platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Topambtenaar over nieuwe rol Rijk: “Geen plan opleggen, wel richting aangeven”

Topambtenaar over nieuwe rol Rijk: “Geen plan opleggen, wel richting aangeven”

Roy borghouts - Jaarcongres 2

21 nov 2019 - Niet aanwijzen, niet onderhandelen, maar samenwerken. Dat is volgens Erik Jan van Kempen de nieuwe opstelling van het Rijk bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. Als inleider van het SKG Jaarcongres, begin november in Den Haag, gaf de programma-Directeur-generaal Omgevingswet en Wonen inzicht in de speelruimte die het Rijk daarbij heeft.

De dit jaar gepresenteerde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) onderscheidt een aantal inrichtingsprincipes, zoals meervoudig ruimtegebruik, verstedelijking en bescherming van de culturele identiteit van gebieden. Staan die principes niet onder druk, nu de stikstofcrisis en het woningbouwtekort ingrepen op korte termijn vereisen?, vraagt hoogleraar gebiedsontwikkeling en dagvoorzitter Co Verdaas zich af. Zo ver is het nog niet, meent Van Kempen, maar natuurlijk signaleert ook hij dat functies om voorrang strijden. Zijn visserij en intensieve landbouw bijvoorbeeld wel of niet onderdeel van onze culturele identiteit? Verdraagt woningbouw zich met de bescherming van de natuur? En moeten we nog meer windmolens neerzetten? Nederland heeft volgens Van Kempen een traditie van polderen (letterlijk en figuurlijk) om individuele belangen te combineren met het algemene belang. Maar recente protesten van boeren en bouwers doorkruisen dit harmoniemodel, tot spijt van de topambtenaar.

Als één overheid opereren

“We zullen de puzzel met elkaar moeten leggen”, betoogt Van Kempen. De tijd dat het Rijk van bovenaf met nota’s de ruimtelijke inrichting bepaalt, is volgens hem voorbij. “De NOVI is geen rijksinrichtingsplan, maar beleidsproza dat hopelijk richting geeft op hoofdlijnen. Wij gaan geen nieuwe stad neerzetten of boerenbedrijven verplaatsen, maar nemen wel de regierol op ons. Met gemeenten en provincies stellen we een samenwerkingsagenda op. Vroeger stonden we als overheden vaak tegenover elkaar. Dat leidde vaak tot lelijke onderhandelingen over geld. Dat willen we nu niet meer. Het is belangrijk dat we samen optrekken en als één overheid opereren.” 

Dat neemt volgens Van Kempen niet weg dat het Rijk wel zijn bestuurlijke opvattingen inbrengt. “Zo hebben we indringende gesprekken gevoerd met de regio Utrecht over het grote woningbouwtekort daar. Met woondeals in een aantal regio’s maken we afspraken over ongeveer de helft van de productie van nieuwe woningen. Daarbij helpt de investeringsimpuls van één miljard euro, die we vanaf volgend jaar in vier tranches bestemmen voor regionale plannen. Het is voor het eerst sinds lange tijd dat we weer een rijksbudget hebben voor gebiedsontwikkeling.”

Maximaal tien experimenteergebieden

Hans de Jonge, grondlegger van de leerstoel Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, vraagt hoe Van Kempen de marktpartijen denkt mee te krijgen in de uitvoering van de NOVI. Van Kempen: “Met de aanwijzing van NOVI-gebieden willen we aanhaken bij de energie die er is bij overheden én marktpartijen voor bijvoorbeeld haventransities en andere grote gebiedsontwikkelingen. Daarbij gaan we niet over één nacht ijs. We willen niet te snel kiezen, maar echt meebewegen. Daarbij moet het gaan om de aanpak van grote vraagstukken. Ik denk aan maximaal tien experimenteergebieden.”

Volgend jaar komt de minister met een Uitvoeringsagenda voor de NOVI, waarin de regionale plannen en budgetten zijn opgenomen. Zijn de departementen niet te verkokerd om tot integrale plannen te komen? Of is het misschien een voordeel dat minister van Veldhoven van Infrastructuur en Milieu tijdelijk ook de portefeuille Wonen van haar zieke collega Ollongren beheert? Van Kempen: “Voor de ambtenaren van beide departementen maakt het niet uit dat Van Veldhoven nu minister is. Ze werken al collegiaal samen.” Hij vindt het juist een voordeel om de onderwerpen over twee ministeries te spreiden, want daardoor loop je minder risico dat ruimtelijke ordening ondersneeuwt in het traditioneel dominantere ministerie dat over de infrastructuur gaat. “Voor de NOVI is dat alleen maar goed.”

SKG-voorzitter Heleen Aarts: kennis en communicatie cruciaal

Meer waarde door samenwerking. Dat was het motto van het SKG Jaarcongres, in het museum voor Communicatie in Den Haag. “Communicatie is ook in ons vak een leidend thema”, zegt voorzitter Heleen Aarts in haar welkomstwoord. “Als we Nederland bereikbaar, concurrerend en leefbaar willen houden, is samenwerking onontbeerlijk. Samenwerking tussen overheden onderling, en samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke actoren.”

De SKG brengt die partijen samen en het aantal deelnemers groeit gestaag. Aarts: “De SKG en de praktijkleerstoel gebiedsontwikkeling stellen zich ten doel betrouwbare, praktijkgerichte kennis te ontwikkelen. Ons netwerk levert zo een waardevolle bijdrage aan een praktijk en leefomgeving waar we trots op kunnen zijn. Kennis is een cruciaal onderdeel van ons vak.”

Oog van de storm

Hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas benadrukt hoe urgent die kennisontwikkeling is. “Vijftien jaar geleden dachten beleidsmakers en beslissers dat ons land af was. We leven immers in een planologisch paradijs. Maar de paradox is dat we ons steeds voor nieuwe opgaven gesteld zien die hun ruimtelijke weerslag hebben. Denk aan het klimaat, de energietransitie en circulariteit. Urgente thema’s die begin deze eeuw niet op onze ruimtelijke agenda stonden. Toen zaten we in het oog van de storm. Nu krijgen we de storm over ons heen.”

heleen aarts rb jaarcongres

Heleen Aarts 

Energietransitie: niet per wijk, maar per object

Door Inge Janse

Nutsbedrijven spelen tegenwoordig een grote rol bij gebiedsontwikkeling. In het geval van Albert de Koning, directeur E+ Activation bij Essent, gaat dat over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. 

De Konings afdeling helpt klanten in de “wirwar van mogelijkheden” om de juiste maatregelen te treffen om hun huizen te verduurzamen. En met succes, weet hij: “Weinig mensen weten het, maar wij zijn marktleider in het isoleren van woningen en leggen van zonnepanelen.”

In de ervaring van Essent is het vinden van een gezamenlijke snelheid cruciaal om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De Konings advies: stel de wensen van de bewoners centraal, want dan moeten alle betrokken partijen wel dezelfde taal spreken. “Verduurzamen concurreert voor particulieren met een vakantie of het repareren van een kapotte cv”, stelt hij. “Verwacht daarom geen grote omslag in korte tijd, maar werk met overzichtelijke stappen.” Essent start daarom vaak met isolatie, omdat dit meestal direct een lagere energierekening oplevert. “Pas daarna beginnen we over een hybride warmtepomp.”

Omdat elke gemeente aan de slag moet met verduurzaming, helpt Essent ook met het maken van energiescans. “Dat doen we per huis of bedrijfspand. Zo maken we een advies per object en de bijbehorende stappen. Die geven we aan gemeenten, zodat zij deze kunnen delen met hun inwoners. Daarna kunnen wij instappen voor de uitvoering.”

Dat klinkt makkelijk, vraagt dagvoorzitter Co Verdaas zich af, maar is het voldoende om 200.000 huizen per jaar te verduurzamen? De Koning denkt van wel, mits alle partijen samen optrekken en slim te werk gaan. Hij pleit er bijvoorbeeld niet voor om de opgave per wijk uit te voeren, maar per type object. “Ga bijvoorbeeld bij alle huizen van voor 1960 langs met een isoleerbus.”

energie plenair rb jaarcongres

Albert de Lange  

Fotografie: Roy Borghouts 

Auteur

simon kooistra pp
Simon Kooistra

Hoofdredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen