Verslag
20180927_TUDelft_AgnesFranzen_DuurzameGeb_DSC5596

Acceleratie energietransitie: van proeftuin naar praktijk

Kennisbijeenkomst Duurzame Gebiedsontwikkeling - masterclass 2: Duurzame Energietransitie

Door Céline Janssen

9 okt 2018 - MASTERCLASS Toen de Nederlandse huishoudens in de jaren zestig collectief overgingen van steenkool op gas, duurde dat ongeveer zes jaar. De huidige energietransitie lijkt een veel lager tempo aan te houden en dat is een probleem als we de gestelde klimaatdoelstellingen willen halen. Hoewel de technologie voor alternatieve energievoorzieningen zich snel ontwikkelt, moet de energietransitie ook economisch en sociaal haalbaar zijn. Tijdens de masterclass Duurzame Energietransitie afgelopen 27 september, georganiseerd door de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling, bogen de deelnemers zich over de vraag wat er in gebiedsontwikkeling moet gebeuren om Nederland op een duurzame manier gasvrij te krijgen. De masterclass was onderdeel van de kennisbijeenkomst Duurzame Gebiedsontwikkeling.

Ruimte maken voor nieuwe energie
Een van de prangende vragen in de energieopgave is welke nieuwe energievoorziening het gas gaat vervangen. Gaan we warmtepompen aansluiten op alle huizen, kiezen we voor all-electric of gaan we toch voor waterstof? “Bij the Green Village op de TU Delft testen netbeheerders momenteel of het mogelijk is om door het huidige aardgasnet waterstof te leiden. Ook wordt op het terrein een proef-warmtenet en -gelijkstroomnet aangelegd. Op die manier kunnen bedrijven onderzoeken welke alternatieve energievoorzieningen het beste werken”, vertelt Lidewij van Trigt (the Green Village). De kantoren en woonhuizen die op het terrein van the Green Village staan én de regelarme omgeving van het terrein (het Bouwbesluit en verschillende NEN-normen gelden er niet) bieden bedrijven de gelegenheid om pilots uit te voeren en te kijken welke effecten die hebben voor de veiligheid, het transport en gebruik.

Een andere opgave van de energietransitie is de beschikbare ruimte voor de nieuwe energie. “Heel letterlijk houdt het elektrificeren van woningen in dat de benodigde stroomdraden niet meer zo groot als één haarföhn, maar wel als drie tot zes föhns zullen zijn”, vertelt Jos de Vries (BPD). Dat betekent dat er meer elektriciteitshuisjes in straten zullen verschijnen. “Bereid bij het inrichten van de ruimtelijke omgeving daarom vast voor op nieuwe energievoorzieningen. Laat de energietransitie je niet overkomen, maar begin ermee”, adviseert De Vries.  Volgens Ronald Schilt zijn we ook achter de schermen nog niet klaar om woningen ‘all-electric’ te maken. Als je overal zonnepanelen toepast, wordt de netbelasting in de zomer veel te hoog. In de winter zouden door het gebruik van warmtepompen juist problemen ontstaan bij de centrale elektriciteitsopwekking.

Tempo verhogen: stokken of prikkels?
Gijs van den Boomen (KuiperCompagnons), discussieleider van de masterclass, richt de aandacht op de acceleratie van de energietransitie en stelt dat het tempo flink omhoog moet als we de klimaatdoelen willen halen. Hij vraagt de zaal wat er precies nodig is om van de experimenten bij de proeftuinen zoals the Green Village te komen tot concrete ingrepen bij een gebiedsontwikkeling in de praktijk. Jos de Vries waarschuwt dat de ‘stokken’ van de overheid langzaam uitgewerkt raken. Een verbod op aardgas in woonwijken kan, maar vervolgens weten overheden en ontwikkelaars vaak niet wat ze moeten doen. Hij wijst erop dat innovatie en (financiële) prikkels nodig zijn om de energietransitie echt op gang te brengen en de massa mee te krijgen.

Esseline Schieven (gemeente Amsterdam)  vraagt zich af of je moet wachten tot het moment dat de politiek wetswijzigingen doorvoert. De ontwikkeling van de technologie bevindt zich op het raakvlak tussen allerlei sectoren en meerdere ministeries. Als je wacht op andere regulering, ben je jaren verder en is de technologie ook al drie projecten verder. Zij stelt voor om meer afspraken zoals de City Deals te maken en partners in andere dorpen en steden te vinden die met soortgelijke projecten bezig zijn. Zo kun je op grote schaal laten zien dat bepaalde dingen toch kunnen werken. Gijs van den Boomen: “Soms kan de energietransitie ook heel snel gaan, zoals bij RijswijkBuiten gebeurde. We stelden een hoge energieprestatie-eis, waardoor veel ontwikkelaars afhaakten, maar uiteindelijk is de gebiedsontwikkeling toch gelukt. Tegenwoordig is deze eis normaal geworden”.

20180927_TUDelft_AgnesFranzen_DuurzameGeb_R9B5923.jpg

Energietransitie: ook sociaal en economisch
Hans de Jonge (Brink Groep) stelt dat er een groot gat zit tussen wat technologisch mogelijk en wat maatschappelijk haalbaar is. Dat heeft te maken met wetgeving en politiek, maar ook met betaalbaarheid: “Het tempo van de woningbouw is van groot belang. Aan de klimaattafels hadden we kunnen zeggen: alle projecten die nu in de pijplijn zitten, zetten we on hold en gaan we gasloos aanleggen. De projectontwikkelaars hebben toen besloten om door te gaan, omdat er anders te veel werk opnieuw gedaan moest worden en de onrendabele toppen nog hoger zouden worden”. Het is volgens hem zaak om te zorgen dat de proeftuinen kunnen laten zien dat nieuwe energievoorzieningen ook werken op sociaal en economisch gebied. Pas wanneer de consument het product wil hebben, kan de versnelling plaatsvinden. 

Gijs van den Boomen: “Het is niet zoals toen John F. Kennedy zei: ‘We will put a man on the moon’, dat de ambitie er is, maar de technologie achterloopt. Er is juist sprake van vooroplopende technologie, maar een tekort aan proeflocaties waarop deze toepast kunnen worden.” Hans de Jonge:  “Toen we van steenkolen overgingen naar aardgas, wezen alle stimuli dezelfde kant op en verliep de transitie in zes jaar. Nu zijn er te veel tegengestelde belangen en is de energietransitie alleen haalbaar voor de meest vermogende laag van de bevolking: denk aan de prosecco drinkende Teslarijder. De politiek doet uitspraken, maar heeft de werkelijke haalbaarheid te weinig opgehaald bij de marktpartijen.”

Vanuit het publiek wordt gewezen op de rollen die verschillende partijen kunnen spelen bij de energietransitie van de bestaande voorraad. De overheid is bijvoorbeeld beperkt in haar mogelijkheden om huishoudens te dwingen warmtepompen aan te schaffen, maar kan wel aangeven op welk moment de gaskraan dichtgaat.  Volgens Henk Twisk (gemeente Delft) is voor de gemeente een regierol weggelegd om in samenspraak met wijken oplossingen te verzinnen zoals warmtenetten. “Misschien moet er wel een energiecorporatie komen”, oppert hij.

Conclusie: markt in beweging brengen
Om de acceleratie van de energietransitie in gang te zetten, zijn er concrete prikkels nodig die de markt in beweging brengen, blijkt uit de masterclass. De maatschappelijke overtuiging dat we van het gas af moeten en het vertrouwen in de technologie zijn er inmiddels, maar de uitdaging van de energietransitie lijkt vooral bij de financiële haalbaarheid te liggen. In tegenstelling tot de jaren zestig, toen Nederland overging op gas, zijn er nu veel tegengestelde belangen. Het opschalen van de energietransitie is daardoor niet alleen een kwestie van de markt, maar ook van de overheid.

In de masterclass werd het idee geopperd om te gaan investeren in het uitzoeken hoe de verdienmodellen nu echt in elkaar zitten. Wat zou je fiscaal moeten doen om de markt te laten draaien? Door uit te zoeken waar de investeringen zitten en wie er aan de energietransitie gaat verdienen, kun je dit ook zichtbaar maken voor de wetgevers.

Deze masterclass was deel van de Kennisbijeenkomst Duurzame Gebiedsontwikkeling op 27 september 2018 in het Nieuwe Instituut.

Lees hier het verslag van het plenaire gedeelte.

Auteur:

Celine Janssen pp
Céline Janssen

Onderzoeker Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft

Recente artikelen