platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Verslag

4 adviezen om steden bereikbaar te houden

4 adviezen om steden bereikbaar te houden

plenair1

sLIM Masterclass ‘Bereikbare verdichting’ - plenaire gedeelte

28 feb 2019 - Hoe combineer je verstedelijking met mobiliteit? Wat zijn de barrières? En wie moet wat doen? Die vragen stonden centraal tijdens de sLIM Masterclass ‘Bereikbare verdichting’ van Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling van de TU Delft, die plaatsvond op 13 februari in het stadskantoor van de gemeente Delft. De sprekers gaven 4 adviezen aan de ruim 60 aanwezigen voor een groeiende stad waarin mobiliteit een belangrijke plek inneemt.

1: Combineer ruimtelijke ordening en mobiliteit
Martina Huijsmans vertelt hoe zij in Delft als wethouder ‘ruimtelijke ordening’ en ‘mobiliteit’ combineert. “Dit waren altijd twee aparte domeinen. Maar voor de kwaliteit van de leefomgeving is het belangrijk om naar verkeersstromen te kijken. We scheiden die functies dus niet, maar mengen ze, inclusief de sociale opgave, duurzaamheid en de energietransitie.” Zo zijn er mobiliteitshubs in aanbouw voor gedeelde auto’s en (bak)fietsen. “Daar geven we ruimte aan, zodat we ook ruimte kunnen teruggeven aan de stad.”

2: Een stationsgebied ontwikkel je niet zomaar
Sanne Broeksma geeft daar als gebiedsmanager voor het stationsgebied van Delft Zuid invulling aan. Dat mag ook wel, want het onbekende station (5000 gebruikers per dag, tegenover 35.000 voor Station Delft) staat in de leegte en is onderdeel van de transformatie van de Schieoevers. Het is daarom de bedoeling dat hier flink verdicht wordt (met - naast bedrijven - duizenden woningen, zodat er heel de dag levendigheid is), het traject van 2 naar 4 sporen gaat, het station zelf energieneutraal wordt, en het gebied bijdraagt aan de betere verbinding tussen oost- en west-Delft. Bovendien moet Delft-Zuid (dat einde 2019 omgedoopt wordt naar ‘Delft Campus’) een logistieke hub worden, waar je eenvoudig wisselt tussen trein, (deel)auto, fiets, voet, etc.

Broeksma en haar team hebben daarbij 4 uitdagingen:

  1. Wat je over 5 jaar gerealiseerd wilt hebben, kan niet altijd makkelijk nu al opgestart worden (bijvoorbeeld doordat de gemeente eisen stelt aan de hoeveelheid parkeerplaatsen, terwijl je juist wil voorsorteren op lagere parkeernormen)
  2. De verschillende projecten op en rondom het station hebben verschillende tijdspaden en faseringen, dus die moeten continu op elkaar worden afgestemd
  3. Er zijn nieuwe vormen van samenwerking en financiering nodig, dus alle partijen (ontwikkelaars, grondeigenaars, NS, Prorail, TU Delft, gemeente) moeten leren over de eigen grenzen te kijken en allianties aan te gaan.
  4. Innovaties zijn noodzakelijk, maar vaak nog niet beschikbaar op het gewenste schaalniveau. Durven partijen het aan om onzekere toekomsten in te bouwen?

3: Durf te dromen
De A13 verdeelt Rotterdam-Noord in tweeën. Wat als je daar een wandelpromenade van maakt? Of de A10 bij Amsterdam, waarom wordt dat geen amusementsgebied à la de Vegas Strip in de Verenigde Staten? Marcel Hertogh, hoogleraar Infrastructure Design and Management bij de TU Delft, droomt er zonder schroom op los. Hij doet dat via interdisciplinaire teams die maatschappelijke vraagstukken van vele kanten benaderen. “De focus ligt vaak op je eigen discipline, maar bij ruimtelijke opgaven heb je alle disciplines nodig. Wij proberen ervan te leren wat er gebeurt als disciplines bij elkaar komen. Wat is succesvol, wat niet?”

Centraal staat daarbij ontwerpend onderzoek, waarbij experts (ontwerpers, architecten, planologen) en stakeholders (zoals bewoners en overheden) heel vroeg in het proces samen oplossingen ontwikkelen. “Dat geeft veel ideeën over wat mogelijk is én wat de barrières zijn. Ook kun je zo snel wijzigingen doorvoeren en schalen verbinden.”

Hertogh was ook betrokken bij de Stad van de Toekomst, een ontwerpopdracht waarbij tien van multidisciplinaire teams vier gebieden (inclusief station) in Nederlandse steden mochten herontwikkelen. Hun uitkomsten gaven vijf leidraden voor populaire toekomstdromen:

  1. denk niet vanuit tabula rasa, maar vanuit de bestaande stad; gebruik de context van wat een stad identiteit geeft.
  2. geef veel ruimte aan water en groen
  3. geef vooral aandacht aan voetgangers, fietsers en het ov, stem die modaliteiten op elkaar af, en geef veel minder ruimte aan de auto
  4. geef de publieke ruimte terug aan de bewoners, want dat vergroot de kwaliteit van de stad en de kans op ontmoeting
  5. zorg ervoor dat ruimtes niet mono-functioneel zijn, maar maak ze meerdere malen bruikbaar, afhankelijk van het tijdstip

KCAP
Hoewel het onderwerp ‘mobiliteit en verstedelijking’ veel aandacht krijgt (de sLIM-sessie was volledig vol en de oproep vooraf om inspirerende voorbeelden te sturen, werd tientallen malen gedeeld en geliket), merkt Tom Daamen (directeur SKG) op dat slechts één partij heeft gereageerd op de oproep om inspirerende voorbeelden te delen. Jeroen Dirckx, partner bij KCAP, vertelde daarom over de beoogde transformatie van het stationsgebied in Eindhoven naar een Central Innovation District. Daar is volgens Dirckx nu nog veel ruimte voor auto en bus. “Breng je dat terug, bijvoorbeeld door bussen onder de grond te plaatsen, dan creëer je ruimte voor bedrijven in de kenniseconomie.”

Kijk voor meer informatie op de website van KCAP

4: Treinstations zijn cruciaal voor gebiedsontwikkeling
Daan Klaase heeft het er maar druk mee. Als manager Planontwikkeling NS Stations moet hij ervoor zorgen dat de treinstations meegroeien met de tijd én als vliegwiel fungeren voor hun omgeving. Vooral dat laatste is een wereldwijd unicum. “In het buitenland stopt een station bij de drempel. Hier verknopen we stations met andere vormen van mobiliteit en zorgen we voor een goede aansluiting op de stad. Maar ik ben een roepende in de woestijn, want veel mensen zien het belang van stations nog niet.”

Klaase schetst 4 belangrijke ontwikkelingen, inzichten en problemen die gebiedsontwikkelaars in gedachten moeten houden als zij in de buurt van een station aan de slag gaan. 

1: er komt een ov-infarct aan
De reizigersgroei groeit de capaciteit van de stations boven het hoofd, dus er moet veel nieuwe infra komen. Vooral Schiphol wordt een steeds groter probleem, ook omdat er - ondanks de beschikbaarheid van een half miljard euro voor het probleem - gewoon geen oplossing is.

2: van treinstation naar ov-knooppunt
Wil je de wat meer ‘trieste’ stations (zoals in Schiedam, Almere, Den Haag Laan van NOI en Rotterdam Alexander) aanpakken, dan moet er meer op de schop dan het station alleen. De winkels moeten beter, er moeten fietsenstallingen komen, de veiligheid in de omgeving moet omhoog. Oftewel: er moet serieus aan gebiedsontwikkeling gedaan worden door alle betrokken partijen, zoals NS, Prorail, winkeliers, gemeenten, et cetera.

3: de fiets de fiets, en verder even niets
Het succes van de ov-fiets is veel groter dan verwacht. Ook fietsgarages komen steeds voller te zitten. Bij stationstransformaties komen die garages het liefst in de grond, zodat het stationsplein leeg blijft en mooier wordt. NS heeft in de afgelopen jaren alle (private) fietsstallingen naar zich toe getrokken (of door Prorail laten leggen), opgeruimd en gratis gemaakt.

4: het station is een magneet voor verstedelijking
Bij Rotterdam CS staan drie nieuwe (kantoor)torens op stapel, vlakbij het station, onder meer vanwege de uitstekende logistiek. Klinkt handig, maar het betekent volgens Klaase bijvoorbeeld wel dat taxiplaatsen al snel op honderd meter afstand van het station moeten komen. “Dat is slecht nieuws voor mensen die slecht ter been zijn en met de trein reizen. Verstedelijking heeft dus ook nadelen.”

Een toekomstplan van NS is om te kijken of er bovenop stations gebouwd kan worden (geïnspireerd door stations in Londen), waarvoor Klaase in eerste instantie denkt aan Amsterdam Sloterdijk. “De opbrengsten van boven het spoor bouwen kunnen hoger zijn dan wat het kost. Daarmee kunnen wij dan nieuwe stations bouwen of bestaande stations verbouwen.”

Cover: Roy Borghouts

Dit artikel is een verslag van het plenaire gedeelte van de sLIM Masterclass ‘bereikbare verdichting’ van afgelopen 13 februari. Lees meer over deze masterclass in de verslagen van de deelsessies inclusief downloadbare presentaties:

1. deelsessie mobi-hubs 
2. deelsessie deelmobiliteit
3. deelsessie gedrag in mobiliteit

Meer informatie over de Spoorzone waar deze bijeenkomst werd gehouden is in dit artikel te vinden.

Foto’s zijn te vinden op onze Flickr-pagina.

Auteur

Inge Janse (2018)
Inge Janse

Adjunct-hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu.

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte