platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Column

Rijksbouwmeester: woningbouw juist gebaat bij innovatiedrang

Rijksbouwmeester: woningbouw juist gebaat bij innovatiedrang

fa

18 jan 2018 - Emeritus-hoogleraar Friso de Zeeuw claimde deze maand dat 'ziekelijke innovatiedrang', gevoed door 'hypes, hobby's en onkunde', de woningbouw remt. Rijksbouwmeester Floris Alkemade betoogt dat je ook positiever naar veranderingen in gebiedsontwikkeling kunt kijken.

Nooit te verlegen om te provoceren wijst Friso de Zeeuw in een opiniestuk ‘ziekelijke innovatiedrang gevoed door hypes, hobby’s en onkunde’ aan als rem van de woningbouw. Hoewel veel van zijn argumenten zeker steekhoudend zijn, is in mijn ogen de achterliggende redenering telkens niet sluitend. Hierdoor kun je op nagenoeg alle punten ook tot een andere conclusie komen.

Welkome innovatie

Ik ben het ermee eens dat woonwensen nauwelijks veranderen en dat veel maatschappelijke aanpassingen geruisloos verlopen. Maar waar de woonwens zelf misschien redelijk stabiel is gebleven, is de sociale context dat allerminst. Dat toont zich bijvoorbeeld in de groeiende en schrijnende vereenzaming. Innoverende vormen van samenwonen, waarbij mensen meer keuzes krijgen om activiteiten op een vanzelfsprekende manier te delen, zijn daarom zeer welkom. Met de uitwerking van onze prijsvraag ‘Who Cares’ proberen we hier nieuwe typologieën voor te ontwikkelen, zodat we met nieuwe woningen bestaande wijken versterken.

Het lijkt me logisch dat als we naar 40 procent alleenstaande huishoudens groeien, de markt zich ook op kleinere woningen richt. Dat neemt niet weg dat ik het ermee eens ben dat normaalgesproken voor eenpersoonshuishouden 60 vierkante meter een minimum moet zijn. Maar er is natuurlijk ook een groeiende, dynamische startersgroep die behoefte heeft aan snel beschikbare, tijdelijke huisvesting. Vanuit die dynamiek is een lage prijs vaak belangrijker dan de grootte van het woonoppervlak. Dit is een leuke, dynamische groep die we graag in onze steden willen onderbrengen en die nu te weinig aan bod komt.

Bij de andere categorie, die van de experimentele Tiny Houses (waarvan overigens veel die 60 vierkante meter wel halen), ligt de essentie in de combinatie van zelf bouwen, ontwerpvrijheid en lage kosten. Ook een welkome innovatie, lijkt me.

Nuchter vakmanschap

Uiteraard is, als je op de korte termijn kijkt, nieuwbouw binnen bestaand stedelijk gebied arbeids- en kapitaalintensiever dan bouwen in de wei. Dit is het derde argument dat Friso de Zeeuw aanhaalt. Maar je moet natuurlijk wel meerekenen dat de overheid kostbare ontsluitingswegen en nutsvoorzieningen naar diezelfde wei moet aanleggen. Verder is het voor velen niet zozeer de natuurwaarde die ze niet graag verloren zien gaan, maar het open karakter van die nu nog onbebouwde gebieden.

Investeringen in bestaand stedelijk gebied betalen zich bovendien dubbel terug, omdat je daarmee in één beweging ook de bestaande wijk kan verbeteren. Juist die bestaande, verouderde wijken hebben dringend verbeteringen nodig. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied maakt de hele stad beter, interessanter en leefbaarder en per saldo ben je hoogstwaarschijnlijk beter uit. Het vraagt inderdaad meer vakmanschap, maar is nuchter vakmanschap nou net niet ook de motor van onze waardevolle woningbouwtraditie?

Laten we beseffen dat iedere traditie ooit is begonnen met een verandering.

De visie van Friso de Zeeuw op gebiedsontwikkeling is terug te lezen in het boek ‘Zo werkt gebiedsontwikkeling’. U kunt het boek voor € 30 aanschaffen bij de VSSD in Delft. 


Auteur

Rijksbouwmeester Floris Alkemade (fotograaf: Arenda Oomen)
Floris Alkemade

Rijksbouwmeester, architect en stedenbouwkundig ontwerper

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte