platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

Wat de (toekomstige) vastgoedprofessional succesvol maakt en hoe ze opgeleid moeten worden

Wat de (toekomstige) vastgoedprofessional succesvol maakt en hoe ze opgeleid moeten worden

2015.12.03_Wat de (toekomstige) vastgoedprofessional succesvol maakt en hoe ze opgeleid moeten worden

ERES education Seminar 2015, georganiseerd door ‘European Real Estate Society’ en TU Delft.

3 dec 2015 - Nieuwsgierig, moedig, met passie, kritisch, onafhankelijk, boordevol doorzettingsvermogen. Zomaar een greep uit de competentiedoos die tijdens het Europees onderwijs seminar is gevuld door vooraanstaande vastgoedprofessionals. Onderdeel van het seminar was een paneldiscussie over de relatie tussen onderwijs en praktijk in vastgoed. Vier stevige stellingen werkten als een leidraad voor wat achteraf een zeer inhoudelijk debat bleek te zijn. Onder voorzitterschap van prof. Hans de Jonge ging het stiekem vooral over de benodigde competenties van vastgoedprofessionals en net afgestudeerden. Het werd er alleen maar leerzamer op.

De vijf panelleden, met als debatleider prof. Hans de Jonge:

Joris Winters, divisie leider Financiële Instituties en Commerciële Ontwikkelaars bij ARCADIS

Yvonne van der Brugge, directeur Portfolio Strategie & Management bij Rijksvastgoedbedrijf

Patrick de Gendt, hoofd Corporate Real Estate Management bij ING

Wim Wensing, directeur Investment Management bij Amvest

Cees van der Spek, directeur Marketing bij OVG Real Estate

Stelling 1: Universiteiten zijn niet bedoeld om professionals te leveren voor de praktijk

Cees van der Spek zegt dat OVG op zoek is naar praktische, ondernemende mensen, maar met weinig werkervaring. Dan zijn ze nog ‘open-minded’. Yvonne benadrukt de manier van denken. Afgestudeerden hebben een bepaalde manier van denken geleerd: denk groter, denk vooruit, denk vernieuwend, wees inderdaad ‘open-minded’. Patrick gaat nog wat verder. “We weten niet hoe de praktijk er uit zal zien. De student moet voorbereid worden op een levenslange opleiding. Ze moeten de praktijk zelf gaan vormen. Geen beroepsopleiding, geen ‘field-brain’, maar een ‘trained-brain’. Hoog niveau abstract denken. Overzicht houden in steeds toenemende hoeveelheden informatie: ‘See and connect the dots’. Maar ook: om kunnen gaan met harde deadlines. Delivery is holy.” Joris Winters voegt toe: WO studenten moeten problemen kunnen identificeren, ‘waaroms’ vragen, de huidige manier van werken uitdagen. Yvonne van der Brugge: doorzettingsvermogen, vast kunnen bijten in een project.
Voorzitter Hans de Jonge schrijft en schrijft, het tempo is moordend. Hij stelt de vraag “als docent, wat zou je doen?“ Patrick maakt zich zorgen over dat deadlines op universiteiten vervagen. Aanscherpen die handel. Yvonne zou extra curriculum activiteiten en teamwerk stimuleren. Joris zou de praktijk meer betrekken. Een student uit het publiek vraagt hierop of een WO-opleiding nog genoeg is. Gezamenlijk antwoord: nee. Ga op stage, kijk verder dan de opleiding, krijg een gevoel van het werkveld. Hans de Jonge concludeert: “ik hoor alleen maar vaardigheden. En de vakkennis dan?” Dat is gewoon de basis, wuift het panel gezamenlijk weg.

Stelling 2: maatschappelijke problemen worden gecreëerd door specialisten en worden opgelost door generalisten

Onderwerp van discussie is hier de ‘generalist versus specialist’ geworden. Wederom een opeenstapeling van toevoegingen. Patrick: “ik wil beide, de één is niet beter dan de andere”. Cees: “inderdaad, volg de passie van het individu”. Joris: “beide nodig, maar ze moeten wel met elkaar kunnen communiceren”. Amerikaanse vastgoed wetenschapper en professional Steven Roulac voegt vanuit het publiek toe dat generalisten vaak niet weten wanneer ze de specialist zouden moeten gebruiken. Patrick beaamt: de generalist moet in staat zijn de specialist uit te dagen. De ideale combinatie is een generalist met een specialisme.

Stelling 3: ‘Design thinking’ voegt meer waarde toe aan de snel veranderende vastgoed praktijk dan analytische financiële vaardigheden.

Nadat de definitie ‘design thinking’ (heel kort: komen met vernieuwende oplossingen) was uitgelegd, werd het een bijzondere discussie. Yvonne merkt op: de vastgoed praktijk zou snel moeten veranderen, maar dat gebeurt helemaal niet. Juist daarom is design-thinking nodig. Joris: vastgoed mist de disruptive bedrijven. De facebooks en googles. Toch ziet hij toekomstige disruptive partijen in het vastgoed: zij die de toegevoegde waarde van de big data van de gebruikers weten te zien en kunnen gebruiken. Patrick en Wim gaan nog verder: zij vinden analytische vaardigheden meer een toevoeging aan het benodigde design thinking. Begin met design, niet analytics. Kortom: gezien de trend naar vraag gestuurde ontwikkeling dient design-thinking als basis, maar zijn analytische vaardigheden nodig om de big data van de gebruikers in te kunnen zetten. Voorzitter Hans de Jong voelt inmiddels de tijdsdruk, stelling vier wordt overgeslagen. Snel door naar conclusies.

Concluderend, wat maakt de (toekomstige) vastgoedprofessional succesvol?

GO extra curriculum, GO life-long learning.

Hans de Jonge ging alle panelleden langs. Wat heeft hen op deze belangrijke posities gebracht? Wederom vele overeenkomsten, vele aanvullingen. Jezelf durven uitdagen en verantwoordelijkheid nemen; analytische vaardigheden naast generalisme; blijf zelfstandig/kritisch/onafhankelijk, koester je mening; investeer in je sterkte punten, organiseer je zwakke punten; werk aan je zachte vaardigheden, leiderschap is te trainen; wees open voor verandering; kies het juiste moment voor nieuwe ideeën. Maar ook: een snuifje (afgedwongen?) geluk.
Ten slotte de afsluiting van voorzitter Hans de Jonge. Tijdens stelling één werd duidelijk dat overkoepelend aan basiskennis en de juiste nature-nurture, de grote vraag van de praktijk is of de student een analytische, onafhankelijke en kritische manier van denken heeft aangeleerd en dat ze dat open-minded en flexibel houdt voor in de toekomst. De discussie over stelling twee liet ons weten dat problemen gecreëerd worden als generalisten en specialisten onvoldoende communiceren, de generalist geen verstand heeft van het werk van de specialist, waardoor de specialist niet wordt ingezet op de momenten dat dat zou moeten. Andersom werkt dat ook: de specialist moet weten wanneer de generalist er bij te halen, verder kijken dan het eigen segment. Stelling drie gaf het inzicht op zoek te moeten naar een juiste balans van design en analytical thinking. Je zou kunnen zeggen: dit allemaal staat al in de boeken, maar je leert er bijna niets van op de universiteit.

Zie ook:

Auteur

Menno Schokker
Menno Schokker

Duurzaamheidsadviseur bij Merosch

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte