Onderzoek Het stadshof past door de combinatie van compactheid en gemeenschapsgevoel perfect in de huidige tijd van binnenstedelijke verdichting. Maar wat maakt een stadshof effectief en hoe draagt de architectuur ervan bij aan de waardering van bewoners voor hun eigen woonomgeving? Heijmans en TU/e analyseerden twaalf Nederlandse stadshoven en onderzochten welke lessen er te leren zijn.
Een stadshof is architectonisch gezien een onbebouwde ruimte die deel uitmaakt van een wooncomplex met een hoge dichtheid. De open ruimte is omringd door bebouwing en staat primair ten dienste aan de bewoners. Voor hen vormt een hofje in meer of mindere mate een ‘parochiaal domein’: toegankelijk voor iedereen, maar met het gevoel dat het toebehoort aan een beperkte groep.
Deze bebouwingsvorm is onverminderd populair. Zeker nu, vanwege de grote woningopgave waar Nederland voor staat. Een stadshof biedt een passende oplossing voor binnenstedelijke verdichting: het is een compacte en gezinsvriendelijke bouwvorm, met de luxe van een gedeelde stadstuin. Maar ondanks de populariteit van deze typologie en het maatschappelijke belang is er relatief weinig inzicht in de concrete ontwerpkeuzes die erin besloten liggen. Bijvoorbeeld hoe de gekozen architectuur het gebruik van een hof beïnvloedt en hoe deze bijdraagt aan de waardering van bewoners voor hun woonomgeving.
Gebruik en functioneren
Ontwikkelaar Heijmans verkende de relatie tussen de ruimtelijke en sociale dimensie van stadshoven samen met TU Eindhoven (TU/e). De vastgoedtak van het bedrijf had de afgelopen jaren op steeds meer binnenstedelijke locaties de wens om een stadshof te realiseren. Maar de kaders waren onduidelijk. Want wat betekenen specifieke ontwerpkeuzes voor het uiteindelijke gebruik van het hof? Daarop legde Heijmans contact met de afdeling stedenbouw van de TU/e. Het onderwerp werd voorgelegd aan masterstudenten in Eindhoven. Ze bestudeerden case studies en verzamelden en bundelden goede voorbeelden. De deelnemers van beide kanten merkten al snel dat de initiële onderzoeksvraag – wat is een goed stadshof? – nauwelijks te beantwoorden is. Er bestaan veel varianten – en nog meer verschillende contexten waarin een hof tot stand komt.
Het team ging op pad langs twaalf Nederlandse hofjes om de levendigheid van deze binnenwerelden te observeren
Het team formuleerde daarom een andere onderzoeksvraag: wat voor soort stadshof wil je maken als gebiedsontwikkelaar? Met andere woorden: hoe beïnvloedt de ruimtelijke opzet van een stadshof het gebruik ervan door bewoners? De eerste stap in het onderzoek omvatte een ruimtelijke verkenning, met daarin zoveel mogelijk karakteristieken van stadshoven uit meerdere Europese landen en uit verschillende tijdsperiodes. De reis door de historie leidde onder andere langs het zeventiende-eeuwse Hofje van Nieuwkoop in Den Haag, het invloedrijke Karl Marx Hof in Wenen en het recent gebouwde Spaarndammerhart in Amsterdam.
Sociale dimensies
Vervolgens verschoof de focus naar de sociale dimensie van stadshoven. Het team ging op pad langs twaalf Nederlandse hofjes om de levendigheid van deze binnenwerelden te observeren en analyseren. Wie gebruikt het stadshof: bewoners of ook bezoekers? Wat voor contact hebben de gebruikers met elkaar, is dat intensief of juist vluchtig? En eigenen bewoners zich de ruimte toe, of juist niet? Om ze zo objectief mogelijk te analyseren, vond het veldwerk in elk hof plaats op vergelijkbare tijdstippen, dagen en weersomstandigheden en volgens een vooraf bepaald ‘script.’ Ook werd elk stadshof tweemaal bezocht om de observaties te bevestigen.

‘Spaarndammerhart Amsterdam’ (bron: Nanda Sluijsmans)
Het team legde de observaties vast in grafische schema’s om de resultaten te kunnen vergelijken. Zo werd het mogelijk om de overeenkomsten te zien, de vergelijkbare schema’s te ordenen en lessen te leren uit de bestudeerde voorbeelden. Uit de verkenning kwamen vijf sociaal-ruimtelijke typologieën bovendrijven:
De stille oase
De stille oase is een niet-publieke ruimte met een bewuste drempel naar de buitenwereld, zoals een afsluitbare deur. Dat geeft het sociale weefsel een gesloten, stabiel karakter. Bewoners kennen elkaar, voelen eigenaarschap en eigenen zich de buitenruimte toe met bloempotten en meubels. De sfeer is rustig en gezellig. Een beperkt aantal woningen en de afwezigheid van verkeer dragen bij aan die intieme, beschutte kwaliteit.
De dynamische oase
De dynamische oase heeft twee gezichten: het is een besloten hof, maar wel met levendige collectieve functies zoals een moestuin of speelplaats. Bezoekers zijn er welkom, maar het sociale netwerk is stabiel en er zijn sterke banden tussen bewoners. Bewoners voelen zich eigenaar over de collectieve ruimte en laten bijvoorbeeld speelgoed buiten staan.
De privéstraat
Bij de privéstraat-typologie loopt een openbare langzaamverkeersroute dwars door een hof. Er is een entree die als drempel fungeert en die de ruimte een eigen, parochiale sfeer geeft. Juist omdat het hof doorgankelijk is, zijn er plekken nodig waar bewoners zich kunnen terugtrekken en de ruimte zich kunnen toe-eigenen.
De buurtactivator
De buurtactivator is een hof dat functioneert als sociaal weefsel voor de buurt. Er is een lage drempel voor bezoekers, er zijn (speel)voorzieningen en het straalt gezelligheid uit die publiek van buiten het hof aantrekt. Fietsers en voetgangers zorgen voor een constante stroom van het stadsleven naar en door het hof. Het is een typologie die banden smeedt tussen bewoners en bezoekers.
De mini-stad
De mini-stad omvat meerdere hoven met een hoog aantal woningen, verdeeld over een aanzienlijk oppervlak. De lage dichtheid biedt ruimte voor groen en openbare voorzieningen, zoals medische of culturele functies. De binnenplaatsen zijn altijd publiek en worden vooral gebruikt voor ontspanning. Het sociale weefsel is verdeeld in kleine netwerken per deelhof. De schaal beperkt de persoonlijke toe-eigening van bewoners.
Aanleiding tot vervolgonderzoek
De identificatie van deze vijf sociaal-ruimtelijke typologieën vormt het vertrekpunt voor het vervolg van het onderzoek. Tijdens de komende Dutch Design Week wordt het onderzoek gepresenteerd en nodigen de partijen vakgenoten uit om samen vervolgonderzoek te doen en het inzicht in stadshoven te vergroten. Zo is er behoefte om een groter aantal stadshoven te onderzoeken, met aandacht voor de stedelijke context van een ontwikkeling, de eigendomssituatie (koop-, huurwoningen of coöperaties) en de beheersorganisatie van het hof. Ook zou de betrokkenheid vanuit andere disciplines welkom zijn, bijvoorbeeld het sociaal domein vanuit gemeentes.
Cover: ‘Karl Marx-Hof Wenen’ door Kees de Graaf (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)






