platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Voor het COA laat de toekomst zich moeilijk plannen

Voor het COA laat de toekomst zich moeilijk plannen

1

De uitdagingen in het vluchtelingenhuisvestingsvraagstuk: flexibiliteit, draagvlak en een glazen bol

20 jul 2016 - Na de grote druk vanwege een piek in de vluchtelingeninstroom, toenemende maatschappelijke commotie die hierover ontstond en de vele spoedberaden en taakstellingen op diverse (bestuurlijke) niveaus, lijkt momenteel wat meer rust rondom het vluchtelingenhuisvestingsvraagstuk te ontstaan. Dit wil echter allerminst zeggen dat getroffen maatregelen en geboden oplossingen voor de toekomst afdoende zijn. Iris Vliegenberg, vastgoedregisseur bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), nam de Young Professionals-redactie van Gebiedsontwikkeling.nu 21 juni jl. mee in de ontwikkelingen en uitdagingen op het gebied van huisvesting en vastgoed.

Om met de deur in huis te vallen: hoewel de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije haar vruchten lijkt af te werpen – het aantal asielzoekers dat zich meldt, daalt momenteel – zijn maar liefst 30.000 opvangplekken nodig. En idealiter worden deze nog in 2016 gevonden.
Dat dit op zijn zachtst gezegd een uitdaging is, wordt duidelijk wanneer dit aantal wordt afgezet tegen de huidige bezetting (ruim 40.000) en de moeite die het gekost heeft dit aantal te realiseren. Hier komt nog eens bij dat het ‘laaghangend fruit’ inmiddels wel geplukt is: de meest voor de hand liggende locaties – zoals het Rijksvastgoed – zijn voor zover mogelijk al benut.
Bovendien geldt bij het realiseren van opvanglocaties hierbij ook voor het COA de planningsrealiteit van alledag: óók voor asielzoekerscentra (AZC’s) moeten de reguliere procedures doorlopen worden en gelden aanbestedingsregels. Dit principe van goede ruimtelijke ordening en consistent beleid is moeilijk te verenigen met de gewenste snelheid en flexibiliteit. Terwijl die laatste volgens Vliegenberg zo belangrijk zijn, omdat de behoefte aan opvangplekken moeilijk te voorspellen is. Het COA kijkt twee jaar vooruit; maar wie had in 2013 (het jaar met de laagste bezetting sinds het COA is ontstaan, in 1994) kunnen voorspellen dat twee jaar later de bezetting gestegen zou zijn met 43.700 opvangplekken (zie onderstaande afbeelding)? Het kunnen voorspellen van de instroom zou het COA dan ook enorm helpen om op tijd te kunnen anticiperen.

Aantal opvangplekken door de tijd heen

Aantal opvangplekken door de tijd heen. Bron: COA

Draagvlak en de realiteit
De opvangcapaciteit voor vluchtelingen hangt vanzelfsprekend mede af van de politieke werkelijkheid – wat veelal een andere is dan de alledaagse. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met het verschil tussen de conclusies die op politiek niveau getrokken worden uit de grote lijnen, terwijl de praktijk waarin het COA werkt weerbarstiger is. En ook hangt dit samen met het bestuurlijk én het maatschappelijk draagvlak voor dit thema. Hoe bepalend dit (ontbreken van) draagvlak kan zijn, is afgelopen periode helaas een aantal keren pijnlijk duidelijk geworden.
De invloed van sociale media op beeldvorming en draagvlak is hierbij niet te onderschatten. En hoewel veel berichtgeving over dit thema feitelijk niet klopt, is het volgens Vliegenberg voor het COA onbegonnen werk tegen deze stroom in te gaan. Er ligt op dit vlak dus zeker een uitdaging; want hoe mooi zou het zijn als het COA met behulp van (positieve berichtgeving op) sociale media het draagvlak voor opvangplekken kan vergroten?
Dit was een discussiepunt dat één van de young professionals inbracht. Specifieker: hoe kan positieve beeldvorming bereikt worden? Vliegenberg refereerde in deze context aan de foto van het overleden Syrische jongetje Alan, liggend in de branding van het strand van Bodrum. Deze tragische foto ging de wereld over, en heeft veel impact gehad op het maatschappelijk debat.
Het is natuurlijk ontzettend cru dat er – blijkbaar – een dergelijke gebeurtenis, of sterker nog: een zichtbaar bewijs van zo’n gebeurtenis, voor nodig is om de mening van de massa (in ieder geval tijdelijk) te nuanceren.

Het voorbeeld Ameland
Op een informele brainstormavond februari jl. georganiseerd door Oedsen Boersma en Coen-Martijn Hofland (beiden SITE Urban Development), werd gewezen op het feit dat het maatschappelijk draagvlak op lokaal niveau binnen afzienbare tijd gemakkelijk volledig kan omslaan. De vluchtelingenhuisvesting eind jaren ’90 op Ameland werd aangehaald om dit te illustreren. Een aanzienlijk deel van de lokale gemeenschap was aanvankelijk gekant tegen de komst van asielzoekers op dit Waddeneiland; maar enkele jaren later waren veel van die asielzoekers opgenomen in de lokale gemeenschap en werd juist geprotesteerd tegen het voornemen de opvang op te heffen. Conclusies wat betreft de rol van de media nu en de impact daarvan op het maatschappelijke debat waren dat de snelheid van de (sociale) media nu niet gunstig uitpakt voor het draagvlak voor de vestiging van vluchtelingen. Waarmee nu bovendien etnisch en cultureel minder overeenkomsten gevoeld worden. In algemene zin is het natuurlijk op zijn zachtst gezegd jammer voor de beeldvorming dat nieuwswaarde doorgaans pas ontstaat als iets niet goed gaat. De succesverhalen blijven voor de massa zo onderbelicht.

Oplossingen?
Begin juli hebben Rijksbouwmeester en het COA de winnaars bekend gemaakt van de prijsvraag die zij hadden uitgeschreven voor creatieve, innovatieve, en flexibele oplossingen voor het vluchtelingenhuisvestingsvraagstuk. Deze innovaties kunnen – hopelijk – over enige tijd van betekenis zijn in oplossing van (onder andere) de huisvestingsproblematiek.
Op korte termijn lijkt het vooral van belang dat huisvesting voor statushouders, dus voor vluchtelingen met een (al dan niet tijdelijke) verblijfsvergunning, een impuls krijgt. Vliegenberg stipte namelijk aan dat hier momenteel een grote bottleneck zit: in asielzoekerscentra wachten zo’n 16.000 mensen met verblijfsstatus op (reguliere) huisvesting. En waar gemeenten geen verplichting hebben mee te werken aan opvang van vluchtelingen (in AZC’s), hebben ze die wél voor het zorgen voor huisvesting voor statushouders. Hoe en op welke termijn deze taak door de gemeenten daadwerkelijk opgepakt wordt, is dus uiterst belangrijk – niet alleen op het niveau van het vluchtelingenhuisvestingsvraagstuk, maar natuurlijk zeker ook op individueel niveau. Het hebben van enige mate van zelfbeschikking en privacy zijn immers twee van de meest basale menselijke behoeften.

De waarde van een vierkante meter

Ook tijdens de informele brainstormavond georganiseerd door Hofland en Boersma spraken de aanwezige ontwerpers, journalisten en ontwikkelaars over de ethische kant van de vluchtelingenhuisvesting. Vanuit de constatering dat niemand langer dan absoluut noodzakelijk wil doorbrengen in een slaapzaal met bedden van elkaar gescheiden door niet meer dan schotten, kwam het gesprek op de fundamentele vraag wat het voor een individu zou betekenen één vierkante meter eigendom te bezitten. Niet vanwege de fysieke ruimte, maar vanwege de mogelijkheden die dan in beeld komen om ‘mee te doen’ in de (formele) maatschappij. Ondernemerschap zit immers diep verankerd in onze genen; een mens heeft niet veel nodig om ergens iets van te kunnen maken en (deels) zelfredzaam te worden. Kijk naar sloppenwijken, of naar het tentenkamp van Calais. Hiervoor is het echter nodig dat asielzoekers minimaal enige (ondernemings-)vrijheid hebben – onder het motto ‘als je hier komt, moet je er zelf iets van maken; maar je kúnt er ook iets van maken’. Met als ultieme referentie de 19e eeuwse migranten (Europese ‘gelukzoekers’) die in New York voet aan wal zetten.

Het COA streeft uiteindelijk naar een mix in haar vastgoedportefeuille. Die bestaat idealiter uit een kernvoorraad van 14.000 plaatsen voor een termijn van minimaal 15 jaar, een flexibele voorraad van 8.200 plaatsen voor de middellange termijn (10 tot 15 jaar, maar met breakoptie), een flexibele voorraad voor 5 jaar (met mogelijke verlenging) voor nog eens 12.000 plaatsen, en daarnaast een buffer voor 1.500 plaatsen. Dit vastgoed kan, al naar gelang de afspraken en flexibiliteit, allerlei vormen aannemen – van kazerne tot kantoor en van stacaravan tot leegstaande gevangenis.

2

Portefeuille COA: voorbeelden van alle typen vastgoed. Bron: COA

Naar aanleiding van vragen hierover van de young professionals schetste Vliegenberg wat zoal haalbare businesscases zijn. Conclusie: er is veel mogelijk en met verschillende soorten partijen (beleggers, ontwikkelaars, corporaties) heeft het COA al zaken kunnen doen. Deels komt dit door handig gebruik van transformatiemogelijkheden in de bouw (zoals het gebruiken van plug-and-play natte cellen) of juist van standaardproducten (zoals kant-en-klare woonunits). En deels omdat een relatief korte bezettingstijd voor het COA (1,5 jaar) al tot een sluitende case kan leiden – waarmee tijdelijke constructies in beeld komen, bijvoorbeeld om de proceduretijd voor een bestemmingsplanwijziging in een herbestemming te overbruggen. Essentieel is dat beide partijen (bereid zijn tot een gesprek over) slim omgaan met financiering én dat belangen gestapeld worden. Via dit artikel is meer te lezen over succesfactoren en knelpunten in huisvesting voor statushouders in bestaande gebouwen.

In het komen tot haalbare en wenselijke oplossingen voor de huisvesting van vluchtelingen is het, concluderend, zaak dat de verantwoordelijkheid die – hopelijk! – gevoeld wordt voor het bieden van veiligheid en geborgenheid, omgezet wordt naar daden. Hiervoor zullen alle partijen moeten (kunnen) meebuigen.

De Young Professionals-redactie van Gebiedsontwikkeling.nu kwam, onder aanvoering van Daniëlle Niederer en Helma Born, 21 juni jl. bij elkaar bij Procap in Utrecht. Gastspreker was Iris Vliegenberg, vastgoedregisseur COA.

Auteur

Portret - Marleen van Dongen
Marleen van Dongen

Trainee Gebiedsontwikkeling bij Bouwfonds Property Development

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte