Parkeergarage Leidsche Rijn Centrum door PixelBiss (bron: shutterstock)

Minder auto’s in de wijk, meer ruimte voor woningbouw

17 september 2026

4 minuten

Analyse Mobiliteitshubs spelen een cruciale rol bij het versnellen van de woningbouw, stelt Rob Hendriks. Door deelmobiliteit en openbaar vervoer te bundelen, is er minder behoefte aan privé-autobezit en grote parkeerterreinen. Dit bespaart veel ruimte in en rond woonwijken, waardoor ontwikkelaars meer woningen kunnen bouwen op dezelfde oppervlakte.

De nieuwe mobiliteitshub in Pijnacker trekt landelijke aandacht. Het innovatieve project, ontwikkeld door Dura Vermeer en ontworpen door WE Architecten en ZUS, geldt als een showcase voor de toekomst van mobiliteit. De hub, onderdeel van de grootschalige binnenstedelijke gebiedsontwikkeling WijCK, fungeert als een collectieve bewonersgarage én als P+R terrein voor het naastgelegen metrostation Pijnacker-Zuid. Er worden deelauto’s en -scooters verhuurd en er zijn ruime fietsparkeervoorzieningen. Ook biedt de multifunctionele ‘smart dock’ ruimte aan een koffiebar, pakketservice en laadpalen. Het dak fungeert als sport- en recreatiedek, waardoor het een centrale ontmoetingsplek is voor jong en oud. Ontwikkelaars en stedenbouwkundigen prijzen de hub omdat deze auto's uit het straatbeeld haalt.

Het weren van auto’s uit het straatbeeld is uitgegroeid tot een van de belangrijkste doelstellingen bij binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen. Stedenbouwers willen de heilige koe zoveel mogelijk uit nieuwbouwwijken verdrijven. Binnenstedelijke projecten kampen vaak met extreme verdichting. Auto’s en geparkeerde voertuigen nemen dan onevenredig veel kostbare ruimte in beslag. Door de auto te weren of te clusteren in mobiliteitshubs, komt er ruimte vrij voor groen, ontmoetingsplekken, woningbouw en klimaatadaptatie.

Toegankelijke overstappunten

Ontwikkelaars en gemeenten sturen met de hubs steeds vaker op de combinatie van openbaar vervoer en de inzet van elektrische deelauto’s. Hierdoor kunnen de parkeernormen omlaag, wat de bouw van betaalbare woningen in binnenstedelijke gebieden financieel haalbaarder maakt. De Rijksoverheid stimuleert de ontwikkeling van de hubs vanuit het landelijk samenwerkingsprogramma Mobiliteitshubs. Dit programma is nauw verbonden met de ambitie om grootschalige woningbouw bereikbaar te maken en richt zich op het ontwikkelen van kennis, beleid en samenwerking met en tussen gemeenten die deze knooppunten in gebiedsontwikkelingen realiseren. Het Rijk stelt honderden miljoenen euro’s beschikbaar aan tientallen gemeenten om de bereikbaarheid van nieuwbouwlocaties te garanderen via onder andere deze hubs.

Haarlem Elements parkeergebouw door Laurens Kuipers (bron: Dura Vermeer)

‘Haarlem Elements parkeergebouw’ door Laurens Kuipers (bron: Dura Vermeer)


Op dit moment staat de ontwikkeling van de hubs nog in de kinderschoenen. “Binnen het programma Mobiliteitshubs zijn we nu met 45 gemeenten het wiel aan het uitvinden,” vertelt Anna Bootsma, expert digitale hubs en één van de kartrekkers van het programma. Er worden best practices en resultaten uitgewisseld over het opzetten van hubs en daarbij komen ook de struikelblokken aan bod. Vaak blijkt het complex om een mobiliteitshub van de grond te krijgen, zo leert de praktijk.

Parkeertarieven herzien

Bootsma: “Gemeenten moeten hun parkeertarieven herzien om het gebruik van een mobiliteitshub effectief te sturen. Door parkeren in de hub niet duurder te maken dan op straat of in centrumgarages, en door betaald parkeren in omliggende wijken in te voeren, wordt deelmobiliteit en overstappen financieel aantrekkelijk. Dit voorkomt dat de hub leeg blijft en vermindert parkeeroverlast. Vaak echter hebben gemeenten hun parkeerbeleid niet op orde, vanwege de politieke discussie die dat oplevert. Het is een heel gevoelig onderwerp. Parkeerbeleid raakt mensen in de kern van hun bestaan. Het recht om een auto voor de deur te hebben staan is iets heel persoonlijks.”

Een goede hub is niet klaar als het gebouw er staat
Anna Bootsma, AT Osborne

Ook de financiering blijkt vaak een ingewikkelde kwestie. Een mobiliteitshub bespaard veel ruimte in een ontwikkeling, en daarmee kosten. Tegelijkertijd is de voorziening zelf een behoorlijke investering. Dit uit zich vooral in de onrendabele top in de exploitatie. “Alleen al de financiering van het parkeren en andere mobiliteitsvoorzieningen is al complex. En dan komen extra voorzieningen en faciliteiten al snel onder druk te staan. Zeker als die normaal gesproken gefinancierd worden vanuit een ander domein binnen een gemeente”, aldus Bootsma.

Grip verliezen

Een ander lastig vraagstuk dat altijd op tafel komt is het eigendom en beheer van de mobiliteitshub. “Een goede hub is niet klaar als het gebouw er staat. Juist in de fase erna is eigenaarschap nodig, en zal de hub zich telkens moeten aanpassen aan een veranderende omgeving en mobiliteitsvoorkeuren.” Het kan een overweging zijn om dit eigenaarschap bij een private partij te beleggen. “Als gemeenten die keuze maken, moeten zij zich wel realiseren dat zij het risico lopen de grip te verliezen, tenzij dit contractueel en juridisch hard wordt dichtgetimmerd.”


Dit artikel, dat eerder werd gepubliceerd op Stedelijke Transformatie, is gebaseerd op onderdelen uit het programma van het negende Jaarcongres Stedelijke Transformatie, dat plaatsvond in de LocHal in de getransformeerde spoorzone in Tilburg en in het teken stond van grenzeloos samenwerken. Hoe doe je dat? En wat is daarvoor nodig? Op 14 april 2026 ging een diverse groep van ruim 400 professionals over dat thema met elkaar in gesprek.


Cover: ‘Parkeergarage Leidsche Rijn Centrum’ door PixelBiss (bron: shutterstock)



Meest recent

Parkeergarage Leidsche Rijn Centrum door PixelBiss (bron: shutterstock)

Minder auto’s in de wijk, meer ruimte voor woningbouw

Door deelmobiliteit en openbaar vervoer te bundelen met hubs, is er minder behoefte aan privé-autobezit en parkeerterreinen. Dit bespaart ruimte in en rond woonwijken, waardoor ontwikkelaars meer woningen kunnen bouwen op dezelfde oppervlakte.

Analyse

17 september 2026

Luchtfoto van een woningbouwproject in aanbouw in een Nederlandse voorstad door Thomas Roell (bron: Shutterstock)

De eerste ervaringen op doorbraaklocaties: iedereen moet een beetje pijn lijden

In december 2024 werd de “doorbraakaanpak” vastgesteld, om in een aantal kansrijke locaties de voorfase van een gebiedsontwikkeling veel sneller te laten plaatsvinden. Eric Martens is de coördinator, wat zijn de opgedane ervaringen en inzichten?

Uitgelicht
Persoonlijk

16 september 2026

Europese muisvleermuis door Michael von Aichberger (bron: Shutterstock)

Behandel ecologie niet als sluitpost van gebiedsontwikkeling

Ecologisch onderzoek wordt bij gebiedsontwikkeling nog te vaak uitgevoerd wanneer plannen al grotendeels vaststaan. Dat vergroot het risico op vertraging, kostbare aanpassingen en gemiste kansen voor biodiversiteit, zo betoogt Peter Mulder.

Analyse

16 september 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op