark, een van de grootste stadsparken van Nederland. Eerenberg: “Het is een stedelijk gebied met veel aandacht voor duurzaamheid, groen, architectuur en een openbare ruimte waar mensen graag komen. Het heeft echt een eigen karakter.”

Barrières weggenomen

Het nieuwe stadshart ligt aan de oostkant van Leidsche Rijn. Drie nieuwe bruggen – waaronder een fietsbrug – over het Amsterdam-Rijnkanaal zorgen voor de verbinding met de oude binnenstad. De A2 is overkapt en er is een groot fietsnetwerk op aangesloten. Daarmee zijn de belangrijkste barrières voor de ‘schaalsprong’ weggenomen.

Ten westen van de wijk Leidsche Rijn ligt Vleuten-De Meern, dat in 2001 werd samengevoegd met de gemeente Utrecht. De nabijheid van drie treinstations, fietspaden, busbanen en wegen zorgt voor een optimale bereikbaarheid. Leidsche Rijn Centrum is een van de stedelijke knooppunten, die het gemeentebestuur twee jaar geleden heeft verankerd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Uitgangspunt is de ‘tien-minutenstad’: elke Utrechter moet binnen tien minuten de belangrijkste dagelijkse voorzieningen kunnen bereiken.

Verdere verdichting

Architect Jo Coenen maakte in 2006 een masterplan voor Leidsche Rijn Centrum en is nog steeds supervisor namens de gemeente. Gebiedscoördinator Jeen Kootstra, al bijna 25 jaar werkzaam voor de gemeente, neemt me mee naar het pas geopende etablissement bovenop de rijkstunnel waar de A2 doorheen gaat. “Twintig jaar geleden was dit nog een boomgaard”, zegt hij. In 1995 ontwierp Riek Bakker het masterplan voor heel Leidsche Rijn, waar Jo Coenen in feite op voortborduurt, en in 1997 sloeg toenmalig premier Wim Kok de eerste paal van de geplande 30.000 woningen. Door verdere verdichting worden dat er nu al bijna 40.000. Daarvan komen er uiteindelijk circa 5.800 in het centrum, meer dan twee keer zoveel als aanvankelijk gepland. Het duurt niet lang meer of Leidsche Rijn telt 100.000 inwoners.

De voetganger staat centraal. De brede, boomrijke lanen doen denken aan de Parijse boulevards

Toch ontstegen de ambities van de gemeente vanaf het begin die van een normale woonwijk, stelt Kootstra. Omdat de gemeente voor een groot deel grondeigenaar is, kan ze voorwaarden stellen aan de grond die in erfpacht wordt uitgegeven en vasthouden aan de uitgezette koers. Kootstra: “De wijk is in delen tot stand gekomen, waarvan de samenhang in het begin wellicht niet direct zichtbaar was. Elke stedenbouwkundige kreeg een stukje van de plankaart, waarbinnen hij samen met de gemeente zijn plannen kon uitwerken binnen de gestelde voorwaarden. De gemeente en de stedenbouwkundigen gaven vervolgen kaders mee aan ontwikkelaars, corporaties en architecten om de plannen verder uit te werken. De combinatie van hoge ambities, consistentie in het beleid en goede ambtelijke ondersteuning heeft in hoge mate bijgedragen aan het succes van deze gebiedsontwikkeling. Door deze gemeentelijke regie wordt Leidsche Rijn inmiddels ervaren als één samenhangend stedelijk gebied met veel variatie.”

Leidsche Rijn Centrum Brusselplein door Luuk Kramer (bron: Luuk Kramer)

‘Leidsche Rijn Centrum Brusselplein’ door Luuk Kramer (bron: Luuk Kramer)


Als grootste succes van het centrumplan noemt hij de kwaliteit van de verblijfsomgeving. “Die nodigt uit om elkaar te ontmoeten, zelfs nu de bouwkranen er nog staan.” De voetganger staat centraal. De brede, boomrijke lanen doen denken aan de Parijse boulevards. De straatnamen refereren aan Europese steden uit de 19de eeuw. Dankzij de hoogteverschillen is het mogelijk verkeersstromen te scheiden, wat ten goede komt aan de voetgangers en fietsers. Evenwijdig aan de A2-tunnel ligt een gemeentelijke tunnel met een expeditiebaan voor laden en lossen, een idee dat is afgekeken van Almere Centrum. Parkeren gebeurt ondergronds. Centraal in het winkelgebied ligt het Brusselplein, dat in 2018 is opgeleverd. Kootstra noemt dit plein een “de huiskamer van Leidsche Rijn”: er is gekozen voor warme materialen, hoge architectonische kwaliteit van omliggende panden, een fraaie boomsoort (Valse Christusdoorn), terrassen en een speelfontein.

Extra hoge plinten

Vanaf het station zijn de bibliotheek en de Jumbo Foodmarkt (een van de grootste van Nederland) nu de grootste blikvangers van het Brusselplein. De extra hoge plinten aan het plein en in de aanloopstraten herbergen een mix van winkelketens en lokale ondernemers. De verhuur van de winkelpanden overtreft met een bezetting van 90 procent de verwachtingen. Het enige minpuntje vormt volgens Kootstra de overlast van foutgeparkeerde fietsen. “We hebben de benodigde stallingsvoorzieningen niet goed genoeg ingecalculeerd. Gelukkig zijn nog niet alle kavels uitgegeven. Daarmee kunnen we inspelen op het groeiende fietsgebruik.”

Verbinding versterken

Het andere grote plein van Leidsche Rijn is het Berlijnplein, bestemd als culturele ontmoetingsplek met kunst, creatieve ondernemers en evenementen zoals dansvoorstellingen en workshops. Met kunst en cultuur wil de gemeente hier de verbinding tussen bewoners versterken. Daartoe financiert ze activiteiten van de Stichting RAUM, in 2017 opgericht door ‘placemaker’ Donica Buisman. “De opzet is een plein te creëren dat van iedereen is”, zegt Buisman, die veel ervaring heeft met co-creatie bij de organisatie van culturele activiteiten. Placemaking op het Amsterdamse Buikslotermeerplein was een van haar vorige opdrachten. Maar het vullen van een leeg Berlijnplein is wel een héél grote uitdaging.

Hoewel het Berlijnplein nog steeds een bouwput is, trekt het nu al zo’n 75.000 bezoekers per jaar

“Hoe maak je van niets iets?” vroeg Buisman zich af, toen ze zes jaar geleden aan haar klus begon. “Er was alleen een kuil van zeven meter diep.” Ze had geen vooropgezet plan, maar ging in gesprek met zo’n 45 organisaties van bewoners en ondernemers uit de hele stad. Daarbij bood ze vanaf het begin alle ruimte om dingen te maken. Tijdelijke gebouwen, waaronder het Makershuis, vanuit waar ook RAUM opereert, bieden de nodige faciliteiten. Buisman: “Deze plek is bij uitstek bedoeld om te experimenteren. Daarbij hoort ook dat soms dingen mislukken, dat is helemaal niet erg.” Gezien de diverse bevolkingssamenstelling van Leidsche Rijn – zo’n veertig procent heeft een migratie-achtergrond – heeft ze speciaal oog voor groepen die ondervertegenwoordigd zijn. Voorbeelden van activiteiten zijn de Arabische markt SOUK Utrecht en een hiphop radioshow door Utcast.

Eigen koers

“Een stadscentrum moet zich organisch ontwikkelen”, zegt Buisman op het terras van Venster, de horecagelegenheid van RAUM. De begroting van RAUM is nu nog voor 85 procent afhankelijk van opdrachten van de gemeente, maar dat loopt komende jaren terug naar zo’n 60 procent, omdat RAUM steeds meer alternatieve inkomsten verwerft, bijvoorbeeld uit verhuur. Buisman: “Ik moet me wel blijvend verantwoorden tegenover de gemeente, dat is logisch. We voeren onze eigen koers binnen de kaders die de gemeente stelt. Zo wilde iemand een zwembad op het Berlijnplein. Het klopt dat Leidsche Rijn een zwembad mist, maar dat kan nu eenmaal niet op een plek met een culturele bestemming.”

Berlijnplein door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Stadslab Raum - Youtube)

‘Berlijnplein’ door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Stadslab Raum - Youtube)


Het meest trots is ze op het open karakter van het Berlijnplein. Hoewel het nog steeds een bouwput is, trekt het nu al zo’n 75.000 bezoekers per jaar. “Het wordt écht gebruikt, ook op dagen dat er geen enkele activiteit is. Zo werden we op een doodgewone maandagavond verrast door amateurastronomen die hier sterren kwamen kijken. Van zoiets word ik blij.”

Experimenteel karakter

Om de overlast voor omwonenden te beperken, blijft het aantal avondactiviteiten beperkt tot twintig, dertig per jaar. Nu staan op het plein alleen nog tijdelijke gebouwen, maar dat gaat veranderen. Eind volgend jaar begint de bouw van het Cultuurcluster van 9.200 m2. Daarin komen onder andere ruimtes voor dans, theater en design. Verder horeca, een groene buitenruimte en een plek voor jongeren en onderwijs. “De overgang van tijdelijke naar structurele huisvesting mag niet ten koste gaan van het experimentele karakter van de activiteiten”, waarschuwt Buisman. “Ik maak me wel zorgen over hoe we tijdens de bouw zichtbaar blijven.”

Nieuwe ontmoetingsplek

Ontwikkelaar Robert Kohsiek vindt het fantastisch wat de gemeente en RAUM mogelijk maken op het Berlijnplein, maar van hem mag de lat nóg hoger liggen. Hij is directeur van Wonam, dat in Amsterdam en Utrecht bijzondere woonconcepten ontwikkelt met een sociaal karakter. In de buurt van het Berlijnplein is dat bijvoorbeeld BLOEI 030, een gemengd-wonenproject in samenwerking met woningcorporatie Woonin. Veertig van de 264 huurwoningen zijn gereserveerd voor cliënten van het Leger des Heils en 27 voor mensen die uitstromen uit maatschappelijke instellingen. Op de begane grond komen voorzieningen voor bewoners en bezoekers.

Levendige mix

De woonblokken bestaan uit samengestelde gebouwen, die beschutte pleinen, straten en binnenhoven vormen. Bij het project BUUR, waaraan ook woningcorporatie Portaal deelneemt, staat ontmoeting tussen huurders eveneens centraal. Op de begane grond van de bouwblokken met sociale en middeldure woningen komt een creatieve hotspot: Artisan. Een nieuwe ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers van Leidsche Rijn met een levendige mix van horeca, ambachtelijke ateliers, vrijetijdsvoorzieningen en maatschappelijke initiatieven. Met beleggingspartner Woonhave selecteert hij de kandidaat-huurders, “zodat we niet alleen nagelstudio’s krijgen”.

Plankaart Leidsche Rijn en Vleuten De Meern door Gemeente Utrecht (bron: Gemeente Utrecht)

‘Plankaart Leidsche Rijn en Vleuten De Meern’ door Gemeente Utrecht (bron: Gemeente Utrecht)


Als je bedenkt dat oude steden er eeuwen over hebben gedaan om te worden wat ze nu zijn, is het bewonderenswaardig hoe ver Leidsche Rijn Centrum zich nu al heeft ontwikkeld, stelt Kohsiek, die zelf tien jaar in Leidsche Rijn heeft gewoond en daardoor op het spoor kwam van de ‘verborgen parels’ in dit gebied. “Het moet dan ook maar eens afgelopen zijn met het bashen van Vinexwijken. Geef ze de tijd om stad te worden. De architectuur is in elk geval mooier dan die van de jaren vijftig en zestig in de vorige eeuw.”

Ik zie steeds meer mensen de gele brug oversteken om deel te nemen aan sport- en muziekevenementen in Leidsche Rijn Centrum
Cor Jansen, directeur Utrecht Marketing

Toch laat ook Leidsche Rijn kansen liggen, meent hij. De gemeenteraad wees enkele jaren geleden het plan voor een tweede Utrechtse schouwburg op het Berlijnplein af. “Jammer, want daarmee had ze veel meer bezoekers naar Leidsche Rijn kunnen lokken. Kijk naar de magneetfunctie van de ArenA en de muziektheaters in Amsterdam-Zuidoost. Of wat het Groninger Museum voor zijn stad heeft gedaan. Met een dergelijk initiatief zou Leidsche Rijn nog meer op de kaart staan. Ik geloof enorm in de spinoff van dit soort projecten. Natuurlijk kosten die veel geld, maar daar heb je een overheid voor. Ze leveren veel maatschappelijk rendement op. Het Concertgebouw is ook ooit in een weiland gebouwd.”

Lekkere jas

“Een mooi statement”, reageert Cor Jansen, directeur van Utrecht Marketing, “maar voor mij is het glas half vol en niet half leeg. Ik zie steeds meer mensen de gele brug oversteken om deel te nemen aan sport- en muziekevenementen in Leidsche Rijn Centrum. Dat zal met het Cultuurcluster alleen maar meer worden. Het heeft niet nóg een nieuw museum of theater nodig om meer bezoekers te trekken. Leidsche Rijn is nu al een sterk merk met zijn winkels, onderwijsinstellingen en evenementen. RAUM, dat sinds kort een van onze partners is, speelt daarin een belangrijke rol. Omgekeerd zie ik ook steeds meer mensen bewust kiezen voor Leidsche Rijn als woonplek vanwege het groene karakter en het geboden comfort. Vanaf het Berlijnplein ben je binnen tien minuten in Muziekcentrum Tivoli-Vredenburg of het Centraal Museum. In westelijke richting bij De Meern is het Castellum Hoge Woerd vlakbij. Een unieke plek, die de noordgrens van het Romeinse rijk markeert. Leidsche Rijn is kortom goed ontsloten en zit als een lekkere jas.”

Programmamaker Rinke Vreeke nam de kijkers drie jaar geleden mee naar het Berlijnplein in Utrecht; inmiddels is er al weer het nodige hier gebeurd maar het geeft wel een goed beeld van de aanpak van RAUM.

Leidsche Rijn Centrum

Gemeente

Utrecht

Welk type GO

Uitbreiding stedelijk gebied

Essentie van de GO

Het realiseren van een nieuw stedelijk knooppunt in Utrecht

Omvang en programma

800.000 m2 bvo centrumstedelijk programma met circa 5.800 woningen, 150.000 m2 bvo kantoren, 40.000 m2 bvo winkelgebied inclusief horeca en detailhandel en verder een bibliotheek, wijkbureau, scholen, bioscoop, culturele en andere maatschappelijke functies.

Start

2004

Risicodragende partijen

ASR, Vesteda, AM, Wonam, Woonin, Cazas, Portaal, Bo-ex, SSH, M-solutions, Heijmans, VORM, Janssen De Jong, Van Wanrooij, Hurks, Sustay, KEES, gemeente Utrecht en meer.

Type samenwerking

Gemeentelijke exploitatie

Uniek aan deze GO

Leidsche Rijn Centrum wordt een hoogstedelijk multimodaal en duurzaam centrumgebied met veel aandacht voor hoogwaardige architectuur, hoogwaardige openbare ruimte en de menselijke maat.


Cover: ‘Leidsche Rijn Centrum 13 juni 2023’ door Gemeente Utrecht (bron: Gemeente Utrecht)


simon kooistra pp

Door Simon Kooistra

Freelance journalist


Meest recent

Aeisso Boelman column cover door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Cleo Mulder)

Samenwerken aan de derde generatie sleutelprojecten

Voor een succesvolle aanpak van de NOVEX-gebieden is het verstandig om de methode Sleutelprojecten in te zetten aldus columnist Aeisso Boelman. Breng eerst de samenwerking tussen Rijk en gemeenten op orde en betrek dan pas de markt.

Opinie

24 juni 2024

Vroonermeer, Alkmaar door Aerovista Luchtfotografie (bron: shutterstock)

De Vinex-wijken tussen 2008 en 2020: duurdere huizen, rijkere bewoners

Vinex-wijken zijn steeds meer het domein geworden van mensen met een grotere portemonnee. Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de gemengde wijk uit het oog verloren is.

Interview

24 juni 2024

Klaprozen met windmolen door Ullision (bron: Shutterstock)

Meer energie – letterlijk – in lokale ruimtelijke ontwikkeling: de zeven principes van Transform

Hoe kan lokale energieopwekking bijdragen aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling? Bert Pots rapporteert over een bijeenkomst van Transform en MooiNL over het bouwen aan succesvolle energiegemeenschappen.

Verslag

21 juni 2024