platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Minister voor omgevingskwaliteit gevraagd

Minister voor omgevingskwaliteit gevraagd

hofvijver

4 feb 2017 - Nieuwe ronde, nieuwe kansen. 15 maart mogen we in Nederland weer naar de stembus. En hopelijk lukt het de landelijke politici om samen een mooi kabinet te vormen. Ik geloof dat Roel in ’t Veld de periode tot het nieuwe regeerakkoord een doorwaadbare plaats noemde. Een omstandigheid waarin de agenda voor de toekomst weer opnieuw kan worden bepaald.

Dat is natuurlijk ook de reden waarom er inmiddels zichtbaar en onzichtbaar een heuse lobbymachine aan de gang is.

Zo zie je in het fysieke domein, waar ik een groot deel van mijn ambtelijk leven in beweeg, een combinatie van bouwers, ontwikkelaars, werkgevers en gemeentebestuurders die zich druk maken voor meer rijksinvesteringen in de bouw van woningen, asfalt en spoorwegen. Ze vragen om meer rijksregie en ruimte om te bouwen. Anderen vragen ook om rijksregie, maar juist om kwetsbaar landschap en natuur te sparen. Anders dan vier jaar geleden mogen we nu blijkbaar weer dromen over en bouwen aan de toekomst van ons land. Dat biedt kansen voor een ambitieuze agenda!

Ook een deel van de rijksambtenaren kan je nu achter de schermen of op de bühne van deze doorwaadbare plaats tegen komen. Een flink aantal collega’s heeft zich kandidaat gesteld voor de Tweede Kamer, of zijn anderszins actief in hun partij. En binnen de ministeries worden de agenda’s en de factsheets voor de kabinetsformateur alvast in orde gemaakt.

Mijn wens voor het komende kabinet is overzichtelijk: ik wens ons een kabinet met oog op de toekomst. Met bewindslieden die over de heg willen kijken en liefdevolle aandacht hebben voor de leefomgeving en voor de mensen. Die daar in het land, in de praktijk vorm aan geven. Ik ben niet voor weer een herschikking van de Haagse departementen (we moeten nog steeds bijkomen en de vruchten plukken van de laatste verbouwing, waarbij de ministeries van LNV en VROM zijn opgegaan in die van EZ, IenM en BZK). Waar ik wel concreet voor pleit is om het ministerie van Infrastructuur en Milieu om te dopen in dat van een ministerie voor Infrastructuur & Omgevingskwaliteit (I&O).

Van de nieuwe minister van I&O verwacht ik niet dat hij/zij de decentralisatie van het fysieke domein weer ongedaan maakt. Juist niet. Hoe dichter het bestuur bij de gebruikers van de ruimte, bij bewoners en ondernemers is, hoe beter. Ik verwacht wel, dat hij/zij een einde maakt aan het doorgeschoten principe van “je gaat erover, of niet”. Ons land is te klein om niet samen te hoeven werken, verticaal tussen de overheden en de energieke samenleving en horizontaal tussen de verschillende domeinen van overheidsbeleid. Juist in de samenwerking ligt de kracht van onze stedelijke delta.

Sinds het gedoogkabinet van VVD, CDA en PVV is de aandacht voor de fysieke leefomgeving in ‘Den Haag’ versnipperd geraakt en de ooit zo geïntegreerde Ruimtelijke Ordening (RO) is zo goed als weg bezuinigd. Maar ook hier: ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’. Door het opgaan van de Wet ruimtelijke ordening en vele sectorale wetten in de nieuwe Omgevingswet is een stelselherziening ingezet, die haar gelijke niet kent in overheidsland.

Voor het begeleiden van de invoering van de nieuwe wet in het land en voor het invullen van de rol, die de wet van de rijksoverheid vraagt zal iemand in het kabinet de verantwoording moeten dragen. Voor de hand ligt, dat de nieuwe minister van I&O die rol krijgt. Hij/zij is dan verantwoordelijk voor de nationale omgevingsvisie en de verbinding daarvan met regionale en locale omgevingsvisies. Hij/zij steunt de decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen) vooral in hun taak door liefdevolle aandacht voor wat er in het land gebeurt.

Daar past het beschikbaar stellen van data en kennis van de nationale kennisinstituten en ook het door minister Schultz van Haegen ingestelde ontwerpteam (het ‘O-team’) prima in. Hij/zij kan decentrale overheden en actieve bewoners en ondernemers ook steunen door hinderlijke regels te wijzigen en experimenteerruimte te maken.

Daar hoort ook bij het aanpakken van belemmerende Haagse schotten en het stimuleren dat sectoraal beleid, dat in Den Haag wordt bedacht, wat bijdraagt aan de verhoging van de omgevingskwaliteit van ons land. Gestimuleerd door mooie voorbeelden uit het verleden (denk aan het programma Ruimte voor de Rivier) zou de nieuwe minister van I&O zich moeten richten op het realiseren van dubbele doelstellingen (bijvoorbeeld waterveiligheid én een impuls voor de kwaliteit van de leefomgeving) bij grote investeringsprogramma’s van het rijk, zoals het infra- en deltafonds.

Het aardige van mijn wens is, dat het zich weinig aantrekt van links-rechts-tegenstellingen. Zo’n minister voor omgevingskwaliteit is een logische consequentie van de Omgevingswet, waar de Tweede en Eerste Kamer in grote meerderheid voor heeft gestemd. Ook tijdens het debat dat vorig jaar september in Pakhuis de Zwijger werd georganiseerd met de woordvoerders van de meeste Kamerfracties bleek dat er in hoge mate overeenstemming is over de nationale opgaven.

Daar werd toen door de woordvoerder van de SP Eric Smaling voorgesteld om over de koers van het omgevingsbeleid bij de start van het nieuwe kabinet kamerbreed afspraken te maken. Een goed plan voor een land dat weer durft te dromen en te bouwen aan de toekomst. Aan het Nederland van 2040 wordt nu gewerkt. Ik zou zeggen: formateur, gewoon doen!


Dit artikel verscheen eerder op stadszaken.nl.

Auteur

Hans leeflang
Hans Leeflang

Adviseur Ruimtelijke Activering bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte