platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Omgevingswet zorgt klein jaar voor invoering vooral voor twijfel en onenigheid

Omgevingswet zorgt klein jaar voor invoering vooral voor twijfel en onenigheid

Binnenhof

Haperende ICT-systemen, gerommel in de Eerste Kamer en oplopende kosten. 2021 is nog niet het jaar van de Omgevingswet, maar de wet moet toch echt 1 januari 2022 in werking treden. Voor- en tegenstanders ruziën over het nut van de wet terwijl overheden nog niet warmlopen voor de invoering. Maar hoe staat de wet er nu precies voor, 11 maanden voor invoering?

Ruim een maand in het nieuwe jaar lijkt het al glashelder te zijn: een middenweg in de Omgevingswet-discussie is er niet. Fervente voor- en tegenstanders slaan elkaar in kranten of in de Eerste Kamer met argumenten om de oren, maar overeenstemming is vooralsnog ver te zoeken. En dat terwijl na jaren van uitstel de invoeringsdatum van 1 januari 2022 steeds dichterbij komt. De grote vraag is nu of deze datum wél gehaald gaat worden.

Niet af

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) had een duidelijke planning voor ogen: voor de verkiezingen in maart moet de Omgevingswet zijn goedgekeurd door het parlement. Maar, schreef onder andere Trouw vorige maand, vooral de Eerste Kamer ligt dwars. De senatoren willen zich niet laten opjagen door de minister. Zij vinden dat er nu nog te weinig informatie beschikbaar is om een knoop door te kunnen hakken en willen nog (uitvoerig) met elkaar in gesprek over de wet.

De senatoren vallen vooral over twee grote problemen: de oplopende kosten en de rammelende ICT-infrastructuur. Volgens Trouw blijkt uit onderzoek van KPMG dat de totale rekening tot 2029 zal groeien naar 1,5 tot 1,8 miljard euro. In de praktijk ontdekken gemeenten dat de kosten door de invoering van de nieuwe wet stijgen (opleiden nieuw personeel, inrichten ambtelijke organisatie), maar dat daar geen extra, structurele baten tegenover staan. Veruit het grootste deel hiervan komt op het bordje van de gemeenten, een bedrag ‘dat zij naar eigen zeggen niet kunnen ophoesten.’

Niet alleen in de Eerste Kamer zijn er zorgen over de ICT-problemen. In een vorig jaar verschenen rapport van de Bureau ICT-toetsing (BIT), de ICT-waakhond van de overheid, wordt gesteld dat ‘kritieke onderdelen’ van het computersysteem ‘niet af en niet voldoende beproefd’ zijn en dat de infrastructuur ‘nog steeds complex’ is. BIT durft dan ook niet te zeggen of de invoeringsdatum kan worden gehaald. Ook de Raad van State is sceptisch en vindt dat er pas een besluit kan worden genomen als alle gemeenten op het ICT-systeem zijn aangesloten en alle functies goed werken. Daar is volgens BIT dit moment nog geen sprake van.

Ruziën

Ollongren heeft het eerste brandje in de Eerste Kamer inmiddels geblust, maar de tegenstribbelende senatoren illustreren de twijfels die er bestaan over de wet. Lokale bestuurders zijn namelijk ook niet eensgezind. Zo uitte de Groningse wethouder Roeland van der Schaaf eind vorig jaar al zijn zorgen. Volgens Van der Schaaf is de wet een vluggertje geworden en kent de invoering van de Omgevingswet enorme risico’s. “De wet kampt vlak voor de eindstreep met ernstige problemen. De computersystemen zijn niet op orde, gemeenten staan voor hoge uitvoeringskosten en de rechtsbescherming van burgers tegen een overambitieuze vastgoedsector is niet geregeld.” Zijn collega’s uit de Zuid-Hollandse gemeente Hoeksche Waard hebben de wet begin deze maand juist neergezet als een instrument om ambities waar te kunnen maken. “Door de Omgevingswet ontstaat verbinding tussen de fysieke en sociale leefomgeving. Het is niet meer de vraag of een initiatief al of niet in strijd is met de regels, maar of het bijdraagt aan een gezonde en uitnodigende leefomgeving.”

Ook deskundigen ruziën met elkaar over het nut van de wet. Rob Wertheim, advocaat Omgevingsrecht, noemde de wet in Trouw een wetgevingsproject dat de rechtsbescherming van burgers zal inperken. Naast de eerdergenoemde ICT-problemen wijst Wertheim vooral op de problemen rondom de rol van de rechter en de mogelijkheid voor burgers tot participatie.  Onzin, zegt hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas in een reactie. Volgens Verdaas slaat de advocaat de plank volledig mis.

“Wertheim spreekt over ‘obligate bepalingen over participatie’ in de Omgevingswet. Blijkbaar heeft hij het geloof in een dialoog tussen burgers en overheid verloren. Dat is een klap in het gezicht van de duizenden volksvertegenwoordigers en bestuurders bij gemeente, provincie, Rijk en waterschappen die elke dag naar eer en geweten trachten in dialoog met boeren, burgers en buitenlui belangen te wegen en richting aan te geven.”

Volgens Verdaas is de Omgevingswet een grote verbetering ten opzichte van de huidige wetgeving in het ruimtelijke domein, zoals hij eerder uiteenzette. “De Omgevingswet is een sprong in het diepe, zeker, maar de uitgangspunten van de wet passen onverkort bij een transparante en eigentijdse ruimtelijke ordening.”

Sexy

Kortom, er is nog veel onduidelijkheid, twijfel en vooral onenigheid rondom de wet. De komende maanden staat er veel op het spel, maar één ontwikkeling lijkt zorgelijke vormen aan te nemen: de (lokale) overheid is nu al sceptisch. Reden voor Sarah Ros en Arjan Nijenhuis om in een artikel op Stadszaken te opperen de Omgevingswet vooral sexy te maken. Door actuele politieke opgaven als de energietransitie te combineren met de voorbereidingen op de Omgevingswet, kan er ‘van alle kanten worden meegedacht en dat helpt overheden beleid te realiseren.’ Wellicht dat alle partijen met die sexy inslag de komende maanden dan tot dezelfde conclusie komen als emiritus hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw: de Omgevingswet lijkt tandeloos, maar heeft stevige kaken.

Cover: 'Binnenhof' door AJEL (bron: Pixabay)

Auteur

Jasper Monster
Jasper Monster

Freelance Journalist en webredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen