Binnenstedelijk bouw

Binnenstedelijk bouwen: sneller, slimmer, flexibeler

15 april 2016

3 minuten

Opinie Steeds effectiever omgaan met ruimte. Inbreien, herbestemmen, opwaarderen. Dat is de opgaaf in onze steeds drukker worden steden. Bouwen moet dan sneller en gebouwen flexibel en slimmer. Maar hoe krijgen we dat voor elkaar?

‘Tijdens de verbouwing blijft de winkel open’, dat geldt eigenlijk voor elke binnenstedelijke bouwlocatie. Er wordt gebouwd waar mensen wonen, werken en winkelen, dus is er steeds grotere druk van overheden, opdrachtgevers en omwonenden om de overlast te beperken. Dan gaat het om de duur van de bouw, maar ook om de logistieke bewegingen die nodig zijn. De inzet van de bouwkolom is er dan ook op gericht nieuwe technieken te vinden deze maatschappelijke uitdaging op ons te nemen. Prefab is natuurlijk een manier van bouwen die maanden overlast kan schelen, maar  de manier waarop we dat vormgeven staat in veel gevallen nog in de kinderschoenen. Vaak worden er prefab-elementen gebruikt, maar is het proces nog niet geoptimaliseerd.  

Flexibele casco’s

Daarnaast moet het aantal keren dat in een stad wordt gesloopt en weer iets nieuws wordt opgebouwd drastisch naar beneden. Met de verschuiving van stichtingskosten naar total cost of ownership zien we dat het cruciaal is hoe een gebouw zich steeds weer op de vraag kan richten die op die locatie dan noodzakelijk is. Elke demografische statistiek laat zien dat er grote behoefte is aan gebouwen in de steden, maar ook elke statistiek laat zien dat dit geen kantoren zijn. Wat nodig is een draagconstructie die er 50 jaar staat en dan na 5 jaar een nieuwe indeling, na 10 jaar een nieuwe installatie en na 25 een nieuwe gevel krijgt. Nu een kantoor, over 10 jaar met woon-werkeenheden over 30 jaar met twee verdiepingen stadstuinbouw.   

Door gebruik te maken van draagvloeren met een grote overspanning, ontstaan grote, vrije ruimtes. Grote ruimtes zonder tussenwanden kunnen eenvoudig opnieuw worden ingedeeld, zonder dat aan de constructie zelf iets hoeft te worden veranderd. Zo kan het gebouw als geheel worden hergebruikt, in plaats van dat er delen of materialen van worden hergebruikt. Meerkosten om die optimale flexibiliteit te bereiken zijn snel terugverdiend. Met de business cases die we hieromtrent maken, komen we op een gemiddelde meerinvestering van 1,6% met een terugverdieneffect van 10% bij een functieverandering binnen 50 jaar. 

Slimmer

Slimmere gebouwen zijn gebouwen die niet alleen de eerste gebruiker centraal stellen, maar ook voor de vierde, vijfde of zesde. Bijvoorbeeld als het gaat om verwarmen, koelen en verlichten. Als je de ontwikkelingen beschouwd, lijkt de meest gebruikersvriendelijke gebouw, geen gebouw te zijn. Binnen is buiten en buiten is binnen. Mensen floreren bij daglicht en frisse lucht. Het sleutelwoord is hier echter controle, de omstandigheden moeten zich optimaal naar de bezigheden van de gebruiker kunnen richten. 

De woon- en werkervaring is, weten we uit onderzoek, sterk afhankelijk van licht. Dat betekent voor een gebouw dat toetreding van zoveel mogelijk daglicht mogelijk moet zijn met een draagconstructie die grotere hoogtes mogelijk maakt en zoveel mogelijk open gevelwanden. En waar dan het daglicht uiteindelijk echt niet kan komen moet kunstlicht zoveel mogelijk worden geïntegreerd in de constructie en eenvoudig verplaatsbaar zijn. 

De flexibiliteit wordt ook gediend doordat kabels en leidingen eenvoudig aanpasbaar blijven. Zo kunnen functies worden verplaatst of veranderd zonder dat het gebouw als het ware ‘opengebroken’ dient te worden. Dat kan bijvoorbeeld ook door het activeren van de massa, waardoor alle gebieden in het gebouw eenduidig worden verwarmd en gekoeld, zonder obstakels en zonder elementen die verplaatst moeten worden indien er iets veranderd wordt aan de indeling van het gebouw.

Bron: duurzaamgebouwd.nl


Cover: ‘Binnenstedelijk bouw’


olivier hamers

Door Olivier Hamers

Manager Marketing & Innovatie, VBI


Meest recent

Weekoverzicht donderdag 2 april 2026 door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Dit was de week van het niet pleasen

Dit is de week waarin experts adviseren om juist niet te pleasen als gebiedsontwikkelaar. Niet alleen maar denken vanuit beeld maar ook vanuit CO₂-perspectief. Een woningbouwprogramma dat toekomstgedreven is. En durf van koers te veranderen.

Weekoverzicht

2 april 2026

Cromhoff Enschede buiten door Kees de Graaf (bron: Kees de Graaf)

Cromhoff Enschede: een vergeten en jaloersmakende plek in de stad

Veel steden zouden jaloers op Enschede zijn: een herbestemmingsgebied van maar liefst 23 hectare, tegen de binnenstad aan. De ontwikkelvisie voor Cromhoff lag er snel, het vormgeven van de publiek-private samenwerking duurde langer.

Casus

2 april 2026

Low Carbon Urbanism door BURA-LEVS-UCA (bron: BURA-LEVS-UCA)

“Denk op gebiedsniveau zo vroeg mogelijk over CO₂-uitstoot na”

In de publicatie Low Carbon Urbanism wordt op basis van zeven gebiedstypologieën onderzocht waar de CO₂-winst in gebiedsontwikkeling behaald kan worden. “Gebruik CO₂ vanaf fase één in een ontwikkeling als ontwerpparameter.”

Onderzoek

1 april 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op