Interview De grote ruimtelijke opgaven vragen veel van toekomstige gebiedsontwikkelingen, maar hoe maak je dan de rechtvaardige keuzes? Stadsgeograaf David ter Avest en onderzoeker en programmamaker Mats Siffels vertellen hoe het ‘Werkboek Ruimtelijke Rechtvaardigheid’ helpt bij het voeren van de juiste gesprekken. “Aan de tafels waar de beslissingen worden genomen over gebiedsontwikkelingen, staat rechtvaardigheid niet bovenaan de agenda.”
De kennis die is opgehaald in de Community of Practice (CoP) Rechtvaardige Stad is de basis voor dit werkboek. Hoe is deze community ontstaan?
Mats Siffels: “Er kwam een aantal ontwikkelingen bij elkaar. De wens om de term rechtvaardigheid toe te passen op gebiedsontwikkelingen speelde zowel heel actief binnen een aantal gemeentes als bij een aantal onderzoekers. De gemeente Utrecht was met de functie sociaal architect een sterke ambassadeur, dat is iemand die integraal sociale vraagstukken in het ruimtelijk domein kan toepassen. En binnen de gemeente Amsterdam speelde binnen de afdelingen ruimte en duurzaamheid en maatschappelijke voorzieningen rechtvaardigheid een belangrijke rol.”

‘David ter Avest (l) en Mats Siffels (m).jpg’ door Aad Hoogendoorn (bron: Rotterdamse Architectuur Maand 2026)
“Het begin van de discussie binnen onze Community of Practice was het boekje van Edwin Buitelaar: Maximaal, gelijk, voldoende, vrij. Die publicatie zette de discussie op scherp over de principes op basis waarvan je de rechtvaardige stad kan realiseren. Er ontstonden hele andere vragen: hoe dan, wat dan, met wie? Na een conferentie eind 2022, mede geïnitieerd door promovendus Max Weghorst, zijn we elkaar gaan opzoeken en is de CoP ontstaan. In eerste instantie met onderzoekers en ambtenaren en gaandeweg zijn we ook ontwikkelaars gaan betrekken en sloten ontwerpers en architecten zich aan.”
Wat rechtvaardig is voor jou verschilt nogal als je ontwikkelaar, ambtenaar, architect of onderzoeker bent
“Iedereen werkt op zijn eigen manier aan rechtvaardigheid. Maar het is ook een heel grote term. Het doel was vanaf het begin om het begrip te definiëren en een gezamenlijke taal te ontwikkelen. Wat betekent het concreet als je een nieuw gebied op een rechtvaardige manier wil ontwikkelen?”
Waarom zijn jullie een aantal jaar later begonnen met het ontwikkelen van dit werkboek?
David ter Avest: “Wat rechtvaardig is voor jou verschilt nogal als je ontwikkelaar, ambtenaar, architect of onderzoeker bent. We waren heel erg aan het zoeken naar die definitie van rechtvaardigheid. Die zoektocht werd soms heel theoretisch. Maar we merkten dat mensen in het veld, of dat nou bij een gemeente of ontwikkelaar was, graag met het begrip aan de slag wilden. Ze wilden zelf handen en voeten aan het begrip geven. In dat gat zijn wij gedoken met het werkboek.”
Siffels: “De mensen die lid zijn van zo’n Community of Practice, dat zijn de believers. Die kunnen binnen een gemeente wel uit de voeten met rechtvaardigheid en er goede gesprekken over voeren. Maar wat vanuit gemeenteperspectief een belangrijke motivatie was om dit werkboek te maken, is hulp bieden bij het overtuigen van de collega’s – zodat je duidelijk kan maken hoe belangrijk rechtvaardigheid is. Om dat overtuigen vervolgens op zo’n manier te doen dat die collega’s er ook zin in krijgen, snappen dat het relevant is en met het begrip aan de slag willen. Bijvoorbeeld ambtenaren die werken bij de afdeling grond en ontwikkeling: zij stellen zichzelf in de praktijk nu niet de rechtvaardigheidsvraag met alles wat daarbij komt kijken.”

‘David ter Avest.jpg’ door Aad Hoogendoorn (bron: Rotterdamse Architectuur Maand 2026)
“Aan de tafels waar de beslissingen worden genomen over gebiedsontwikkelingen, staat rechtvaardigheid niet bovenaan de agenda. In sommige gevallen werkt het werkboek ook als een het paard van Troje om dat eerste gesprek te beginnen. Als de rechtvaardigheids-vraag eenmaal op tafel ligt, kan je die ook minder gemakkelijk opzijschuiven. Erkenning is een van de belangrijkste aspecten binnen het werkboek.”
“Dit werkboek is voor twee tot tweehonderd uur,” schrijven jullie in de inleiding. Wat bedoelen jullie daar precies mee?
Siffels: “De twee uursversie heb je nodig om het gesprek te beginnen. Wat versta jij eigenlijk onder rechtvaardigheid? Hoe rechtvaardig is ons proces en hoe sluit dat aan bij de visie van het betreffende project? Dat gesprek leidt er toe dat rechtvaardigheid onderdeel wordt van het planproces van die gebiedsontwikkeling. Als je meteen had gezegd: dit wordt een reeks van gesprekken en we gaan het er de komende jaren over hebben, dan was de drempel te hoog geweest. En dan was je nooit over rechtvaardigheid begonnen. De toepassing van dit thema op het fysieke domein is daarvoor nog te veel onontgonnen terrein.”
Hoe vertaalt het realistisch stapelen van ambities om tot een rechtvaardige gebiedsontwikkeling te komen zich tot een tender of de financiële realiteit
Ter Avest: “We hopen dat je het werkboek op ieder punt in dat proces erbij kan pakken. Daarom hebben we die ‘twee tot tweehonderd uur’ ook opgeschreven. Je kan met het hele team het hele boekje doorwerken, dat is de tweehonderd uur, of met z’n tweeën specifieke opdracht oppakken. Het is toegankelijk geschreven, we nemen je helemaal mee. Voor wie denkt: ‘het is zo'n nieuw begrip, ik wil eerst weten hoe de rest van mijn afdeling hiernaar kijkt,’ die kan met het eerste hoofdstuk beginnen. En als je al goede discussies over rechtvaardigheid hebt gehad, kun je ook heel goed verder in het werkboek bladeren. Dat verschil is belangrijk, omdat iedereen zich op een andere manier verhoudt tot het begrip.”
“In het begin van het werkboek staat: ‘Wij hopen dat dit werkboek je zal ondersteunen bij het onderbouwen en verantwoorden van keuzes en bij het werken aan een rechtvaardige stad.’ Dat is het ook echt. Er zitten best wat opdrachten en theorieën in. Maar het zijn vooral ook heel veel vragen die we stellen, om ervoor te zorgen dat partijen zélf onderling nadenken over het onderbouwen van de keuzes die ze maken.”
Veel gebiedsontwikkelaars zullen het erover eens zijn dat rechtvaardigheid een belangrijk begrip is. Waarom is dit gesprek dan toch nog niet op gang gekomen en waarom is dit het moment om hier met het werkboek op in te springen?
Ter Avest: “Het heeft de afgelopen jaren al geholpen dat het fysieke en sociale domein dichter bij elkaar zijn gekomen en dat er steeds wordt geroepen dat we het meer integraal moeten aanpakken. Wonen en vierkante meters zijn belangrijk, maar hoe komen we ook tot leefbare buurten waar gemeenschappen op een goede manier met elkaar kunnen leven? We zoeken naar een taal om dat gesprek goed te kunnen voeren. Ik denk dat het streven naar rechtvaardigheid die zoektocht heel goed vangt en veel haakjes biedt om dat gesprek te kunnen beginnen. Het is een breed begrip met veel takken en verschillende dimensies. Al die dimensies bieden haakjes aan al die bloedgroepen om met elkaar het gesprek aan te gaan.”
Ik denk dat het streven naar rechtvaardigheid die zoektocht heel goed vangt en veel haakjes biedt om dat gesprek te kunnen beginnen
“Eerder hoefden we ook niet zo sterk de verbinding te zoeken tussen het fysieke en sociale domein. We konden alles prima los van elkaar regelen, maken en organiseren. Nu zijn er zo weinig middelen, er is weinig tijd en ruimte, maar wel veel haast, urgentie en noodzaak. We moeten het dus wel samen doen en dan biedt rechtvaardigheid een goede kapstok.”
Het lijken mij moeilijke gesprekken, als je als professional nog niet zo'n believer bent. Wat hebben jullie al teruggekregen van mensen die met het werkboek aan de slag zijn gegaan?
Ter Avest: “Soms is dat ook best lastig. Er zijn genoeg mensen die zeggen, vooral aan de ontwikkelende kant: we moeten al zo veel, moet het dan ook nog eens ‘rechtvaardiger’? Maar ik denk dat ons werkboek op verschillende momenten een lampje kan laten branden. Het is echt niet zo dat iedereen zo rechtvaardig mogelijk moet handelen. Maar als je aan al die grote opgaven werkt in een stad en daar een goed verhaal bij wil hebben, kan en mag rechtvaardigheid niet ontbreken. Partijen weten soms niet direct precies wat ze met rechtvaardigheid willen, maar door het werkboek voelen ze wel dat ze er iets mee moeten.”
Siffels: “In de gesprekken over het vormgeven van onze leefomgeving gaat het soms echt al wel over de rechtvaardigheid. We doen mensen echt tekort als we zeggen dat er niet is nagedacht over welke woningen er moeten worden gebouwd op welke plek. Maar het is ook duidelijk dat er allerlei prikkels en beperkingen zijn die de rechtvaardigheid kunnen beperken. Het kan prima een keuze zijn om de belangen van een bepaalde doelgroep zwaarder mee te wegen dan de belangen van een andere doelgroep. Maar wees dan heel expliciet over welke keuzes je maakt en waar je die keuzes op baseert.”
Gebeurt er met en door het werkboek wat jullie verwacht hadden?
Ter Avest: “Nu het werkboek uit is, merken we dat de oefeningen wel wat triggeren. Het werkboek wordt veel gedownload, de papieren versie is breed verspreid. Dus ik denk dat we deze vraag over een halfjaar, misschien pas over een jaar zelfs, echt kunnen beantwoorden. Het heeft even tijd nodig. Maar wij horen heel graag terug wat de ervaringen uit het vakgebied zijn.”
Siffels: “Ook om te kunnen zien hoe ons verhaal doorwerkt. Gebiedsontwikkelingen kunnen lang duren, dus het is voor ons ook leuk om dat soort processen te blijven volgen als het werkboek is gebruikt. Maar voordat er rechtvaardige plannen ontstaan die ook goedgekeurd worden, ben je wel even verder. Wat het werkboek ook vanaf het begin doet, is dat het voor ons als CoP direct nieuwe vragen opwerpt. Zo zijn er vraagstukken opgekomen waar we in dit werkboek nog geen antwoord op hebben gegeven, maar waarvan we nu al weten dat we er in de toekomst dieper op in willen gaan.”

‘Aan de slag met het werkboek.jpg’ door Aad Hoogendoorn (bron: Rotterdamse Architectuur Maand 2026)
“Dan gaat het bijvoorbeeld over het realistisch stapelen van ambities om tot een rechtvaardige gebiedsontwikkeling te komen. Hoe vertaalt dit zich tot een tender of de financiële realiteit? Dat zijn de spannende gesprekken die we graag willen volgen en dat is het nieuwe onderzoek dat we samen willen doen. Fysiek en sociaal zijn al in verbinding en nu moeten we financiële aspect ook gaan verbinden. Daar zijn al mensen mee bezig, maar dat heeft nog niet zo’n concrete vertaling gekregen als dit werkboek.”
Ter Avest: “Dat zijn echt vervolgvragen die volgen uit al deze gesprekken rond de publicatie van dit werkboek. En het is ook echt een logische volgende stap: hoe gaan we na het vergrote bewustzijn het daadwerkelijk anders doen? Zodat het niet alleen mooie voornemens blijven, maar er ook rechtvaardige gebiedsontwikkelingen ontstaan?”
Het Werkboek Ruimtelijke Rechtvaardigheid is ontwikkeld door Ter Avest en Siffels, samen met Gerdien Stoel (Gemeente Utrecht) en Simon Franke (Trancity), met medewerking van Max Weghorst (Universiteit Utrecht) en Marthe Singelenberg (Hogeschool van Amsterdam) en de Community of Practice (CoP) Rechtvaardige Stad. Het werkboek is hier te downloaden.
Cover: ‘Ruimtelijke Rechtvaardigheid.jpg’ door Aad Hoogendoorn (bron: Rotterdamse Architectuur Maand 2026)








