platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Dit weten we (niet) over ruimtelijke dynamiek in wonen en werken

Dit weten we (niet) over ruimtelijke dynamiek in wonen en werken

Woningbouw

Het zijn onzekere tijden waarin het ruimtelijk domein flink in beweging is. Edwin Buitelaar (Planbureau voor de leefomgeving en Universiteit Utrecht), Cees-Jan Pen (Fontys Hogescholen) en Martijn van den Hurk (Universiteit Utrecht) hebben daarom geïnventariseerd wat er uit onderzoek al bekend is over ruimtelijke veranderingen in wonen en werken. Maar, stellen zij ook: "Kennis hebben is je bewust zijn van hoe weinig je weet."

De ruimtelijke inrichting van Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote veranderingen. Er moeten onder andere honderdduizenden woningen worden gebouwd en er moet ruimte worden gecreëerd voor de werklocaties van de toekomst. Maar dat kan niet op eender welke plek. Er moet ook rekening worden gehouden met allerlei andere belangen, zoals natuurbehoud en -ontwikkeling, klimaatmitigatie en -adaptatie, bereikbaarheid, erfgoed- en landschapsbehoud, landbouw en allerlei maatschappelijke voorzieningen. 

Er moet uiteraard veel meer kennis worden verzameld en worden samengebracht voor het veranderen van de ruimtelijke inrichting en het afstemmen van al deze belangen. Deze studie levert een bijdrage door te tonen wat grofweg de stand van de kennis is op het gebied van ruimtelijke veranderingen in wonen en werken.

Wat weten we?

Deze studie laat zien dat er op sommige vlakken veel kennis is opgedaan of wordt ontwikkeld. Maar ze laat ook zien dat er dunne plekken zijn. Zo weten we veel van wat nodig is voor de energietransitie van de woningvoorraad, maar minder van diezelfde transitie bij andere gebouwen, zoals kantoren, bedrijfsgebouwen, winkels en maatschappelijk vastgoed. Ook zien we dat andere transities, zoals die naar een circulaire economie, zeker in ruimtelijke zin aanzienlijk minder aandacht krijgen. 

Binnen de energietransitie (van de woningvoorraad) valt verder op dat we veel weten van de benodigde reductie in joules en megatonnen CO2 en de daarmee gepaard gaande euro’s (niet dat alles even rendabel en profijtelijk is, de sommen worden in ieder geval volop gemaakt), maar dat - net als de ruimtelijke kant - met name de sociaal-culturele kant van transities er vaak bekaaid vanaf komt. 

Over het algemeen hebben we redelijk zicht op de trends die zich binnen het ruimtegebruik van wonen en werken voordoen, zoals de demografische trends (vergrijzing, ontgroening en belang immigratie), trek naar de stad, mogelijkheden van stedelijke verdichting en ruimte voor transformaties, de groei van de particuliere huursector, het toenemend belang van internetwinkelen en thuiswerken, al valt natuurlijk moeilijk in te schatten hoe die zich in de toekomst verder zullen gaan ontwikkelen. 

Die onzekerheid is door de coronapandemie alleen maar groter geworden. Wat de langetermijneffecten (zullen) zijn van deze uitzonderlijke periode, of eender welke voorgaande crisis, weten we niet of nauwelijks. Veel kennis blijft in dit kader nog hangen op onderzoek doen naar algemene noties over de noodzaak van nieuwe verdien- en businessmodellen, het belang van gedrags- en cultuurverandering, en anders en breder kijken naar welvaart. 

Wat zouden we moeten willen weten? 

Het actuele debat over ruimte voor wonen en werken vraagt om een daaraan gekoppelde onderzoeksagenda. We doen een voorzet aan de hand van transities, trends en crises. 

Transities

Er wordt steeds meer bekend over de financiële impact van de energietransitie gekoppeld aan de wijkaanpak. Over de sociaaleconomische en sociaal-culturele aspecten van deze transitie en de relatie met vooral kwetsbare wijken is beduidend minder bekend. Dit terwijl de zorgen over de opeenstapeling van problemen in kwetsbare wijken door de crisis toenemen. Kijk alleen naar de grotere zorgen over het sluiten van scholen in deze wijken en de impact op leerlingen en gezinnen. De wijkaanpak staat ook weer op de landelijke politieke agenda. 

Interessant in dit kader zijn studies zoals ‘Ruimte zat in de stad’ van KAW uit 2020, waarbij de woningnood en noodzakelijke klimaatinvesteringen worden gekoppeld aan het opknappen van kwetsbare wijken. In het verlengde hiervan zie je dat – net als tijdens de zogenaamde Vogelaar- en Van der Laan-aanpak van wijken – er weinig aandacht is voor ruimte voor werken in deze wijken. Vanuit eerdere VerDuS-programma’s, waaronder Kennis voor Krachtige Steden, is wel wat bekend over wijkeconomie, wijkaanpak en wijken mengen of scheiden, maar de relaties tussen wonen en werken zijn daarin vaak gescheiden werelden. De aanpak van kwetsbare wijken vraagt om ruimte voor diverse economische werkactiviteit.

“Het brede-welvaartsdenken kan bijdragen aan een meer afgewogen oordeel over ruimte voor wonen en werken”

Ruimte voor wonen en werken moet een plek krijgen binnen gebiedsontwikkeling. Vanuit onder meer het platform Gebiedsontwikkeling.nu wordt hierover veel kennis ontsloten. Opmerkelijk in dit kader is dat de kennis over circulaire gebiedsontwikkeling nog in de kinderschoenen staat en voornamelijk bestaat uit casuïstiek (Bijlsma, 2020). Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn, maar over de ruimtelijke impact van deze ambitie is weinig bekend. Illustratief is dat in ontwerpomgevingsvisies, zoals die van de gemeente Amsterdam, wordt onderkend dat we hierover onvoldoende weten (Gemeente Amsterdam, 2021). 

Trends

Er is veel aanbodgericht onderzoek over bewoners, ondernemers en bezoekers in duurzame steden en wat er ruwweg gebouwd zou moeten worden. Daarentegen is er weinig bekend over wat de bewoner, ondernemer en bezoeker als gebruiker daadwerkelijk vindt van wonen en werken in een meer duurzame stad – waar de nadruk ligt op hoger en intensiever bouwen en het beter benutten van de bestaande gebouwenvoorraad. Steden en regio’s zetten in op duurzame verstedelijking, maar ervaringscijfers zijn er vanuit de vrager nog nauwelijks. Dit geldt zeker voor ervaringscijfers in gebieden waar wonen en werken samenkomen of op gespannen voet met elkaar staan. In dit kader past ook de toepassing van concepten als de 15-minutenstad, waar wonen en werken veel meer met elkaar in samenhang worden gebracht.

Politiek en maatschappelijk wordt brede welvaart steeds meer als denkkader gezien. De Tweede Kamer wil brede welvaart bijvoorbeeld beter integreren in de begrotings- en verantwoordingssystematiek. Er wordt beoogd een breder en meer integraal beeld te krijgen van de gevolgen van beleid. In dit kader is nog maar weinig bekend over de beleidsimpact van bepaalde maatregelen en investeringen op de directe woon- en werkomgeving van mensen. Het toepassen van het brede-welvaartsdenken op regionaal en lokaal niveau kan bijdragen aan een meer afgewogen oordeel over ruimte voor wonen en werken. Zo kan eenzijdige woningbouw worden losgelaten, evenals economische claims in gebieden waarbij geen oog is voor de bredere gevolgen. 

“Ruimtelijke ordening is intrinsiek politiek en bestaat uit keuzes maken op basis van waarden zoals rechtvaardigheid en duurzaamheid”

Zeker 30% van de werkgelegenheid bevindt zich op bedrijventerreinen. In onderzoek, beleid en politiek wordt dit thema over het hoofd gezien. TNO heeft in 2021 globaal berekend dat bestaande en nieuwe bedrijventerreinen een grote bijdrage kunnen leveren aan bepaalde klimaatdoelstellingen, maar hier gebeurt met uitzondering van casuïstiek weinig mee. Rond functiemenging en een gezonde balans vinden tussen wonen en werken vindt vooral advieswerk plaats. Praktijkgericht en meer fundamenteel onderzoek naar de bijvoorbeeld de verhouding tussen functies in een gebied en het belang van binnenstedelijk werken in relatie tot circulariteit mist. 

Crises

De COVID-19-crisis is historisch gezien een unieke crisis, maar dat laat onverlet dat we meer kunnen en moeten leren van ervaringen van eerdere crises en deze kennis kunnen ontsluiten. Dit geldt zeker voor de impact van de vorige (financiële) crisis op wonen en werken, maar evengoed voor de impact van de oliecrisis in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Welke lessen trekken we hieruit ten aanzien van de toekomstige ruimte voor wonen en werken, en wat moet je doen of juist achterwege laten? In het kader van ons pleidooi om ruimte voor wonen en werken meer in samenhang te zien, is het zaak toekomstig onderzoek naar de impact van COVID-19 op wonen en werken en bepaalde vastgoedsegmenten in samenhang te bekijken.

Wat willen we? 

Uit onze studie is gebleken dat er in onderzoeksprogramma’s en op universiteiten en hogescholen blijvend aandacht moet zijn voor het ontsluiten van ruimtelijk onderzoek en het gebruik van onderzoeksinzichten in de praktijk. Nederland beschikt over veel hoogwaardige en gekwalificeerde ruimtelijke onderzoeksgroepen. Zij geven in het huidige omgevingsdebat belangrijke input aan bestuurders om tot keuzes en besluiten te komen. Wij menen dat toekomstige onderzoeksprogramma’s nog meer kunnen doen om onderzoeksgroepen uit te dagen input te leveren voor het actuele maatschappelijke debat. 

Tot slot is het van belang om de rol van kennis te relativeren. Wat we weten of kunnen weten is aan grenzen gebonden. Kennis hebben is je bewust zijn van hoe weinig je weet; dit is een goed wetenschappelijk vetrekpunt. De wereld is complex en de toekomst fundamenteel onzeker. Maar zelfs wanneer we wél zouden beschikken over perfecte kennis van hoe de ruimtelijke dynamiek van wonen en werken zich voltrekt, dan is dat niet voldoende. Ruimtelijke ordening is intrinsiek politiek en bestaat uit keuzes maken op basis van bepaalde waarden, zoals rechtvaardigheid en duurzaamheid. En die zijn - gelukkig - nu eenmaal niet te vervangen door techniek en kennis. We moeten ons vooral de vraag stellen wat we willen. Hoe moeten de wijk, de stad en de regio van de toekomst er uitzien? Wat we weten is ‘slechts’ instrumenteel bij het beantwoorden van die vraag, het formuleren van de doelen en het tot uitvoering brengen daarvan.

Over dit onderzoek

De auteurs hebben eerst kennisvragen van een klankbordgroep ingezameld. De vragen zijn vervolgens geclusterd en geselecteerd: ruimtelijke dynamiek stond hierin centraal. De vragen zijn daarna beantwoord op basis van empirisch onderzoek in Nederland en literatuurstudie. Hierbij raadpleegden de auteurs zowel VerDuS SURF-onderzoeksresultaten als andere bronnen (bijvoorbeeld CBS, CRa, PBL, Platform31, Rli, SER, TNO, WRR, kennisprogramma Kennis voor Krachtige Steden en recente relevante boeken). Kennisvragen die onbeantwoord bleven, evenals relevante ruimtelijke thema’s die tot nu toe onderbelicht bleven in onderzoek, hebben de auteurs gebruikt als input voor een onderzoeksagenda.

Lees het volledige rapport 'Ruimtelijke dynamiek in wonen en werken – een synthese van onderzoek naar continuïteit en verandering' op de website van VerDuS.

Cover: 'Woningbouw' door MichaelGaida (bron: Pixabay)

Auteurs

Portret - Cees-Jan Pen
Cees-Jan Pen

Lector De Ondernemende Regio | Fontys Hogescholen

Bekijk alle artikelen
Martijn van den Hurk
Martijn van den Hurk

Onderzoeker bij de Urban Futures Studio

Bekijk alle artikelen
edwin buitelaar
Edwin Buitelaar

Bijzonder hoogleraar Land and Real Estate Development & senior researcher bij Planbureau voor de Leefomgeving

Bekijk alle artikelen