platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Neem het landschap nu eens serieus in ruimtelijk beleid

Neem het landschap nu eens serieus in ruimtelijk beleid

"Heuvellandschap Epen en Vijlen - Zuid-Li" (CC BY-ND 2.0) by Frans Berkelaar

8 jun 2020 - Ondanks goede intenties op alle bestuurlijke niveaus, blijkt het niet of nauwelijks mogelijk ons landschap te beschermen tegen economische druk. Ook in het Zuid-Limburgse Heuvelland trekken toerisme en distributiecentra diepe sporen door het landschap. Promovendi Karim van Knippenberg en Wim Bosschaart zien echter kansen voor een landschapsinclusief omgevingsbeleid. “Laten we ons landschap eindelijk serieus nemen.”

Of het nu gaat over de stikstof- en natuurcrisis, de aanleg van wind- en zonneparken in het kader van de energietransitie, of de aanleg van nieuwe woonwijken en distributieloodsen: de claims op de leefomgeving en het landschap nemen toe. Deze claims op de leefomgeving hebben een hernieuwde aandacht voor ruimtelijke ordening opgeleverd en de vraag hoe Nederland er in de toekomst uit kan zien wordt meer en meer gesteld (zie onder meer de kaart die WUR-onderzoekers maakten voorNederland in 2120 of het Panorama Nederland van het College van Rijksadviseurs).

Daarbij nemen de zorgen over het Nederlandse landschap toe, aangezien landschap vaak een sluitpost is in het huidige omgevingsbeleid. Dit blijkt uit een recent rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarin het PBL pleit voor een zogenaamd ‘landschapsinclusief’ omgevingsbeleid: beleid waarbij het landschap volwaardig meetelt bij keuzes in het ruimtelijke domein. Een visie die door vakgenoten wordt onderschreven, gebruikmakend van soortgelijke termen zoals ‘landschapsbouw’. Maar de vraag is in hoeverre zo’n ‘landschapsinclusief’ omgevingsbeleid te realiseren valt, juist nu de druk op het landschap zo toeneemt.

Om die vraag te beantwoorden zoomen we verder in op de ruimtelijke ontwikkelingen in het Heuvelland, Zuid-Limburg. Een gebied dat zich kenmerkt door authentieke dorpjes verscholen tussen groene weides, kleine landschapselementen en kleurrijke hoogstamboomgaarden. Deze combinatie van kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied maakt dat het Heuvelland in 2005 is aangewezen als ‘Nationaal Landschap’. Een status waarmee de overheid de bijzondere kwaliteiten van dit gebied wil behouden en versterken. Maar ondanks deze beschermde status staat de hoge landschappelijke waarde en rijke cultuurhistorie in het Heuvelland onder druk, met name vanwege ontwikkelingen op het gebied van landbouw en toerisme.

Landbouw en toerisme

Wat betreft de landbouw zien we ook in het Heuvelland de trend van schaalvergroting; zo staan  investeerders te wachten om landerijen op te kopen van boeren die met hun bedrijf stoppen om vervolgens percelen samen te voegen. Er zijn ook investeerders die boeren benaderen om hun land in te richten als zonnepark, onder meer nabij Eckelrade. Hier waren vorig jaar plannen voor een zonnepark dat qua grootte nagenoeg net zo groot moest worden als het vijfhonderd inwoners tellende dorp zelf. Ook de ‘verdozing’ van het landschap speelt hier, in de vorm van grote aardappelloodsen, die met een verkapte term ‘Boerderij van de toekomst’ genoemd worden.

De grootste impact op het landschap komt echter van de ingrepen ten behoeve van opbrengstmaximalisatie in de landbouw: meidoornhagen worden gerooid en vervangen voor prikkeldraad, karakteristieke hoogstamfruitboomgaarden vervangen door laagstambomen, graften of kleine bosschages omgeploegd, en bloemrijke akkerranden weggemaaid. Dit alles met desastreuze gevolgen voor bijvoorbeeld biodiversiteit, bodemgesteldheid,  waterhuishouding en - met name - het kleinschalig cultuurlandschap dat het Heuvelland zo kenmerkt.

‘Hier waren vorig jaar plannen voor een zonnepark dat qua grootte nagenoeg net zo groot moest worden als het vijfhonderd inwoners tellende dorp zelf’

Naast de landbouw zien we ook dat er op het gebied van toerisme steeds meer ontwikkelingen zijn die sluipenderwijs een enorme impact op het landschap hebben. Toeristische accommodaties als vakantieparken en campings schieten als paddenstoelen uit de grond, andere worden uitgebreid, en dit alles wordt ondersteund met lokaal kampeerbeleid waarbij  accommodaties die de afgelopen jaren steeds grootschaliger zijn geworden, nog steeds aangeduid kunnen worden met idyllische termen zoals ‘kamperen bij de boer’. Dit heeft als gevolg dat het toeristische verkeer, in de vorm van toertochten, wielerwedstrijden en motorrijders, verder toeneemt. Dit brengt niet alleen enkele kwaliteiten van het landschap als stilte, schone lucht en rust in gevaar, maar heeft ook een directe impact op het landschap. Zo worden wandelpaden door mountainbikers en quadcrossers compleet omgeploegd en zijn er wielrenners die hun afval laten slingeren in het landschap. Daarnaast zijn er ook plannen voor nieuwe toeristische infrastructuur (zoals fietsroutes), met forse impact op het landschap.

Bovenop deze toch al uitgebreide opsomming spelen er ook andere ruimtelijke vraagstukken waarbij het landschap vaak het onderspit delft. Denk hierbij aan aanleg van nieuwe wegen, het wel of niet openhouden van de regionale luchthaven Maastricht-Aachen Airport, woningbouw en de transformatie van leegstaand vastgoed (denk aan boerenhoeves en kloosters). Het is juist deze stapeling van ruimtelijke vraagstukken die het landschap van alle kanten onder druk zet. De impact daarvan is in Heuvelland extra groot, juist omdat het zo’n kleinschalig landschap is.

Paradox landschap en consumptie 

De vraag rijst in hoeverre het erg is dat het landschap verandert. In een liberaal lasser faire-denken over ruimte en landschap is het landschap nu eenmaal een directe resultante van marktwerking en consumptiepatronen. We zetten het landschap naar onze hand voor de geldende behoeftes, leefstijlen en ideeën. Je krijgt het landschap dat je consumeert, zou je kunnen zeggen. Zolang het consumptiegedrag in de supermarkt erop gericht is om melk zo goedkoop mogelijk te kunnen kopen, is het logisch dat de boer akkerbloemen en landschapselementen weghaalt en streeft naar een steeds verdere schaalvergroting. En zolang we massaal online pakketjes blijven bestellen zal het landschap worden volgebouwd met distributieloodsen terwijl de binnensteden steeds leger worden. Zolang er onvoldoende bewustzijn is van deze relatie tussen landschap en consumptie, leggen natuur en landschap het hoe dan ook af tegen functies die meer opleveren zoals toerisme.

Dat de lokale politiek bij het opstellen van een kampeerbeleid vooral kijkt naar het aantal toe te voegen camperstaanplaatsen en niet naar de impact op het landschap, past in deze kijk op het landschap. Kortom, er is sprake van een vicieuze cirkel van lineaire groei, waarbij diegene die betaalt bepaalt. In dit geval: groei van het aantal toeristen levert financieel nu eenmaal meer op dan zorg voor het landschap. Dat dit denkpatroon in stand wordt gehouden komt omdat de indirecte link tussen individueel gedrag en de invloed op de leefomgeving moeilijk zichtbaar is en er weinig alternatieven lijken te zijn.

Tegengeluid en politiek

Op kleine schaal zijn er wel alternatieven. Denk hierbij aan pionierende boeren die met respect voor natuur en landschap produceren. Kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw krijgen mondjesmaat voet aan de grond. Denk daarnaast ook aan alternatieven die nu in coronatijd opnieuw zichtbaar worden, zoals schone lucht en stilte. Dat het Heuvelland in het kader van de coronamaatregelen in weekenden voor publiek niet toegankelijk was, bleek voor veel mensen een eyeopener en zette bewoners aan het denken over de waarde van het landschap. In algemene zin hebben Nederlanders, deels ingegeven door de coronamaatregelen, hoe dan ook meer aandacht voor het landschap gekregen: er is een toegenomen belangstelling voor biologische producten en korte voedselketens, er is discussie over andere vormen van mobiliteit waarbij korte afstandsvluchten op steeds meer kritiek kunnen rekenen, en worden er vragen gesteld bij de impact van massatoerisme op het landschap en de leefbaarheid.

Dit zijn overigens geen nieuwe denkrichtingen. Al jaren zijn er talloze burger-, natuur- en landschapsorganisaties en ook politici die vraagtekens zetten bij de toenemende druk op het Limburgse landschap en de teloorgang van kleinschaligheid en karakteristieken van het Heuvelland. Zo komen natuurorganisaties met een reddingsplan voor graften in het landschap, komen burgers in het geweer tegen de eerdergenoemde campingplannen, zonneparken, of landbouwloodsen. En na de tijdelijke, gedwongen coronasluiting van het Heuvelland gingen er zelfs stemmen op om toeristisch verkeer permanent te weren. Zo melden omwonenden zich uit eigen beweging bij de politiek met hun zorgen over het landschap en komen zelf met plannen om het landschap een grotere belang te geven in omgevingsbeleid.

Overigens is er ook bij de politiek zelf bewustzijn over landschap en leefomgeving. Op verschillende schaalniveaus zijn er discussies over de relatie tussen mens en landschap. Op gemeentelijke schaal worden er participatietrajecten opgezet om mee te praten over het landschap, of zoeken gemeenten naar meer juridische middelen om bijzondere elementen in het landschap beter te beschermen. Op regionale schaal wordt de ene na de andere visie op het Zuid-Limburgse platteland gepresenteerd. En ook op nationale schaal pleit de minister van Binnenlandse Zaken er in het kader van de Nationale Omgevingsvisie voor om meer regie vanuit het Rijk te voeren op de fysieke inrichting van Nederland. Dit alles komt nog bovenop de al zeer uitgebreide collectie aan ruimtelijke visiedocumenten en bestaande politieke instrumenten zoals een Provinciaal Omgevingsplan Limburg en lokale bestemmingsplannen.

‘Gemeentelijke participatietrajecten over het landschap zijn sympathiek, maar leiden nergens toe zolang het naïeve uitgangspunt blijft bestaan dat het landschap in dienst van toerisme staat.’

Het is tekenend dat ondanks al deze visies, beleidsinstrumenten en goede bedoelingen het landschap steeds opnieuw wordt aangetast. Visies leiden niet tot een landschapsinclusief omgevingsbeleid als de economische belangen blijven prevaleren. Gemeentelijke participatietrajecten over het landschap zijn sympathiek, maar leiden nergens toe zolang het naïeve uitgangspunt blijft bestaan dat het landschap in dienst van toerisme staat. Gemeentelijke bestemmingsplannen werken niet zolang er sprake is van een waterbedeffect waarbij een investeerder met zijn plan voor een zonnepark gewoon bij gemeenten gaat shoppen totdat er een toehapt.

Het meest stuitende bij de inefficiënte wijze waarop het landschap beschermd moet worden, is dat landschapsinitiatieven van burgers uit het Heuvelland genegeerd worden. Immers was het niet diezelfde overheid die binnen het dogma van de participatiesamenleving vond dat de burger aan zet is? Burgers blijken goed in staat te zijn om zich te organiseren in de vorm van een burgerinitiatief om zich, in dit geval, in te zetten voor hetgeen zij belangrijk vinden in hun leefomgeving. Sterker: in reactie op het huidige landschapsbeleid is een groei van het aantal burgerinitiatieven te zien die zich richten op thema’s als natuurinclusieve landbouw, korte voedselketens, streekzuivel, revitalisering van het platteland en stedelijke regeneratie en ontwikkeling. Deze initiatieven kennen een wisselend succes, maar bieden wel degelijk een tegengeluid dat het verdient serieus genomen te worden. En juist om de continuïteit van zulke initiatieven te waarborgen is steun van de lokale politiek nodig: burgers kunnen het niet alleen.

Landschapsinclusief omgevingsbeleid

Landschappen, zoals het Zuid-Limburgse Heuvellandschap, hebben unieke cultuurhistorische en landschappelijke waarden die onvervangbaar zijn. Aandacht voor dit landschap is er gelukkig meer en meer. Allereerst omdat de claims op het landschap steeds verder toenemen en de impact op het landschap zichtbaarder wordt. Daarnaast is er een groeiend besef dat veranderingen in het landschap in veel gevallen niet het gevolg zijn van externe krachten, maar een direct gevolg van onze eigen keuzes. De coronacrisis biedt een kans om op het huidige landschapsbeleid te reflecteren en alternatieven vorm te geven.

Tot slot zien we dat burgers op allerlei manieren hun zorgen over het landschap uiten en met voorstellen komen om het landschap meer te betrekken bij omgevingsbeleid. Op het moment dat burgers zich bewuster worden van de relatie tussen landschap en consumptie, dan is een visie waarbij het landschap gezien wordt als sluitpost van ruimtelijk-economisch beleid, niet langer houdbaar. Dat het landschap er bij gebaat is dat burgers en overheid elkaar vinden bij het denken over en beheren van het landschap, is evident. Als het inzicht over de waarde van het landschap bij burgers, maatschappelijke organisaties en politiek zo duidelijk op het netvlies staat, dan moet het landschap ook eens echt serieus genomen worden in het ruimtelijke beleid. Ons landschap kan niet langer gezien worden als gebruiksvoorwerp. De waarde van het landschap verdient het als gelijke factor meegenomen te worden in afwegingen in de inrichting van de leefomgeving. Het momentum voor een ‘landschapsinclusief omgevingsbeleid’ lijkt daarmee groter dan ooit, zelfs of misschien wel juist in een gebied als het Heuvelland dat onder grote druk staat.

Cover: ”Heuvellandschap Epen en Vijlen - Zuid-Li” (CC BY-ND 2.0) by Frans Berkelaar

Auteurs

wim bosschaart
Wim Bosschaart

Wim Bosschaart is promovendus landschapstransitie aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk alle artikelen
karim van knippenberg
Karim van Knippenberg

Karim van Knippenberg is promovendus op het gebied van actief burgerschap en het ruimtelijk domein aan de Universiteit Gent (België)

Bekijk alle artikelen