Onderzoek Amsterdam wil in 2050 een volledig circulaire stad zijn. Die ambitie zal ook gevolgen hebben voor de ruimtelijke inrichting, maar welke? Om daar antwoord op te krijgen, vroeg de gemeente aan de onderzoekers van Posad Maxwan en Structural Collective om in kaart te brengen hoe groot de ruimtebehoefte is en hoe circulariteit gekoppeld kan worden aan andere stedelijke ruimtevragers.
De circulaire economie is op Gebiedsontwikkeling.nu de afgelopen jaren van meerdere kanten belicht. In veel gevallen werd direct al de relatie met het ruimtebeslag gelegd. Zo verscheen in 2022 een studie van CE Delft en Bureau Buiten (uitgevoerd in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving/PBL) naar de mogelijke ruimtelijke consequenties van de nieuwe inrichting van de economie. Op dat moment bestonden daar nog de nodige vraagtekens bij. De conclusie toen: “De vraag naar bedrijfsruimte verandert en zal zo goed als zeker toenemen.” In de jaren die volgden, werd duidelijk dat met de transitie naar een circulaire manier van werken de vraag naar ruimte inderdaad eerder zal groeien dan verminderen.
TU Delft en Vereniging Deltametropool wezen in 2023 op het belang om grootschalige watergebonden locaties vooral voor de circulaire economie te behouden (en juist niet te laten verkleuren tot woongebieden). Ook het regionale perspectief moet goed in het oog worden gehouden, werd duidelijk uit een rapport van het PBL. In dat rapport concludeerden de onderzoekers dat “de circulaire economie in 2050 tot 40 procent meer ruimte in Nederland vraagt dan de lineaire, fossiele economie nu.” De stedelijke maakindustrie kan een rol spelen in de nieuwe economie, maar zal ook ruimte vragen; volgens Christiaan Hanse biedt de herontwikkeling van industrieel erfgoed hier kansen. Datzelfde geldt voor de aanwezigheid van de vele vaarwegen in Nederland. Een bedreiging daarentegen is juist de toename van het aantal kleinschalige bedrijfsruimtes op bedrijventerrein, zo concludeerde Stec Groep medio 2024. Datzelfde bureau kwam vorig najaar met de waarschuwing dat er zeker ook op bestaande werkgebieden ruimte moet worden gevonden voor circulaire bedrijfsactiviteiten.
Drie waardeketens
Volop aandacht derhalve voor de ruimtelijke impact van de circulaire economie. Maar hoe landt deze ambitie vervolgens op het schaalniveau van de stedenbouw en de dagelijkse leefomgeving? In Amsterdam gaf de gemeente die vraag mee aan de onderzoekers van Posad Maxwan en Structural Collective. Centrale vraag voor het ontwerpend onderzoek: het kunnen inschatten van de ruimteclaim van verschillende circulaire activiteiten. Aan de basis van deze analyse liggen de drie ‘waardeketens’ die de gemeente heeft benoemd als zijnde van grote invloed op klimaat en grondstoffen: de gebouwde omgeving, consumptiegoederen en voedsel en organische reststromen. Elk van deze ketens is uitgetekend in zes lagen, de onderzoekers noemen dit “ketenschakels”. Zo ontstaat een “ketenmodel” dat laat zien “hoe de verschillende schakels ruimtelijk georganiseerd zijn en waar binnen het huidige lineaire systeem kansen liggen om meer circulair te werken.”

‘Haven Amsterdam’ door Wirestock Creators (bron: Shutterstock)
Aan de hand van drie stappen hebben de onderzoekers de ruimtevraag van de circulaire economie concreet in beeld gebracht:
- Het inzichtelijk maken van de omvang van de materiaalstromen in de stad, om deze vertalen in de hoeveelheid ruimte die de diverse materiaal- en productgroepen in beslag nemen.
- De omzetting van de materiële volumes in ruimtelijke richtlijnen. Daarbij worden typologieën op vijf schaalniveaus onderscheiden, van XS-schakels (kleine interventies in de openbare ruimte) tot en met XL-schakels (regionale knooppunten)
- De uitwerking van ruimtelijke scenario’s om te onderzoeken hoe deze schakels in de stad ruimtelijk kunnen worden georganiseerd.
In het vervolg van het onderzoek zijn zeven ‘circulaire kansen’ voor Amsterdam nader uitgewerkt (geselecteerd uit een longlist van 24 kansen). Op vier daarvan is de bovenstaande driestappenmethode toegepast: opslag van materialen uit de openbare ruimte voor hergebruik, een gedeeld gebruik van apparaten in stedelijke buurten, het gebruik van hoogwaardige inzamel- en sorteerpunten voor consumptiegoederen en tenslotte het werken voedseluitgiftepunten, sociale restaurants en voedselhubs (tegen voedselverspilling). Voor de drie andere kansen zijn meer de strategische implicaties (en minder de gevolgen op locatieniveau) onderzocht: de ruimtelijke implicaties van houtbouw in de woningbouwopgave, het hergebruik van materialen bij bouw, renovatie en sloop en de terugwinning van afgedankt elektronisch afval als stadsmijn.
Meer schaal en zichtbaarheid
Het onderzoek levert voor deze zeven kansen een rijk en bont geheel aan mogelijke ruimtelijke oplossingen op, op verschillende schaalniveaus. Het gaat van de opslag van materialen uit de openbare ruimte (om deze te hergebruiken) tot en met de opslag van voedsel in de stad. Het ontwerpend onderzoek maakt daarbij inzichtelijk hoe de ruimtevraag van de circulaire economie kan worden verbonden met andere stedelijke functies. Op basis hiervan komen de onderzoekers tot een serie aanbevelingen. Enkele voorbeelden: koppel de ruimte voor circulaire functies aan bestaande (mobiliteits)hubs, voor meer schaal en zichtbaarheid, verken met de buurgemeenten de mogelijkheden voor een grote regionale opslaglocatie en neem deelstations op in de programma’s van eisen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen.
Ook wordt gewezen op de noodzaak van het ontwikkelen van een gedeeld ‘vocabulaire’ tussen de betrokken partijen en het ontwikkelen van richtlijnen voor ‘circulaire gebiedsontwikkeling’. Verder wordt aanbevolen om expliciet de schaarse ruimte in de stad met een hoge milieucategorie te beschermen (met name langs waterwegen en kades) en om circulaire infrastructuur voortaan als een ‘basisvoorziening’ te beschouwen. Dit laatste kan gebeuren door structureel ruimte te maken voor circulaire ondernemers en hun initiatieven.
Het volledige rapport over het ontwerpen aan de circulaire economie is hier te vinden. Ook is een samenvatting beschikbaar. Op 19 maart vindt in De Balie in Amsterdam een discussiebijeenkomst over het rapport plaats.
Cover: ‘Recyclewagen van Renewi’ door Claudine Van Massenhove (bron: Shutterstock)







