platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Verbeeldingskracht: geen garantie, maar wel een richting voor de toekomst

Verbeeldingskracht: geen garantie, maar wel een richting voor de toekomst

ontwerpend onderzoek header zomerkrant '20

14 jul 2020 - Gebiedsontwikkelaars hebben een haat-liefdeverhouding met ‘toekomstdenken’ en ‘verbeeldingskracht’. Enerzijds vinden zij deze ontwerpkunde cruciaal voor complexe opgaven, anderzijds hebben zij een broertje dood aan inspirerende beelden en meeslepende vergezichten. De leerstoel Gebiedsontwikkeling onderzoekt daarom hoe je via ontwerpen tot een realiseerbaar plan komt via voorbeelden uit Den Haag (De Binckhorst) en Almere (Schaalsprong).

Ontwerpkunde kent twee typen: ontwerpend onderzoek (ontwerpstudie) en onderzoekend ontwerpen (concept- of planontwikkeling). De eerste vindt plaats in of voor de initiatieffase van gebiedsontwikkeling, soms nog voordat er sprake is van een duidelijke afbakening van het gebied of de opgave. We noemen dit ‘ontwerpen voor gebiedsontwikkeling’. Deze studies hebben meestal publieke opdrachtgevers en zijn gericht op meer inzicht: om welk gebied gaat het, wat zijn de kansen of problemen, en welke oplossingen zijn denkbaar? Ontwerpers verkennen hierbij zeer uiteenlopende ontwikkelrichtingen of -scenario’s.

Bij concept- en planontwikkeling werkt de ontwerper toe naar een realiseerbaar plan. Dit zijn de beter bekende fases van gebiedsontwikkeling, met publieke of private opdrachtgevers, financiële doorrekening en toetsing aan beleidsmatige en juridische kaders (rekenen en tekenen). Ook organisatie- en contractvorming komen in beeld. We noemen dit ‘ontwerpen in gebiedsontwikkeling’. Maar hoewel ontwerpen in gebiedsontwikkeling op het eerste gezicht in het verlengde ligt van ontwerpen voor gebiedsontwikkeling (en dus lijkt voort te borduren op de uitkomsten ervan), is de praktijk weerbarstiger.

Soort gymnastiek

Vaak maken ontwerpbureaus na allerlei omgevingsanalyses uiteenlopende ruimtelijke scenario’s, zoals bij Office for Metropolitan Architecture (OMA). In 2006 ontwikkelde het voor De Binckhorst scenario’s om het ambitieniveau van de gebiedsontwikkeling te bepalen. Het ontwerpteam werd expliciet gevraagd om een werkelijkheid te tonen die niemand zich nog kon voorstellen. “Ontwerp is als een methode om met veel meer vrijheid en verbeeldingskracht naar een gebied te kijken, waarbij de scenario’s vooral bedoeld waren om even de geest vrij te maken, een soort gymnastiek”, blikt Floris Alkemade terug, destijds projectleider bij OMA. “Het toont vrijheden, maar de scenario’s zijn daarbij niet bedoeld als plannen die steeds verder ingekleurd worden.”

In de ontwerpstudie voor De Binckhorst was nog geen leidend programma. De scenario’s werden met referenties en schaalmodellen onderzocht om de ruimtelijke mogelijkheden van het gebied te ontdekken. Conclusie: het gebied was te groot en divers om met één ontwerpbenadering en dichtheid uit te werken. Om recht te doen aan de potentie en historie, werd het in deelgebieden opgeknipt, met faseringen en specifieke programmeringen.

Toekomstige structuur

In Almere was de doorontwikkeling van de ‘Meerkernenstad’ de opgave. Hierbij moest de bestaande stad zoveel mogelijk ongemoeid blijven. De ontwerpopdracht aan bureau MVRDV werd sterk gedreven door een programmatische eis: de bouw van 60 duizend woningen. Adri Duivesteijn, van 2006 tot 2013 wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen in Almere, zag het als beleidsmatige daad om van deze kwantitatieve opgave ook een kwalitatieve opgave te maken. Hij creëerde een klimaat waarbij ontwerpers nodig waren om te zorgen dat er vanuit verbeelding en een gemeenschappelijk toekomstbeeld werd gedacht, en niet louter vanuit belangen.

Het doel: een afsprakenkader over de Schaalsprong Almere tussen Almere, de betrokken provincies en het Rijk. “Ik wilde een creatief proces met wel de verbeelding van een structuurvisie, maar niet de daarmee gepaard gaande formele procedure met alle juridische complicaties”, benadrukt Duivesteijn. Het ontwerp hielp te komen tot structurele afspraken over financiën, infrastructuur en voorzieningen, waarna verdere planuitwerkingen zou volgen. In de Concept Structuurvisie Almere 2.0 zijn (in samenwerking met MVRDV) plannen uitgewerkt, om te onderzoeken wat de ruimtelijke mogelijkheden zijn. Duivesteijn: “Het zijn streefbeelden, schetsen van de toekomstige structuur, met daarin gemeenschappelijke uitgangspunten die leidden tot overeenstemming tussen Almere, het Rijk en de betrokken provincies.”

Geen garanties, wel richting

In beide cases zijn uitgangpunten opgesteld: de Almere Principles en de Kernwaarden Binckhorst. Deze uitgangspunten leveren nog geen directe ruimtelijke implicaties, maar worden door het ruimtelijk ontwerpproces concreet gemaakt. Zij vormen de kaders waarbinnen opdrachtgevers en ontwerpers opereren.

Ontwerpers helpen zo abstracte begrippen ruimtelijk te vertalen binnen gebiedsontwikkelingen, waardoor voorstelbaar wordt wat de consequenties van uitgangspunten zijn. Dat leidt niet altijd direct tot realiseerbare plannen, maar helpt om - nu of in de toekomst - gezamenlijk keuzes te maken. Zo kunnen ook ideeën van een tijdje terug - zoals de Schaalsprong Almere nu - onder druk van woningnood en de belofte van rijksinvesteringen weer actueel worden. Ontwerpstudies uit het verleden bieden voor gebiedsontwikkelingen dus geen garanties, maar wel zeker richting voor de toekomst.

Cover: Mei-Li Nieuwland Illustration

Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Hedwig van der Linden (H.vanderLinden@tudelft.nl)

Auteurs

Hedwig
Hedwig van der Linden

Onderzoeker Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft - H.vanderLinden@tudelft.nl

Bekijk alle artikelen
tom daamen2
Tom Daamen

Directeur SKG, Associate Professor Urban Development Management TU Delft

Bekijk alle artikelen