Spottersplaats, Polderbaan door Theo Baart (bron: Theo Baart)

Op zoek naar leven onder het luchtruim, de toekomst van Schiphol in beeld

9 juli 2024

7 minuten

Recensie De nationale luchthaven ligt de laatste tijd flink onder het vergrootglas. Tijs van den Boomen en Theo Baart richtten de pen en de camera op Schiphol. Recensent Jaap Modder las de dikke pil en is verrast door het slot van het boek. Welke baan moet er dicht?

Wat voor boek is dit nou? De auteurs zeggen er zelf dit over: “…atlas, fotoboek, journalistiek verslag, naslagwerk en reisgids.” Voor een kiloboek van 400 pagina’s lijkt me die laatste kwalificatie wat optimistisch. Een (kleine) encyclopedie van Schiphol en de regionale omgeving komt meer in de buurt. Want ze graven diep hoor, met hun “journalistieke planologie” in woord en beeld. Het is ook wel een prettig jongensboek, niet vóór jongens maar ván jongens. Twee oudere jongens op de fiets onder het zwerk van de luchthaven, of te voet (p. 326) van het Leidseplein naar een van de eerste banen van de luchthaven, de Oostbaan (1938).
Dan realiseer je je dat in ieder geval een deel van Schiphol helemaal niet zo ver van de stad ligt. Met wat er daarna bij kwam op Schiphol verging het net als met de haven van Rotterdam: een uitwaartse beweging verder naar het westen. De Zwanenburgbaan ligt al veel verder westwaarts en de Polderbaan (de vijfde baan die eigenlijk de zesde is) ligt zo ver weg van de verkeerstoren dat ze er maar een hebben bijgebouwd.

Slecht gebruikte ruimte

Het onderzoek van Baart en Van den Boomen naar het “Leven onder het luchtruim” begon precies vijf jaar geleden in een broodjeszaak, op 25 juli 2019. Ze hadden net een rapport gelezen met als een van de conclusies dat de Amsterdamse metropool aan de zuidkant vastliep. En dat was ook wat hen bezighield, waarom wordt de ruimte daar zo slecht gebruikt? Die vraag was niet moeilijk te beantwoorden. Schiphol hield het gebied in een ijzeren (contour) greep. Dat gold ook voor de hele regionale omgeving. De ondertitel van dit boek luidt dan ook passend: “Hoe Schiphol duizend vierkante kilometer in zijn greep houdt en hoe dat anders kan”. Het perspectief van Tijs van den Boomen en Theo Baart is daarmee niet het luchtruim, maar het land eronder. Daarom verbaast het niet dat hun uiteindelijke conclusies ook vooral gericht zijn op het vinden van ontwikkelingsruimte voor de Amsterdamse metropool.

Van den Boomen duikt diep in de dossiers en als lezer is het soms moeizaam om na lezing weer naar boven te krabbelen

Het is ondanks de vrij heldere structuur geen gemakkelijk boek. Dat ligt zeker niet aan de fraai vormgeving van Joost Grootens. Het is letterlijk een aaibaar boek, op de cover zie je niet alleen de geluidscontouren van de ‘runways’, je kunt ze ook voelen! En de fotografie van Baart is als altijd geweldig. Met voor mij als hoogtepunt de foto op pagina 260, het recreatiegebied Spaarnwoude: een schilderij met stadsbewoners in het groen. Maar je moet behoorlijk je best doen om respectievelijk het betoog en de beelden te volgen en deze een plaats te geven op de kaart.

Zelf uitvinden

‘Inspecteur’ Van den Boomen duikt diep in de dossiers en als lezer is het soms moeizaam om na lezing weer naar boven te krabbelen. Bij veel foto’s is een kaartreferentie te vinden maar bij de foto-katernen in de hoofdstukken over de banen moet je zelf uitvinden waar deze beelden op de kaart terug te vinden zijn. Dan is er de indeling van het boek. Meteen achter de cover is een overzichtskaart van het Schiphol complex te vinden en helemaal achterin een integraal kaartbeeld van de daarvoor gepresenteerde deelkaarten. Het grootste deel van het boek wordt ingenomen door zes hoofdstukken over evenzovele banen. En verder is er een overzicht te vinden, in kaartjes en foto’s, zowel van de 35 (theoretische) geluidsmeetpunten als de ‘echte’ meetpunten: 40 microfoons op stelten die her en der om het complex heen staan. En verder de conclusies natuurlijk, die best wel verrassend zijn.

Kaagbaan bij Schiphol door Theo Baart (bron: Theo Baart)

‘Kaagbaan bij Schiphol’ door Theo Baart (bron: Theo Baart)


Maar voordat we daar aankomen nog even iets over de fietsroutes die de auteurs voor ons hebben uitgezet. Deze vormen het reisgidsdeel dat verspreid is over de verschillende hoofdstukken. Van den Boomen en Baart startten hun fietstochten (totaal vijf, de zesde zoals gezegd ging te voet) telkens ergens aan de kop van een baan of bij een spottersplek. De lezer krijgt een handzaam routekaartje voorgeschoteld en een beschrijving van plekken die hij vervolgens op de route tegenkomt. Hier geen foto’s. Die zijn echter wel te vinden op de website levenonderhetluchtruim.nl (met kaartjes en beschrijving).
Desalniettemin heb ik een tip voor de auteurs: maak die (fysieke) reisgids! Zet de routes bij elkaar, bundel ze met een voor- en een nawoord en je hebt een veel beter draagbare 100 pagina’s aan spectaculaire routes door Schipholland. De provincie Noord-Holland gaat deze gids natuurlijk sponsoren. Of anders misschien wel Schiphol zelf.

Dicht die baan

Maar nu de aangekondigde apotheose. Die voel je al aankomen, vooral als je eerst de laatste pagina’s leest. Wat zat deze auteurs/onderzoekers dwars bij aanvang van hun speurwerk, waar waren ze op uit? De ruimtelijke verspilling aan de zuidkant van de regio! En die los je voor een belangrijk deel op met sluiting van de Aalsmeerbaan. Het is een verrassende conclusie als je het voorgaande niet gelezen hebt. Want in de pubquiz (welke baan moet eruit?) zou het antwoord zijn: de Bulderbaan natuurlijk! De Buitenveldertlaan ja, een hoofdpijnbaan voor de stad die ook nog eens de nodige hoogtebeperkingen voor nieuwbouw met zich meebrengt.
Tja, het is ook een dilemma: wat wil je oplossen, ruimte voor de regio of geluid voor de stad? De auteurs kiezen in lijn met hun land-perspectief voor het eerste. Sluiting van de Aalsmeerbaan levert een enorme ruimtewinst op (weg met de beperkingen) en geeft de hoofdstedelijke regio weer ‘lucht’. De Aalsmeerbaan eruit halen zou overigens ook een uitvliegroute van de Kaagbaan onnodig maken, met ook hier ruimtewinst tot gevolg.

Krimp van Schiphol zal immers de markt blijven hangen, vroeger of later komt dat een keer langs

De effecten worden na deze conclusies op een rijtje gezet en daar zit nogal wat variatie in als het gaat om de inschatting van woningbouwmogelijkheden. Maar vast staat dat het om tienduizenden woningen gaat. Het plan voor Groot-Amsterdam kan nu eindelijk met goed fatsoen en ontwerpvrijheid worden gemaakt. Vraag is dan als altijd: onder wiens verantwoordelijkheid moet dat gebeuren? De stad Amsterdam heeft tot dusver altijd alleen maar in de hoogte gekeken.

Mega-opgave

Onlangs trok de gemeente de stoute schoenen aan en meldde dat men naar 400.000 vliegbewegingen wil. Hoe? Dat werd er niet bij verteld. Ik ben benieuwd wat de stad van deze exercities in ‘Leven onder het luchtruim’ gaat vinden. Maar ook zonder een standpunt van deze kant ligt er een enorme opgave voor ontwerpers: ontwerp de grootstad! De vakwereld van ontwerpers (en ontwerpende onderzoekers) kan aan de slag. De vraag is: hoe kan de stedelijke regio eruit gaan zien als de Aalsmeerbaan wordt gesloten? Dit is geen klein bier, dit is een mega-opgave voor gebiedsontwikkeling.

Kronenburg Uilenstede, Amstelveen door Theo Baart (bron: Theo Baart)

‘Kronenburg Uilenstede, Amstelveen’ door Theo Baart (bron: Theo Baart)


Een baan minder voor Schiphol is een serieuze optie. Toch? Ja ik weet het, de nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat ziet er niks in. Maar dat is ook maar een voorbijganger. Bij de presentatie van het boek zei Wouter Veldhuis, lid van het College van Rijksadviseurs, dat we vooral een verbreding van ons voorstellingsvermogen nodig hebben. Ook hij is een voorbijganger natuurlijk maar op dat voorstellingsvermogen komt het natuurlijk wel op neer. Waarom moet elk scenario waar we gevoelsmatig niets in zien meteen afgeserveerd worden? Krimp van Schiphol zal immers boven de markt blijven hangen, vroeger of later komt dat een keer langs.
Juist daarom heeft het zin om deze kans op een duurzame gebiedsontwikkeling voor de regio nu alvast te gaan onderzoeken en verbeelden. Het kan ook mobiliserend werken naar andere ministeries. Denk aan het nieuwe ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en ook aan de lokale en regionale overheden. Misschien kan de Metropoolregio Amsterdam ook eens uit de hoek komen…

Ontwerpkracht inzetten

Het centrale pleidooi van Tijs van den Boomen en Theo Baart, een baan eruit op Schiphol, kun je niet achteloos terzijde schuiven – daarvoor is het te serieus. Ik denk niet dat er eerder zo uitgebreid naar de landzijde van Schiphol is gekeken. Het is eigenlijk ook wel een beetje gênant dat dit soort exercities niet wordt uitgevoerd door overheden, hun planbureaus en stedenbouwkundige diensten. Laat staan dat ze er ook nog iets van vinden. Hopelijk verandert dat met dit boek. De toenemende ruimtedruk in de Randstad is in ieder geval een voldoende legitimatie om voor dit deel van de Amsterdamse regio nu eindelijk eens een forse portie ontwerpkracht in te zetten. Voor de enige metropool die ons land rijk is.


De publicatie ‘Leven onder het luchtruim’ is verschenen bij nai010 uitgevers.


Cover: ‘Spottersplaats, Polderbaan’ door Theo Baart (bron: Theo Baart)


Jaap Modder door Jaap Modder (bron: LinkedIn)

Door Jaap Modder

Brainville, urban and regional planning


Meest recent

Dubbele Dijk door Provincie Groningen (bron: Provincie Groningen)

Slim gebruik van slib transformeert de Groninger waddenkust

Voor de kust van Groningen zit te veel slib in het water van de Eems-Dollard. Maar waar het op de ene plek tot last is, biedt het op de andere kansen – heel dichtbij zelfs. Voor natuur, landbouw en dijkversterking.

Uitgelicht
Casus

22 juli 2024

Tentoonstelling door John Lewis Marshall (bron: John Lewis Marshall)

AI-expo Onmetelijk Belangrijk: een verkenning naar zachte ontwerpwaarden

Hoe kan artificiële intelligentie architecten en stedenbouwers helpen om te ontwerpen vanuit zachte waarden? Die vraag staat centraal in de tentoonstelling ‘Onmetelijk Belangrijk’. Redacteur Kaz Schonebeek nam een kijkje.

Verslag

19 juli 2024

Laadpalen voor elektrische auto's door Ton Hazewinkel (bron: shutterstock)

Hub hub hub, de nieuwe crux in gebiedsontwikkeling

Mobiliteitshubs kunnen met hun complete aanbod aan diensten inspelen op tal van behoeften aan stedelijke mobiliteit. En daarmee vormen ze een eigentijdse draaischijf binnen gebiedsontwikkelingen. Theo Stauttener brengt de meerwaarde in beeld.

Analyse

19 juli 2024