Onderzoek ‘Zorg voor water’ heet het rapport dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur onlangs publiceerde. De titel betekent vooral – ook al ontbreekt het uitroepteken – een krachtige aansporing om in actie te komen. Zodat er in de toekomst in Nederland ook nog voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater is. Dat betekent ook iets voor gebiedsontwikkelaars.
Het momentum voor publicatie van het Rli-rapport bleek achteraf gezien buitengewoon goed gekozen. April 2026 ging de boeken in als een van de droogste ooit. Grote natuurgebieden stonden dagenlang in brand, drinkwaterleidingbedrijf Vitens deed alweer de eerste waarschuwingen uitgaan, de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat toont steeds verontrustender plaatjes en waterschappen lieten extra drinkwater in om de agrariërs niet te laten verdrogen. Het zal er wellicht aan hebben bijgedragen dat de boodschap van de raad direct door alle grote media werd opgepikt (Trouw, NRC, FD). Zelfs Volkskrant-columnist wijdde een snijdende bijdrage aan de problematiek.
Het is overigens niet de eerste keer dat het thema water door de Rli wordt opgepikt; in 2023 werd bijvoorbeeld het rapport Goed water goed geregeld uitgebracht, waarin het vooral ging over de kwaliteit van het oppervlaktewater (dit naar aanleiding van de Europese Kaderrichtlijn Water waar Nederland bij lange na niet aan voldoet). Een jaar later werd Ruimtelijke ordening in een veranderend klimaat uitgebracht, waarin het vooral ging over de gevolgen van de klimaatverandering voor de inrichting van de ruimte in Nederland.
Claims leggen
Met het onderzoek naar de drinkwatervoorziening komt nu een wel heel existentieel vraagstuk om de hoek kijken: komt er bij de 18 miljoen inwoners van Nederland de komende jaren nog drinkwater uit de kraan? Het Rli pakt de beantwoording van die vraag aan met een advies in twee delen. In deel 1 komen achtereenvolgens de bedreigingen van buitenaf aan bod: klimaatverandering, vervuiling van het zoetwatersysteem en de groei van bevolking en economie. Daarop volgen acht “knelpunten in de huidige inrichting van de zoetwatervoorziening.”
Een ervan is expliciet ruimtelijk van karakter: het “gebrek aan aandacht voor het ruimtebeslag van drinkwater”. Geconstateerd wordt dat er in de toekomst meer ruimte nodig is, bijvoorbeeld voor het bufferen van oppervlaktewater. De raad betwijfelt of die ruimte zal worden ingeruimd, aangezien ook andere (en meer machtige functies) een claim leggen: “Dat leidt tot conflicterende aanspraken op de beperkte ruimte, waarbij drinkwater op dit moment een belang is dat minder zwaar lijkt te worden gewogen, of in de weging minder expliciet aan de orde komt, dan de belangen van andere ruimtevragende functies.”
Een ervan is expliciet ruimtelijk van karakter: het “gebrek aan aandacht voor het ruimtebeslag van drinkwater”. Geconstateerd wordt dat er in de toekomst meer ruimte nodig is, bijvoorbeeld voor het bufferen van oppervlaktewater. De raad betwijfelt of die ruimte zal worden ingeruimd, aangezien ook andere (en meer machtige functies) een claim leggen: “Dat leidt tot conflicterende aanspraken op de beperkte ruimte, waarbij drinkwater op dit moment een belang is dat minder zwaar lijkt te worden gewogen, of in de weging minder expliciet aan de orde komt, dan de belangen van andere ruimtevragende functies.”
Beter bestuurlijke samenwerking
Het antwoord op de geconstateerde knelpunten wordt gevormd door de zes conclusies van de Rli:
- Zorg voor een betere bescherming van het zoetwatersysteem. Kwaliteit en kwantiteit van het zoetwater moeten beter worden beschermd. Het vasthouden van oppervlakte- en grondwater moet worden bevorderd.
- Geef het drinkwaterbelang een meer prominente plek in de ruimtelijke ordening. Dat moet gebeuren door de overheden op alle schaalniveaus.
- Zet in op een nationale benadering. De huidige lokale/regionale aanpak is ontoereikend voor oplossingen op de langere termijn.
- Verbeter de bestuurlijke samenwerking rond de drinkwatervoorziening. Op landelijk niveau moeten de ministeries beter samenwerken. Op het lagere schaalniveau zijn provincies, gemeenten en waterschappen aan zet. Zij moeten drinkwater afzetten tegen andere functies en daar keuzes in maken: “Concreet kan dat inhouden dat omwille van de drinkwatervoorziening agrarisch landgebruik op termijn moet veranderen of woningbouwplannen moeten worden aangepast aan de eisen die de drinkwatervoorziening stelt.”
- Herijk de financieringsstructuur van de drinkwatervoorziening. De budgetten vanuit de drinkwaterbedrijven zijn niet meer toereikend, er moet geld bij – bijvoorbeeld uit het Deltafonds.
- Benut de mogelijkheden van een andere beprijzing van drinkwater en van innovaties. Een optie is onder meer “drinkwatergebruikers laten betalen naar gebruik door het vastrecht af te schaffen en te vervangen door een volledig variabel tarief en een extra hoog tarief rekenen voor excessief gebruik.”
De aanbevelingen aan het einde van het eerste deel van het Rli-rapport bouwen voort op deze conclusies. In het tweede deel van het Rli-rapport komen vervolgens diverse achtergronden aan bod, waaronder een hoofdstuk over de ruimtelijke aspecten. Hierin wordt onder meer geconstateerd dat de Ontwerp-Nota Ruimte te weinig aandacht besteedt aan de opgave van een duurzame drinkwatervoorziening. In de nota “ontbreekt een doorvertaling van de ruimtevraag van de drinkwatervoorziening naar een landelijke visiekaart voor de drinkwaterinfrastructuur. Voor andere nutsvoorzieningen heeft het Rijk dergelijke visiekaarten wél in de nota opgenomen.”
Onder druk
Kort na de publicatie van het rapport kwamen al de eerste reacties binnen op het rapport. Zo liet de Unie van Waterschappen weten de urgentie te onderschrijven: “Samen met drinkwaterbedrijven (de partij waarmee waterschappen samenwerken in de zogenaamde Waterketen, red.) waarschuwen waterschappen al langer dat de watersystemen onder druk staan en tegen grenzen aanlopen. Het in januari gepresenteerde Watermanifest roept het kabinet op om water en bodem sturend te maken en de beschikbaarheid van water beter te beschermen.” Er moet nu worden doorgepakt, zo laat de Unie van Waterschappen weten. “Alleen met samenhangende keuzes en structurele maatregelen blijft er ook in de toekomst voor iedereen voldoende water beschikbaar.”
Marktpartijen en andere investeerders in woningbouw kunnen eveneens oplossingen aandragen
Aangezien de Rli als taak heeft om regering en parlement te adviseren over lange termijnvraagstukken, is het begrijpelijk dat de conclusies en aanbevelingen alleen aan de overheid zijn gericht. In relatie tot de verantwoordelijkheid die ook andere partijen dragen – met name bij de ruimtelijke inrichting van ons land – zou een breder appèl niet misplaatst zijn geweest. Inmiddels beginnen namelijk ook private partijen het belang van goed waterbeheer in te zien. Met enig cynisme zou je kunnen stellen dat ze dat doen omdat woningen zonder drinkwateraansluiting zich zo slecht laten verkopen, maar er speelt ook een portie maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel mee.

‘Portret Yvonne van Mierlo’ (bron: Blauwhoed)
Zo gaf Yvonne van Mierlo, directeur Blauwhoed Studio, onlangs op Gebiedsontwikkeling.nu al aan dat water in brede zin bij haar onderneming inmiddels bovenaan de agenda staat. Die ambitie wordt onder meer vertaald in waterbesparende maatregelen bij de eigen projecten, maar ook in het aangaan van samenwerking met andere betrokken partijen. Wachten op regelgeving vanuit de overheid gaat volgens Van Mierlo te lang duren: “Ik geloof daarom vooral in een betere samenwerking binnen de waterketen. Waarbij we ook intensief het gesprek met gemeenten en waterschappen willen aangaan. Zodat we samen ook kunnen kijken hoe we de innovaties die nu opkomen, een plek kunnen geven.”
Marktpartijen en andere investeerders in woningbouw (zoals de woningcorporaties) kunnen voor meerdere van de door de Rli geconstateerde knelpunten oplossingen aandragen. Dat bewijst bijvoorbeeld ook de aanpak van gebiedsontwikkelaar BPD in het Noord-Hollandse Schagen, die gesteund wordt door een programma van ‘moeder’ Rabobank dat bedoeld is om drinkwaterbesparende technieken toe te passen bij project- en gebiedsontwikkeling. In het geval van het project ‘Kiem van Schagen’ (750 woningen) betekent dit zowel ingrepen in de woning als in de openbare ruimte. Door in de openbare ruimte veel plek in te ruimen voor water en groen, wordt een bijdrage geleverd aan het opvangen en hergebruiken van regenwater. Op deze manier kunnen ook private partijen in gebiedsontwikkeling hun bijdrage leveren aan een duurzame drinkwatervoorziening in Nederland.
Het rapport is te lezen op de website van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur.
Cover: ‘persoon vult een herbruikbare waterfles’ door LIGHTITUP (bron: Shutterstock)








